Hiswa te Water Je wilt nu ook een espressomachine aan boord

Plezierboten worden nóg groter en luxer. Toine Heijmans ziet op de Hiswa te Water, die dinsdag begint, hoe de conservatieve ziel van de Nederlandse watersporter verandert....

Toine Heijmans

Een boot van twintig meter – er was een tijd dat alleen vissers en reders zich zoiets konden veroorloven. Maar aan de steigers van de jachthaven in IJmuiden liggen er de komende week acht, gebouwd voor de pleziervaart. En nog eens 25 tussen de 17 en de 20 meter. Klappers: de hemelsblauwe Nordia 70, een zeiljacht (prijs op aanvraag), en de grijsmetallic Mulder 73, een motorjacht (prijs op aanvraag). Allebei groot maar gemakkelijk te varen middels hoogstaande technologie.

Groter en luxer en nóg groter en nóg luxer wordt de watersport, alsof geld er niet toe doet en iedereen tijd genoeg heeft. Die Nordia en die Mulder zijn eyecatchers op de komende Hiswa te Water: leuk om te zien. Toch representeren ze een trend, want wie goed kijkt naar de kleinere jachten ziet dat ze op de superboten gaan lijken. Van binnen en van buiten. Meer design, meer comfort.

Dat zegt iets over de veranderende ziel van de watersporter. Nederlandse plezierschippers zijn vanouds conservatief. Ze houden van een scheepsgevoel, zoals ze dat zelf noemen: degelijke, statusloze boten met een in donker hout betimmerde kajuit, boten die stormen kunnen doorstaan en verder niks. Een zeeman, immers, hoort te lijden.

Maar langzaam druppelt het gevoel van luxe en design ook de wereld van de kleine jachten binnen, zegt Farouk Nefzi, directeur van de beurs. ‘Nederlandse jachtbouwers verkopen steeds meer internationaal, en Italianen en Russen stellen andere eisen. Daar gaat het ook om status en erbij horen. Nu zie je dat ook de Nederlandse klanten daar steeds meer op gesteld raken.’

Er was al de hang naar elektronica, die het navigeren eenvoudiger maakt (lcd-schermen met digitale zeekaarten) en de bediening simpel (elektrische lieren). Daar komt de hang naar luxe bij. Een beetje jacht heeft geen gaspitje meer aan boord, maar een kitchenette, zegt Nefzi, ‘mét magnetron en espressomachine’. Kijk ook niet op van een plasmascherm, geïntegreerde wijnkoeler of hydraulisch zwemplateau – 'men wil hetzelfde comfort als thuis'.

Dat heeft gevolgen voor het vaargedrag: voor sommige schippers is het vastmaken van de elektriciteitskabel in de jachthaven belangrijker dan het vastleggen van het schip. Nefzi: ‘Boten zijn steeds beter geoutilleerd, maar het aardige is dat ze er nauwelijks duurder van worden.’

De Hiswa te Water blijft wat dat betreft een mooie staalkaart van wat de jachtbouw te bieden heeft, en van wat pleziervaartkapiteins graag kopen. Het is de grootste drijvende botententoonstelling van Europa: 510 exemplaren (waarvan 100 primeurs) langs 6 kilometer steiger (voor de gelegenheid aangelegd in twee maanden tijd, en na een krappe week weer afgebroken). Over die steigers zullen naar verwachting zo’n 35 duizend mensen lopen.

Een tijdlang was de Hiswa te Water het stiefzusje van de binnententoonstelling in de Rai, waar boten de hal worden ingetakeld. De eerste editie werd in 1978 gehouden, in Scheveningen, daarna volgden Rotterdam, Harderwijk en Amsterdam. Inmiddels is het een volwaardige beurs geworden, in een van de grootste jachthavens van Nederland. Daar is het nu vol: er is een wachtlijst voor exposanten en de organisatie onderzoekt andere locaties. Dat zegt iets over de koopkracht van de Nederlandse watersporters, en het zegt opnieuw iets over hun veranderend vaargedrag.

Dat boten groter worden is een gestage ontwikkeling die jaren geleden werd ingezet, zegt Reinier Steensma van onderzoeksbureau Waterrecreatie Advies. Hij peilt sinds acht jaar de markt. Plezierschippers wagen zich met hun grotere boten verder van huis, zegt hij: waren de Wadden- en Noordzee vroeger het domein van de meest ervarenen, tegenwoordig liggen ook de Oostzee en de Middellandse Zee op de route. De sluizen in de Afsluitdijk en bij IJmuiden schutten steeds meer jachten naar zee; geholpen door moderne apparatuur is het normaal geworden naar Vlieland te zeilen, of naar Engeland. ‘Iedereen heeft een laptop aan boord en gps-navigatie; dat kost niks meer’, zegt Steensma.

De jachthavens van Vlieland (net uitgebreid), Terschelling en Texel moesten deze zomer regelmatig dicht omdat ze vol waren met boten. Tot ongenoegen van de schippers, die op zomerse dagen toch al kampen met een druk IJsselmeer. Daar liggen nu 35 duizend boten in de havens, tegen vijfduizend in 1959.

De ‘uittocht naar het buitenland’ (Steensma) betekent ook dat jachteigenaren hun boten soms helemaal niet meer in een Nederlandse haven laten, zegt Farouk Nefzi. ‘Degenen met grote boten kiezen liever voor een ligplek aan de Middellandse Zee, dichtbij een vliegveld.’

Dat is dus voor de rijken. Onderwijl valt 20 procent van de 500 duizend Nederlandse pleziervaartuigen in de categorie roeiboten, jolletjes en sloepen. Nefzi: ‘Het gekke is dat je bij de sloepen juist ziet dat mensen degelijke, spartaanse boten willen, die je gewoon tegen een muur kunt zetten als je wilt.’

En daarmee is die conservatieve ziel van de Hollandse watersporter dan weer trendy geworden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden