Historisch straatrumoer

HET VERHAAL van American Aurora begint in de jaren negentig van de achttiende eeuw. De Verenigde Staten - het zijn er nog maar zestien - hebben sinds 1787 hun eigen grondwet, en sinds 1789 een eerste eigen president: George Washington....

JAN BLOKKER

De naam van die krant was al even kenmerkend als de wapenspreuk - Surgo ut prosim, zeg maar: ik verrijs om te verlichten - die in het morgenstond-logo was verwerkt. Nergens werd zoveel geschermd met symbolen en helden uit de klassieke oudheid als in de Nieuwe Wereld.

Klassieke retorica was ook de lievelingsstijlbloem van Aurora-uitgever Benjamin Franklin Bache, kleinzoon van de grote Franklin, en hartstochtelijke pleitbezorger van diens vrijheidslievende ideeëngoed. Samen met zijn eerste redacteur William Duane had hij zich tot taak gesteld de nobele uitgangspunten van de onafhankelijkheidsverklaring als een waakhond te verdedigen, en luid te blaffen bij elk teken van onraad.

Ze hebben veel geblaft, die twee, en daar was misschien ook reden voor.

Zeker in het eerste decennium van de geschiedenis van de Verenigde Staten is de Unie ernstig in gevaar gebracht door de richtingenstrijd tussen 'federalisten' en 'republikeinen', waarbij de eersten streefden naar een sterk en centraal staatsgezag, dat door de laatsten juist werd gezien als verraad aan de idealen waarvoor de kolonie haar vrijheid op de perfide Engelsen had bevochten.

George Washington was een uitgesproken 'federalist'; zijn vice-president John Adams, die in 1796 tot zijn opvolger zou worden gekozen, zou serieus hebben voorgesteld het Amerikaanse staatshoofd te laten aanspreken met 'Zijne hoogheid, de president der Verenigde Staten' - hij werd door zijn politieke tegenstanders dan ook Zijne Opgeblazenheid genoemd. Een president die eigenlijk koning wilde zijn! Voor alles wat republikeins voelde en de haat tegen George III (en alle overige Europese monarchen) nog in de botten had, was dat meer dan een doodzonde.

De crisis werd gecompliceerd door de internationale situatie. In de ogen van de 'republikeinen' was het revolutionaire Frankrijk, dat z'n koning tenslotte eenvoudig had onthoofd, Amerika's natuurlijke bondgenoot. Maar Washington (en later ook Adams) moesten niets van het nieuwe regime in Parijs hebben, verklaarden zich neutraal in de oorlog tussen de Engelsen en de Fransen, en beloofden Londen zelfs een handelsboycot tegen Frankrijk.

Met die formele opstelling was openlijke pro-Fransheid in Amerika ook formeel een kwestie van staatsveiligheid geworden - en de Aurora werd daar het slachtoffer van. De door Adams in 1798 ingevoerde Wet op de Opruiing (Sedition Act) werd de stok waarmee de waakhond kon worden geslagen: Bache en Duane werden gearresteerd, de krant mocht tijdelijk niet verschijnen, en de verhitte gemoederen in Philadelphia leidden tot allerlei vormen van handgemeen waarbij medewerkers van de krant nog niet stierven, maar wel soms een beetje gewond raakten.

Tot een veroordeling van de twee 'opruiers' kwam het niet. Na een onderbreking van een paar dagen konden ze hun werk hervatten, ze blaften unverfroren verder en in ieder geval Duane (Bache overleed ontijdig) smaakte het genoegen John Adams in 1800 z'n herverkiezing te zien verliezen tegen de republikeins-gezinde Thomas Jefferson, die heel snel de Wet op de Opruiing ongedaan maakte.

Dat zijn zo ongeveer de feiten, en voorzover ze in de rijke Amerikaanse historiografie aan de orde zijn geweest (en dat zijn ze overvloedig, al heeft de Aurora daar nooit veel meer dan een voetnootachtige rol bij gespeeld), kennen we ze in de meer of minder 'onderkoelde' vorm waarin historici nou eenmaal het verleden plegen te beschrijven, en waarin ontegenzeggelijk veel tumult, veel passie, veel opgewonden lawaaierigheid, veel emotie, veel geblaf verloren raakt.

Hoe krijg je dat terug? Hoe hervind je het 'straatrumoer' van tweehonderd jaar geleden?

De onmiskenbare dilettant Richard N. Rosenfeld meende voor de wederwaardigheden van en rondom de Aurora een oplossing te hebben gevonden: aan de hand van wat in het cruciale jaar 1798 dag in, dag uit in de krant werd gepubliceerd - en dat aangevuld met artikelen, brieven, dagboekfragmenten en reacties die gelijktijdig elders werden geschreven - heeft hij een historische ik-roman gefabriceerd waarin de geschiedenis wordt verteld vanuit het perspectief van William Duane.

'Factie', zou je kunnen zeggen, met dien verstande dat die term meestal wordt gebezigd voor ondernemingen met een overwegend literaire ambitie. Dat is bij Rosenfeld niet het geval - hij schrijft trouwens te slecht om voor bellettrie in aanmerking te komen. Hij wilde primair de geschiedenis recht doen en Aurora de kans schenken 'to report its own stories, its own times, its own trials and tribulations', waarmee met zoveel woorden is gezegd dat hij welbewust het edele streven naar historische objectiviteit heeft ingeruild voor het soort partijdigheid dat we in de geschiedschrijving gewoonlijk misprijzen.

Duizend bladzijden lang spreekt hij door de mond van Duane, en daarbij gaat het hem niet alleen om het beginsel van de persvrijheid (waarvan Bache en Duane tot op zekere hoogte natuurlijk de 'martelaren' zijn geweest) - hij kiest ook onomwonden voor hun politieke standpunt, vereenzelvigt zich met hun aantijgingen als zou met name Adams een machts-usurpator zijn geweest, en volgt ze tot in hun dikwijls buitengewoon ordinaire hetzes tegen alles en iedereen wat niet in hun kraam te pas kwam.

Geen spoor van reflectie - dat is eigenlijk het grootste bezwaar tegen het merkwaardige en op zichzelf soms fascinerende experiment. Bij afwezigheid van 'wederhoor' klinkt het rumoer des te schriller, de strijd des te hartstochtelijker, het blaffen des te nijdiger. Maar doordat de luidspreker alleen maar aan die ene kant aanstaat, wordt het tegengeluid - dat tenslotte ook tot het verleden behoort - voortdurend overschreeuwd.

Spannend is het wel degelijk, aangenomen dat de lezer bereid is zich door de overdonderende hoeveelheid lawaai te laten meeslepen. Dat lijkt me nog een ander, meer praktisch ongerief aan het dikke boek. In een nawoord spreekt de auteur onder andere de hoop uit te hebben aangetoond 'dat historici en uitgevers niet bang hoeven te zijn het publiek te confronteren met grote hoeveelheden regelrecht bronnenmateriaal, dat immers het betrouwbaarste vervoermiddel is voor een reis in de tijd'.

Dat zou ik de Internet-illusie willen noemen: bied alle archieven ter wereld aan, en morgen is iedereen een Renaissance-mens.

Los daarvan heeft Rosenfeld niet de helft gedaan van wat hij voorgeeft: zelfs z'n duizend bladzijden vol (ongeïnterpreteerde) bronnen betekenen een selectie - niet alleen voorzover hij de 'tegenpartij' onevenredig weinig kans geeft, maar ook omdat hij uit de Aurora-jaargang alleen maar de berichten en de commentaren citeert die betrekking hebben op de politieke heibel. Wat stond er verder in? Was het eigenlijk een goede krant? Kon je er ook behoorlijk in terecht voor het niet-politieke nieuws?

Bij al hun klassieke redekunstigheid leek me tenslotte ten aanzien van Bache en Duane één ding zeker: Cicero's waren het niet.

Richard N.Rosenfeld: American Aurora.

St. Martin's Press, import Van Ditmar; 988 pagina's; ¿ 87,50.

ISBN 0 312 15052 0.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden