Hitlers massahandelaar in beeldende kunst

Naast het nazi-roofgoud gaat het de laatste maanden steeds vaker om in de oorlog verdonkeremaande kunst. De befaamde Konigs-collectie, zoek sedert 1945, dook onlangs puntgaaf op in een Russische museum....

Foto's tonen de Pruisische Beamte die hij óók is. Hoed, vest, overjas. Hartje zomer blijft de overjas thuis, doch de hoed op. Uit z'n declaraties spreekt correcte burgerlijkheid: hotelrekeningen blijven laag, hij eet goedkoop, is karig met fooien en noteert ze nauwgezet. Soms zijn er onverwachte uitschieters, zoals: Schokolade f 2,90. Soms gaat er iets mis met koffers pakken (of het weer) want er zijn ineens Handschuhe ¿ 9,90.

Daarentegen spendeert hij vaak meer aan Cigarren dan aan een lunch. In nagelaten aantekenboekjes staan lijsten met Nederlandse adressen, daarbij ook de naam Hajenius. Maar de fameuze rooktempel aan het Amsterdamse Rokin, ingeklemd tussen de kunsthandels waar hij beroepshalve moet wezen, komt altijd als laatste. Werk gaat voor. Er is veel werk.

Dr. Hans Posse, Direktor der Staatlichen Gemäldegalerie Dresden, reist tussen 1939 en 1942 als bezeten door nazi-onderworpen Europa. Altijd per slaaptrein, dat geeft tijdwinst. Hij koopt kunst in voor Adolf Hitler en diens Führermuseum in Linz dat groter, mooier, beter moet worden dan welk ook ter wereld. De verzameling komt er; het museum nooit.

Voor Posse is enkele jaren de diepste droom van elke museumdirecteur waarheid: hij kan kopen wat hij maar wil. Er is altijd geld. Wie niet wil, kan tot verkoop (of erger) worden gedwongen. In Posse's agenda duiken namen op met de sinistere toevoeging: Gestapo.

Hitler laat in een van zijn middernachtelijke tafelgesprekken noteren: 'Voor de Galerie in Linz kan ik slechts dit ene opschrift bedenken: Dem deutschen Volk zu eigen.' In één moeite dicteutert hij door, als moest het in een poëzie-album: 'Oorlogen komen en gaan, slechts de werken der menselijke cultuur blijven bestaan.'

Maar voorlopig wordt er met die werken nog duchtig gesleept. Op de internationale kunstmarkt zal het nooit meer zo druk zijn.

Posse is een gouden greep. Hij is expert in Italiaanse en Nederlandse renaissance- en barok. Hitler wordt voor het eerst op hem attent gemaakt door zijn Berlijnse kunsthandelaar Karl Haberstock. Op dat moment is Posse toevallig, na bijna dertig jaar, als directeur in Dresden ontslagen door de regionale nazi-chef Martin Mutschmann. Hitler gaat zelf ter plekke poolshoogte nemen: 'Sie sollen solche schreckliche Bilder gekauft haben?' Zelfs zo'n entartete Kokoschka en die afzichtelijke Otto Dix? Maar Posse kan even later, zich verkneuterend, een kranteberichtje in zijn dagboek plakken: Mutschmann meldt zich ziek met hartklachten. Hitler zet Posse persoonlijk terug in zijn oude functie.

Het is dan juli 1938. De formele opdracht voor Linz laat nog een jaartje op zich wachten. Adolf Hitler neemt, zo lijkt het, rustig de tijd om zijn nieuwe aanwinst te bestuderen. Dat Posse geen nazi is, deert de Führer niet. Hij zoekt competentie. Op 28 juni 1939 kan Posse aan zijn dagboek toevertrouwen: 'Schriftelijke opdracht van de Führer gearriveerd.'

Posse begint zijn missie in het zojuist 'aangesloten' Oostenrijk. In 1939 komt Polen aan de beurt. Linz is een streng geheime Reichssache. Posse heeft alleen te maken met Hitler zelf en diens secretaris Martin Bormann. De chef van de rijkskanselarij, minister Lammers, zorgt voor het geld. Dat geld is van Hitler persoonlijk en afkomstig van het 'auteursrecht' dat de Führer uitoefent op zijn kop die de Duitse postzegels siert. Het gaat om tientallen miljoenen.

In Polen wordt rechtstreeks geroofd. Treinagons vol kunst rollen Duitsland binnen. Dat maakt Posse, inmiddels tot Professor verheven, huiverig. Hij wil voor Linz dan ook opvallend weinig Pools hebben. Wel laat hij precies boek te houden waar elk buitgemaakt stuk vandaan komt. Ook later houdt hij dat vol, waardoor de geallieerden later flink geholpen worden bij hun naspeuringen.

Na 1940, met name in Nederland, zal Posse zo scrupuleus niet meer zijn. Hij koopt dan welbewust tegen te lage prijzen. Als hij in 1941, weer per nachttrein, naar Den Haag wil om twee schilderijen van Frans Hals te kopen en een kennis hem ongelovig vraagt of die daar zomaar op de markt zijn, is het antwoord: 'Als ze er niet zijn, dan worden ze gewoon door Gauleiter Seyss-Inquart in beslag genomen.'

Posse wordt langzaam maar zeker ingepakt door de clique rond Hitler. Hij blijkt hoogst gevoelig voor macht, niet alleen zijn eigen macht, maar ook die van de boven hem gestelden. Het is de karakteristieke eigenschap van een Pruisisch ambtenaar.

Hitler wil op gezette tijden foto's zien van de door Posse aangeworven kunstwerken. Zo ook op 9 april 1940. Posse schrijft in zijn dagboek: 'Bericht van de bezetting van Denemarken en Noorwegen. 9.00 tel. bericht uit de rijkskanselerij: ik moet in Hotel Kaiserhof oproep afwachten, omdat heden tijdstip van voordracht zeer onzeker. ca. 14.10 telefoon van adjudant dadelijk te komen. Ca. 14.20 - 14.40 voordracht bij de Führer in bijzijn van Bormann over de verzameling van Johann Georg von Sachsen. Wonderbaarlijke stemming, ondanks de historische gebeurtenissen van zo zwaarwegende betekenis, ondanks de lopende besprekingen met alle leden van de regering en militairen warmste interesse voor deze culturele aangelegenheden.'

Posse is duidelijk aangedaan: Hitler pleegt een invasie en heeft toch nog tijd voor kunst. Hij is ervan overtuigd met een groot man van doen te hebben. Overigens is de situatie niet altijd zo overzichtelijk, want Berlijn wordt dan al gebombardeerd. Op 4 september 1940 schrijft Posse: '3/4 7: 's Avonds bij de Führer bevolen in de rijkskanselarij. Een deel van de schilderijen doorgekeken; aansluitend 1/2 9 avondeten; aansluitend doornemen van het overige deel, tegen 12 uur schuilkelder tot ca. 2.15. Rond 3 in hotel met Seyss-Inquart.' Die naam maakt duidelijk dat Hitler dan kunst uit Nederland bezichtigt.

Ons kent ons in de internationale kunstwereld. Als Posse alweer met veel machinaties een kostbare Nederlandse collectie in handen krijgt, noteert hij op 20 april 1941: '11.0 bij Schmidt-Degener (Rijksmuseum). Overgave van de verzameling O.Lanz. Schmidt-Degener houdt uit vriendschap toezicht over het verpakken van de kisten, dat direct moet beginnen'. Ook al is het oorlog en gaat het om roofkunst, de Nederlandse museumdirecteur is zijn Duitse collega graag ter wille (Schmidt-Degener overlijdt overigens in datzelfde jaar en het Rijksmuseum krijgt dan Duitse leiding).

Posse's dagboek en reisnotities - tegenwoordig in een kleine groene doos aan te treffen in het Germanisches National Museum in Neurenberg - staan stijf van de lijstjes met aankopen, biedingen en voorstellen. De voor de Nederlandse kunsthistorie meest dramatische notitie is deze:

Verhandlung mit van Beuningen 3. Dez.40. Zahlung bis 30. Dez. 1.400.--- fl.

Dat gaat om de Königs-collectie die nu weer in het nieuws is omdat Boris Jeltsin haar wel aan Nederland zou willen teruggeven maar de Doema niet. Het slingerende streepje staat voor nogmaals drie nullen: 1,4 miljoen gulden dus. Posse noteert het snel, tikje nerveus wellicht, want hij is, naar eigen zeggen, 'aus dem Häuschen - wild enthousiast' over de collectie, bestaande uit Rembrandts, Cranachs, Tintoretto's, Dürers, de een nog fraaier dan de ander.

Later komt er een officiële brief van Posse aan Bormann overheen waarin duidelijk wordt dat de Rotterdamse havenbaron Van Beuningen zijn geld per se voor 30 december wil hebben. Nog steeds zijn deskundigen er niet echt uit of Van Beuningen de Königs-collectie vrijwillig verkocht of niet. Van Beuningen had niks met tekeningen, daar kon hij niet mee aan zijn muren pronken, zeggen de 'vrijwilligen'. Maar de prijs was zo absurd laag, zeggen de 'onvrijwilligen'.

Hans Posse reist tot begin 1942 voort als razende verzamelaar door Europa. Dan wordt hij ziek. Hitlers lijfarts stuurt hem door naar de Robert-Boschkliniek in Berlijn-Dahlem. Posse heeft een ongeneeslijk kankergezwel op de achterkant van zijn tong. Tegenwoordig zou je onvermijdelijk zijn veelvuldige aanschaf bij Hajenius daarmee in verband brengen.

Er is een kleine zakagenda waarin Posse in die laatste maanden zijn vele 'röntgens' en een steeds dalend lichaamsgewicht bijhoudt. Hij doet dat met de zorgvuldigheid waarmee hij ook zijn kunstaankopen inschrijft. Want hij werkt vrijwel tot het eind.

Posse sterft in Berlijn op 7 december 1942. Propagandaminister Goebbels op de staatsbegrafenis: Posse heeft altijd 'in de verwarmende zon' van Hitlers vertrouwen gestaan. Maar de Führer zelf is er niet bij. Anders dan in 1940 heeft hij het nu te druk met oorlogvoeren alleen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.