Hoe Bagdad zijn dodelijkste aanslag ooit verwerkt

Het aantal slachtoffers van de grote bomaanslag van vorige maand in Bagdad is naar boven bijgesteld: 323 doden. Op zoek naar troost tussen de zwartgeblakerde resten.

Beeld Daniel Rosenthal

In een van de zwartgeblakerde ruïnes waar precies een maand geleden de dodelijkste terreuraanslag plaatsvond die de Iraakse hoofdstad ooit trof, verschijnen plotseling drie jonge meisjes, geheel in het wit gekleed. In stralende jurkjes dalen ze af langs een verkoolde trap. Dat hier onlangs 323 mensen zijn gestorven - maandag werd het aantal slachtoffers naar boven bijgesteld - lijkt hen niet te deren. Ze huppelen door het puin. Onder hun elegante schoentjes stijgt de geur op van de dood.

Alsof dit nog niet raadselachtig genoeg is, verschijnt naast hen ook ineens een man, geheel in het zwart gekleed. Hij stelt zich voor als Khadam Al Ataby, wijst naar de drie wezentjes en zegt, op een toon alsof dat vanzelf spreekt: 'Zij zijn engelen.'

In Bagdad dreunt de bom na die hier op 3 juli ontplofte, in deze winkelstraat in Karrada, een rijke centrumwijk waar - uniek in de gesegregeerde stad - sjiietische en soennietische moslims nog enigszins door elkaar leven. Een IS-zelfmoordterrorist bracht vlak na middernacht zijn bestelbus tot ontploffing precies tussen de populaire winkelcentra Al Laith en Hadi, waar het vlak voor het suikerfeest topdrukte was.

Goed einde

Als spookhuizen met hun uitgebrande geraamten staan de twee getroffen panden nu tegenover elkaar in het hart van Bagdad. Hoe verwerk je een aanslag die erger is dan de anderen, in een stad waar ondertussen elke dag weer nieuwe bommen ontploffen?

De man die geheel in het zwart gekleed is, Khadam Al Ataby, doet dat door tussen de brokstukken een film op te nemen. De titel is veelzeggend: Cries of Karrada. 'Het gaat over een moeder die al weet dat haar zoon is overleden, maar hier terugkeert om zijn lichaam te vinden.'

Voor Iraakse tv-kijkers moet het luchtig blijven. Dit is daarom een film met een goed einde. 'Ze loopt hier binnen en kan haar zoon nog zien, voordat hij naar de hemel gaat.'

In werkelijkheid is deze troost veel nabestaanden niet gegeven, weet regisseur Al Ataby. Neem Habib, de 19-jarige zoon van één van zijn beste vrienden, die hier stierf. 'Hij kon niet meer worden herkend, maar is geïdentificeerd aan de hand van zijn slippers.' De regisseur staart naar de vloer, die bezaaid blijkt met sandalen en slippers. 82 slachtoffers zijn nooit gevonden.

Beeld Daniel Rosenthal

Vrijwilligers

Geldschieters voor zijn film heeft hij niet. Alle acteurs zijn vrijwilligers. De engelen in witte jurkjes die ronddansen in dit apocalyptische gebouw, zijn daarom z'n eigen dochters. 'De oudste is 10.'

In Bagdad, waar de stadsplattegrond elke dag opnieuw een dartbord lijkt waarop zich lukraak drie, vier, vijf nieuwe aanslagen voordoen, beoordelen ze de klap in Karrada met een kennersblik. Conclusie: deze bom was op zichzelf slechts een kleintje. 'Er zit niet eens een gat in het wegdek', zegt Ali Zaid, die bij de aanslag twee vrienden verloor.

Het was niet de explosie, maar de brand die uitbrak en alles wat daarna misging, die het dodental zo dramatisch deden oplopen.

Loop achter Ali aan, voorzichtig over de uitgebrande trap met ingestorte treden, waar de slachtoffers in hun laatste momenten overheen moeten zijn gerend. Ze zochten de nooduitgang, maar helaas: zoals in de meeste Iraakse gebouwen is die er niet. Wie wegrende voor de explosie, vond zijn einde tegen de gemetselde achtermuur van het gebouw.

Beeld Daniel Rosenthal

'Er was één luik naar het dak', zegt Ali. 'Dat zat op slot.'

De aanslag dreigt het politiek instabiele Irak verder te ontwrichten. Toen premier Haider al-Abadi zijn steun kwam betuigen, werd hij bekogeld met stenen. Vrijwel niemand hecht geloof aan zijn belofte om de veiligheid in Bagdad te vergroten. Met de val van het nabijgelegen IS-bolwerk Fallujah eind juni zou de stroom aanslagen in de hoofdstad afnemen, was de toezegging. Het tegendeel bleek waar.

De twee uitgebrande gevels zijn omgetoverd tot een politiek billboard: het hangt vol posters van omstreden sjiietische milities, tot Hezbollah aan toe. Allemaal stellen ze op te komen voor de families van de slachtoffers.

Maar die zijn zelf nog volop bezig om in het puin hun nabestaanden te herdenken. Over een galerij die half is ingestort, baant de familie Arbasan zich voetje voor voetje een weg naar het kledingwinkeltje waar hun zoon Akram (24) werkte.

Autobommen

Ze wonen hier vlakbij, in een krappe flat. Vader Nabil Arbasan hoorde de knal van de explosie, maar dacht aanvankelijk: niets aan de hand. Bij de autobommen die Bagdad dagelijks teisteren, vallen de slachtoffers vooral onder omstanders op straat. 'Ik dacht dat het voor mijn zoon niet gevaarlijk kon zijn, want die zat binnen in de winkel.'

Sprookjes waarin je afscheid kunt nemen, bestaan in Irak alleen op televisie. In zijn kledingwinkel werden stapels verkoolde kleren gevonden, maar geen Akram. De begrafenis vond plaats zonder lichaam. Zijn jongste broer, 17 jaar oud, omarmt zijn snikkende echtgenote, een knap meisje dat pas 14 blijkt.

Als je opmerkt dat ze jong zijn getrouwd, zijn haar tranen plotseling verdwenen. 'Leuk hè.'

Vader Nabil zegt ernstig dat Akram geen vriendin had. 'Hij wilde wachten tot zijn zussen waren getrouwd.' Geen vriendin? Later, in zijn jongenskamer met een kledingkast vol dandyjasjes en lakschoenen, schateren zijn zusjes het uit. Kijk eens naar de foto's op hun telefoon: een knap meisje in Akrams armen. 'Niet tegen papa zeggen.'

Beeld Daniel Rosenthal

Drie dagen na de aanslag, terwijl veel lichamen nog geborgen werden, vierde de familie op de stoep van het verbrande winkelcentrum het einde van de ramadan. 'We hoopten dat zijn ziel nog hier was', snikt zijn moeder. Nog steeds, een maand later, komen hier elke avond families met eten en de heerlijkste taarten. Zo vieren ze de verjaardag of het huwelijk van hun geliefde, in de hoop dat die dat nu zelf in het paradijs beleeft.

Terwijl buiten shovels over het asfalt krassen om puin te ruimen, wordt de realiteit op zijn filmset plotseling te veel voor regisseur Al Ataby. Hij slaat een hand voor zijn neus en rent weg, zijn drie dochtertjes voor hem uit. Later komt hij zich verontschuldigen: 'De geur.'

Op de zwartgeblakerde puinhopen in de kelder blijft een levend decorstuk achter: een witte vogel.

Beeld Daniel Rosenthal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden