Hoe buitenlandse adoptie gestaag uit de gratie raakte

'Al redden we er maar één'. Met dat zinnetje, uitgesproken in het tv-programma van Mies Bouwman, stond schrijver Jan de Hartog in 1967 onbedoeld aan het begin van een naïef-idealistische golf van interlandelijke adoptie door Nederlandse ouders. De redactie van het programma werd na afloop platgebeld door honderden mensen die net als De Hartog bereid waren zich te ontfermen over een Zuid-Koreaans of Vietnamees kind dat door een Amerikaanse soldaat was verwekt, en om die reden in eigen land werd uitgekotst.

Noah (14 jaar) is geadopteerd uit Ethiopië. Zijn moeder Astrid Lammers: 'Het is een goed idee om te stoppen met buitenlandse adoptie.' Beeld Ton Koene

Een kind redden van een uitzichtloze toekomst in een ver land, wat kon daar op tegen zijn?

Nu, bijna een halve eeuw later, zijn de adoptiekinderen die in de idealistische jaren naar Nederland werden gehaald ruimschoots volwassen. En blijkt die adoptie vaak meer krassen te hebben nagelaten, dan destijds kon worden bevroed.

De discussie over interlandelijke adoptie is de afgelopen jaren vaker opgelaaid. Strengere regels hebben ertoe geleid dat het ingewikkelder is geworden om een kind te adopteren, maar ook de omstandigheden in de traditionele landen van herkomst zijn zo verbeterd dat adoptie minder vaak nodig is. Werden er in 2010 nog 705 buitenlandse kinderen in Nederland geadopteerd, in 2015 waren dat er nog maar 304. Het grootste deel, 85 procent, zijn kinderen die gehandicapt zijn of om een andere reden speciale zorg nodig hebben die zij in hun eigen land niet kunnen krijgen.

Met het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) dat woensdag is verschenen, is er voor het eerst een gezaghebbend adviesorgaan dat zegt: internationale adoptie, daar kunnen we beter maar helemaal mee stoppen. Daarmee steekt de RSJ ongevraagd zijn nek uit. Het ministerie van Justitie had namelijk om een rapport gevraagd waarin vier toekomstscenario's voor het systeem van interlandelijke adoptie werden afgewogen. De RSJ heeft zich echter allereerst de vraag gesteld hoe kinderen die niet bij hun eigen gezin kunnen opgroeien, het beste beschermd kunnen worden. Adoptie is daarop niet het antwoord, meent de RSJ.

De raad constateert dat interlandelijke adoptie een pervers bij-effect heeft, namelijk dat de 'vraag' van wensouders het aanbod van kinderen in de hand werkt. In het verleden zijn er allerlei gevallen geweest van kinderen die in weeshuizen terecht kwamen terwijl hun biologische ouders nog gewoon in leven waren. Emeritus-hoogleraar adoptie René Hoksbergen wijst er al jaren op dat adoptie kinderhandel aanwakkert. 'Adoptie heeft ook de idiotie van betaald draagmoederschap in de hand gewerkt. Kinderen worden gewoon verkocht.'

Advies: Nederland moet stoppen met adopteren kinderen uit buitenland

Nederland moet stoppen met de adoptie van kinderen uit het buitenland. Het is in het belang van het kind om op te groeien in een gezin in het land van herkomst. Dit adviseert de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) woensdag aan het kabinet, dat begin volgend jaar met een standpunt komt. Lees hier verder.

Met de RSJ is hij van mening dat adoptie blokkeert dat andere overheden zelf leren zorgen voor hun kinderen met hun medische of psychologische problemen. Als er de 'makkelijke' weg is van adoptie, belemmert dat de opbouw van een goed jeugdbeschermingssysteem in het eigen land. 'Als ze die kinderen maar weg kunnen doen, komt die verandering nooit', zegt Hoksbergen.

Dat zijn argumenten op macroniveau. Op individueel niveau zijn er grote verschillen in hoe adoptie een leven beïnvloedt. Journaliste Marina van Dongen, zelf als baby uit Griekenland geadopteerd en door haar Nederlandse ouders destijds omgedoopt tot Corrie, interviewde voor haar boek De Adoptiemonologen dertig volwassenen die als kind werden geadopteerd. 'Ik probeerde zowel positieve als negatieve verhalen te verzamelen voor dat boek, ik wilde geen pamflet tegen adoptie schrijven. Toch bleek het heel moeilijk om die positieve mensen te vinden. In bijna alle verhalen is de adoptie ontwrichtend geweest. Er is aan je fundament geknaagd: wie ben ik, en vooral: wat doe ik hier? Dat is iets dat blijft wringen, ook al heb je nog zo'n fijn leven hier. Je leidt niet het leven waar je voor geboren bent. Veel geadopteerden houden het gevoel: 'Misschien had ik dan in Calcutta in de ellende gezeten, maar dat was dan wel míjn ellende geweest.'

Toch blijkt uit grote groepsstudies dat het met 80 tot 90 procent van de geadopteerde kinderen op latere leeftijd behoorlijk goed gaat, zegt orthopedagoge Anneke Vinke, gespecialiseerd in adoptie. 'Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is voor adoptiekinderen, het gaat altijd met veel emoties gepaard.'

Vinke is kritisch op adoptie, maar wil de mogelijkheid niet uitsluiten. 'Het zou de laatste optie moeten zijn, als er echt geen mogelijkheden zijn in de eigen kring van een kind en binnen het eigen land. Dat zou altijd goed uitgezocht moeten zijn. De procedures daarvoor kunnen nog veel beter. Toch denk ik, alles afwegende, dat als een kind crepeert van de honger of sterft aan een hartaandoening die in een ander land operabel is, de optie van internationale adoptie moet worden opengehouden.'

Het advies van de RSJ werd in politiek Den Haag woensdag evenmin direct omarmd. Veel partijen vinden het advies 'te kort door de bocht' en PvdA en CDA willen liefst eerst een hoorzitting met deskundigen om een standpunt te bepalen.

De RSJ vraagt de minister het belang van de kinderen in het buitenland voorop te stellen, 'juist omdat zij zich niet zelf kunnen laten horen'. Het belang van het kind zou in deze discussie volgens de RSJ weleens ondergesneeuwd kunnen raken door andere belangen, zoals die van wensouders en adoptiebemiddelaars. Voor die laatste groep 'staat centraal dat de belangen van het kind gediend zijn met adoptie', schreven zij woensdag al direct in een gezamenlijke reactie. De stem van het kind uit Nanjing of Pretoria was inderdaad nergens te horen.

Anneke Stoffelen

'Wat ze me hadden verteld bleek niet waar'

Wie? Astrid Lammers (50 jaar) uit Heerhugowaard, schrijfster van het boek 'Nieuwe bloem' (over adoptie).
Kinderen: drie dochters uit 'eigen buik' en een geadopteerde zoon Noah (14 jaar) uit Ethiopië.

'Het is een goed idee om te stoppen met buitenlandse adoptie. Zelf heb ik Noah op 2-jarige leeftijd geadopteerd uit Ethiopië en destijds dacht ik dat ik daar goed aan deed. Ik had toen al drie dochters maar wilde graag wat betekenen voor een ander kind. Ik zou een weesjongen een thuis gaan geven, iemand waarvan ik wist dat hij geen moeder meer had. Achteraf gezien bleek dat helemaal niet waar. Mijn kind was geen wees en later hoorden we 'dat zijn moeder misschien toch nog zou leven'. Dat is het grote probleem: adoptie is misschien iets moois, maar er kan nooit gegarandeerd worden dat de routes ernaartoe zuiver zijn. Natuurlijk zijn Roemeense tehuizen vol kinderen niet wenselijk, maar ik weet dus uit eigen ervaring - en door verhalen in m'n omgeving - dat er veel niet klopt bij de adoptieprocedures. Je weet nooit zeker of de moeder haar kind vrijwillig heeft afgestaan of onder druk van de omgeving. Daarbij: van het geld en de energie waarmee je een kind adopteert, kun je vijftien kinderen in hun eigen land helpen. De nazorg van adoptiekinderen is in Nederland ook niet goed geregeld. Voor het eerste jaar is er nog een gesubsidieerd zorgtraject, maar adoptiekinderen hebben veel ondersteuning nodig. Adoptiekinderen dragen een trauma met zich mee en worstelen meer dan anderen met hun identiteit. Misschien hebben ze er niet allemaal even veel last van, maar de overheid zou de nazorg bij wet moeten regelen. En niet alleen voor dat eerste jaar na de adoptie.'

Astrid Lammers en haar zoon Noah. Beeld Ton Koene

'Zo verdrietig toen ik dit nieuws las'

Wie? Pieter Kos (40) uit Den Helder.
Kinderen: geadopteerde zoon Otis (9 maanden) uit Amerika.

'Ons leven is een feest sinds we Otis in huis hebben. Een langgekoesterde wens is begin dit jaar voor ons in vervulling gegaan. Mijn vriendin Esther en ik wilden zo graag ouders worden, maar konden geen kinderen krijgen. We volgden een lang traject van screenings en controles en werden bezocht door de Raad voor de Kinderbescherming. Waren we wel capabel? Hoe geschikt was ons huis, zouden we goede ouders zijn? Het duurde drie jaar voor we groen licht kregen voor deze adoptie. Toen werden we in contact gebracht met een zwangere vrouw in Amerika, die vanwege omstandigheden haar kindje niet zou kunnen houden. Ze had zichzelf gemeld bij een instantie. Daar werden de mogelijkheden met haar bekeken. Na uitgebreide gesprekken koos ze voor internationale adoptie. Onder begeleiding van een objectieve hulpverlener, aan beide kanten, spraken we elkaar via Skype. Na de bevalling hebben we elkaar drie keer ontmoet. Mijn vriendin en ik kennen dus de biologische moeder van Otis. Het advies van de RSJ om te stoppen met internationale adoptie viel nogal rauw op m'n dak. Ik ken veel lieve ouders die in Nederland kinderen kansen geven die ze anders niet zouden hebben gehad. De conclusie van het RSJ is zo plat. Natuurlijk vind ik het goed om over dit onderwerp in discussie te gaan, maar dit bericht maakte me echt verdrietig. Alsof wij iets verkeerd hebben gedaan door Otis te adopteren. Dit is geen theoretisch model dat je op de werkelijkheid toetst. Dit is gecompliceerde materie waar je niet vanuit de theorie zulke verstrekkende uitspraken over kunt doen.'

Iris Koppe

Pieter Kos en zijn zoon Otis.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden