Interview Sterre

Hoe de 13-jarige Sterre tot prostitutie werd aangezet

Vwo-scholiere Sterre werd het slachtoffer van seksuele uitbuiting. De man die daarvoor verantwoordelijk was beschouwde ze als haar grote liefde. Haar verhaal staat voor dat van honderden Nederlandse meisjes, die vaak geen aangifte willen doen.

Het meisje op de foto’s bij dit verhaal is een model. Foto Linelle Deunk

‘Het was een vrijstaand huis. Ik weet niet hoe het er beneden uitzag, want ze namen me altijd meteen mee naar boven. Daar waren twee grote kamers en één kleine. In de kleine kamer moest ik de lingerie aantrekken die voor me klaar lag. Daarna moest ik naar een van de andere kamers, waar een groot bed stond. Daar was de man die die avond voor mij had betaald. Ik was 13 jaar oud.’

Zo begint het verhaal van Sterre. Of nee, het begint eigenlijk eerder. Met een gevoel van ontreddering na de vechtscheiding van haar ouders. En met Maarten, de jongen die zei dat hij haar bijzonder vond. Terwijl ze gewoon een meisje uit een provinciestad was. Een meisje dat naar het vwo ging en op tennis zat.

Toch werd ze van haar 13de tot haar 17de tot betaalde seks gedwongen.

Vorig najaar bleek dat seksuele uitbuiting van minderjarigen veel vaker voorkomt dan tot dusver werd aangenomen op basis van het aantal meldingen. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel deed toen voor het eerst een schatting van het aantal Nederlandse meisjes dat slachtoffer wordt: 1.320 per jaar. Dat is meer dan tien keer zo veel als het aantal meldingen dat in 2017 binnenkwam bij het Coördinatiecentrum Mensenhandel. Afgezet tegen de 650 middelbare scholen die Nederland telt, zou dit betekenen dat er op elke school gemiddeld twee meisjes rondlopen die slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting.

Slechts 10 tot 20 procent van de minderjarige slachtoffers doet aangifte. Vorige week werd bekend dat politie en hulpverleners zelfs een dalende trend menen waar te nemen. Minderjarigen zien zichzelf vaak niet als slachtoffer of laten zich weerhouden door angst voor hun uitbuiter – zo staat te lezen in Aangifte doe je niet, een rapport van het CKM, een kenniscentrum op het gebied van kinderhandel en mensenhandel.

Het meisje op de foto’s bij dit verhaal is een model. Foto Linelle Deunk

Volgens de onderzoekers is het verhoor bij de rechter-commissaris emotioneel zwaar omdat daarbij de advocaat van de dader aanwezig is en rechters-commissarissen niet getraind zijn in het verhoren van minderjarige slachtoffers. Ook het langdurige strafproces vormt een zware belasting. Tegelijkertijd is de strafhoogte voor mensenhandelaren de afgelopen jaren afgenomen. Lag die in 2013 nog gemiddeld op ruim twee jaar cel, in 2015 liep dat terug tot gemiddeld anderhalf jaar.

Daardoor ontstaat bij slachtoffers de indruk dat aangifte niet loont, terwijl aangiftes juist cruciaal zijn bij het opsporen en berechten van mensenhandelaren.

De Volkskrant sprak twee keer met Sterre, die verblijft in een specialistische opvangvoorziening voor slachtoffers van seksuele uitbuiting. Ze krijgt daar begeleiding bij het oppakken van een normaal leven en de terugkeer naar school. Ook krijgt ze psychologische hulp. Voor haar veiligheid zijn haar naam en enkele andere persoonlijke details die haar identiteit en verblijfplaats kunnen verraden gefingeerd. Dit is haar verhaal.

Sterre ziet eruit zoals zoveel Nederlandse meisjes. Ze draagt een spijkerbroek en een sweatshirt. Ze heeft haar blonde haar strak naar achteren gekamd, de huid van haar gezicht is bleek. Naarmate haar verhaal vordert, wordt haar stem zachter en vallen er langere pauzes.

‘Ik was 12 en ik voelde me heel verdrietig. De scheiding van mijn ouders betekende het einde van mijn veilige wereld. Mijn moeder had een nieuwe vriend, die best wel oké was, maar mijn vader kreeg een depressie. Hij was altijd een afstandelijke maar aardige vader geweest, maar nu begon hij mij en mijn broertjes te slaan als we bij hem waren.

Ik zat in de brugklas met mijn twee beste vriendinnen van de basisschool. Je zou denken: leuk. Maar de ene vriendin begon mij te negeren en de andere werd gepest door een meidengroep waar ik juist bij wilde horen – dus ik nam het niet voor haar op. Ze vond me een meeloper, we kregen ruzie. En bij die meidengroep was ik alleen maar bezig met de vraag: wat moet ik doen zodat ze me leuk blijven vinden? Wat, als ik er niet meer bij mag horen? Dan heb ik niemand meer.

De dag dat ik Maarten voor het eerst zag, voelde ik me zo eenzaam. Het was op de tennisvereniging, alle anderen waren naar huis, maar ik bleef hangen. Het klinkt als een slechte film: het regende buiten, maar ook binnen in mij.

Hij zat met vrienden voor het clubhuis. Kletsen, lachen, muziekje aan. Hij had blonde krullen, blauwe ogen, mooie witte tanden, hij leek me zelfverzekerd. Ik dacht: wat een leuke jongen. Maar ook: no way dat die mij aandacht gaat geven.

Een week later gebeurde wat ik totaal niet verwachtte: hij sprak me aan. Hij vertelde dat hij vrienden had op de tennisvereniging, maar dat hij zelf niet tenniste. Dat hij 17 was en een opleiding tot automonteur volgde. Hij zei: wat zie je er leuk uit, wat zit je haar mooi. Ik werd superverlegen, maar hij zei: je hoeft niet verlegen te zijn hoor, ik doe niets. Heb je zin om zaterdag wat in de stad te gaan drinken? Ik was flabbergasted. Het leek me hemels.

Hij wilde alles weten over mijn leven. Als ik een grapje maakte, moest hij hard lachen. Hij rook lekker. Fruitig, fris. Hij bleef maar zeggen hoe mooi ik was en dat hij nooit had verwacht zo’n leuk meisje te ontmoeten. Er was eindelijk iemand in mijn leven die me echt zag.’

Ingrijpende gebeurtenissen

Slachtoffers van seksuele uitbuiting zijn vaak ergens in hun jonge leven verwaarloosd, mishandeld of hebben ingrijpende life events meegemaakt waardoor ze kwetsbaar zijn’, zegt klinisch psycholoog Marina Reijns. Zij is inhoudelijk directeur bij Fier, het landelijke expertise- en behandelcentrum voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. Deze meisjes hunkeren naar aandacht en liefde, maar door wat ze hebben meegemaakt, kunnen ze niet goed inschatten wat goede en wat verkeerde aandacht is. Ze hebben geen duidelijk zicht meer op wat normaal en wat niet normaal is. En dus zien ze niet dat het spel dat pooiers met hen spelen niet klopt. Die pooiers herkennen het meteen als een meisje kwetsbaar is. Daar spelen ze op in. Ze geven zo’n meisje alle aandacht en een luisterend oor. Zo binden ze haar aan zich. Totdat ze vinden dat ze klaar is om uitgebuit te worden.’

Sterre: Ik vroeg zijn nummer, maar dat kwam er nooit van. Of zijn telefoon was kapot, of hij had hem aan een vriend uitgeleend of zijn nummer was geblokkeerd. Hij had veel problemen, zei hij. Ruzies met vrienden. Matties noemde hij die. Hij zei dat ik zijn engel was. Hij waarschuwde me wel dat ik niet over ons moest praten. Er was zo’n groot leeftijdsverschil, mensen zouden het raar vinden. Ik moest wachten, hij wilde nog wat dingen op orde brengen zodat hij de beste versie van zichzelf kon zijn voor mij.

Ik liet wel merken dat ik niet verder wilde gaan dan zoenen. Als 12-jarig meisje had ik nog niet veel nagedacht over seks en zo, maar ik ben christelijk opgevoed en mijn ouders hadden me meegegeven dat seks voor het huwelijk niet hoort. Maarten zei dat hij dat begreep. Ik was zo blij met hem. Hij respecteerde me in alles.

Na een half jaar vroeg Maarten of ik een keer bij hem thuis wilde komen. Gewoon relaxed met zijn tweetjes een filmpje kijken, wat eten. Ik zei: ok, ik verzin wel een smoes. Want mijn moeder wist van niets.

Mijn moeder had heel andere dingen aan haar hoofd. Ze had gebroken met haar nieuwe vriend nadat ze had ontdekt dat hij haar allemaal leugens had verteld. Maar hij begon haar te stalken. Al die dingen gaven mij een heel onveilig gevoel. Maar ik kon nergens naartoe, want mijn vader lag veel in bed en gaf de kinderen weinig aandacht en mijn moeder werd in beslag genomen door alle problemen. Ze deelde expres niet met ons hoe ernstig het was, omdat ze ons er niet mee wilde belasten, maar ik had het wel door.

Foto Linelle Deunk

Toen ik bij Maarten thuis kwam, zag ik dat er nog vier andere jongens waren. Ik was verbaasd, maar Maarten zei: dat zijn mijn matties, ik wil je aan ze voorstellen. Hij bood me een biertje aan, maar ik had nog nooit bier gedronken en sloeg het af. Hij drong aan. De andere jongens drongen ook aan: Maarten heeft verteld dat je zo’n stoere chick bent, kom op, wat ben je flauw zeg.

Dus ik nam dat biertje. Er kwam nog meer alcohol, een shotje hier, een pilletje daar, ik weet niet wat allemaal, maar ik nam het gewoon aan. Ik was bang dat ze weer met zijn allen zouden roepen dat ik flauw was.

Op een gegeven moment werd alles steeds waziger, ik kon niet meer normaal lopen. Van wat er toen gebeurde, herinner ik me alleen nog flarden. Flarden van al die jongens boven op me, die seks met me hebben, me dwingen hen te pijpen.’

De illusie van een grote liefde

Pooiers testen hun slachtoffer eerst om te kijken of ze voor zichzelf opkomt’, legt Marina Reijns uit. Ze verkrachten haar om te zien of ze naar de politie gaat. Als ze dat niet doet, weten ze dat ze verder met haar kunnen. Dat ze geen problemen krijgen als ze haar uitbuiten. Mensen begrijpen soms niet dat zo’n meisje niet wegloopt. Maar ze leeft in de illusie dat hij haar luisterend oor is, haar grote liefde. Ze heeft in haar omgeving vaak geen goed voorbeeld van een veilige hechtingsfiguur, iemand met wie ze haar pooier kan vergelijken. Ze kan op niemand terugvallen, vaak isoleert de pooier haar bewust van haar omgeving. Ze verkeert ook in verwarring, omdat hij de schijn ophoudt dat er een liefdesrelatie is en omdat hij er soms wel voor haar is.’

Reijns gebruikt bewust het woord pooier en niet de term loverboy. Loverboy is een verhullende term die onduidelijkheid schept. We zouden dat woord moeten afschaffen. Deze mannen zijn gewoon pooiers.’

Sterre: ‘Ik moet daarna op de een of andere manier thuis zijn gekomen, want ik werd wakker in mijn eigen bed. Eerst dacht ik dat ik het alleen maar had gedroomd. Ik voelde me misselijk en ik zei tegen mezelf: ik ben gewoon ziek, daarom heb ik zo’n rare nachtmerrie gehad. Dat hield ik mezelf voor. Omdat ik het nummer van Maarten niet had, kon ik hem niet bellen. Maar toen ik hem de week daarop weer zag, zei hij: luister goed, ik zit diep in de problemen en jij bent de enige die me kan helpen. We hebben alles gefilmd vrijdagavond. Komende zaterdagavond ga je werken. Anders zet ik het filmpje online, doe ik je moeder wat aan, doe ik je vader wat aan, doe ik je broertjes wat aan, steek ik je huis in de fik. Heb je dat begrepen? Toen liep hij weg.

Ik bleef sprakeloos achter. Ik dacht: zo ken ik Maarten helemaal niet. Maar ik stelde mezelf heel snel gerust: Sterre, hij is de enige op de hele wereld die jou echt ziet. Je moet hem helpen. Je doet zaterdagavond gewoon wat je moet doen. Het is vast maar voor één keer. Die nacht lag ik wakker.

Zaterdag stond ik op de afgesproken plek: Maarten kwam zelf in een auto aangereden. Ik was verbaasd: hij was toch 17? Maar ik vroeg niets: zijn ogen stonden zo onrustig.

Toen kwamen we aan. Bij het huis. Dat ik daarna nog heel vaak zou zien, maar dat wist ik toen nog niet. Twee vreemde mannen brachten me naar boven en sloten me op in het kleine kamertje op de eerste verdieping. Het rook er sterk naar schoonmaakmiddel met citroengeur. Dat was gek, want ik zou me daar altijd heel vies voelen.

Het meisje op de foto’s bij dit verhaal is een model. Foto Linelle Deunk

Het was donker in dat kamertje, alleen aan het plafond zat een nachtlampje dat een beetje licht gaf. Ik weet niet hoe lang ik daar op de grond heb gezeten. Toen ging de deur open en iemand zei: je moet je omkleden.

Op een stoel lag een lingerieset. Van zwart kant. Ik wilde die niet aantrekken, maar ik had geen keus. Maarten had problemen en ik was de enige die hem kon helpen. Het was maar voor één keer.

Ze brachten me naar een van de grote kamers. Daar was een man, hij was al wat ouder. Hij begon me overal op mijn lichaam te zoenen. Ik verzette me, maar hij was heel sterk, ik moest ondergaan wat hij wilde. Hij legde me op het bed en kleedde me uit. Alles wat hij met me deed, deed pijn.’

Een forse groep

Wie zijn die mannen, die misbruik maken van minderjarige, seksueel uitgebuite meisjes? Ze vormen in ieder geval een relatief forse groep’, zegt Frank Noteboom van het CKM. Als het om 1.320 meisjes per jaar gaat, en we op basis van de bij ons bekende casussen ervan uitgaan dat ieder meisje vijf unieke ‘kopers’ heeft, wat volgens mij een behoorlijk conservatieve schatting is, dan kom je op meer dan zesduizend mannen per jaar.’

Bij de beruchte Valkenburgse zedenzaak, waarbij een 16-jarig meisje seksueel werd uitgebuit, ging het om zeer uiteenlopende mannen, in de leeftijd van 19 tot 60 jaar. Hun excuus was dat ze niet wisten hoe oud het meisje was en niet bewust op zoek waren naar een minderjarige .

Maar dat excuus gaat niet altijd op, zo bleek vorig jaar uit een test van Watch Nederland, een project van CKM, Fier en Terre des Hommes. Zeven lok-advertenties werden op sekswebsites gezet met daarin meerdere signalen die erop duidden dat het om seks met minderjarigen ging. In twee dagen tijd trokken de advertenties 11 duizend views, en gaven 1.296 mannen te kennen een seksafspraak te willen maken. Met 84 van die mannen werd contact opgenomen. Toen ze ontdekten dat het een 15-jarig meisje betrof, wilden 60 van hen alsnog afspreken.

Noteboom: We weten niet wat het is met deze mannen. Er is naar mijn weten geen onderzoek gedaan naar hun motieven. Zijn ze bewust op zoek naar minderjarigen? Of is het kopen van seks zo genormaliseerd dat ze niet beseffen dat dit niet kan en strafbaar is? De lage straffen in de Valkenburgse zedenzaak – één dag cel en een taakstraf  geven in ieder geval geen duidelijk signaal af aan deze mannen. Zo’n straf zou moeten reflecteren dat die mannen een verantwoordelijkheid hebben. Dat ze moeten beseffen wat voor wereld hier achter zit en wat ze aanrichten bij het slachtoffer. Het gaat bovendien om een vraaggestuurde markt. Als er geen vraag zou zijn, zouden er ook geen kinderen seksueel worden uitgebuit.’

Sterre: ‘Toen het over was, kwam Maarten. Hij zei dat ik het goed had gedaan. Dat ik de enige was die hem kon helpen. Dat ik mooi was. Dat ik zijn alles was. Toen ik thuiskwam, was het laat, dus mijn moeder lag al in bed, dat was gunstig. Ik hoefde gelukkig geen lang gesprek met haar te voeren. Ze vroeg hoe het ging en ik zei: goed. Als ze had doorgevraagd, was ik in huilen uitgebarsten.

Ik heb die avond lang onder de douche gestaan om alles eraf te schrobben. Maar elke aanraking bleef hangen. Waar die man mijn borsten had gepakt, waar hij op mijn billen had geslagen, het stond op repeat in mijn hoofd en ik kreeg het niet weg. Ook de dagen daarop niet. Dus duwde ik het naar de achtergrond, door te focussen op school, op vriendinnen, op thuis. Maar zodra ik alleen was, kwam het weer  de herinnering, de aanrakingen, het gevoel.

Toch maakte ik mezelf wijs dat het niet Maarten was die me dit had aangedaan, maar anderen. Ik wilde Maarten blijven zien als de jongen die mij liefhad. Nog steeds vind ik het makkelijker om hem zo te zien. Ik vertrouwde Maarten, ik had hem op een voetstuk geplaatst als de enige in de wereld die echt om me gaf. Als ik aan mezelf zou toegeven dat hij heel anders is en helemaal niet om me geeft, wat blijft er dan over? Dan is mijn laatste veiligheid weg – hoe raar dat misschien ook klinkt.’

Het meisje op de foto’s bij dit verhaal is een model. Foto Linelle Deunk

Geen identiteit meer

Het gebeurt vaak dat seksueel uitgebuite meisjes zichzelf niet als slachtoffer zien’, zegt Marina Reijns. Hun pooiers hebben heel zorgvuldig de illusie opgebouwd dat zij om hen geven. Het is pijnlijk om die illusie op te geven, want dat confronteert je met de harde realiteit dat je niemand hebt. De identiteit van het slachtoffer is ook heel sterk verbonden met de pooier. Zonder hem heeft ze geen identiteit meer. Ze leeft in de illusie: ik doe dit omdat ik dat voor hem over heb. Het is hard om dan te moeten inzien dat je bent uitgebuit. Slachtoffers geven bovendien zichzelf vaak de schuld, omdat ze dan het gevoel hebben dat ze nog enige invloed hebben kunnen uitoefenen op wat er is gebeurd, in plaats van dat ze alleen maar een speelbal zijn geweest van een pooier.’

Sterre: Vanaf die avond werd ik elke week opgehaald door dezelfde auto, naar hetzelfde huis gebracht om me om te kleden in hetzelfde kamertje. Terwijl er in de grote kamer steeds een andere man op me wachtte. Als ik me verzette of iets verkeerd deed, sloeg Maarten me. Dat deed hij met een handdoek en dan liet hij me onder een koude douche staan. Het doet heel veel pijn, maar je ziet er niets van. Hij zei dat ik maar beter mijn mond kon houden, want dat de mensen me zouden uitkotsen als ze wisten wat ik deed.

Op een gegeven moment vond ik een manier om ermee om te gaan. Dan ging ik mijn eigen wereld in, zodat ik niet meer meekreeg wat er gebeurde met mijn lichaam. De eerste keer herinner ik me nog en ik weet ook hoe het eindigde, maar alles daartussen is een blur. Het enige wat sterk terugkomt als ik aan die tijd denk, is de eenzaamheid. Me door iedereen verlaten voelen. Me vies voelen, heel erg beschaamd voelen en op een gegeven moment helemaal niets meer kunnen voelen omdat gevoelens alleen maar in de weg zitten.

Foto Linelle Deunk

Op school was er een mentor met wie ik gesprekken voerde over mijn vader en zo. Op een gegeven moment begon die te vermoeden dat er meer met mij aan de hand was. Hij zei: Sterre, ik denk dat je iets niet aan me vertelt. Hij zette me zo onder druk dat ik uiteindelijk zei dat ik was verkracht door een aantal jongens – om er van af te zijn. Ik liet niets los over Maarten, want ik was zo bang dat iedereen me dan zou uitkotsen. Ik was bang voor een leven zonder Maarten. En voor Maarten zelf, voor wat hij zou doen als ik het vertelde.

Die mentor had al snel door dat er meer was gebeurd dan een groepsverkrachting, Hij schakelde hulpverlening in. Ik kreeg ook een gesprek met de politie, maar tijdens dat gesprek verzon ik de helft, om maar niet de waarheid te hoeven vertellen.

Ik bleef Maarten zien, dus met die hulpverlening schoot het helemaal niet op. Uiteindelijk ging het zo slecht met me dat ik mijn bed niet meer uit kwam. Ik zag dingen die ik had meegemaakt in dat huis steeds weer voor me en wilde eigenlijk dood. Toen kwam ik bij een psychiater die zei: misschien moet je je laten opnemen.

Eerst zei ik: dat ga ik echt niet doen. Maar toen dacht ik: wat is mijn toekomst als ik niets doe? Dat wist ik maar al te goed. Het was mijn enige kans en ik heb hem gegrepen. Ik krijg nu goede hulp, ik zie Maarten niet meer, ik ben bezig met mijn eindexamen. Maar het gaat nog niet echt goed.

Ik heb geen aangifte tegen Maarten gedaan. Ik weet niet of ik in staat ben alles tot in de details te vertellen aan de politie. Bovendien, zo’n proces duurt heel lang en zolang dat aan de gang is, kan ik niet beginnen met de traumatherapie. Ik kijk liever of ik het zelf een plek kan geven.’

Andere politieaanpak

De politie begint deze maand een proef waarbij onderzocht wordt of minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting verhoord kunnen worden door een forensisch psycholoog – een aanbeveling uit het rapport van het CKM. Het doel is te onderzoeken of het hierdoor makkelijker wordt voor slachtoffers om hun verhaal te doen. In IJsland wordt deze aanpak al sinds 1988 toegepast. De rechter-commissaris, rechercheurs, advocaten en hulpverleners volgen het gesprek vanuit een andere ruimte en kunnen vragen stellen via een oortje bij de psycholoog, die werkt via een trauma-sensitieve methode. De kans dat een slachtoffer opnieuw getraumatiseerd raakt, blijft daardoor beperkt. Sinds de invoering van deze aanpak is het aantal aangiftes in IJsland gestegen.

Sterre: Eigenlijk vind ik dat het mijn eigen schuld is. Ik heb niet goed opgelet, ik heb signalen gemist en ik ben telkens naar Maarten terug gegaan. Dat neem ik mezelf erg kwalijk. Er zijn wel momenten dat ik boos op Maarten ben, maar ik leg vooral de schuld bij mezelf. Dat is makkelijker, want ik haat mezelf toch al. Maarten haat ik niet. Want hij was er altijd voor mij, hij gaf mij een fijn gevoel, hij was de enige die ik kon vertrouwen. Of tenminste, dat zei hij altijd tegen mij.’ 

Foto Linelle Deunk
Meer over