Hoe berekenend moet ik zijn

Er zijn vele wijzen waarop je naar poëzie kunt kijken. Van oudsher is het gebruikelijk aandacht te besteden aan de vorm van gedichten, met name aan strofenbouw, klank en ritme....

Piet Gerbrandy

Een aspect dat er in kritieken van zowel poëzie als proza soms bekaaid afkomt, is de stijl van de auteur, en daarmee bedoel ik de zinsbouw en de logische structuur van alinea's of strofen. Dat is jammer, omdat het juist iemands stijl is die bepaalt of je je tot het werk voelt aangetrokken. De beweringen van een gesprekspartner kunnen nog zo betoverend zijn, als hij geen prettige stem heeft, raak je niet in vervoering. De toon van een muzikant is belangrijker dan de vraag of hij de juiste noten weet te raken.

In de debuutbundel van Maria Barnas, die eerder twee romans publiceerde, gebeurt inhoudelijk weinig interessants. Twee zonnen bevat 31 gedichten, waarin wordt afgerekend met harteloze minnaars, een Amsterdams woonhuis ontploft, een piano wordt gestemd en de Twin Towers in elkaar storten. De beelden zijn eenvoudig maar doeltreffend, de versvorm onopvallend.

De kracht van Barnas schuilt echter in haar eigenzinnige stijl, die bruusk, hard en geestig is. Het maakt niet uit wat ze zegt, het is de toon van haar zinnen die ervoor zorgt dat je het boek niet kunt wegleggen. Dit is een briljante strofe:

Hoe moet ik gaan liggen in het bed

van een woedende man?

Ik heb hem zo gemaakt.

In een paar woorden is met pijnlijke precisie een drama neergezet, waarbij de lezer zowel de woede van de man als de vertwijfeling en angst van de vrouw kan navoelen. Het geheim zit in de merkwaardige spanning tussen laconieke afstandelijkheid en lichte paniek. Je weet dat de spreekster de ruzie, die ze aan zichzelf te wijten heeft, wel weer zal overleven.

Die enigszins impulsieve houding spreekt ook uit regels als deze:

Ik hou rekening met veel

toeval en liefde als de rand van een glas

waarop een wijsvinger muziek maakt.

Waar dit toe kan leiden blijkt uit een ander gedicht, dat vertelt hoe de vrouw haar minnaar, met wie ze aan het water woonde, heeft verlaten: 'We zwommen er. We waren weleens gelukkig/ maar op een dag werd ik bang voor de tafel.'

De vrouw die uit deze gedichten naar voren komt, gaat onvervaard haar eigen weg, met alle mislukkingen en stommiteiten die daarbij horen. En uit alles blijkt dat ze er niet over peinst het achterste van haar tong te laten zien. Wanneer haar moeder ziek is, schrijft ze: 'Ik wil voor haar een tekening maken./ Hoe berekenend moet ik zijn.' Het ontbreken van het vraagteken maakt de zin meerduidig.

Hoe indringend een dichter ook formuleert, uiteindelijk hoop je toch dat hij ook iets te vertellen heeft. Op nogal wat bladzijden van Barnas' bundel staat te weinig om haar meteen tot groot dichter uit te roepen, maar het lange 'Evenbeelden' is een indrukwekkend gedicht, waarschijnlijk doordat het meer suggereert dan uitspreekt. De spreekster loopt rondjes in het Berlijnse Treptower Park, waar de reusachtige beelden van socialistische kopstukken staan opgesteld. Een oude man probeert vergeefs zijn vlieger op te laten, een stervende vogel blijft indolent op het pad zitten, de hardloopster is ontevreden over haar conditie. In haar hoofd komt een keten van associaties op gang, die haar lopen in verband brengt met de val van Jericho, zoals beschreven in het bijbelboek Jozua. 'Ik wil zeven rondjes rennen omdat er zeven zeeën/ zijn en zeven dagen in een week', maar 'ik kan er maar zes.' Jericho zal niet vallen, 'Ik ben buiten adem en mijn benen en de oude man/ met het dikke grijze haar scheldt in het Russisch een boom uit'. De ongrammaticaliteit van de zin onderstreept het fiasco.

Barnas ziet zich geconfronteerd met een wereld die er aan de buitenkant mooi of lelijk uitziet, maar iets onbegrijpelijks verbergt waarop ze greep wil krijgen. Die drang tot duiding zit de vrouw uit de bundel in de weg, omdat ze weliswaar vanuit opwellingen handelt, maar zich in tweede instantie verbijsterd afvraagt wat ze nu eigenlijk aan het doen is:

Mijn nachten bestaan uit niets dan dagen

die niet komen en ik kan niet slapen

uit angst aan het leven voorbij te gaan.

De laatste regel is te expliciet, misschien zelfs een cliché, maar maakt wel benieuwd naar Barnas' volgende bundel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden