100 jaar Volkskrant

Hitler? Die is uitgepraat, dacht de Volkskrant in 1924

In een wekelijkse serie kijken we terug op hoe de Volkskrant de afgelopen 100 jaar verslag deed van historische gebeurtenissen. Deze week: het proces tegen Hitler in 1924.

De Volkskrant van 2 april 1924 Beeld de Volkskrant
De Volkskrant van 2 april 1924Beeld de Volkskrant

Voor Vorwärts, het lijfblad van de Duitse sociaaldemocraten, was het een aprilgrap: de veroordeling van Adolf Hitler – op 1 april 1924 – tot vijf jaar ‘vestingstraf’ voor zijn mislukte staatsgreep van 8/9 november 1923, de zogenoemde Bierkellerputsch. ‘Een vonnis dat door angst is ingegeven’, oordeelde het Berliner Tageblatt. Een vonnis waarmee ‘het rechtsbewustzijn des volks en het prestige van den staat ten gronde wordt gericht, meende Germania, een aan de katholieke Zentrumspartei gelieerde krant. En daar leek de Volkskrant het roerend mee eens te zijn. Want Hitler zou na zes maanden ook nog eens in aanmerking komen voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. Al met al een verbazingwekkend milde straf voor iemand die hoogverraad had gepleegd.

De Volkskrant had het proces in München tegen Hitler en zijn medebeklaagden, onder wie de gewezen generaal Erich Ludendorff, met grote belangstelling gevolgd. Bij de aanvang van het proces, in februari 1924, was Hitler voor de lezers van de krant al een bekende verschijning: het voorgaande jaar had hij al zo’n vijftig keer in de krant gefigureerd. Van zijn retorische gaven had de Volkskrant zich dus al kunnen overtuigen. Voor de rechter, die iets te eerbiedig naar hem luisterde, beschimpte hij ‘op zeer welsprekende wijze’ Joden, marxisten, Fransen en hun Duitse slippendragers. ‘Alleen met het brutaalste fanatisme kan het Duitse volk worden gered’, oreerde hij.

Verbale bravoure

Volgens de commentator van de Volkskrant getuigde de verbale bravoure van Hitler vooral van ‘een barre geestelijke armoede’. Het vermogen om geschiedenis te maken werd dan ook niet aan Hitler toegedicht. ‘Groote persoonlijkheden zijn slechts zij die zich verbonden weten met een grooten roeping.’ Voor ‘den echten patriot’ zou de roeping geen staatsgreep moeten zijn, maar de verheffing van Duitsland uit de geestelijke ontwrichting die door de ‘Grote Oorlog’ was aangericht.

De belangstelling van de verslaggevers die getuige waren van de uitspraken van het ‘hoogverradersproces’ ging overigens niet zozeer uit naar Hitler, maar naar diens rechterhand Erich Ludendorff, die in zijn vrijspraak een miskenning zag van zijn aandeel in de machtsgreep. ‘Na de voorlezing van het vonnis stond hij plotseling op en riep, aan een hevige opwinding ten prooi, uit: Ik beschouw deze vrijspraak als een beleediging aan mijn uniform en mijn onderscheidingsteekenen! De zaal juichte deze woorden op stormachtige wijze toe.’

Ultramontanisme

In een kennelijke poging om alsnog te laten zien dat hij heus niet onderdeed voor Hitler, hield Ludendorff diezelfde dag (de geboortedag van Otto von Bismarck) nog een rede ‘tegen de marxistisch-joodsche wereldbeschouwing’. Daarin fulmineerde hij, tot misnoegen van de Volkskrant uiteraard, ook tegen het ultramontanisme: de leer waarin de autoriteit van de paus wordt benadrukt. ‘Spreker kent geen katholieken en geen protestanten. Hij kent slechts Duitschers, voor wie vaderland en volk het hoogste is.’

En Hitler? Van hem werd pas weer iets vernomen toen bleek dat een verzoekschrift waarmee op zijn vrijlating werd aangedrongen door slechts 24 duizend mensen was ondertekend, ‘hoewel de lijsten huis aan huis zijn aangeboden’. In die laatste toevoeging klinkt de verwachting door: van hém zullen we nooit meer iets horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden