HIV-stress

De behandelmogelijkheden voor mensen die met het aidsvirus zijn besmet, verbeteren de laatste tijd spectaculair. Het HIV kan zó doeltreffend worden bestreden dat overlijden niet langer onvermijdelijk lijkt....

Toch staan seropositieven niet altijd te trappelen om zo'n behandeling te ondergaan. Zo vertelde een seropositieve vrouw dat het voor haar niet hoefde. Zij had zich er helemaal op ingesteld dat ze over enige tijd dood zou gaan. Ze wilde geen valse hoop krijgen en haar leven niet laten beheersen door een strak regime van inname van geneesmiddelen. Inderdaad moet je bijna een dwangneuroot zijn om de huidige combinatietherapie vol te houden.

Maar afgezien daarvan; zou je niet verwachten dat seropositieven elk sprankje hoop aangrijpen? Nee, want een martelende onzekerheid is vaak moeilijker te verdragen dan een pijnlijke zekerheid. Uit experimenten blijkt dat mensen meer stress ervaren bij een kleine kans op een elektrische schok dan bij een heel grote kans op dezelfde schok. In het laatste geval gaan de proefpersonen er voor het gemak van uit dat ze de schok krijgen. Zo voorkomen ze onaangename verrassingen.

Maar zij die goede hoop hebben geen schok te krijgen, weten niet wat ze moeten doen. Ervan uitgaan dat ze geen schok krijgen? Of aannemen dat ze er wél een moeten incasseren?

Dus: hoop mag doen leven, maar de onzekerheid die eigen is aan hoop, roept ook vaak gigantische stress op. Vandaar dat sommige seropositieven de zekerheid van de dood verkiezen boven de ongewisheid van heel misschien een genezing.

Maar een onbekend aantal mensen weet niet eens dat ze seropositief zijn. Nu bekend is dat de genezingskansen waarschijnlijk toenemen naarmate eerder met de therapie wordt begonnen, is de discussie weer opgelaaid of het testen op HIV-besmetting niet drastisch moet worden gestimuleerd.

In Nederland is men steeds terughoudend geweest met het aanmoedigen van het testen op HIV. Niet voor niets. Weten dat je seropositief bent, heeft gigantische psychische, sociale en materiële gevolgen. Wat niet weet, wat niet deert.

Maar ondanks de verbeterde behandelmogelijkheden ziet het Aids-fonds niets in het stimuleren, laat staan in het dwingend opleggen van HIV-testen.

Het is de vraag of dat een verstandige stellingname is. Want het lijkt juist meer dan ooit nodig het testen op HIV veel actiever aan te moedigen bij mensen die risico hebben gelopen. Niet alleen om eerder te kunnen behandelen. Maar vooral ook om preventief gerichter te kunnen werken.

Want het gevaar ligt op de loer dat personen met een onveilig gedragspatroon de klok hebben horen luiden, maar niet weten waar de klepel hangt, en daarom gaan denken: 'Er is toch een pilletje, dus wat zou ik mij druk maken?'

Er is nog steeds een onthutsende hoeveelheid onveilig seksueel gedrag, bijvoorbeeld in de straatprostitutie en op anonieme ontmoetingsplaatsen voor homoseksuelen.

Natuurlijk, als mensen door onveilig seksueel gedrag een poging tot zelfdoding op termijn willen doen, dan moeten ze dat helemaal zelf weten. Maar onveilig seksueel gedrag is zelden eenmalig. En daarmee stellen onveilige vrijers ook anderen bloot aan besmetting, bijvoorbeeld hun vaste partner die nergens van weet.

Iemand die zich - ondanks riskante seksuele activiteiten - niet heeft laten testen, kan zichzelf nog wijsmaken dat er niets aan de hand is. Een actiever testbeleid kan ten minste dergelijke kop-in-het-zand-stekerij doorbreken, en daarmee de kans op overdracht van het virus verminderen.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Er zijn ook mensen die willens en wetens bezig zijn het leven van anderen in gevaar te brengen. Ook voor de preventie van dergelijke pogingen tot doodslag is een actiever testbeleid gewenst.

Mensen die nu nog onveilig vrijen, kunnen donders goed weten welke risico's zij lopen. Waarom mag er op dergelijke personen geen druk worden uitgeoefend om een HIV-test te ondergaan?

Kortom, het wordt tijd ons af te vragen of de volksgezondheid gebaat is bij een terughoudend testbeleid. Waarom zouden we eigenlijk aids omzichtiger aanpakken dan andere besmettelijke ziektes?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.