Hoe Al Hoceima is veranderd in een belegerde stad

Protesten in het Rif-gebied laaien in alle hevigheid op

De protesten in het Rif-gebied nemen in hevigheid toe. Wat begon als woede om de dood van een visverkoper, is nu strijd tegen achterstelling. 'Er is hier geen werk, geen goed ziekenhuis, geen universiteit.'

De Marokkaanse oproerpolitie blokkeert een hoofdweg in Al Hoceima. De betogers mijden de confrontatie. Foto reuters

Tussen de demonstranten valt ze meteen op, als enige vrouw in de voorste linies. Silya Ziani (23) gooit het haar naar achteren, houdt haar smartphone omhoog en filmt zichzelf en de honderden mensen achter haar. 'Wij zijn vreedzaam, we worden geprovoceerd', schreeuwt ze. De hoofdstraat die uitkomt op het plein van Sidi Abid staat vol met bars kijkende agenten, militaire eenheden en politie.

Alle ogen in Marokko zijn gericht op dit kruispunt in Al Hoceima. Elke avond zijn er demonstraties, sinds de politie eind mei tientallen demonstranten oppakte, onder wie protestleider Nasser Zafzafi. De aanleiding was dat Zafzafi de preek van de imam onderbrak in de moskee. 'Wij zijn allemaal Zafzafi', is nu een andere veelgehoorde protestkreet.

Ook Silya is bang dat ze wordt gearresteerd. Ze slaapt niet thuis, maar zwerft van het ene naar het andere onderduikadres. Door haar opzwepende filmpjes op Facebook wordt ze gerekend tot een van de leiders van de protesten. 'Ze vermoorden ons hier, elke dag opnieuw', vertelt ze. 'Er is geen werk, geen ziekenhuis waar ze kanker kunnen behandelen, geen universiteit. Zwangere vrouwen brengen hun kinderen ter wereld op straat. Vroeger waren hier nog fabrieken, maar nu niet meer. Daarom demonstreren we.'

Belegerde stad

Zelf studeerde Silya een jaar aan de universiteit in Oujda, een stad op vier uur rijden. Daarna werd het te duur om een kamer te huren en eten te kopen en kwam ze terug naar Al Hoceima. Ze koos niet zomaar een studie: literatuur van de Amazigh (Berbers). 'De geschiedenis van de Amazigh is vol mensen die opkwamen voor hun rechten', weet ze. 'Altijd waren daar vrouwen bij.'

Zo'n vrouw is zij nu ook. 'Of we bereiken wat we willen, of we sterven', zegt ze. Ze lijkt het te menen.

De beloften die de regering heeft gedaan, gelooft ze niet. 'We stoppen pas als ze doen wat wij zeggen. Het hoeft maar een jaar te duren voordat kankerpatiënten hier in het ziekenhuis terechtkunnen, of om een universiteit te openen. Ze kunnen van alles beloven, maar het enige dat ze doen, is meer politie op ons afsturen.'

Al Hoceima ziet er tijdens de avonden uit als een belegerde stad. Overal staan politieagenten in oranje hesjes en groene overalls en militaire eenheden in het donkerblauw.

Demonstranten tonen afbeeldingen van protestleider Nasser Zafzafi Foto epa

Het grote centrale plein, vanwaar je uitkijkt op de rotsige kustlijn, is omzoomd met politiebusjes. Hier is demonstreren verboden, de betogers zijn er al vaak uit elkaar gedreven. Nu worden er speelgoedauto's verhuurd waarin kinderen kunnen rijden, maar je moet wel een sterke fantasie hebben om je op zo'n plek over te geven aan onbezorgde vrolijkheid.

De Rif is ontvlamd in de woede, en de dood van Mohsin Fikri was de vonk waarmee het begon. De vishandelaar kwam in oktober om in een vuilniswagen. Hij had een partij zwaardvis bij zich, een vis die niet gevangen mocht worden in dat seizoen. De politie gooide de vis in een vuilniswagen, Fikri sprong erachteraan, en werd vermorzeld door de metalen kaken van de wagen.

Onmiddellijk ontstonden er protesten waarbij een diepgravend justitieel onderzoek werd geëist. Fikri werd het symbool van de kleine man die wordt gepakt, terwijl de groten - de eigenaars van de vissersboten, de toezichthouders in de haven - hun gang konden gaan.

Meer banen, een ziekenhuis

Nasser Zafzafi ontpopte zich tot leider van de protesten. Het eisenpakket breidde zich snel uit: meer banen, een ziekenhuis, universiteiten. De Rif is achtergebleven bij de moderne steden in het westen - Tanger, Rabat, Casablanca. Over de bergachtige regio's werd tijdens de Franse overheersing al gesproken als het 'nutteloze Marokko'. De inwoners zijn nooit van plan geweest zich daarbij neer te leggen.

De gebeurtenissen in Al Hoceima zijn te lezen als een deel twee van de Arabische Lente. Die begon met een Tunesische fruitverkoper die zichzelf in brand stak nadat de autoriteiten zijn handel in beslag had genomen, gevolgd door protesten. Nu doet Al Hoceima denken aan het Tahrirplein in Caïro, zeggen de journalisten die elkaar tegenkomen in hotel La Perla (De Parel).

Al Hoceima volgt het ritme van de ramadan. Overdag is de sfeer loom. Om een uur of zeven in de avond nemen de ordebewakers hun plaatsen in. Ze dragen plastic tasjes met een flesje water, een croissantje en een bekertje yoghurt. Eerst het vasten breken, dan snel de stad onderwerpen aan hun controle. Ze weten: na het vastenontbijt volgt het avondgebed en dan het protest.

Op het strand ontbijten vijf vrienden, twintigers, in het gezelschap van miauwende katten en kwispelende honden. Drie vingers omhoog, dat is hun symbool. Vrijheid, waardigheid, rechtvaardigheid. Ze doen mee aan de protesten sinds de dood van Mohsin Fikri. 'We zijn overal op voorbereid', zegt Najib. 'Dat ze ons slaan en dat ze ons aanhouden.' De regering noemde de betogers separatisten, maar Najib zegt dat ze helemaal geen eigen staat willen, welnee. De hulp moet juist komen van de Marokkaanse staat, zegt hij.

Ze leven nu van de familie die is uitgeweken naar Europa. Zonder uitzondering hebben ze familie in Nederland. Zij, de achterblijvers, werken als visverkoper, als verhuurder van materialen voor bruiloften, als meubelverkoper of in de bouw. Twee maanden per jaar. Als de familieleden uit Europa hier op vakantie komen.

'Als we een visum zouden krijgen, zou niemand hier blijven', zegt Tarik. Hij probeerde in een bootje over te steken, maar werd teruggestuurd.

Demonstranten vullen de straten van Al Hoceima Foto afp

Tragiek van de achterblijvers

Dit zijn geen jongens die leven in schrijnende armoede. Ze hebben smartphones en auto's. Op tafel staat een overvloedig maaltijd met harira (Marokkaanse soep) van de zus van Mhend, er zijn dadels, eieren, pannenkoeken, verse vissen. De familie uit Europa zorgt voor hen.

Het is precies de tragiek van deze achterblijvers. Ze zien een betere wereld, maar die is onbereikbaar. Ze hebben niets te verliezen en willen ook weleens winnaars zijn. Daarom protesteren ze.

Maar vanavond niet. De alomtegenwoordigheid van de politie neemt iedere dag toe. Alle straten naar het plein in Sidi Abid zijn sinds donderdagavond hermetisch afgesloten. Alleen buurtbewoners mogen er nog in, de vijf vrienden druipen af. Zo ontstaat er een macaber spel voor volwassenen, tussen de politie aan de ene kant en de bevolking aan de andere. Naoufal Azdoud (27), een jongen met een paar halve tanden in zijn mond, kent een sluiproute, over een berghelling naar beneden, een straat over, door steegjes naar het plein. Maar al van bovenop de helling is te zien dat de politie beneden staat te wachten.

'Dit noemen ze dan democratie', zegt Naoufal verbitterd, terwijl hij uitkijkt op de strijdkrachten beneden hem. Hij vertelt hoe iemand uit zijn buurt door de politie is geslagen en nu zijn arm in het gips heeft. 'Maar wij zijn niet bang. We zijn zo, het volk van de Rif. Zelfs mijn moeder doet mee aan de demonstraties. Wij vragen altijd om onze rechten.'

De druk van de politie is steeds hoger, en daarmee neemt ook het ontploffingsgevaar van de menselijke woede in Al Hoceima elke dag toe. Vrijdag liep het in een naburig dorp, Imzouren, uit de hand. De betogers gooiden met stenen naar de veiligheidsdiensten. Niet veel later hingen er dikke wolken van traangas in de straten.

Maar de demonstranten van Al Hoceima zijn vastbesloten hun protesten vreedzaam te houden. Ook Zafzafi heeft hen dat altijd op het hart gedrukt. Tussen de betogers op het plein van Sidi Abid en de kordons van de militaire eenheid vormen jongens hand in hand een menselijke keten. Als er een woedende jongeman uit de menigte wil breken om de politie aan te vallen, wordt hij tegengehouden.

Ondertussen wordt gezonnen op een nieuwe strategie. 'Als Sidi Abid afgesloten is, dan moet elke buurt maar apart demonstreren', zegt Nawal Benaissa, een 36-jarige moeder van vier kinderen. Zij geldt als de leider van de vrouwen en wordt genoemd als een van de opvolgers van Zafzafi. Met een vurige videoboodschap op Facebook, geflankeerd door de moeder van Nasser Zafzafi, roept ze de vrouwen op te protesteren in een van de stadsparken.

'Wij zijn anders dan andere volken', zegt ze. 'Overal ter wereld vechten mensen met wapens voor hun rechten. Wij niet. Onze demonstraties verlopen vreedzaam, zonder wapens, zonder stenen. We zijn heel erg beschaafd.'

En ongelooflijk vastberaden. Ook Nawal zegt op besliste toon: 'De dood is nog beter dan zo te leven.'

Een dag later komt het bericht dat de politie Silya Ziani is gevolgd naar haar slaapadres en haar heeft opgepakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.