Hoe de Finse populisten zichzelf 'voor het vaderland' een kopje kleiner maakten

'Het zal waarschijnlijk onze politieke carrières verwoesten, maar we zijn vastberaden. Vandaag zijn we geen politici. We doen dit voor ons vaderland.' Zo vatte de 30-jarige Finse populist Simon Elo de manoeuvre samen waarmee de Finse Partij dinsdag uiteenviel in twee met elkaar concurrerende splinterpartijen.

Simon Elo van Nieuw Alternatief op 13 juni 2017. Beeld anp

Het kalme Finland gold als voorbeeldland in hoe in de Europese politiek omgegaan kon worden met populistische partijen. Hier hadden ze zich gematigd en daardoor waren ze in staat mee te regeren. Waarom ging het toch mis? En hebben Elo en zijn mannen Finland wel een dienst bewezen door de beweging eigenhandig een kopje kleiner te maken?

De splitsing volgde op de uitverkiezing van de extreemrechtse Jussi Halla-aho als nieuwe leider van de een na grootste regeringspartij. Deze Europarlementariër werd in 2012 veroordeeld voor haatdragende uitspraken over de islam en geldt als omstreden figuur in de Finse politiek. Hij verkondigde tevens dat Somaliërs een gen hebben waardoor ze eerder geneigd zijn tot diefstal.

Nieuw Alternatief

Kabinetspartners Centrumpartij en Nationale Coalitiepartij weigerden daarop nog verder samen te werken met de Finse partij. Van de 37 parlementariërs van de Finse Partij kozen er 20 eieren voor hun geld. Ze gaan, samen met de ministers van de Finse Partij, verder onder de naam Nieuw Alternatief en blijven deel uitmaken van het kabinet. De overige, meer extreemrechtse parlementariërs vinden zich terug in de oppositie.

De Finse populisten leken juist hun wilde haren te zijn kwijtgeraakt, nadat ze zo'n zes jaar geleden afstand namen van de geuzennaam Ware Finnen, de vlag waaronder de partij in 1995 was opgericht. Door zich de Finse Partij te noemen kwamen de populisten vriendelijker over en wisten zo een bredere groep van kiezers aan te spreken.

De extreemrechtse Jussi Halla-aho en nieuwe leider van de de Finse Partij. Beeld anp

Regeringsdeelname

Het werkte. Na jaren van oppositie voeren als marginale politieke beweging haalde de Finse Partij in 2011 opeens bijna 20 procent van de stemmen, en na de volgende verkiezingen verzekerden ze zich onder leiding van grondlegger Timo Soini van regeringsdeelname. Hij haalde de extreemrechtse randen van de politieke beweging af en kreeg als beloning enkele rechtse stokpaardjes in het regeerakkoord: minder geld naar ontwikkelingshulp, het afschaffen van Zweeds als verplicht schoolvak in het tweetalige land en het aanscherpen van het immigrantenbeleid. Als minister van Buitenlandse Zaken ontpopte hij zich daarnaast als dwarsligger in Europa bij de reddingsdeals met Griekenland.

Maar uit de achterban kwam kritiek. Soini zou zich teveel met Griekse beslommeringen bezig houden en te weinig met het thema waar het bij de Finse Partij allemaal omdraait: immigratie. De nieuwe leider Halla-aho belooft immigratie harder te gaan bestrijden. Soini stapt over naar Nieuw Alternatief.

'Soini heeft het nodige voor elkaar gekregen, maar de harde kern raakte teleurgesteld in hem', zegt de Finse politicoloog Jan Sundberg. De kans bestaat dat 'de gematigden' bij de volgende verkiezingen worden afgestraft voor hun verraad aan de Finse Partij, maar ook de 'puristische' Finse Partij zal waarschijnlijk een hoop zetels verliezen, zegt Sundberg. Jussi Halla-aho mag dan wel een partij voor Ware Finnen beloven, de meeste 'gewone' Finnen verheugen zich niet op zijn extreemrechtse scheldpartijen. De relatieve populistische rust lijkt te zijn veranderd in nieuwe chaos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden