Hoe de geldzucht het won van idealen

Het leek allemaal zo mooi. Een verhaal dat precies paste bij het ideaal dat de overheid voor ogen had. Een verhaal dat bijna te goed was om waar te zijn. Het is 2001 als reclameman Hans van Putten (1951) op zoek is naar een plek voor zijn zoon Thomas. Een verstandelijk gehandicapte jongen met het IQ van een kind van 1,5. Een paar dagen per maand heeft hij ernstige epileptische aanvallen. Soms vraagt zijn vader zich af hoe lang hij nog te leven heeft.

Thomas woont in een instelling en Hans van Putten heeft net gehoord dat de jongen moet verhuizen. Naar een flat.

Het zit hem niet lekker. Al tijden ergert hij zich aan de instelling, aan het troosteloze gebouw. Hij stoort zich aan de regeltjes, aan de eindeloze zorgplannen, aan verpleegkundigen die vooral achter hun bureau zitten. Aan de kilheid.

Dan krijgt hij een idee. Hij gaat het zelf doen: een huis creëren zoals híj wil dat het zou zijn. Kleinschalig, huiselijk, en zonder te veel regels.

En het lukt. Het eerste Thomashuis ontstaat in een prachtige villa met tuin. Een 'papa-en-mama-huis', met acht verstandelijk gehandicapten en een echtpaar dat alles leidt. Het huis is hun bedrijf, ze leven van de opbrengst. De zorg wordt betaald met persoonsgebonden budgetten, de pgb's. Ze leven samen als een groot gezin. Voor Thomas is het een verademing. Hij rijdt paard, is veel in de natuur.

Daar blijft het niet bij. De formule, vernoemd naar zijn zoon, blijkt een gat in de markt en Van Putten wil meer. In een paar jaar tijd stampt hij tientallen huizen uit de grond. Opvallend is dat het allemaal prachtige, kapitale panden zijn. Villa's met schitterende tuinen. 'Mijn zoon was dan wel verstandelijk gehandicapt', zegt Van Putten. 'Maar hij woonde wel een beetje mooi.'

Er verschijnen juichende verhalen. 'Thomashuizen brengen wat traditionele zorg mist', meldt de Volkskrant. 'Warmte, ruimte, respect.' Verpleegkundigen vertellen hoe fijn het is om er te werken. Koningin Máxima komt op bezoek. Politici roemen de huizen als hét voorbeeld van hoe het beter en goedkoper kan in de zorg. 'Ik draag deze initiatieven een warm hart toe', zegt staatssecretaris Martin van Rijn.

Als eind 2012 wordt bezuinigd op het persoonsgebonden budget (pgb), het budget waarmee patiënten zelf zorg inkopen, maakt Van Rijn een uitzondering voor de Thomashuizen. Gehandicapten in wooninitiatieven worden als enigen niet op hun budget gekort.

In ruim tien jaar tijd staan er honderdtwintig Thomashuizen. Het overkoepelende bedrijf, De Drie Notenboomen, is uitgegroeid tot een van de grootste organisaties die draaien op inkomsten uit het pgb.

Alles goed, iedereen blij.

Maar achter de schermen gaat het er grimmiger aan toe. Voormalig ondernemers en ouders van cliënten beschrijven de De Drie Notenboomen met zijn Thomashuizen als een zorgorganisatie die gaandeweg in de greep is geraakt van iets wat lijkt op 'commerciële vastgoedhandel'. Een sfeer waarin idealen hebben plaatsgemaakt voor geldzucht. Ook is er kritiek op zorgverleners, die soms niet zijn opgeleid in de opvang van verstandelijk gehandicapten.

undefined

Agressief

Zo is daar Daphne, bewoner van het eerste uur. Een verstandelijk beperkte vrouw van 42. Jarenlang was ze het stralende boegbeeld van de organisatie, haar foto sierde alle folders. Maar sinds januari 2014 is Daphne weg uit het Thomashuis. Weggestúúrd, zegt haar moeder, Ivon van Mackelenberg.

Het ging lang goed, tot Daphne een paar jaar geleden geen dagbesteding meer kreeg. Vanaf dat moment werd ze opstandig. 'Ze zat op de bank, nagels te bijten', zegt haar moeder. 'Terwijl ze zo graag werkte.'

'Het ondernemersechtpaar zei: Daphne heeft toch nergens zin in. Ze zeiden dat ze niets konden vinden. Ja, af en toe mocht ze mee boodschappen doen. Of aardappels schillen. Terwijl via het pgb bijna 2.000 euro per maand werd betaald voor dagbesteding. Waar dat aan werd besteed, weten we niet goed. We durfden niet te veel te zeuren.' Het Thomashuis zegt dat het geld is gebruikt voor individuele begeleiding.

Daphne wordt agressief. 'Ze ging achteruit', zegt Van Mackelenberg, 'doordat ze niets te doen had. Een psychiater schreef haldol, lorazepam en oxazepam voor. Zo veel medicijnen, terwijl ze 42 jaar niks nodig had gehad.'

Het Thomashuis wil uiteindelijk dat Daphne vertrekt. 'Het echtpaar heeft op een avond tegen haar gezegd dat ze weg moest. Mijn dochter begreep daar niets van en was totaal in de war. Van ellende plaste ze in haar broek. Daarna ging het bergafwaarts.'

De ondernemers zeggen dat alles is gedaan om de situatie te verbeteren. Volgens hen is het anders gelopen, maar vanwege privacy gaan ze niet op de zaak in. 'Zowel door Daphnes moeder als door de ondernemers van het Thomashuis zijn fouten gemaakt', zegt directeur Hans van Putten. 'In dit soort situaties zijn er alleen verliezers.'

Daphnes moeder denkt dat het echtpaar vol idealen is begonnen, maar gefrustreerd raakte toen het leiden van een Thomashuis zwaarder bleek dan verwacht. In Daphnes verhaal zit een patroon, zegt de Stichting Klokkenluiders Verstandelijk Gehandicapten, waar ouders misstanden in de gehandicaptenzorg kunnen melden. 'Voor kinderen met hoge zorgindicaties krijg je bakken met geld', zegt medeoprichter Joke Schroten, moeder van een verstandelijk gehandicapte zoon. 'Maar je moet cliënten alleen accepteren als je het personeel en de kunde hebt om de juiste zorg te leveren.'

Zonder goed geschoolde medewerkers ontstaat volgens haar een neerwaartse spiraal. 'Er wordt ondeskundig gehandeld, dat roept agressie op bij de cliënt, daar wordt weer verkeerd op gereageerd. En dan loopt het uit de hand.'

Volgens Van Putten wordt de kwaliteit van de huizen jaarlijks onderzocht door een bureau. Toch kent de stichting vergelijkbare gevallen van ouders die bij hen klagen over de Thomashuizen. Het is zeker niet allemaal kommer en kwel, zegt ze. 'Maar de kwaliteit van zorg hangt bij de Thomashuizen volledig af van het ondernemerskoppel dat je treft. Er is geen controle, het is blauwe-ogen-werk.'

Het stoort haar dat de Thomashuizen zich presenteren als een organisatie die alles beter doet. 'Het gaat niet om de cliënten bij meneer Van Putten, het gaat om het geld. Het is gewoon een zakenman. Prima, maar doe je dan niet voor als de idealist die de zorg komt redden.'

Dat vindt ook Patricia Moors, zus van een Thomashuis-cliënt. 'Al tijdens de eerste ontmoeting wilden de ondernemers tot in detail weten hoeveel geld ik maandelijks voor mijn broer kreeg. Daarna kregen we een offerte waarin dat exacte bedrag stond.'

Met terugwerkende kracht vindt ze dat vreemd. 'Ze vragen eerst wat je te besteden hebt, om in de offerte vervolgens dat budget tot op de laatste cent uit te geven. Dat is de omgekeerde wereld. De schilder vraagt toch ook niet eerst je salaris, voor hij met een offerte komt voor het schilderen van je kozijnen?'

undefined

Bedrijfsmodel

Directeur Van Putten zegt dat het 'niet de bedoeling' is dat het zo gaat. 'Maar familieleden hoeven niet per se antwoord te geven op de vraag hoe hoog het pgb is.' Volgens hem heeft Moors inzicht in de financiën gegeven omdat ze extra zorg wilde.

'Het gaat vooral fout als koppige ouders en koppige franchisenemers bij elkaar komen. Dan vliegen de vonken ervan af', zegt Van Putten. Om geld is het hem nooit te doen geweest, stelt hij: 'Ik leef er goed van. Maar ik was al rijk toen ik eraan begon. Genoeg is genoeg.'

'Ik denk dat Van Putten heel oprecht is begonnen', zegt een Zuid-Hollandse ondernemer die jarenlang een Thomashuis had. 'We vonden elkaar in onze ideeën hoe het beter kon in de zorg. Hij stak er ook behoorlijk wat eigen geld in.' Maar gaandeweg is geld een steeds grotere rol gaan spelen, schetst de ondernemer. Hij wil niet met zijn naam in de krant omdat hij zijn bedrijf hier niet mee wil associëren.

'In het begin woonden we met zes cliënten in een mooie boerderij. Je werd er niet rijk van, maar we konden er goed van leven.' Na een tijd begon de organisatie meer geld te vragen. 'Jaarlijks betaalden we 12.500 euro. Dat lag voor vijf jaar contractueel vast. Maar de directie wilde er tussentijds plotseling 25 duizend euro van maken. We moesten gewoon negen gehandicapten nemen in plaats van zes, vonden ze. Maar dat wilden we niet. Dan zouden we inleveren op de kwaliteit.'

De Thomashuizen zijn zich volgens hem gaan gedragen als de grote instellingen waar zij zich juist tegen afzetten. Het is de reden waarom hij in 2011 eruit stapt. 'Het moest almaar meer en groter. Het is te veel een bedrijfsmodel geworden.'

Zo zijn de huurprijzen van de villa's, in bezit van woningbouwcorporatie Vestia, buitensporig hoog, zegt een tweede ondernemer die recentelijk is gestopt. Ook hij praat anoniem, uit vrees voor rechtszaken. 'Op een bierviltje kun je uitrekenen dat woningbouwcorporatie Vestia de investering in zo'n pand in tien jaar heeft terugverdiend', zegt hij. 'Dat is regelrechte commerciële vastgoedhandel.'

De huren zijn zo hoog dat ze niet kunnen worden betaald van de (Wajong-)uitkeringen van de bewoners. Daarom wordt een deel van het geld dat officieel alleen is bestemd voor zorg ingezet: het pgb. 'Directeur Hans van Putten zei op bijeenkomsten wel eens: om de vaste lasten af te dekken, heb je minimaal één cliënt, één Thomasje nodig', vertelt de ondernemer.

Volgens Van Putten is dit niet tegen de regels. 'Om zorg te kunnen leveren, wordt tweederde van het pand gebruikt. Hiermee is het onderdeel van de bedrijfsvoering. Al onze facturen worden maandelijks gecontroleerd door het zorgkantoor.'

De voormalige franchisenemer zegt ook dat hij werd aangemoedigd om elk extraatje in rekening te brengen. 'Ging je mee naar de huisarts, dan kon je daar volgens hen een paar tientjes voor vragen. Ik vond dat onterecht. Want mensen kopen van hun pgb persoonlijke begeleiding in bij ons. Daar horen bezoeken aan een huisarts of kapper ook bij.' Nadat hij zich op een vergadering kritisch had uitgelaten over de geldzucht, stond er een regiomanager op de stoep. 'Die zei dat het niet de bedoeling was dat ik me zo opstelde.'

Ouders hebben weinig zicht op de interne financiën van de huizen. Hij denkt dat de organisatie met veel wegkomt, omdat de minder zwaar gehandicapten het vaak prima naar hun zin hebben. 'Veel ouders kan het dan niet schelen hoe het budget van hun kind precies wordt besteed. Zij betalen het toch niet zelf.'

'Het is te veel over geld en over vastgoed gegaan', erkent directeur Van Putten. Hij zegt zich te kunnen voorstellen dat sommige ouders en franchisenemers het gevoel hebben dat de Thomashuizen de laatste jaren te veel door geld werden gestuurd. 'Wel zegt hij dat dit is veranderd, door het opstappen van een mededirecteur en de raad van commissarissen.

Toch is de huurprijs reëel, vindt hij. 'Het rendement en de afschrijvingstermijn waarmee Vestia rekent, zijn gebruikelijk voor de sociale woningbouw.' Volgens hem gaat het ook niet ten koste van de zorg. 'Alle aangeboden uren zorg worden ook daadwerkelijk geleverd.'

undefined

Buitenkant

Het gedoe over geld valt ook op bij de familie van Pieter, een verstandelijk gehandicapte, ernstig autistische man (50).'Als hij vandaag om tien uur een kruimeltje ergens ziet liggen, dan moet het morgen weer daar liggen', zegt zijn zus Patricia Moors, die hem vorig jaar onderbracht in een Thomashuis. 'Het was een schitterend verbouwde boerderij', zegt ze. 'Vanaf het begin hebben we uitgelegd hoe complex Pieter in elkaar zit. Geen probleem, zei het echtpaar, dat kunnen we wel aan. Maar het ging al snel mis. Pieter kreeg een doodse uitdrukking in zijn ogen. Hij begon met zijn hoofd tegen de muur te bonken - dat had ik hem nog nooit zien doen.'

Moors wijt dat aan het gebrek aan kennis over autisme. 'Ze hadden bijvoorbeeld een strafstoel, voor als hij stout was geweest. Maar Pieter snapte helemaal niet wat dat was. Als hij erop werd gezet, liep hij gewoon weg.' Volgens haar bestaat het personeel uit enkele jonge meisjes en stagiaires: mensen zonder afgeronde opleiding.

Dan belt een begeleider van de dagbesteding elders, waar Pieter naar toe gaat. 'Hij vertelde dat het niet goed ging. Pieter gooide met spullen en verwondde zichzelf. Het Thomashuis had daar niks over gezegd. Later ontdekte ik een blauwe plek van 15 centimeter en een grote zwelling op zijn arm. Niemand in het Thomashuis kon me vertellen hoe dat was ontstaan.'

Uiteindelijk besluit ze hem weg te halen. 'Tot op de laatste dag hielden ze vol dat het goed met hem ging. Ik denk dat ze bang waren dat ik hem zou weghalen. Dan zouden ze 65 duizend euro per jaar mislopen.'

Het echtpaar van het betreffende Thomashuis reageert schriftelijk: 'Het jonge personeel heeft allemaal een relevante opleiding. Wij zijn van mening dat er voldoende scholing en kennis op het gebied van autisme aanwezig is binnen ons team. Beiden zijn wij verpleegkundig opgeleid.' Volgens het koppel had Moors gebruik moeten maken van de klachtenregeling.

Nu gaat het weer goed met Pieter, bij een andere instelling. 'Hij lacht de hele dag. Hij heeft een klein kamertje en het ziet er allemaal niet zo mooi uit, maar ik weet nu dat het daar niet om gaat. Het belangrijkste is dat hij liefdevolle zorg krijgt. In het Thomashuis heb ik me misschien te veel door de buitenkant laten verblinden.'

GEROMMEL

undefined

INTERNE RUZIE OVER AANDELENVERKOOP

Het rommelt binnen de Thomashuizen. Vorig jaar stapte de raad van commissarissen op nadat het overkoepelende bedrijf De Drie Notenboomen voor tweederde werd verkocht aan zorgondernemer Loek Winter. Winter kocht de aandelen voor 1,2 miljoen euro van woningbouwcorporatie Vestia en de nu failliete thuiszorgorganisatie Meavita. Directeur Hans van Putten sloot een deal met Winter om zich over vijf jaar te laten uitkopen.

De aandelenverkoop leidde tot grote interne ruzie. De raad van commissarissen zegt niet te zijn ingelicht over verkoop aan Winter. Voorzitter Janhein Pieterse zegt verder dat de toezichthouders wilden dat Van Putten een stap terugdeed. 'Hij is goed in het uit de grond stampen van iets nieuws, maar niet per se in het gestructureerd leidinggeven aan een organisatie met een jaaromzet van 80 miljoen. Hij wil altijd meer en groter.'

'Het was een dramatische periode', zegt Van Putten.'Maar vanaf de zomer van 2013 is er geen gerommel meer binnen De Drie Notenboomen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden