Jan van Arragon oogst courgettes op zijn akker. Hij houdt zijn boerenbedrijf in het Gelderse Almen bewust klein.

Analyse Complexiteit van de landbouw

Hoe arm en zielig is de boer echt?

Jan van Arragon oogst courgettes op zijn akker. Hij houdt zijn boerenbedrijf in het Gelderse Almen bewust klein. Beeld Marcel van den Bergh

De steun voor het boerenprotest lijkt logisch, want je bijt niet in de hand die je voedt. Maar wie verder inzoomt, ziet dat ‘de landbouw’ veel complexer is dan het lijkt.

Toen dinsdagochtend demonstrerende boeren de drukste spits in de Nederlandse geschiedenis veroorzaakten, stond Jan van Arragon stralend op de boterzachte grond van zijn Gelderse akker. Hij genoot van de regen die neerkletterde op zijn twee hectare gewassen in Almen, waarmee de bioboer op de zaterdagse markt in Zutphen een minimumloon bij elkaar scharrelt.

Hij zou fors meer uit zijn BioAkker kunnen halen, maar Van Arragon (66) is gelukkig met weinig. ‘Zonder kapitaal en een huisje in de stad gaat het prima zo.’ Staand naast zijn vijftig jaar oude tractor concludeerde hij: ‘Hier staat een blije boer.’ 160 kilometer naar het westen reed een andere boer met zijn tractor de hekken op het afgezette Haagse Malieveld plat.

Hij effende de weg voor honderden boeren die zich evenmin lieten tegenhouden door een afgekondigd trekkersmaximum. Ze hadden zich aan genoeg quota gehouden: een melkplafond, een mestplafond, een dierenplafond. En nu Nederland op slot zit vanwege de stikstof moesten alweer de boeren het oplossen.

Halveer de veestapel, stelde D66-Kamerlid Tjeerd de Groot. Saneren is onvermijdelijk, zei ook Johan Remkes, die vorige week het kabinet adviseerde over de stikstofimpasse. Voor de boeren was het geen verrassing, wel de zoveelste klap in het gezicht. Ze zijn het gewend het mikpunt te zijn van telkens veranderende regelgeving, om publiekelijk te worden verguisd. Dat laatste bleek een misvatting, in opiniepeilingen schaarde bijna het hele land zich nog diezelfde dag achter de boeren.

De statisticus versus de boer

Eén burger liet zich niet meeslepen door de klanken van Oerend hard die vanuit de passerende stoet tractoren zijn Haagse kantoor bereikten. Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek, ontwaarde op sociale media een sentiment dat volgens hem niet klopte: de boer zou ook vanwege zijn beroerde financiële situatie compassie verdienen. Van Mulligen deed wat hij wel vaker doet als hij vluchtige aannames bespeurt, hij pakte de statistieken erbij.

‘18 procent van de boeren is miljonair’, twitterde hij die avond terwijl de boeren onderweg naar huis waren. En ter vergelijking: ‘Van alle werkenden is 1,5 procent miljonair.’ Ook de inkomensverschillen zette hij naast elkaar. ‘Het gemiddelde besteedbaar inkomen van een boer komt op 42 duizend euro, terwijl de gemiddelde werkende het moet doen met 34 duizend euro.’

Hij begreep wel iets van het boerenprotest: ‘Er zijn goede argumenten aan te dragen waarom boeren worden gezien als slachtoffer van overheidsbeleid’, zegt hij twee dagen later aan de telefoon. ‘Maar een correctie op het beeld dat boeren financieel een werkende onderklasse zijn, vond ik op zijn plaats. Het omgekeerde is eerder waar.’

De statisticus kreeg bijval, vele hartjes en retweets, maar ook stevige kritiek. ‘Zij werken voor hun geld, u goochelt met cijfers voor uw geld’, twitterde een cv-monteur uit Brabant. Honderden mensen reageerden met eigen cijfers: het geld van de boeren zou in hun grond zitten, boeren zouden langere dagen maken, veel boeren zouden onder bijstandsniveau leven. Gedecideerd reageerde Van Mulligen op die Twitterstatements: ‘Ik zou graag uw bron zien.’

Zo werden er twee volstrekt tegengestelde beelden van de gemiddelde boer opgeroepen. Maar de gemiddelde boer bestaat niet. Dat laat boer Van Arragon in Almen zien met zijn weinig lucratieve lapje grond met biologische groenten. Evenmin is het correct de boeren op het Malieveld allemaal als miljonairs af te schilderen.

De rijke boer?

Wanneer we het debat beperken tot de stikstofproblematiek – de concrete aanleiding voor het boerenprotest – komen we uit bij de veehouders: de boeren met grote hoeveelheden koeien, kippen en varkens. Met de veehouders is iets aan de hand, al jaren neemt het aantal bedrijven af en het aantal dieren per boer toe.

Een melkveeboer heeft gemiddeld bijna honderd koeien, de varkensboer gemiddeld bijna drieduizend varkens, de pluimveehouder al snel zo’n 40 duizend kippen. Wederom zijn dit gemiddelden waar vele boeren achter schuilgaan: van de megastal met tienduizend varkens tot de bioboer met vijftig koeien.

Geert van der Peet, onderzoeker aan de Universiteit Wageningen, onderscheidt twee manieren waarop boeren hun bedrijf overeind houden: ‘Enerzijds met schaalvergroting en lagere kosten per dier, als oplossing om te overleven in een concurrerende markt met open grenzen. Tegelijkertijd zie ik ook boeren die met een duurzame keten geld verdienen, zonder enorme groei van hun bedrijf.’

De tijd dat de boer grotendeels leefde van subsidie is voorbij, zegt Van der Peet. De Nederlandse landbouw krijgt weliswaar nog steeds jaarlijks honderden miljoenen uit het Europese landbouwfonds, maar aan die subsidies zitten vaak verduurzamingsvoorwaarden. Hij kan zich het sentiment van de boeren voorstellen. ‘Over het algemeen verdienen ze niet zo’n heel dikbelegde boterham met alle tijd die ze erin stoppen.’

En die boterham is het ene jaar dikker belegd dan het andere. Het boerenleven is wispelturig, blijkt uit cijfers van Van der Peets universiteit. Het inkomen kan per jaar enorm verschillen: door nieuw beleid, een tegenvallende oogst of een dierziekte. Varkensboeren kampen letterlijk met een varkenscyclus: perioden van overschotten en tekorten wisselen elkaar af.

Vooral melkveehouders boeren goed, blijkt uit een recent CBS-rapport. Ruim 7 duizend van de bijna 17 duizend melkveeboeren zijn miljonair. Maar er zijn wel degelijk ook boeren die amper iets overhouden of zelfs interen op hun spaargeld. 60 procent van de melkveehouders had in 2018 een inkomen ergens tussen de min 6 duizend en plus 63 duizend euro. Veel varkenshouders draaiden in 2017 een goed jaar, maar moesten vorig jaar weer inleveren.

De stikstofboer?

Ook op het beeld van ‘de boer’ als stikstofuitstoter valt het een en ander af te dingen. Landbouwhoogleraar Rudy Rabbinge waarschuwde dinsdag in de Volkskrant al voor generaliseren. Het containerbegrip ‘landbouw’ herbergt zo’n twintig sectoren, van akkerbouw en glastuinbouw tot veeteelt. De dieren zijn met hun ontlasting de voornaamste stikstofproducenten.

‘Landbouw’ wordt te vaak verward met de intensieve veeteelt, vindt Rabbinge. ‘Terwijl het gros van de landbouw het mondiaal gezien verschrikkelijk goed doet op het gebied van efficiëntie en duurzaamheid.’ Toch stonden ook veel akkerbouwers, die van Rabbinge een pluim krijgen, dinsdag zij aan zij met de veehouders op het Malieveld.

Gezamenlijk richtten de boeren, of ze nu bloemkool of varkens produceren, de pijlen op landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie). De minister, zelf boerendochter, zit in een spagaat. Ze moet haar liefde voor de boer zien te rijmen met harde maatregelen: om de boer te behouden, moet de boer veranderen.

Schouten wil de landbouw hervormen naar een ‘kringlooplandbouw’: een systeem waarin zo min mogelijk grondstoffen verloren gaan. Maar wie is de boer die moet verduurzamen? Johan Remkes noemde in zijn rapport vier stikstofuitstoters: de industrie, de bouw, het vervoer en de veehouderij. Hij benadrukte: ‘Daarbij mag niet onbenoemd blijven dat de veehouderij binnen Nederland nog altijd veruit de grootste veroorzaker is van ammoniakemissie.’

De circa 4 miljoen (vlees- en melk)koeien zijn verantwoordelijk voor tweederde van de ammoniakemissie van de veehouderij. De koe is grootuitstoter omdat zij haar behoefte een groot deel van het jaar buiten doet, in de wei. De 12 miljoen varkens stoten 20 procent uit, de bijna 100 miljoen kippen nog eens 10 procent. De meeste varkens- en kippenstallen zijn uitgerust met luchtwassers waardoor in de omgeving minder ammoniak neerdaalt.

De boer die de Nederlander voedt?

Wij voeden Nederland, zeggen de boeren, in die hand bijt je niet. Opnieuw een generalisatie die slechts ten dele klopt: driekwart van de Nederlandse varkens gaat naar het buitenland, een groot deel van de vleeskoeien en de zuivel wordt eveneens verscheept naar buurlanden en naar Azië en Amerika. Evengoed importeert Nederland vlees en zuivel. Het is de vraag in hoeverre de export van miljoenen dieren past in Schoutens toekomstvisie van een circulaire landbouw.

Zijn de boeren nu wel of niet zielig? Terug naar Remkes, de man die Schouten de voorzet gaf voor haar aanpak. Hij zegt niet, zoals D66’er De Groot dat deed, dat alle boeren een deel van hun dieren moeten inleveren. Een ‘generieke volumebeperking’ treft boeren die het goed doen en ontziet boeren die nog amper iets aan hun stikstofuitstoot hebben gedaan. Bovendien is er voor de boer die ver van een Natura 2000-gebied boert niet per se een reden om te krimpen.

Remkes zegt tegen Schouten: richt je op boeren met een hoge ammoniakuitstoot en verouderde stalsystemen in de buurt van natuurgebieden. Zeker niet alle boeren zijn tegen zo’n gerichte ‘warme sanering’, weet onderzoeker Geert van der Peet. ‘Veel oudere bedrijven hebben oude stallen en hebben geen opvolgers. Die bedrijven zullen vaak willen stoppen en zien dit als hun kans.’

De boer die wil blijven boeren maar kiest voor duurzaam, is welkom in Almen om inspiratie op te doen, zegt bioboer Jan van Arragon. Hij oordeelt niet over zijn collega’s die het maximale uit hun grond, stallen en dieren halen. Het systeem dwingt ze ertoe, zegt hij. Alleen wie genoegen neemt met minder, kan boeren zoals hij. Van Arragon mocht al eens in de Tweede Kamer komen vertellen over zijn kleine kringlooplandbouw. ‘Ik ga niemand bekeren’, zegt hij. ‘Nee, nee, nee. Het moet uit de mensen zelf komen. En als ze er klaar voor zijn, dan mogen ze hier alles komen afkijken.’

Wat is stikstof? Hoe schadelijk is het? En vier andere vragen om het stikstofdebat te begrijpen
De Raad van State oordeelde eerder dit jaar dat projecten die door hun nieuwe uitstoot van stikstof de neerslag daarvan op een natuurgebied verhogen, voortaan niet zomaar zijn toegestaan. Sindsdien liggen veel bouwplannen in Nederland stil. In de politiek gaan stemmen op om de veestapel te beperken. Hoe schadelijk is stikstof eigenlijk? Zes vragen.

Wat is er opeens met Rutte gebeurd?
Deze vrijdag is een markante dag in het politieke bestaan van het kabinet-Rutte III. De premier, die tien jaar geleden van zijn ‘vroem-partij’ elke flirt met milieu- en natuurbeleid moest afzweren, kondigt de grootste natuurhersteloperatie sinds mensenheugenis af. Wat is er gebeurd?

Honderden miljoenen euro’s
Het kabinet trekt op korte termijn naar verwachting honderden miljoenen euro’s uit om de stikstofcrisis op te lossen. Dat is nodig voor een natuurhersteloperatie en voor een ‘slimme en warme sanering’ van boeren met een ‘piekbelasting’ van stikstofuitstoot nabij natuurgebieden. De provincies krijgen de regie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden