Onderzoek Drugscriminaliteit in Amsterdam

Hoe Amsterdam de strijd tegen drugscriminaliteit verloor én de regie terug probeert te pakken

Herdenking in maart 2016 bij een dichtgetimmerde shisha-lounge aan de Amstelveenseweg in Amsterdam. Bij de lounge werd het hoofd gevonden van Nabil Amzieb - een afrekening in het criminele drugscircuit. Beeld Hollandse Hoogte / Marco Okhuizen

De florerende drugseconomie heeft in Amsterdam nagenoeg vrij spel. Bij de overheid ontbreekt het aan kennis, regie en uithoudingsvermogen om criminelen en hun handlangers de pas af te snijden. 

Dat concluderen hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp in De achterkant van Amsterdam, een onderzoek naar de drugsgerelateerde criminaliteit in de hoofdstad. Maar hoe krijgt de gemeente de regie weer terug?

In hun woensdag verschenen rapport hebben ze geprobeerd te achterhalen wat er bekend is over de drugseconomie in Amsterdam. Ze baseren hun rapport op eerder verschenen onderzoeken en voerden gesprekken met zo’n zestig medewerkers van onder meer de gemeente, politie en de Belastingdienst. ‘Onze belangrijkste bijdrage is dat wij alle bestaande informatie bij elkaar hebben gesprokkeld en in perspectief hebben geplaatst. Als je dat doet, schrikken veel mensen zich wezenloos’, zegt Tromp.

Want, concluderen de onderzoekers: de stad heeft de grip verloren op de bestrijding van het drugscriminaliteit. Hoe kan dat?

Tolerante cultuur

In Amsterdam, bekend om zijn cultuur van tolerantie, worden veel drugs gebruikt. ‘De stad verwierf in de jaren zestig en zeventig nationaal en internationaal een reputatie als kosmopolitische, vrije stad. Vormen van normafwijkend gedrag werden in ruime mate gedoogd’, schrijven de onderzoekers. Maar, stellen ze, inmiddels is het tijd voor Amsterdammers om ‘zich achter de oren te krabben over de donkere kant van hun vrijmoedige stad’.

Al in 2018 schreef de Global Drugs Survey dat je in Nederland ‘bestelde cocaïne vaak sneller in huis hebt dan een bestelde pizza’. Hoeveel en hoe vaak er precies gebruikt wordt, is onbekend. Maar verschillende onderzoeken geven wel een indicatie. Zo blijkt uit een analyse van het rioolwater dat er dagelijks zo’n vier kilo versneden cocaïne wordt gesnoven, oftewel zo’n 200 duizend euro per dag verdwijnt in Amsterdamse neuzen. De GGD concludeerde in 2016 dat 21 procent van de volwassen Amsterdammers ‘in het laatste jaar’ cannabis had gebruikt, 17 procent had harddrugs gebruikt in die periode.

Het gevolg is een ‘criminogene’ infrastructuur: de drugs moeten getransporteerd en gedistribueerd worden. ‘Het dagelijkse handelsverkeer om de lokale gebruikers en de toeristen in hun behoeften te voorzien is intensief’, aldus Tops en Tromp. ‘Een toenemende groep bezorgers verkoopt ‘alles’. Zij versturen soms hele lijsten via een appje of een sms.’ Hoeveel dealers, runners en bezorgers er zijn, is niet te achterhalen. Datzelfde geldt voor het bedrag dat Amsterdammers en toeristen spenderen aan drugs. Mogelijk gaat het om honderden miljoenen euro’s.

Goede infrastructuur

Het is niet de eerste keer dat er alarmerende onderzoeken verschijnen over de drugscriminaliteit in Amsterdam. In 1996 constateerden criminologen Frank Bovenkerk en Cyrille Fijnaut dat Amsterdam een ‘brandpunt’ was geworden van de georganiseerde criminaliteit in Nederland.

Wat in de jaren zestig en zeventig was begonnen als ‘een wereld van flower power’ was toen al deels veranderd in een ‘omvangrijke en keiharde drugsmarkt’. Inmiddels is de onderwereld verder verhard: zo resulteerden conflicten van drugscriminelen in de regio’s Amsterdam en Utrecht afgelopen jaren in een lange reeks liquidaties.

Amsterdam, zegt Fijnaut nu desgevraagd, ‘moet je zien als de kijkdoos van Nederland. De stad is een magneet. De problemen die zich daar in het groot manifesteren, zie je in andere steden op kleinere schaal terug.’ Het probleem dat in het rapport De achterkant van Amsterdam wordt geschetst, is niet alleen een Amsterdams probleem, stelt hij. ‘Heel Nederland is verwikkeld in de illegale drugsindustrie.’

Nederland is bovendien ‘de Europese draaischijf’ voor de handel in cocaïne en andere drugs geworden. Er zijn immers goede verbindingen: door de lucht, over zee en over de weg. Bovendien maken de financiële en de digitale infrastructuur Nederland aantrekkelijk voor criminelen uit de hele wereld. De criminele top verdient miljoenen, mogelijks zelfs miljarden euro’s met deze internationale handel.

De grootschalige handel en productie ervan vinden niet zozeer plaats in Amsterdam, constateren de onderzoekers. Maar de stad is wel een aantrekkelijke ontmoetingsplaats voor internationale criminelen. Met name voor de handel in cocaïne staat de stad te boek als een knooppunt.

Versnipperde aanpak

Lange tijd gold de bestrijding van drugshandel niet als een van de prioriteiten van de politie. ‘Het gebruik werd niet als zo’n groot probleem gezien en het geweld in de onderwereld bleef lange tijd beperkt’, zei criminoloog Damian Zaitch van de Universiteit Utrecht eerder in de Volkskrant. Inmiddels is dat geleidelijk veranderd: het geweld is grover geworden en de criminele miljoenen kunnen resulteren in corruptie en ondermijning.

Volgens onderzoekers Tops en Tromp is er afgelopen jaren meerdere malen gepoogd om het tij te keren. Maar, constateren ze in hun onderzoek: ‘Projecten komen, projecten gaan.’ Ze zagen ‘projecten die gericht zijn op individuen, op gebieden, op fenomenen’. Allemaal nuttig, stellen ze.

Alleen: van een goede samenwerking tussen de verschillende instanties lijkt geen sprake. Gemeentelijke diensten, hulpverlening, Rijk en justitie blijken vaak langs elkaar heen te werken. Door die gefragmenteerde manier van werken – en soms ook door de wet- en regelgeving – bereikt informatie vaak niet degenen voor wie die relevant is. 

Bovendien kampt Amsterdam met een gebrek aan standvastigheid en duurzaamheid. Sommige projecten, stellen de onderzoekers, zijn te snel gestopt. Als voorbeeld noemen ze het project 1012: dubieuze panden werden door een gemeentelijke vastgoedorganisatie opgekocht om criminelen uit de binnenstad te weren. ‘Er was sprake van eensgezindheid tussen bewoners, winkeliers, politie en ambtenaren’, constateren de onderzoekers. Toch doofde door onder meer politieke scepsis en een reorganisatie al snel ‘het vuur’.

De oplossingen

De conclusie dat drugshandel de hoofdstad ontwricht, is snel getrokken. Maar het aanpakken van de situatie is een stuk minder eenvoudig. Al was het maar omdat drugsgebruik onder Amsterdammers al jaren toeneemt en voor velen van hen als compleet normaal wordt beschouwd.

Toch komen Tromp en Tops met een aantal aanbevelingen die woensdag bijna allemaal door burgemeester Femke Halsema werden onderschreven.

Drugs als sociaal probleem

Nu nog worden drugs door de gemeente met name gezien als een gezondheidsprobleem. Volgens Tromp en Tops zou de gemeente drugs veel meer als een sociaal probleem moeten zien: de lucratieve drugswereld is aanlokkelijk voor kwetsbare jongeren die het gevoel hebben kansloos te zijn in de reguliere maatschappij. ‘De enorme stroom aan zwart geld verwoest de levens van jonge jongens in de stad’, stelt Tromp. ‘Wij hebben van wijkagenten gehoord dat jongetjes van 9 jaar al op de uitkijk worden gezet. Er zijn tieners die voor 5.000 euro liquidaties plegen.’

In de buurten, straten en gezinnen waar de verleiding van snel crimineel geld lonkt, is volgens de onderzoekers daarom veel intensievere en consequente begeleiding nodig van hulpverleners. Dit is een punt waar Amsterdam op bescheiden schaal ook al mee begonnen is. De top-600 aanpak voor jonge veelplegers is inmiddels zo aangepast, dat ook jongeren met drugsdelicten ervoor in aanmerking komen.

Striktere controle op geldstromen

Ook moet het ‘vrije spel’ van drugscriminelen op de vastgoedmarkt ten einde komen, stellen Tromp en Tops. Ze vinden dat de gemeente scherper moet letten op dubieuze transacties, en dat ‘kwetsbaar vastgoed’ eventueel door de gemeente moet worden gekocht.

De onderzoekers concluderen dat een aanzienlijk deel van de criminele winsten naar het buitenland verdwijnt, maar dat er zeer waarschijnlijk ook honderden miljoenen geïnvesteerd worden in de Amsterdamse economie. Met name het vastgoed zou interessant zijn voor criminelen. Ze weten met slimme trucs, zoals stromanconstructies, hun investeringen te verhullen.

In het verleden zat de stad hier wel veel scherper bovenop, zo werd de onderzoekers door verschillende (oud-)ambtenaren verteld. ‘Bij project 1012, het project om criminaliteit in de rosse buurt terug te dringen, werden op het stadhuis wekelijks alle onroerendgoedtransacties gevolgd. Wat gebeurt er? Wie betaalt wat? Waarvoor?’

De gemeente zou dat weer moeten doen, stellen Tops en Tromp. Daarnaast zou de gemeente ook veel alerter moeten zijn op ‘schijnbeheersconstructies’ in de horeca, waarbij de aanvrager van een horecavergunning vaak niet degene is die van de vergunning gebruik maakt.

Amsterdam heeft ook op dit punt afgelopen jaar al wel wat stappen gezet. Voor het weigeren van horeca-vergunningen is de bewijslast bijvoorbeeld omgedraaid. De gemeente hoeft niet aan te tonen dat de ondernemer het geld uit criminele activiteiten heeft verkregen, maar de ondernemer moet aantonen dat het om koosjer kapitaal gaat.

Beter samenwerken

Om drugscriminaliteit op te sporen en om Amsterdam als vestigingsplaats voor criminelen onaantrekkelijk te maken, moet bovendien de cultuur onder ambtenaren veranderen, schrijven de onderzoekers. ‘De houding ten opzicht van elkaar is nu vaak: ik heb jou niet nodig.’

Het gemeentebestuur zou zich er dus voor moeten inspannen dat medewerkers van onder meer sociale zaken, financiën, economische zaken en burgerzaken samen de drugseconomie in de stad bestrijden. Ook pleiten ze voor meer geld voor het RIEC, het Regionaal Informatie en Expertisecentrum waarin onder meer politie, justitie, gemeente en de Belastingdienst informatie over mogelijke criminele activiteiten delen.

Burgemeester Halsema wijst er in een reactie op dat zij afgelopen voorjaar al van de gemeenteraad extra geld heeft gekregen om te investeren in de aanpak van ondermijning. En dat er daarnaast vanuit Den Haag ook nog eens 8 miljoen is gekomen voor het RIEC. Maar de onderzoekers merken in hun rapport minzaam op dat het geld vooral ‘een eerste begin’ is. ‘Er is een massieve inzet en afstemming nodig van alle overheden.’

Geen toeristen meer in de coffeeshop

Ten slotte komen Tops en Tromp nog met een aanbeveling die in Amsterdam zeer gevoelig ligt: de stad zou  moeten overwegen om de verkoop van softdrugs aan toeristen te stoppen en over te stappen naar het ‘i-criterium’, waarbij alleen ingezetenen van de gemeente welkom zijn in de coffeeshop.

Wijlen burgemeester Eberhard van der Laan heeft zich zeven jaar geleden in Den Haag juist de blaren op de tong gepraat om voor Amsterdam een uitzondering te regelen. De invoering van een ‘wietpas’ zou in Amsterdam tot gefrustreerde toeristen en florerende straathandel leiden, was de angst. Maar volgens de onderzoekers bewijst Maastricht dat het i-criterium goed werkt om drugstoeristen te weren. ‘Het moet ook in Amsterdam kunnen. Als de stad maar investeert in een grote internationale campagne en de maatregel handhaaft.’

Femke Halsema wilde woensdag nog niet te gedetailleerd ingaan op alle aanbevelingen uit het rapport. Hoewel ze het rapport in grote lijnen onderschrijft, vindt ze  het ‘niet helemaal fair’ dat de onderzoekers suggereren dat er jarenlang geen aandacht was voor de drugsgerelateerde criminaliteit. ‘Maar dat er niet genoeg ausdauer is geweest bij de bestrijding ervan, onderschrijf ik. De meeste observaties en aanbeveling van dit rapport zie ik als de basis van het Programma Aanpak Drugs, dat ik dit najaar naar de gemeenteraad zal sturen.’

De inmiddels gepensioneerde criminoloog Cyrille Fijnaut kreeg bij het rapport een ‘aha-erlebnis’. Hij hoopt dat de alarmerende uitkomst draagvlak zal creëren voor een ‘taskforce met tanden’.  

Zo pakken andere wereldsteden drugscriminaliteit aan

Wereldwijd hebben drugs en misdaad in vele steden vrij spel gehad, en overheden hebben van alles geprobeerd om dit een halt toe te roepen. Zo laat president Duterte op de Filippijnen momenteel dealers én gebruikers zonder enige vorm van proces doodschieten. In andere steden werd een zachtere hand gebruikt. Drie voorbeelden van over de grens.

New York, Verenigde Staten

In de jaren zeventig en tachtig was het levensgevaarlijk in de Bronx of Harlem , en nu zijn het hippe wijken met onbetaalbare woningen. Dat is voor een groot deel te danken aan Rudy Giuliani, die in 1994 aantrad als burgemeester. Hij stroopte de mouwen op, en besloot zijn stad met zero tolerance weer leefbaar te maken. Er kwamen meer agenten op misdaadgevoelige plekken en de wet werd tot in de details gehandhaafd. Dus: in het wetteloze New York kreeg je plotseling een boete als je door rood licht liep. In 1993 werden in de stad nog 1.946 mensen vermoord, aan het einde van Guiliani’s termijn (in 2002) waren dat er 587, en vorig jaar 289.

Karachi, Pakistan

Decennialang werden alle conflicten waarmee Pakistan worstelt in Karachi op straat uitgevochten. Het is een stad waar alle groeperingen uit het land wonen, en deze migranten hadden hun problemen en vetes met zich meegenomen. Het resultaat: sektarische moordpartijen, ontvoeringen en terrorisme. Op het dieptepunt, in 2013, vielen daarbij 2.700 slachtoffers. De toenmalige premier Nawaz Sharif ging er vanaf dat moment hard in, en stuurde de paramilitairen van de Sindh Rangers naar Karachi. Ze vielen vijf jaar lang massaal binnen bij zowel criminelen als militante organisaties en zetten hen achter de tralies of schoten hen dood. Een heel veilige stad is Karachi nog niet, maar er is weer sprake van enige stabiliteit.

Medellin, Colombia

Geen mens haalde het in de jaren tachtig in zijn hoofd om een toeristisch tripje te maken naar de thuishaven van drugskoning Pablo Escobar – in 1993 werd Medellin door Time Magazine nog ‘de gevaarlijkste plek op aarde’ genoemd. Dat tij is gekeerd door doelgerichte investeringen van het stadsbestuur, onder leiding van burgemeester Sergio Fajardo. De stadsdelen met de grootste problemen kwamen het eerst aan de beurt: daar werd geïnvesteerd in onderwijs, mobiliteit en leefbaarheid. Tussen 2000 en 2015 nam het aantal moorden met 80 procent af, en daalde het aantal armen met een kwart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden