Hoe compleet is compleet?

Het Charlie Parker-mirakel lijkt voort te duren: 47 jaar geleden is de altsaxofonist overleden, en nog steeds duiken nieuwe opnamen op....

De grootmeester van de naoorlogse jazz liet bij zijn overlijden in 1955 een veel te klein oeuvre na. In de krap vijftien jaar van zijn platencarrière nam altsaxofonist Charlie Parker voornamelijk vertolkingen van 78-toerenlengte op, zo'n drie minuten per stuk.

Het eerste overzicht daarvan, twee jaar na Parkers dood samengesteld door de Deen Erik Wiedemann, bevatte 279 plaattitels. Diens landgenoot Jorgen Grunnet Jepsen telde in 1968 640 Parker-opnamen, en de Nederlander Piet Koster kwam in zijn vierdelige Charlie Parker-discografie uit 1974-'76, de vrucht van jarenlang verzamelwerk, tot 1023 titels.

Daarmee leek de inventarisatie goeddeels voltooid. Parker leefde immers in een tijd waarin de cassetterecorder nog niet bestond en slechts weinigen over een bandrecorder beschikten. Zijn volgelingen en bewonderaars - dat wil zeggen ongeveer alle levende jazzmuzikanten en liefhebbers - zouden zich tevreden moeten stellen met een erfenis van vijftig uur muziek. Een moeilijk te verdragen gedachte tegen de achtergrond van de duizenden uren muziek die, bijvoorbeeld, Duke Ellington heeft vastgelegd.

In werkelijkheid begon na het verschijnen van Piet Kosters discografie een Parker-mirakel dat een kwart eeuw later onverminderd voortduurt. Nog steeds duiken bijna elk jaar nieuwe opnamen op, van wisselende geluidskwaliteit en uiteenlopend muzikaal belang, maar altijd welkom bij de hongerige liefhebber. Kosters voortgezette monnikenwerk heeft geresulteerd in een herziene editie van zijn Parker-discografie, die zojuist is verschenen onder de titel Bird Lore (drie delen, circa 800 pagina's).

Koster schat dat Parkers oeuvre sinds 1976 met minstens 25 procent is gegroeid. En nog is de wonderbaarlijke vermenigvuldiging niet geëindigd. Op de valreep, zijn tekst lag al bij de drukker, moest Koster een totaal onverwachte verrijking toevoegen. De nieuwe Pablo-cd Norman Granz' J.A.T.P. - Carnegie Hall, 1949 bevat onder meer drie lange vertolkingen waarin Charlie Parker zijn krachten meet met collega's als tenorist Flip Phillips, altist Sonny Criss, trombonist Tommy Turk en trompettist Fats Navarro.

De verschijning van deze cd is des te verrassender omdat vier jaar geleden de box The Complete Jazz At The Philharmonic On Verve 1944-1949 uitkwam, tien cd's tot en met het Carnegie Hall-concert van 18 september 1949. De vraag 'hoe compleet is compleet?' blijkt ook nu weer relevant, want de nieuw uitgebrachte opnamen zijn afkomstig van een J.A.T.P.-concert dat zeven maanden eerder in de Carnegie Hall plaatsvond, op 11 februari 1949.

De verklaring van het raadsel is dat organisator Norman Granz bij de verkoop van zijn platenmaatschappij Verve in 1960 allerlei niet uitgebrachte opnamen achterhield. In 1973 begon hij het label Pablo, dat hij veertien jaar later weer verkocht, maar nu inclusief alle archiefbanden. Daaruit kan de huidige eigenaar Fantasy putten voor producties als de John Coltrane-box Live Trane en deze 'J.A.T.P. Carnegie Hall, 1949'-cd.

De Parker-nouveautés van de laatste jaren boden een paar spectaculaire verrasssingen, zoals de clubsessies van 1952-'54 uit Boston (uitgebracht door Uptown), en de drastisch uitgebreide en onherkenbaar veel beter klinkende opnamen van een dansavond uit 1952 in Rockland Palace, New York (een dubbel-cd op het label Jazz Classics). De cd-heruitgave door Blue Note van een Parker-lp met big band-opnamen van 1953 uit Washington bracht de liefhebbers vorig jaar nog in vervoering, doordat er zes combo-stukken aan waren toegevoegd, waaronder een fabelachtige vertolking van Anthropology met drummer Max Roach.

Op de nieuwe J.A.T.P.-cd wordt dat niveau niet gehaald. Charlie Parker maakte geen deel uit van de muzikantengroep die Norman Granz voor zijn Amerikaanse lente-tournee van 1949 had samengesteld, maar deed alleen in de Carnegie Hall mee. Het zal voor hem een routine-schnabbel zijn geweest, en dat is te horen aan de manier waarop hij, vrijwel op de automatische piloot en meermalen in herhalingen vervallend, per nummer drie chorussen volspeelt. Daarentegen voelt de jonge altist Sonny Criss zich door de aanwezigheid van de meester hevig uitgedaagd, want hij probeert hem naar de kroon te steken met een soort hyper-Parker-soli waar het publiek met uitzinnig gejoel en gefluit op reageert.

De vraag is natuurlijk hoeveel onbekende Parker-opnamen nog verscholen liggen in archieven en privéverzamelingen overal ter wereld. Een blik in de tourneelijst achter in het boekje bij de Complete J.A.T.P.-box is voldoende om de liefhebber het water door de mond te doen lopen. Het concert van 5 mei 1947 in de Carnegie Hall bijvoorbeeld, met naast Parker onder anderen de trompettisten Roy Eldridge en Fats Navarro, de saxofonisten Coleman Hawkins en Harry Carney, en de pianisten Billy Strayhorn en Lennie Tristano. Of 19 april 1948 in Massey Hall, Toronto, met Parker, tenorist Dexter Gordon en zangeres Sarah Vaughan. Maar tot nu toe ontbreken bewijzen dat die concerten zijn opgenomen.

Piet Koster kent wel het bestaan van ander onuitgebracht materiaal. In december 1945 maakten Parker en trompettist Dizzy Gillespie hun eerste tournee naar Californië, voor een engagement in Billy Berg's Supper Club in Hollywood. De openingsavond deed denken aan de Parijse première van Stravinsky's Sacre du Printemps, zo luidruchtig en controversieel waren de reacties. Parker zelf miste de eerste twee sets, omdat hij zich nog een paar stevige morfine-shots moest geven, maar tijdens de derde set maakte hij, met zijn altsaxofoon aan de mond uit de kleedkamer komend, een triomfantelijke entree.

Een week later, op 17 december, liet clubeigenaar Billy Berg voor zijn privé-archief opnamen maken, die een paar jaar geleden door zijn dochter werden geveild en sindsdien in het bezit zijn van Parker-verzamelaar Robert M. Bregman. Het lijkt daarom een kwestie van tijd voordat we kunnen horen hoe Parker, Gillespie en vibrafonist Milt Jackson Hollywood confronteerden met de bebop.

Er moet ook een sessie van Parker met tenorist Allen Eager bestaan, vertelt Koster, waarop de musici van instrument wisselen. En Sonny Rollins heeft ooit verteld dat hij live-opnamen van Parker, Lester Young en hemzelf bezit.

Twee jaar geleden stelde de drogisterij- annex cd-keten Het Kruidvat Piet Koster voor een compleet raadsel. De spotgoedkope dubbel-cd Charlie Parker Legendary Hits bevatte 24 tracks, waarvan Koster er 23 wist te identificeren. Maar één fraaie, bijna vijf minuten lange live-versie van Cool Blues kon hij met geen mogelijkheid thuisbrengen. De firma in Leeuwarden die het album voor Het Kruidvat had geproduceerd, liet hem weten dat ze niet bevoegd was nadere informatie te verstrekken. Voorlopig veronderstelt Koster dat deze vertolking een van de vijf nooit uitgebrachte kwintet opnamen van 20 november 1950 uit Stockholm is. Dus wie weet, verblijdt Het Kruidvat ons binnenkort met het complete materiaal.

'Charlie Parker is nu bijna een halve eeuw dood', zegt Piet Koster, 'maar de bron is nog niet opgedroogd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.