Hoe als moslim je afschuw te uiten

Moet ik accepteren dat een individu verantwoordelijk wordt gehouden voor het corrigeren van stereotypen?

Jongeren op straat in een park in Parijs. Het leven in Parijs gaat door. Beeld An-Sofie Kesteleyn / De Volkskrant
Jongeren op straat in een park in Parijs. Het leven in Parijs gaat door.Beeld An-Sofie Kesteleyn / De Volkskrant

NOS melding: aanslag in Parijs. Ik stop mijn telefoon weg. Half omdat ik wil dat het niet waar is, half omdat er al zoveel gebeurt in de wereld. En dan volgt: dertig doden in Parijs. De eerste dertig, zal later blijken. Die waarheid kan ik niet meer in mijn zak laten glijden in de hoop dat het niet gebeurt en ik kluister me aan de buis.

Ik zie de de gijzeling voor me. In gedachten zie ik de moordenaars langzaam rondsluipen. Het enige wat blijft hangen is de grote waarom-vraag. Maar het lukt me niet om daar greep op te krijgen. Het blijft bij eerste pogingen. De open grenzen? Falende veiligheidsdiensten? Al doen die natuurlijk ook wat ze kunnen. Vrijwel direct dwalen mijn gedachten af van de slachtoffers naar alle commentaren die zullen volgen, en opeens sla ik dicht.

De dialoog in mijn hoofd stokt, omdat er nog een partij is die mee wil praten. Een stem die zich bemoeit met zelfs maar het begin van het vormen van een gedachte over deze aanslag. Die stem is de buitenwereld met al haar meningen, oordelen en verwachtingen. 'Ouafa, wat vind jíj er eigenlijk van?'

Het zijn moslims die de aanslagen pleegden, moslims geboren in West-Europa. En met die eigenschappen trekken ze mij in hun val mee, het maatschappelijk debat in. Alleen omdat ik een achtergrond met hen deel. En dat verandert alles.

Geen opiniepagina's

Ik neem me voor alleen nog naar het nieuws te kijken. Geen speculatie op de opiniepagina's dit keer, over de basisscholen van de daders, over koranverzen en oproepen in Nederland. Na de aanslag op Charlie Hebdo deed ik via sociale media volop mee in de discussie over afstand nemen en solidariteitsmarsen, maar het bracht mij niet dichter bij een antwoord op mijn vragen. En bovendien worden we nu opnieuw geraakt; wat hebben al die meningen ons opgeleverd? Ik hoop dat het helpt als ik me een beetje afsluit, want de rust die ik nodig heb om me te bezinnen ontbreekt. Zelfs de woorden waarmee ik mijn gedachten wil vormen zijn besmet, ze worden gestuurd door wat ik verwacht dat anderen van mij zullen vinden.

Me een mening vormen is daardoor geen optie meer, maar een noodzaak. Mezelf uiten geen keus, maar een vereiste. En voor de manier waarop ik me uit, is geen creatieve ruimte, maar een voorgedrukt sjabloon: ik vind deze daden verschrikkelijk en dit heeft niets met míjn geloof te maken.

Ik wil naar Twitter grijpen, iets laten horen, zoals ik dat zo vaak doe. Delen hoort bij mijn generatie, van mooie muziek tot politieke meningen. Maar wat moet ik zeggen? Het is erg, maar ja, dat vindt iedereen, veel obligater kan het niet.

Ouafa Oualhadj (1990) is student Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit en projectleider bij Open State Foundation. Beeld Cigdem Yuksel
Ouafa Oualhadj (1990) is student Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit en projectleider bij Open State Foundation.Beeld Cigdem Yuksel

Verwachtingspatroon

Moet ik het daarom juist zeggen, omdat mensen het graag van mij horen? Ik wil een vrij individu zijn en niet uit automatisme aan dat verwachtingspatroon voldoen. Eigenlijk wil ik zeggen dat ik niet snap waarom we niet vaker verontwaardigd zijn over terreur; een dag eerder werd immers Beiroet óók verscheurd, toen werden op Twitter nog luchtige grappen gemaakt over heroïne in het Slotervaartziekenhuis. Of ben ik dan weer recalcitrant en respectloos? Zullen ze zeggen dat ik nu slechts mijn hoofd moet buigen en me moet aansluiten bij het virtuele in memoriam?

Waarom voel ik deze neiging nooit als het om Ajax-ADO-rellen gaat? Er gaat zoveel mis in deze wereld waaraan ik part nog deel heb en waar ik me niets van aantrek. Of in elk geval: waarbij ik geen enkele druk voel om mijn mening te uiten, om een bepaalde kant op te gaan.

Ik spreek af met een vriendin. We zeggen van tevoren tegen elkaar: we gaan het hier niet over hebben. En dan hebben we het er natuurlijk toch over.

Waarom lukt het me niet normaal te denken over dit onderwerp? Waarom raak ik in de greep van de publieke perceptie? Er is niemand die me echt dwingt. De vraag wordt zelfs nauwelijks gesteld. Zóveel reacties krijg ik ook weer niet op Twitter, en het is niet of ik een bekende Nederlander ben. Er zijn bovendien zat mensen die juist luidkeels roepen dat ze níét verplicht afstand willen nemen. Maar ook bij hen voel ik me niet bij thuis. Geen #jenesuispascharlie voor mij.

(tekst gaat door onder de foto)

Burgers tonen solidariteit door een minuut stilte te houden in het centrum van Parijs. Beeld anp
Burgers tonen solidariteit door een minuut stilte te houden in het centrum van Parijs.Beeld anp

Blijk van afschuw

Ondanks mijn voornemens plaats ik toch een paar reacties. Ik weet eigenlijk niet of het een intrinsieke blijk van afschuw is, of dat ik wil voldoen aan wat ik denk dat de buitenwereld van mij verwacht. Maar ik ben blij dat ook moskeeën publiekelijk afstand nemen en deel dit statement, misschien helpt het een beetje.

Facebook vraagt me mijn profielfoto rood-wit-blauw te kleuren, en om me heen zie ik tientallen mensen dat doen. Het liefst zou ik alle vlaggen van de regenboog op mijn profielfoto zetten of luidkeels roepen: Lieve mensen, iedereen vindt dit erg. Natuurlijk wil ik vrede. Maar dat vinden we allemaal. Toch?

Ik koester niet de illusie dat een rood-wit-blauwe Facebookfoto die droom ook maar iets dichterbij brengt. Sterker nog: elk vlaggetje dat voorbij komt, voelt als een verwijzing naar de spanning die er in de samenleving is. Juist een geforceerde mars voor verbroedering, straalt uit hoe weinig eenheid er is. De samenleving waarin ik opgroeide, hoe ik naar buiten kijk, ís divers. Is een smeltkroes. Dat hoeft helemaal niet benadrukt te worden. Maar als ik hoor hoe blij men is dat in Rotterdam een imam, een burgemeester, een rabbijn en een predikant op één podium staan, bekruipt mij juist het gevoel dat het om een toneelstukje gaat. De geforceerde knuffel bij de echtscheidingsconsulent. 'Papa en mama houden nog steeds ont-zet-tend veel van elkaar, kinderen.'

(tekst gaat door onder de foto)

Een muzikant maakt muziek in de Parijse metro. Beeld An-Sofie Kesteleyn / De Volkskrant
Een muzikant maakt muziek in de Parijse metro.Beeld An-Sofie Kesteleyn / De Volkskrant

Moslim tegen terreur

En toch hoor ik op de radio dat mensen het heel fijn vinden om te zien dat moslims hun afgrijzen uitspreken. Honderden retweets krijgt de foto van een jongen met het bord 'ik ben moslim en ik ben tegen terreur'. Die jongen in Parijs snap ik heel goed.

Maar hebben mensen ook hier écht zoveel behoefte aan zo'n expliciete verklaring van jongens met een licht getinte huidskleur? Buiten hoor ik een vrouw op straat telefoneren. 'Het wordt tijd dat we nu echt iets doen.' Waar doelt ze op? Moeten we oorlog voeren in Syrië, moet er meer geld naar de AIVD of moet er iets met de moslims? Met de islam? Met mij? En zou het haar helpen, als ik me aansloot bij de mars voor vrede?

Misschien moet ik gewoon accepteren dat de samenleving nu eenmaal zo werkt dat een individu verantwoordelijk is voor het corrigeren van stereotypen. De wereld is onzeker en ik sta door mijn afkomst voor veel mensen dichter bij de daders. Dat maakt me voor sommigen medeschuldig, voor anderen juist een uithangbord dat laat zien dat het níét aan 'onze' afkomst ligt. En voor weer anderen ben ik een lopende vraagbaak, zij kloppen aan in de hoop dat ik meer zal weten. Terwijl de waarheid is dat ik net zo veel chaos heb van binnen. Zíj, de daders, staan net zo ver van mij af. Hun beleving van hún religie is voor mij net zo vreemd.

(tekst gaat door onder de foto)

Het leven in Parijs gaat gewoon door. Beeld An-Sofie Kesteleyn / De Volkskrant
Het leven in Parijs gaat gewoon door.Beeld An-Sofie Kesteleyn / De Volkskrant

Maatschappelijk debat

Intussen zijn we een week verder. In Parijs zijn 130 mensen vermoord. Er waren klopjachten, arrestaties. Meer doden. Een voetbalstadion dat in een sfeer van paniek werd ontruimd. Ook zijn alle slachtoffers uit Beiroet begraven en weten we dat elke dag en morgen opnieuw honderden mensen de dood vinden, ergens op aarde.

De antwoorden op vragen daarover zijn te groot en dus dwaalt mijn hoofd steeds weer af naar mijn situatie en het debat in Nederland. Zou het zo voor anderen ook zijn? Dat ze niets kunnen doen aan de oorlog in Syrië en zich daarom maar storten op scherpslijperij in eigen land? Is het hele zogenaamde maatschappelijk debat eigenlijk een teken van machteloosheid in de zaken waar het echt om draait?

Natuurlijk hoop ik dat het samen uiten van afschuw ons dichter bij elkaar brengt. Dat we ons realiseren dat niet alleen de daders, maar ook een aantal slachtoffers islamitisch waren. Ik ben alleen bang dat het collectieve vlagvertoon een tijdelijke façade zal zijn. Dat achter de beloften van gelijkheid en broederschap het oude wantrouwen zal blijven schuilen, omdat we altijd op zoek zullen gaan naar schuldigen. En die schuldigen veel overeenkomst zullen blijven hebben met mij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden