Hoe breng je voedsel naar Syrië als er constant wordt geschoten?

Ruim vier miljoen euro is er nu binnengehaald met de Giro 555-actie van de Samenwerkende Hulporganisaties voor Syrië. Dat geld gaat naar vluchtelingen in de omringende landen, maar ook naar slachtoffers in het land zelf. Hoe doe je dat? Voedsel en matrassen brengen als er constant wordt geschoten?

Syriërs sorteren ingezamelde donatiesBeeld afp

'We moeten constant met alle strijdende partijen onderhandelen om de hulp bij de slachtoffers te krijgen', vertelt Juriaan Lahr, hoofd internationale hulpverlening van het Nederlandse Rode Kruis. 'Soms zitten mensen opgesloten in een klein gebied, waar we niet bij kunnen omdat overal om hen heen gevochten wordt, en krijgen ze letterlijk maandenlang geen hulp. Maar meestal bereiken we de slachtoffers wel, zodat ze in elk geval te eten hebben. Of een matras en een deken.'

Lahr is net een paar uur terug uit Syrië als hij over de telefoon vertelt hoe het Rode Kruis, een van de hulporganisaties die deelneemt aan de Giro 555 actie voor hulp aan het land, probeert om de slachtoffers te helpen. Mensen die niet om deze oorlog gevraagd hebben - mensen die gewoon een eigen winkel hadden, of een baan in een fabriek, en nu hun kinderen moeten begraven en op de vlucht zijn om de anderen te redden.

'We kunnen bijna overal in het land komen', vertelt hij. 'Vrachtwagens rijden met de hulpgoederen vanaf de grote opslagplaatsen aan de kust of in Damascus naar de kleinere warehouses in de provincies, waarvandaan de spullen worden verdeeld over de regio's.'

Dwars door gevechtslinies
Dat zijn lang niet altijd vrachtwagens van het Rode Kruis (of de zusterorganisatie, de Rode Halve Maan), maar gewoon trucks van lokale chauffeurs die worden ingehuurd. De rit voert dwars door de gevechtslinies heen, over wegen die afwisselend door de regering of milities van het Vrije Syrische Leger worden gecontroleerd.

'Van tevoren wordt er met alle strijdende partijen onderhandeld', vertelt Lahr, 'maar onderweg komen de chauffeurs regelmatig langs checkpoints waar de strijders niets van onze afspraken weten. Dat kost tijd, maar uiteindelijk kunnen ze wel doorrijden.'

Juriaan LahrBeeld Rode Kruis Nederland

Lahr is de afgelopen week vier dagen lang in de hoofdstad Damascus geweest, waar vooral in de buitenwijken wordt gevochten. 'Maar de oorlog was overal in de stad aanwezig', zegt hij.

Ontploffingen
Omdat veel doorgaande wegen zijn afgesloten, perst al het verkeer zich over de paar straten die nog wel open zijn, waardoor alles constant stil staat. Winkels zijn gesloten, evenals restaurants en hotels en een groot deel van de industrie rondom de stad. De infrastructuur is kapot, dus in grote delen van de stad hebben mensen geen water of elektriciteit meer hebben. 'Twee weken geleden waren er mortieren vlakbij het centrum', vertelt Lahr. 'Nu is er nog steeds overal dat geluid. De ontploffingen. Het geschut.'

Desondanks proberen mensen hun dagelijkse leven zoveel mogelijk door te laten gaan: ze lopen over straat, naar hun werk of naar school, en keren 's avonds weer terug naar hun huizen die vaak donker en koud zijn. Veel mensen hebben vluchtelingen opgenomen. 'Ik ben op plaatsen geweest waar ze met zeil en plastic een soort tenten hebben gebouwd op de binnenplaats van hun huizen, om families een vorm van onderdak te bieden', vertelt Lahr. 'Anderen nemen vluchtelingen in hun eigen appartement op, Dan slapen er vier families op één kamer.'

Niet genoeg
Dat levert spanningen op, ook omdat er niet genoeg te eten is: de vluchtelingen hebben geen geld en geen baan, maar ook veel 'gastheren' zijn hun werk kwijtgeraakt. 'Die staan nu ook in de rij voor voedselhulp.' Er is echter niet genoeg. 'Soms breken we de pakketten open en maken er kleinere pakketten van. Of we zeggen tegen mensen dat ze drie maanden moeten doen met een pakket dat eigenlijk voor een maand bedoeld is.'

Een jongetje ontvlucht Aleppo met zijn familie.Beeld afp

Vanuit Damascus wordt ook eerste hulp verleend in de crisisgebieden. Toen Lahr vorig jaar op bezoek was, reden die nog naar omliggende steden, zoals Homs en Idlib, om hun collega's te ondersteunen als er teveel gewonden waren. Nu is dat vanwege de vele wegversperringen niet meer mogelijk en wordt het werk door lokale afdelingen gedaan. Soms worden er telefonisch instructies gegeven, wat niet goed genoeg is, en extra mensenlevens kost.

Toewijding
'De lokale medewerkers doen wat ze kunnen', zegt Lahr. 'Sommigen van hen zijn zelf hun huis kwijt, maar elke ochtend melden ze zich weer en hun optimisme, hun toewijding, is ongelofelijk. Het grootste probleem blijft echter dat we niet genoeg geld hebben - waardoor we de hulp niet kunnen opschroeven. Na de kou van de winter vrezen we nu voor de zomer, en de ziektes die mensen kunnen krijgen. Er is nu al een toename van schurft en hepatitus A.'

Stilte.

'Ik wist echt wel dat ik vreselijk veel ellende zou aantreffen. Maar het was zoveel erger dan vorig jaar. Alles brokkelt af.'

Medewerkers van de Syrische Rode Halve Maan dragen een slachtoffer van een bomaanslag weg.Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden