Reconstructie liquidatieplan

Hoe bewijst het OM een moordplan? ‘Het is de keuze maken tussen het riskeren van mensenlevens en het gevaar van te vroeg ingrijpen’

Quincy S. vond het geen probleem om ‘effe een sukkeltje te vegen’. In de ogen van justitie is hij een professionele huurmoordenaar. Maar hoe lastig is het om een verdachte te veroordelen voor het plannen van een liquidatie?

Beelden van de schietpartij op de Clercqstraat in Amsterdam.

‘Wat moet er dan gebeuren? Dan kan ik me alvast voorbereiden’, vraagt de huurmoordenaar.

‘Effe een sukkeltje vegen’, antwoordt de opdrachtgever.

Het is 5 februari 2016 als Quincy S. dit mailgesprek voert via zijn goed beveiligde PGP-telefoon. S. is in de ogen van justitie een huurmoordenaar. Eentje die altijd klaar staat voor een klus. Iemand die ‘er verder geen normen en waarden op na houdt’. Zo praatte S. in de jaren voorafgaand aan zijn arrestatie over een slachtoffer dat ‘1000 % dood’ moet. En laat hij zijn opdrachtgever weten dat hij ‘wil werken broer allemaal afmaken broer’.

Dinsdag werd de 34-jarige S. veroordeeld tot een 25-jarige celstraf. Andere verdachten kregen straffen tot 7 jaar. In ogen van de rechtbank is S. een ‘professionele hitman, die niet wordt gehinderd door een geweten. Voor hem telt kennelijk alleen het geld dat de opdracht hem oplevert.’

Tramlijn 3

Quincy S. wordt verantwoordelijk gehouden voor de moord op 13 mei 2015 op een onschuldig slachtoffer in Amsterdam. Die nacht schiet Quincy S. een kogelregen af op Youssef El Kathaoui in de Amsterdamse De Clerqstraat. El Kathaoui is niet het beoogde doelwit van de liquidatie, maar een willekeurige voorbijganger. Er hadden bovendien meer doden kunnen vallen. Op het moment van de schietpartij rijdt tram 3 in het schootsveld voorbij. Op nog geen meter afstand van de bestuurder wordt de tram geraakt, en ook passagiers lopen gevaar.

Daarnaast werd Quincy S. dinsdag veroordeeld voor het voorbereiden van een andere liquidatie in 2017. Vooral de bewijsbaarheid van die laatste aanklacht was vooraf de grote vraag: hoe ver moet je als justitie gaan om een moordplan te bewijzen? En wanneer besluit je een gewapende huurmoordenaar van de straat te halen?

Het is donderdag 1 juni 2017, laat op de avond, als de politie Quincy S. arresteert in de buurt van de Literatuurwijk in Almere. S. rijdt samen met een medeverdachte in een gestolen auto. In zijn broeksband zit een wapen. Ze zijn vlak bij het huis van hun beoogde slachtoffer. Al maanden hebben S. en zijn mededaders deze Amsterdamse crimineel in de gaten gehouden, mogelijk zijn ze van plan die avond door te pakken.

Vergismoord

Wat huurmoordenaar S. alleen niet weet, is dat de politie ook hem al maanden in het vizier heeft. Aanleiding is een tip in februari 2017 dat S. beschikt over een valse identiteit en vals geld. De recherche heeft op dat moment nog geen idee dat S. verantwoordelijk is voor de ‘vergismoord’ in Amsterdam in 2015.

Een van de vele onschuldige doden in de onderwereldvete

Op 13 mei 2015 dringt Quincy S. samen met een mededader een Amsterdams waterpijpcafé binnen aan de De Clerqstraat. Zeer waarschijnlijk is hij op zoek naar Samir Z., een bekende uit de onderwereld op wie al vaker een aanslag is gepleegd.

‘Samir, Samir’, roept één van de gewapende huurmoordenaars nog. Maar Z. blijkt vijf minuten voor hun komst vertrokken. Er gaat méér mis die nacht: Quincy S. – bewapend met een automatisch wapen – wordt door een andere cafébezoeker onder vuur genomen. Hij wordt geraakt, en laat hierdoor zijn dna achter op de plaats delict.

Als de huurmoordenaars naar buiten rennen, stopt op hetzelfde moment Youssef El Kathaoui met zijn Volkswagen Polo voor het stoplicht. Hij stapt uit, mogelijk komt hij af op het lawaai. Voordat S. en zijn mededader op de gestolen scooter wegscheuren, schieten ze een kogelregen af op de 25-jarige automobilist. 

El Kathaoui is een van de tientallen slachtoffers van de onderwereldvete die in 2012 na een drugsruzie begon in Amsterdam en Antwerpen, en die zich kenmerkt door nietsontziende daders. Inmiddels zijn er zeker negen mensen gestorven van wie is vastgesteld dat ze niet het beoogde doelwit waren. 

Uit afgeluisterde gesprekken blijkt al snel dat S. zich bezighoudt met veel meer dan vals geld. Het vermoeden bestaat dat hij wapens en drugs voorhanden heeft. Daarnaast vangt de politie gesprekken op waardoor het vermoeden rijst dat S. zich samen met medeverdachten voorbereidt op een liquidatie.

Dat plaatst justitie voor een lastig dilemma: wanneer grijp je in? Moet je de verdachten – in dit geval – de woonwijk in laten rijden en pas ingrijpen op het moment ze met het wapen in de hand staan? ‘Een situatie waarin onder het oog van politie en justitie in een woonwijk wordt geschoten, waarbij slachtoffers kunnen vallen, is achteraf niet goed uit te leggen’, stelde de aanklager vorige maand tijdens de inhoudelijke behandeling van de strafzaak.

In de fik gooien

Maar te vroeg ingrijpen kan ook problemen opleveren in de rechtbank. In december 2017 werd door het Amsterdamse gerechtshof een verdachte vrijgesproken van het voorbereiden van een liquidatie. Volgens de aanklagers waren – net als in deze zaak tegen Quincy S. – alle ingrediënten aanwezig om te concluderen dat de verdachte van plan was om een liquidatie te plegen. Zo reed hij op het moment van de aanhouding in een gestolen auto, met daarin wapens en een flesje benzine. Uit tekstberichten bleek dat de auto na het delict ‘in de fik moest worden gegooid’. Volgens het gerechtshof stond alleen niet vast dat het ‘delict’ een liquidatie was: de verdachte zou ook plannen gehad kunnen hebben voor bijvoorbeeld een ontvoering, gewelddadige diefstal of een zware mishandeling.

‘Dit arrest bevatte voor ons niet te volgen overwegingen’, aldus de officier van justitie vorige maand. ‘Uit die uitspraak blijkt hoe moeilijk het is voor politie en justitie om in zaken waar het gaat om voorbereidingshandelingen over te gaan tot succesvolle vervolging.’

Het is een zeer lastige afweging, erkent de Nijmeegse hoogleraar sanctierecht Henny Sackers. ‘Je moet de keuze maken tussen het riskeren van mensenlevens en het gevaar dat je te vroeg ingrijpt waardoor je te weinig bewijs hebt in de rechtszaal.’

Criminele incasso

Zo zei Quincy S. in de rechtbank dat hij helemaal geen huurmoordenaar is. Hij zou criminele incasso’s hebben willen innen. Wapens gebruikte hij om te dreigen, of  in het uiterste geval - voor zelfverdediging. Ook in de Literatuurwijk in Almere zou hij alleen maar uit zijn geweest op het innen van geld. Mogelijk zou hij het beoogde slachtoffer – als dat niet zou willen betalen – ook nog hebben gegijzeld. Maar van een huurmoord was geen sprake, aldus S.

Sackers: ‘De vraag voor de rechtbank is: als je naar alle beschikbare informatie kijkt, kun je dan niet anders dan concluderen dat deze man van plan was om een liquidatie te plegen?’

En dat is in de zaak tegen Quincy S. het geval, oordeelde de rechtbank dinsdag. Uit afgeluisterde gesprekken blijkt dat de verdachten het beoogde slachtoffer al maanden in de gaten hielden. Soms reden ze meermalen per dag langs zijn woning. Ze beschikten over valse kentekenplaten. Ze hadden ook ammoniak – om vingerafdrukken en dna te verwijderen. Met de gestolen BMW zouden ze vluchten.

Met een gestolen Volkswagen-busje zouden ze de liquidatie plegen – het flesje benzine om deze auto direct na de moord in de brand te steken, stond klaar. ‘Ook dit wijst erop dat ze van plan waren om te liquideren’, constateren de rechters. Want waarom zou je anders het busje direct willen laten uitbranden?

En dat niet alleen: de verdachten hadden op deze lenteavond handschoenen en een muts bij zich. De medeverdachte droeg bovendien verschillende lagen kleding over elkaar. Donkere kleding is geschikt om in het donker minder op te vallen, en met lichte kleding word je op een later moment minder snel herkend, stelt de rechtbank. Waarom zou je twee kledinglagen aantrekken, vroeg de rechtbank zich af, als je echt alleen van plan was om geld op te halen, of in het uiterste geval: iemand te gijzelen? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.