Reportage

Hoe bewijs je genocide, midden in een oorlog?

Getuigenissen genoeg van misdaden van IS in Sinjar, zegt onderzoeker Hassoon. Maar een zaak in Den Haag vergt bewijs. Koerdische strijders zeggen opnieuw te zijn gestuit op massagraven van yezidi's in de Noord-Iraakse regio.

In de buurt van de Iraakse stad Sinjar, een gebied waar veel yezidi's wonen, bekijken onderzoekers zondag menselijke resten. Hier hield Islamitische Staat huis tot peshmerga de stad heroverden. Beeld Sam Tarling

Toen Islamitische Staat op 3 augustus 2014 de yezidigemeenschap in het Iraakse Sinjar begon uit te moorden, greep Hussein Hassoon zijn Nederlandse paspoort en vluchtte met duizenden anderen het Sinjargebergte in. Acht dagen overleefde hij op wilde gewassen, vervuild water en soms een stuk brood. 'Ik heb vijf dagen de roep der natuur niet beantwoord', zegt hij in foutloos Nederlands, in tweedelig pak in zijn kantoor in Duhok. Het was een vormende ervaring.

Massagraven

Tien dagen later zat hij met een delegatie vooraanstaande yezidi's in het kantoor van de Koerdische president, Massoud Barzani, en zei: ik wil een commissie om bewijs te verzamelen voor genocide door Islamitische Staat. Een jaar later reist hij, in het kielzog van aanvallende Koerdische peshmergastrijders, naar de massagraven die IS achterlaat.

Zo ook afgelopen weekend in Sinjar. Omringd door peshmerga in stoffig gevechtstenue en de beenderen van vermoedelijk 78 vermoorde yezidi-vrouwen probeerde hij zondag een deugdelijk proces van bewijsgaring op te zetten. Einddoel: een strafzaak bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

Justitie

Daarbij is hij aan handen en voeten gebonden, zegt hij in het kantoortje van waaruit hij met hulp van een half dozijn onderzoekers een van de gruwelijkste volkerenmoorden van deze eeuw probeert aan te kaarten. Hassoon (41) werkte dertien jaar als tolk voor justitie in Nederland en was onder meer betrokken bij de zaak tegen Frans van Anraat, leverancier van grondstoffen voor de chemische wapens waarmee het regime van Saddam Hussein in 1988 poogde het Koerdische plaatsje Halabja uit te roeien. Hassoon vertaalde getuigenverhoren en vergezelde geregeld Nederlandse onderzoekers in het buitenland.

'Ik was natuurlijk niet alleen een vertaalapparaat', zegt hij met een flauwe glimlach. 'Ik heb enorm veel geleerd in die jaren. Je moet een keten van oorzaak en gevolg aantonen, bewijzen dat er een misdrijf is gepleegd. Wat was het; waar toe heeft het geleid; hoe kun je bewijzen dat de stoffen van Van Anraat hebben geholpen de aanval op Halabja mogelijk te maken? Diepgravend onderzoek doen.'

Mentaliteit

Die werkwijze probeert hij nu in Irak te kopiëren, als lid van een vijfkoppige onderzoekscommissie die ook kijkt naar mogelijke genocide op andere minderheidsgroepen. Maar hij loopt stuk op de lokale mentaliteit, een gebrek aan middelen, de chaos van een actieve oorlogssituatie. Zondag komt de rook nog uit brandende gebouwen. Bewoners, strijders, plunderaars, fotografen en journalisten banjeren onbekommerd door de plaats delict, waar een kleine verzameling beenderen en haarlokken het begin van Hassoon's onderzoek moet vormen. Met een iPhone 6+ in de hand probeert hij de situatie in kaart te brengen, terwijl diezelfde nacht wilde honden misschien weer met de botten aan de haal gaan.

Prioriteiten

Bij ieder nieuw massagraf moeten Hassoon en zijn team niet alleen het onderzoek inleiden, maar ook een voorlichtingstoer langs de lokale autoriteiten maken: burgemeester, politie, veiligheidsdienst, peshmergastrijders. 'Ik moet constant benadrukken hoe belangrijk deze plekken zijn voor een toekomstige rechtszaak, uitleggen dat ze het dna verpesten als ze er overheen lopen, dat een team komt om het graf veilig te stellen en bewijs te verzamelen.' Zijn toehoorders tonen doorgaans welwillendheid, zegt Hassoon, maar dat is voorbij zodra hij weer vertrokken is. De prioriteiten liggen nu eenmaal elders; Islamitische Staat is vlakbij, de militaire campagne raast voort, de veiligheid moet worden hersteld in de plaatsen die de Koerden heroveren.

Toch heeft zijn team veertien vermoedelijke massagraven aangetroffen en 475 processen-verbaal opgemaakt, een schat aan getuigenissen. Hussein: 'We hebben verklaringen over marteling, verkrachting, groepsverkrachting, slavenhandel. We hebben getuigenissen over hoe IS honderden yezidi-kinderen overbracht naar andere plaatsen om ze in te zetten als kindsoldaten, over de moord op mannen en ontvoering van vrouwen om te voorkomen dat kinderen een yezidi-vader hebben. Al die misdaden zijn onderdeel van genocide. Wij willen aantonen dat het volgens een vooropgezet plan is gebeurd, en op etnische of religieuze gronden. Dan heb je genocide.'

En dan kun je naar het Internationale Strafhof in Den Haag (ICC). ter voorbereiding spreekt Hassoon regelmatig in Nederland oude contacten bij justitie. Zij helpen hem problemen op te lossen, de procedures correct te volgen en een deugdelijk dossier te creëren. Vraag toestemming voordat je een verhoor opneemt en zorg dat je die vraag in het proces-verbaal opneemt; waarborg formeel de rechten van getuigen; wees voorzichtig met hun emoties.

Zijn team heeft hij getraind om processen-verbaal volgens ICC-standaard op te maken. De helft van zijn onderzoekers heeft hij net naar Sinjar gestuurd om te zorgen dat de massagraven daar niet onder de voet worden gelopen. Voor de verhoren is een wachtlijst met tweehonderd getuigen. Dna-onderzoek gebeurt door een Koerdische eenheid, maar 'niet naar de ICC-maatstaf.'

Erkenning

Eén element is cruciaal wil het ooit wat worden met een genocideproces tegen IS, en Hassoon heeft het niet: politieke dekking. Irak is niet aangesloten bij het ICC; het Strafhof heeft hier geen jurisdictie. Alleen Bagdad kan daarvoor zorgen, door zich alsnog aan te sluiten bij het ICC of beperkte toestemming voor onderzoek te verlenen. Koerdisch Irak is geen erkende staat. Maar Hassoon kan lobbyen wat hij wil, ze vertikken het in Bagdad. Waarom?

'Toen IS Mosul en andere plaatsen innam was premier Maliki nog aan de macht', zegt hij na enig aarzelen. 'Zijn troepen vluchtten. Die kliek zit nog steeds in de regering. Misschien zijn ze bang omdat ze niks hebben gedaan om het te voorkomen.'

Bovendien - al laat Hassoon het diplomatiek na dit te zeggen - begaan troepen loyaal aan de regering zelf aan de lopende band oorlogsmisdaden. Als Bagdad zich bij het ICC voegt, staan Iraakse bewindslieden binnen de kortste keren zelf voor de rechter.

Dus vraagt Hassoon om internationale politieke druk. Hetzij op Bagdad, om beperkt onderzoek toe te staan, hetzij op de VN-Veiligheidsraad, die een zaak naar het ICC kan doorverwijzen. Een langdurig proces, weet hij, maar alleen zo kunnen de yezidi-gemeenschap en leden van andere minderheden tot iets van heling komen. Met erkenning van internationale gemeenschap dat dit genocide was, schadeloosstelling, maatregelen ter voorkoming en zo mogelijk vervolging van de verantwoordelijken.

Aan het eind van het gesprek, gevraagd of hij het gevoel heeft dat de massamoord op zijn gemeenschap niet serieus genomen wordt, verheft hij voor het eerst licht zijn stem. 'Ik heb alle ervaring die ik nodig heb, maar ik heb aan alles gebrek. Ik mis financiële, technische, juridische en politieke steun. Dit is de meest beestachtige genocide van de 21ste eeuw. En ik heb zes onderzoekers.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden