Hitchcocks godsgeschenk

In deze laatste aflevering geeft Paul Verhoeven zijn visie op de film I Confess, van zijn favoriete regisseur Alfred Hitchcock.

Alfred Hitchcock heeft nimmer gedacht: zó, daar heb ik succes mee, dat doen we nog eens een keertje over. Weliswaar bewoog hij zich dikwijls binnen het genre van de thriller, maar hij onderzocht alle mogelijke variaties. Alleen aan whodunits had hij een broertje dood, verhalen gebouwd rond de vraag: wie heeft het gedaan? - dát thema vond hij te banaal.


Vandaag bespreken we I Confess, de Hitchcockfilm met religieuze boventonen. Priester Michael Logan (Montgomery Clift) krijgt tijdens een biecht van zijn koster Otto Keller (O.E. Hasse) te horen dat die zojuist de louche advocaat Villette heeft omgelegd. Per ongeluk, claimt Keller. Hij brak in bij Villette om geld te stelen, werd betrapt, en joeg hem van de weeromstuit met een knuppel de dood in. Eerst denken we nog: o jee, die arme Duitse emigrant, hij heeft het toch al zo moeilijk in zijn nieuwe thuishaven Quebec-stad. Nauwelijks geld, hij en zijn vrouw Alma kunnen alleen maar overleven omdat priester Logan aan Keller een onderhoudsbaantje bij diens kerk heeft gegeven.


Dat blijkt een misrekening. Langzaamaan ontpopt Keller zich als een diabolisch personage dat priester Logan de doodslag op Villette in de schoenen wil schuiven. En politie-inspecteur Larrue (Karl Malden, die een jaar later in On the Waterfront zelf een priester zou spelen) denkt een heel eind met hem mee. Logan kan zich niet verweren, omdat hij de werkelijke toedracht van Keller heeft vernomen tijdens die biecht. Zou hij naar de politie stappen, dan breekt hij zijn gelofte aan God. Maar als hij zwijgt, bestaat er een goede kans dat hij uiteindelijk de doodstraf krijgt, want alle - door Keller geënsceneerde - sporen wijzen nadrukkelijk in zijn richting. Wat je noemt een duivels dilemma.


In mijn particuliere Hitchcockklassement staat I Confess niet in de top-5. Die plaatsen zijn gereserveerd voor Vertigo, North by Northwest, Strangers on a Train, Shadow of a Doubt en Psycho (voor driekwart), films die we in deze rubriek al eerder hebben behandeld. Maar samen met Notorious komt I Confess daar direct achteraan, zo rond de zesde, zevende plek. En omdat deze episode, nummer 100, het sluitstuk vormt van onze rubriek, dacht ik: nog één keer Hitchcock, per slot mijn favoriete regisseur aller tijden. Zo kom ik nu dus uit bij I Confess, naar ik heb begrepen trouwens de favoriete film van Jan Wolkers (zie volgende pagina bovenaan).


Alfred Hitchcock werd katholiek opgevoed en naar het St Ignatius College in Londen gestuurd, een school voor jezuïeten. Hij bewaarde nogal nare herinneringen aan religie, maar met I Confess besloot hij zijn kennis erover aan te wenden. Zonder slag of stoot ging dat niet. Het scenario is gebaseerd op het Frans-Canadese toneelstuk Nos deux consciences uit 1902, dat Hitchcock in de jaren dertig had gezien. In de oorspronkelijke versie van auteur Paul Anthelme loopt het met priester Logan niet goed af. Hij blijft zwijgen en wordt uiteindelijk ter dood veroordeeld. Een té duister einde voor een speelfilm, besloot Hitchcock. Daar komt geen hond naar kijken, begreep hij wel - en ik denk dat hij gelijk had.


Het verhaal moest worden omgeschreven, een ingewikkeld proces dat acht jaar in beslag nam en een dozijn aan scenaristen vroeg. De uiteindelijke filmversie is van de hand van de gevluchte Hongaarse emigré George Tabori, die zich met het personage van Keller wel enigszins zal hebben kunnen vereenzelvigen. Toch vroeg Hitchcock scriptdokter William Archibald ook nog eens naar het einde te kijken, want Tabori weigerde af te wijken van het sombere slot uit het toneelstuk. Uiteindelijk kreeg zowel Tabori als Archibald credit voor zijn aandeel in het scenario van I Confess.


Met de nieuw bedachte afwikkeling kon er in 1952 twee maanden worden gedraaid. Maar Hitchcock had buiten de nukken van zijn hoofdrolspeler Montgomery Clift gerekend. Clift behoorde tot de school van method acting en juist Hitchcock vond dat allemaal maar flauwekul. Een acteur was iemand die gewoon moest doen wat hij aangaf, niet te ingewikkeld, please! Zoals de anekdote wil, zou Hitchcock eens hebben gezegd: 'Zodra een acteur op mij afstapt om zijn personage door te spreken, antwoord ik: het staat allemaal in het script. En als hij vervolgens vraagt: ja maar, wat is de motivatie voor mijn handelen? - dan zeg ik: je salaris.' Geestig, maar Montgomery Clift hield vast aan zijn eigen acteertechnieken. De spanningen liepen hoog op toen hij take na take verknalde, omdat hij Hitchcock steeds niet gaf waar die zo nadrukkelijk om vroeg.


Het gekke is nu: daar merk je in de film dus helemaal niets van. Misschien dat juist die tegenstrijdige opvattingen van acteur en regisseur tot dit opvallende eindresultaat hebben geleid, als was het een experiment. Montgomery Clift speelt die priester fantastisch, precies getourmenteerd genoeg. Hitchcock gunt Clift en zijn tegenspeelster Anne Baxter veel enorme close-ups in fraai uitgelicht zwart-wit. In hun ogen zie je weerspiegeld wat ze voelen en denken. Acteren met minimale middelen. Niet schreeuwen, maar fluisteren. Dichter op de huid gefilmd kán bijna niet.


Anne Baxter speelt Ruth Grantfort, de grote jeugdliefde van priester Logan. Die liefde is wederkerig, maar nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog als vrijwillig soldaat vier jaar in Europa heeft verkeerd, is Logan veranderd. Door zijn ervaringen op het slagveld heeft hij besloten zijn leven in dienst van God te stellen en daarmee heeft hij de deur naar Ruth dichtgegooid. Zij kan dat niet begrijpen en beticht hem van egoïsme. Maar wat ze er bij hun hernieuwde kennismaking aanvankelijk niet bij zegt, is dat ze in zijn afwezigheid is getrouwd met openbaar aanklager Pierre Grandfort (Roger Dann), al is het slechts een verstandshuwelijk.


Haar hart ligt nog steeds bij Logan en ze vertelt hem dat ook met zoveel woorden. Belangrijk voor de plot: tijdens dat gesprek breekt het noodweer uit, Logan en Ruth vluchten een prieel in en brengen daar de nacht door. Ze worden betrapt door advocaat Villette, die onmiddellijk aan overspel denkt. Hij besluit haar te chanteren, dreigt alles door te vertellen aan haar man Pierre. Maar Villette wordt voortijdig vermoord, zodat het lijkt alsof Logan het motief heeft: om Ruth te beschermen, heeft hij Villette het zwijgen opgelegd. Niet waar, maar de obsessieve inspecteur Larrue meent aan een half woord genoeg te hebben. De gemene Keller doet er alles aan om de vermoedens van Larrue te bevestigen. Tijdens de uiteindelijke rechtszitting liegt hij er lustig op los.


De christelijke metafoor is wel duidelijk: priester Logan is het onschuldige lam Gods, hij staat op het punt om te worden geofferd. Hitchcock zet dat ook zwaar aan in zijn beelden. Als Logan beseft dat inspecteur Larrue hem als de dader ziet, zwerft hij in volkomen verwarring door de stad. Overal meent hij veelbetekenende symbolen te herkennen en ook wordt hij gefilmd vanaf een kerktoren. Op de voorgrond zien we daar, in silhouet, een sculptuur van Jezus die het kruis draagt. Beneden, op straat, loopt in datzelfde shot Logan rond. Dit, drukt Hitchcock uit, is Logans eigen kruisgang, zijn tocht naar Golgotha. Uit de intensiteit waarmee de regisseur dit allemaal filmt, mag je afleiden dat Hitchcock meer met religie op had dan hij doorgaans aangaf of dat hij toch ten minste zijn bezwaren tegen godsdienst voor de duur van de film opzij heeft gezet: het geloof wordt in I Confess bijna tastbaar. Dat is dan toch meer dan Gerard Reve binnen de context van een speelfilm voor mogelijk hield (zie onderstaand kader). En zeker meer dan alle groots opgezette bijbelvertellingen of talloze Jezusfilms tot op heden wisten te bereiken.


Het sterkst wordt dat uitgedrukt in Logans keuze. Na zijn zwerftocht door de stad besluit hij niet voor de wet te vluchten, hij geeft zichzelf aan op het politiebureau. Daar staat: ik heb voor God gekozen, niet voor mijn eigen hachje. Hij is vastbesloten de biecht van Keller geheim te houden, zelfs als dat betekent dat de werkelijke dader vrijuit gaat en hijzelf zal hangen. Niet wat ik wil, maar Gods wil geschiede... Logan is hier al bijna helemaal Jezus.


Wat hem wacht, is de rechtszaak. Het nieuw bedachte einde voorziet erin dat Logan na ampel beraad door de jury wordt vrijgesproken van doodslag. Hij kan als vrij man gaan, maar wordt buiten opgewacht door een woedende meute, het vervolg van zijn kruisgang. In het pandemonium dat ontstaat wil Alma Keller roepen dat niet de priester, maar haar echtgenoot de dader is. Voor het zover komt, schiet Keller haar prompt dood. Hij slaat op de vlucht en rent het Château Frontenac in. In de balzaal van dit beroemde hotel wordt hij door de politie in een hoek gedreven.


Logan biedt aan te bemiddelen. Keller denkt dat de priester zijn zwijgplicht heeft doorbroken en dat ze daarom achter hem aan zitten. Hij wil Logan doden, maar een scherpschutter van de politie is hem voor - Keller valt dodelijk gewond neer. Nu vraagt hij Logan om absolutie, want ja zo opportunistisch is de mens dan ook wel weer. Logan kent geen wrok. Hij neemt Keller in zijn armen en vergeeft hem, in de naam van God. Christelijke naastenliefde, kom daar nog maar eens om. Geleend uit het evangelie volgens Lucas (23:42), waarin Jezus een van zijn medegekruisigden, daar omschreven als een misdadiger, vergeeft en hem het koninkrijk Gods belooft. De metamorfose van Logan in Jezus is voltooid.


Goed gedaan, dit. Meestal wordt het in films nogal truttig zodra een priester in het spel is en krijgen we een lesje bijbelkennis. Hier niet. Er wordt bijna met geen woord over God gesproken. Het is de interne strijd van priester Logan die de kijker bezighoudt en je gelooft zijn worsteling. Dat is de verdienste van method actor Montgomery Clift, in die jaren de evenknie van Marlon Brando. Zo pakt I Confess uit als een Hitchcockfilm met alweer een geheel ander timbre. Prachtig oeuvre, toch.'


Wolkers & I Confess


I Confess (1953) - Alfred Hitchcock


Genre: thriller, Met: Montgomery Clift, Anne Baxter, Karl Malden, O.E. Hasse, Roger Dann e.v.a., 95 min/zwart-wit.


Wie op bezoek kwam in Villa Pomona, Texel, moest er vroeg of laat aan geloven. Jan Wolkers - auteur van Turks Fruit, verfilmd door Verhoeven - zette de pluchen klapstoeltjes alvast klaar. De champagne en huisgemaakte ganzenleverpaté gingen aan de kant. De gordijnen werden toegeschoven en de televisie voorgezet. Gepaste rituelen voor een eredienst, meer precies: de vertoning van zijn lievelingsfilm. Hij had 'm toch al zeker een keertje of honderd gezien. Die film was Alfred Hitchcocks I Confess. Wolkers levenslange worsteling met het gereformeerde geloof zal aan die keuze debet zijn geweest. De gasten moesten op de eerste rij plaatsnemen, hijzelf ging op de tweede zitten. Met ernstig gezicht beroerde de schrijver zijn afstandsbediening. Ha, daar was Montgomery Clift al, de jonge god in zijn priesterkleed. Clift moest kiezen tussen zijn gelofte aan God of opkomen voor zichzelf. Een onmogelijk dilemma. Clift koos voor God. Op de tweede rij ging het van: krak! Karina schoof de gordijnen open. Met bloeddoorlopen ogen keek de schrijver ons zwijgend aan, terwijl hij andermaal een Kleenex trok. Meer bewijs dat ook heel stoere mannen heimelijk nooit helemaal loskomen van het geloof uit hun jeugd.


Gerard Reve & Het Geloof


Rond de verfilming van De vierde man voerden Gerard Reve en Paul Verhoeven een correspondentie. Een van de thema's was de (on)mogelijkheid om de strikt particuliere emotie die hoort bij het belijden van religie te verfilmen. Een andere vraag was of je een nauwgezette, realistische reconstructie van het leven van Jezus zou kunnen maken. De meningen liepen flink uiteen, dat spreekt. Op 10 april 1986 schreef Reve vanuit Schiedam aan Verhoeven (in een niet eerder gepubliceerde brief): 'Jouw benadering van het evangelie is mij vreemd. Het daarin bedrevene onttrekt zich aan geschiedkundige waarneming (...). Het is een mysteriedienst, met geloofsartikelen die bij de griffie ter inzage liggen, mocht iemand uitleg nodig hebben, of bewijs eisen.' Het zoeken naar feiten, dat vond hij 'allemaal maar kinderachtig gedoe'. Reve: 'Napoleon werd bij Waterloo verslagen. Dat valt na te trekken. Het evangelie niet en dat moet ook zo zijn.' Daarna stokte de briefwisseling. De regisseur, terugblikkend: 'Door de eeuwen heen hebben zeer gelovige christenen geprobeerd wetenschappelijk onderzoek naar de historische Jezus te kleineren, Reve maakt daarop geen uitzondering met zijn predicaat 'kinderachtig'. Alles komt voort uit de - terechte - angst van de gelovige dat historisch onderzoek elementen van Jezus' leven en persoon bloot legt die het 'mysterie' ondermijnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden