Hitler was zeer te spreken over Henry Ford

Terug naar 30 juli 1938. De grootindustrieel Henry Ford ontvangt het Adelaarskruis van de Duitse Führer Adolf Hitler. Hij was bepaald niet de enige antisemiet in de VS....

Adolf Hitler wilde in 1931 graag uileggen waarom er een reusachtig portret van de Amerikaanse autofabrikant Henry Ford aan de muur van zijn werkkamer hing. ‘Ik beschouw (hem) als mijn inspiratie’, aldus de Führer in The Detroit News.

Hitler bewonderde de Amerikaanse methoden voor massaproductie. In de jaren dertig leidde dat tot een steeds intiemere samenwerking tussen bedrijven als Ford en General Motors (GM), en het Derde Rijk. Het antisemitisme van Ford, dat hij in de VS had geuit in een reeks pamfletten onder de titel The International Jew (‘Het belangrijkste probleem van de wereld’) stond Hitler eveneens aan. Ford had, op z’n zachtst gezegd, weinig op met Joden, zoals Neil Baldwin beschreef in Henry Ford and the Jews: The Mass production of Hate (2001).

En dus kreeg de machtige grootindustrieel op 30 juli 1938 een Adelaarskruis, de hoogste onderscheiding voor een buitenlander. Niet veel later ontving James Moony van GM een soortgelijk teken van vriendschap.

De trucks en materialen van Ford en GM (de maker van Opel) zouden later een cruciale rol spelen in de Duitse oorlogsmachine. De Duitse divisie van Ford werd vrijwel onafhankelijk tijdens de oorlog, maar feit blijft dat ‘Opel en Ford alles deden om zich bemind te maken bij de nazistaat’, zei de historicus Simon Reich later.

Ford (1863-1947) was bepaald niet de enige Amerikaan die de regering van Franklin D. Roosevelt indirect of direct dwarszat in diens strijd tegen Hitler-Duitsland. Naast de vliegpionier Charles Lindbergh speelde de antisemitische Joseph Kennedy – de vader van de latere president John F. Kennedy – een kwalijke rol als ambassadeur in Londen in de jaren vóór de oorlog. Klagend over de ‘Joodse media’ en ‘moordenaars van Christus’ werd hij, in de woorden van de nazi-ambassadeur in Groot-Brittannië, ‘de beste vriend van de Duitsers’.

Ook de minder bekende Breckinridge Long speelde een negatieve rol. Als Roosevelts ambassadeur in Rome was hij een aanhanger van Mussolini geworden. Eenmaal terug in Washington werkte de verklaarde antisemiet Long de redding en immigratie van Joodse vluchtelingen actief tegen.

De diepte van Fords antisemitisme en de details over zijn houding tegen Hitler-Duitsland kwamen in de jaren tachtig en negentig naar buiten. Desalniettemin – of juist daarom – was het bedrijf Ford een sponsor van de film Schindler’s List. Dit vond Neil Baldwin zo cynisch, dat hij aan Henry Ford and the Jews begon. Maar recensenten van zijn boek stelden na lezing de vraag: vanwaar die Jodenhaat? Geloofde Ford het zelf? Waren zijn latere excuses gemeend? In 1938 had Ford een ontmoeting met een Detroitse rabbijn en ontkende sympathie voor het nazisme: ‘Zij die mij vele jaren kennen, beseffen dat alles dat haat voortbrengt mij verafschuwt.’

Hoe het ook zij, het blad Automative News noemde hem ‘Man van het millennium’. Het tijdschrift Forbes oordeelde: ‘Zakenman van de eeuw’. In 1998 voegde het weekblad Time, dat hem in 1935 en 1941 al op het omslag zette, Ford toe aan de lijst van honderd invloedrijkste 20ste-eeuwers.

In Time betoonde Lee Iacocca eer aan Ford, hoewel hij ook diens ‘racistische aanvallen’ beschreef. Ford had getracht om de banden met de Joodse gemeenschap te herstellen, schreef Iacocca, zelf in de tweede helft van de 20ste eeuw een topman van Ford en Chrysler. Belangrijker: ‘Zonder Henry Fords ambitie om een massamarkt voor auto’s te creëren, zou Amerika vandaag de dag geen middenklasse hebben.’

Ford was vanaf 1905 zo belangrijk voor zijn land, dat zijn banden met Hitlers regime nog steeds wat worden vergoelijkt. Iacocca deed er ook wat luchtig over en poogde vooral Ford in diens tijd te plaatsen. ‘Vandaag de dag zou er geen Henry Ford kunnen bestaan. Honderd jaar geleden werden zaken gedaan door mannen met rijkdom en zoveel macht dat ze een land konden overnemen als dat nodig was.’

Diederik van Hoogstraten

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden