Hittigheid zindert in het werk van Wolkers

Het is moeilijk het geloof na te voelen dat voor Wolkers vanzelfsprekend was, maar voor zijn biograaf geen gesneden koek is.

Het beeld der vad'ren, ex bibliotheca Jan Wolkers. Beeld Annabel Miedema
Het beeld der vad'ren, ex bibliotheca Jan Wolkers.Beeld Annabel Miedema

Voor een oprecht goddeloos opgevoede jongen valt het niet mee te begrijpen wat het betekent om gereformeerd te zijn. Aan het einde van de vorige eeuw was ik als beginnend journalist werkzaam bij de voormalig christelijke ochtendkrant Trouw. Er werkten aardige, slimme mensen, van wie ik veel heb geleerd. Maar ik bleef me een vreemde eend in de bijt voelen.

Er liepen op de redactie nogal wat domineeszonen rond. Je kon ze herkennen aan hun bril of afgesleten geruite overhemd uit de jaren vijftig. Achter mij zetelde de kerkredactie. Ik hoorde de redacteuren dagelijks praten, maar verstond er niets van. Ze spraken geheimtaal. Geregeld kreeg ik een brief van een oude lezer van de krant (bij elke overlijdensadvertentie verloren we een abonnee) waaruit bleek dat ik mij in een stuk onbetamelijk had uitgedrukt. In de laatste regel van zo'n brief werd voor mij gebeden.

Bij de reconstructie van de jeugd van Jan Wolkers sta ik voor hetzelfde probleem: na te voelen wat voor mij vreemd, maar voor hem volstrekt vanzelfsprekend is geweest. Als Wolkers werd gevraagd naar de oerbron van zijn werk, wees hij altijd op de Bijbel, waaruit zijn vader driemaal daags aan tafel voorlas totdat 'de vonken van de hittigheid van de toorn van God' over de borden vloog. Die hittigheid zindert ook in Wolkers' eigen zinnen.

Memoires van een biograaf

Onno Blom werkt aan de biografie over Jan Wolkers. Voor V houdt hij daarover een dagboek bij - waarvan we in zoveel delen de notities presenteren.

Als puber leefde Jan in een benauwde, zwarte wereld, waar Gods woord wet was en waaruit hij uit alle macht wilde ontsnappen. Voetballen, fietsen, hardlopen, ja zelfs lachen op de Dag des Heeren - het was allemaal verboden. Jans angst voor de harde hand van zijn vader en de nakende verbanning naar de buitenste duisternis, 'waar wening is en knersing der tanden' (Mattheüs 13:42), sloeg om in woede. Uit die woede is Wolkers' eigen werk ontstaan.

Toen Wolkers in 1965 Terug naar Oegstgeest schreef, gaf hij niet alleen een portret van zijn eigen jeugd, maar ook van die van vele andere gereformeerde jongelingen. Hij ging letterlijk terug naar Oegstgeest, zijn geboortedorp, en bezocht als volwassen man de plekken des onheils. Wolkers documenteerde zich ook. Daarbij vlamde zijn puberale woede weer op, maar ook zijn spotzucht, die zijn vader tot razernij had gedreven. 'Sla maar, christen, vooruit maar, ik keer mijn linkerwang wel naar je toe.'

Onlangs trof ik in Wolkers' bibliotheek het boekje Het beeld der vad'ren aan, waarin 'het leven van het protestants-christelijke volksdeel in de twintiger en dertiger jaren' in woord en beeld is vastgelegd. Ik sloeg het boekje open op de plek waar Wolkers een afgescheurd, vergeeld papiertje had ingestoken. Op bladzijde 169 staat een foto van een gereformeerde jeugdvereniging die, omdat zelfs toneel taboe was, in een verstild tableau met behulp van houten kruisen, ankers, lakens en de Bijbel 'ernstige zaken op ernstige wijze' over het voetlicht bracht. Twee in zwart gehulde jongedames knielen op de grond en houden devoot een wit bord vast. In sierlijke potloodletters heeft Wolkers in dat witte bord geschreven:

Kut pik
Neuken
De Zaligmaker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden