nieuwsschreepswrak met koperlading

Hoe de ene ramp de andere boven water haalt: containerbergers MSC Zoe vinden 16de-eeuws schip in de Noordzee

Ten noorden van de Waddeneilanden is het oudste schip uit de Nederlanden gevonden dat de oceanen kon trotseren. Een koperlading aan boord van het 16de-eeuwse wrak vertelt bovendien over de aanloop naar de Gouden Eeuw.

Eeuwenoud koper en hout uit het scheepswrak uit 1536, dat werd ontdekt tijdens de berging van containers van de MSC Zoe.  Beeld ANP
Eeuwenoud koper en hout uit het scheepswrak uit 1536, dat werd ontdekt tijdens de berging van containers van de MSC Zoe.Beeld ANP

De puinhoop die begin januari ontstond toen megaschip MSC Zoe in een storm honderden containers verloor, heeft ook een opzienbarende vondst uit de 16de eeuw opgeleverd. Behalve ladingen autobanden, zeepflessen en tv’s vonden bergers in de Noordzee het oudste schip uit het huidige Nederland dat de oceanen kon bevaren. Het moet tussen 1536 en circa 1550 zijn gezonken. Aan boord was een lading koperen platen, die laat zien dat de economie bezig was te veranderen.

‛Een geluk bij een ongeluk dat ons veel kan vertellen over het verleden van Nederland’, noemde minister van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) de vondst tijdens de presentatie woensdagochtend, bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort.

De jaarringen in het hout van het schip maken duidelijk dat de benodigde bomen eind 1536 of begin 1537 werden gekapt, in Noordwest-Duitsland. In de tijd van de ontdekkingsreizen dus, toen Europese zeelui steeds verder de oceanen opgingen. Ook dit schip, van 25 tot 30 meter lang, was daarvoor geschikt.

Gladboordig schip

Het was gebouwd met een methode die toen in opkomst was en die ‛gladboordige’ schepen opleverde. Traditioneel overlapten de planken in een scheepswand elkaar, als dakpannen, maar hier sloten ze strak en glad op elkaar aan. Daardoor was minder (kostbaar) hout nodig dan in de traditionele constructie en bovendien werden schepen er stevig van – wat handig is voor wie de wereld over wil varen.

In de balken zitten ‛spijkerpennetjes’ waardoor kenners weten dat het schip in Amsterdam of omgeving werd gemaakt. Daarmee is het wrak het eerste gevonden exemplaar uit deze categorie dat in de Nederlanden is gebouwd. Het illustreert de opkomst van Amsterdam, dat halverwege de 16de eeuw nog niet erg opviel, maar dankzij de scheepsbouw en -vaart binnen een paar decennia zou uitgroeien tot een wereldstad.

Het koper aan boord vertelt bovendien over de verstedelijking en opkomst van handel, die de aanzet vormden tot de Gouden Eeuw. Als het schip veilig zou zijn aangekomen, was de lading mogelijk gebruikt om koperen munten van te slaan, een nieuw verschijnsel in die jaren. Het groeiende aantal stadsbewoners in de Nederlanden had behoefte aan munten met een kleine waarde, waarmee ze bijvoorbeeld de bakker konden betalen. Daarom werden rond 1540 munten van koper geïntroduceerd, die voor kleine transacties praktischer waren dan het goud en zilver dat in de Middeleeuwen – naast ruilhandel – werd gebruikt .

Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) bij de presentatie van de archeologische vondst. Beeld ANP
Minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) bij de presentatie van de archeologische vondst.Beeld ANP

Familie Fugger

De koperen platen aan boord van het schip droegen een merkteken van de familie Fugger, die indertijd dé zaken- en bankiersfirma van Europa leidde. Jakob Fugger de Rijke (1459-1525) was de financiële steunpilaar van keizer Karel V. Daarnaast handelde de familie in specerijen, textiel en in kostbare metalen, die ze haalde uit eigen mijnen. De samenstelling van het gevonden koper bewijst dat het was gedolven in een Fugger-mijn bij het Slowaakse Neusohl (nu Banská Bystrica), die de familie in 1548 verliet. Het schip zal op z’n laatst kort daarna zijn gezonken, dus rond 1550.

Vanuit de mijn was het koper naar Noord-Duitsland gereisd. Daar was het aan boord van het rampschip gegaan, dat waarschijnlijk koers zette naar Antwerpen, toen een handelsmetropool.

Wat het schip nog meer aan boord had, kunnen de archeologen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nog niet vertellen, want het merendeel ligt nog op de bodem. De bergers van de MSC Zoe hadden twee grijpers vol hout en koper naar boven gehaald, toen ze zagen dat het materiaal niet uit moderne scheepscontainers kwam. Daarna stopten ze en schakelden ze – volgens protocol – de erfgoeddienst in.

Paalwormen

De archeologen van die dienst zagen dat het hout van het schip in goede staat was. De zware Fugger-platen hadden al die eeuwen planken en balken op hun plek gehouden en bovendien had het koper als gif gediend dat ‛paalwormen’ op afstand hield. Die zeeweekdieren vreten hout gewoonlijk aan, maar dat was hier niet gebeurd. Daardoor viel te reconstrueren dat het schip een opvallend platte bodem had, en daardoor een groot ruim waarin het veel goederen kon verplaatsen. Mogelijk was het een voorloper van het fluitschip, waarmee Hollanders in de 17de eeuw talloze tonnen goederen vervoerden.

Of dat klopt, wordt mogelijk deze zomer duidelijk, als de erfgoeddienst naar het schip gaat duiken. Want er zijn volop andere vragen waarop de archeologen antwoord hopen te vinden. Bijvoorbeeld over de bouwwijze van schepen in die jaren, waarover weinig tot niets werd opgeschreven en bijna niets bekend is.

Daarnaast is er een grote kans op meer interessante lading. Om te voorkomen dat buitenstaanders gaan zoeken, willen de archeologen voorlopig niet vertellen waar het schip precies ligt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden