Hoe de euro van ons allemaal werd

Zondag is de laatste dag waarop de gulden wettig betaalmiddel is. Tien jaar voorbereiding gingen er aan vooraf. De automatenbranche en blindenorganisaties maakten ruzie over de munten....

De meeste mensen zullen in Wim Duisenberg niet een man zien die zojuist een zware bevalling van een nieuwe munt achter de rug heeft. Rodolphe Cogels vindt van wel. De Belgische kunstenaar maakte een standbeeld, dat volgens sommige waarnemers lijkt op een 'waterjuffer met een orgasme', maar feitelijk de geboorte van de euro moet voorstellen.

'Als ik uitadem dan geef ik, als ik inadem dan neem ik', legde Cogels uit bij de presentatie van zijn kunstwerk aan het Europees Koper Instituut. Dat had wat te vieren vanwege de grote hoeveelheid koper die voor de nieuwe euromuntjes nodig is.

Cogels' filosofie sluit niet bepaald aan op de praktische gezindheid van degenen die de afgelopen tien jaar moesten zorgen dat er vandaag voldoende euromunten en -biljetten in de portemonnees zitten. Die hebben zich gebogen over prozaïscher zaken als Nordic Gold, Dagobert-Duckpakhuizen en Chileens koper.

En ze hadden te kampen met fnuikende politieke inmenging in hun technische besluitvorming, zegt voormalig muntmeester Chris van Draanen. Hij herinnert zich hoe lang er gesoebat is over de vormgeving van de euro. 'Dat begon al in 1991, nog vóór het Verdrag van Maastricht waarin de Muntunie werd beklonken.'

Zo is er jaren geknokt over de samenstelling van het 50-centmuntje. Dat gevecht bereikte een climax in 1996. Duitsland hechtte aan een munt uit een legering van drie metalen, zoals het één-markstuk. Frankrijk wilde per se een tweekleurige munt, zoals de franc. 'Dat is een puur politiek conflict geworden. Je moet goed begrijpen dat de productie van munten nooit een grootschalige industriële bezigheid is geweest. Maar nu moesten er 56 miljard munten nieuw gemaakt worden. Dat maakte het een industriële opdracht.

De Duitse Munt wilde van geen wijken weten: de Duitse industrie kon alleen munten produceren met drie metalen. Frankrijk toonde zich even eigenwijs: de Franse bedrijven stonden op de tweekleur. Uiteindelijk hakten kanselier Kohl en president Chirac, op de Eurotop van Dublin in 1996, de knoop door. Het werd een typisch Europees compromis: er kwamen munten met twee kleuren, en er kwamen munten van drie metalen.

De politieke bemoeienis was een kleinigheid bij het constante laveren tussen de belangen van drie groepen: de automatenbranche wilde een munt die makkelijk door de sleuven heen kon . Daarom wees zij een zevenhoekige munt of eentje met een gat erin van de hand.

Opdrukjes

De blinden wilden de munten juist zo herkenbaar mogelijk. Zij zagen weinig in het gedoe met ribbeltjes en opdrukjes waarin de automatenhandelaren het wilden zoeken. Toch moest daar uiteindelijk de oplossing vandaan komen. Zo is het stukje van twintig cent voorzien van een rand met zeven ribbels, afgekeken van het Spaanse 50 peseta-stuk. De munt heet daarom de Spanish Flower.

En dan was er nog de club van mensen met een allergie tegen nikkel, een afwijking die vooral in de Scandinavische landen blijkt voor te komen. Die brachten hun regeringen ertoe een veto uit te spreken tegen de euro.

Hoogst overdreven, vindt overigens Van Draanen. 'Laatst hoorde ik een dame klagen over uitslag op haar handen, zogenaamd vanwege het hoge nikkel-gehalte. Maar in het oude dubbeltje, kwartje, de gulden en rijksdaalder zat 99,5 procent nikkel. Wat die dame heeft is geen allergie, maar een neurologische afwijking.'

De invoering van de euro heeft sommige bedrijven op de kaart gezet. Neem het Duitse Eurocoin. Die onderneming vond een machine uit waarmee de oude munten goedkoop konden worden 'verwokkeld', omgebogen tot onbruikbaarheid. Het transport van verwokkelde munten is namelijk zeven keer goedkoper dan het vervoer van gewone munten. Zeker de grotere denominaties hebben beveiliging nodig, en er moet een verzekeringspremie voor betaald worden. Maar als de munten eenmaal kapot zijn, kunnen ze worden vervoerd als schroot.

Eurocoin smelt dit metaal om tot 25 miljoen schijfjes waarop de nieuwe munten worden geslagen. Dat is bijna eenderde van de totale voorraad euromunten die nodig is.

's Werelds grootste logistieke operatie in vredestijd, zo werd de omschakeling naar de euro genoemd. En het is nog niet klaar.

Hoofdschuddend denkt Van Draanen terug aan de keer dat hij minister Zalm een pleidooi hoorde voeren voor het randopschrift 'God zij met ons'. 'Dat had niks met techniek of beveiliging te maken, maar puur met politiek. Het valt me tegen dat we er nog niet aan toe zijn dit helemaal Europees te doen.'

Toch staat de Nederlandse muntmeester vrijwel alleen in zijn gevoel dat er weinig praktisch is omgesprongen met de logistieke operaties. Zo vindt Van Draanen het onzin dat de munten allemaal een nationale zijde hebben. 'Het is een teken dat de EU nog lang niet eensgezind is.'

Sommige van zijn collega's in het buitenland denken er heel anders over. Die zijn blij dat elke munt nog een nationale zijde heeft. 'Ik geloof het argument van de politiek: het maakt het voor het publiek veel gemakkelijker om de euro te accepteren. Het is herkenbaar', zegt een van hen. 'Van de politiek hebben we nauwelijks last gehad', zegt een ander. 'Ze hebben ons onze gang laten gaan.'

De ruzies en ruzietjes over de munten vallen echter in het niet bij de verbeten lobby van belangengroeperingen voor of tegen de bevoorrading van biljetten. De twee belangrijkste partijen, banken en winkels, haalden alles uit de kast om de ministers van Financiën van hun gelijk te overtuigen.

'Die zaten in de zak bij de banken. Die hebben het spel fenomenaal gespeeld via de centrale banken, die op hun beurt de ECB hebben ingeschakeld', zegt een lobbyist in Brussel.

Inkomstenbron

De financiële instellingen voerden aan dat zij al hoge kosten moesten maken om de euro te distribueren. Ook zouden zij een grote inkomstenbron, de commissies op het wisselen van valuta, kwijtraken. En zij meenden dat vroegtijdige verspreiding van biljetten de chaos eind december zou vergroten: sommige consumenten zouden al met euro's proberen te betalen en het risico op valsemunterij was aanzienlijk.

Een enkele bewindsman, zoals de Belgische minister Reynders, gaf niet thuis voor de banken. Reynders was gevoelig voor de argumentatie van de winkels, die betoogden dat zij niet waren ingericht op het spelen van wisselkantoor. Maar verreweg het grootste deel van de ministers volgde Duisenberg, die tot het laatst fel bleef tegen frontloading. 'Het wordt een puinhoop als we nu onze plannen veranderen', zei voorzitter Wellink van De Nederlandsche Bank in mei.

'Weet je waar ik het meest blij om ben? Dat het gezeur eindelijk is afgelopen,' zegt een hoge medewerker van Europees Commissaris Solbes, verantwoordelijk voor de euro-invoering.

'Wat we allemaal niet hebben gehad: klachten dat de vloeren van de bankgebouwen niet bestand zouden zijn tegen het extra gewicht van de munten. Dat bankmedewerkers niet in staat zouden zijn om de nieuwe biljetten in de geldautomaten te krijgen, omdat de pakjes biljetten drie keer in plaats van een keer geschud moeten worden. Dat we begin januari beter geen boodschappen konden doen. Het bleek allemaal onzin.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.