nieuws

Historisch lage omzet voor winkels die geen levens- of genotsmiddelen verkopen

Winkels die iets anders verkopen dan levens- en genotsmiddelen zuchtten in januari onder een historisch lage omzet. Verkopers van kleding, schoenen en lederwaren zagen hun opbrengsten zelfs halveren. Nooit eerder constateerde het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) zo’n ernstige krimp.

Een uitgestorven winkelstraat in Gorinchem tijdens de tweede lockdown.  Beeld ANP
Een uitgestorven winkelstraat in Gorinchem tijdens de tweede lockdown.Beeld ANP

De omzet van de detailhandel als geheel lag in januari 5,9 procent lager dan in dezelfde maand een jaar eerder. Maar binnen de branche zijn de verschillen enorm. Terwijl bij supermarkten 9,7 procent meer euro’s in de kassa’s landden, lag de gemiddelde omzet van de non-food detailhandel 37,7 procent lager. Dat laatste percentage is de grootste daling sinds het CBS begon met meten, in januari 2005.

Kleding-, schoenen- en lederwarenwinkels worden met gemiddeld vijftig procent omzetverlies het hardst geraakt door de winkelsluiting. Verkopers van consumentenelektronica, meubels en recreatie-artikelen raakten een derde tot de helft van hun omzet kwijt. Drogisterijen, die als essentiële winkels open mogen blijven, zagen juist een stijging van 4 procent. De omzet van voedselspeciaalzaken, zoals bakkers, slagers en kaashandels, bleef ongeveer gelijk.

De non-food uitgaven daalden niet alleen met bijna 38 procent, de euro’s die consumenten wél uitgaven verplaatsten zich ook nog eens voor een groot deel naar online. Webwinkels zetten met 92,1 procent bijna twee keer zoveel om als in januari 2020. Dat is een gemiddelde van de omzetgroei bij ‘pure’ webwinkels (65,9 procent) zoals Bol.com of Zalando, en bij bedrijven die zowel online als met fysieke winkels actief zijn (128,7 procent).

‘Sinds het begin van de publicatie van de internetverkopen in januari 2014 is de groei van internetverkopen niet zo sterk geweest’, schrijft het CBS.

Burgerlijke ongehoorzaamheid

Non-food winkels zonder online kanaal – zoals de zaken van veel middenstanders – worden dan ook buitengewoon hard geraakt door de winkelsluiting. De coronacrisis, en de daarmee gepaarde lockdowns en winkelsluitingen, vormen bovendien een flinke aanjager voor verdere en mogelijk blijvende groei van e-commerce. Daardoor werden de afgelopen jaren de winkelstraten in met name middelgrote steden al steeds leger. Het is zeer de vraag of alle klanten zomaar terugkomen als de winkels weer open mogen.

De historisch lage omzetcijfers komen na een week waarin de ene na de andere branchevereniging naar de rechter stapte of dreigde de coronamaatregelen naast zich neer te leggen. INretail, vertegenwoordiger van de non-food detailhandel, kondigde vrijdagmiddag een gang naar de rechter aan om heropening van winkels af te dwingen.

‘Het is economisch onverantwoord nog langer te wachten’, schrijft INretail in een persbericht. ‘De sluiting was een extra verzwarende maatregel bij het scenario ‘zeer ernstig’ en is nu disproportioneel. De situatie is door het kabinet inmiddels afgeschaald naar ‘ernstig’ dankzij verminderde besmettingen. Ook in het buitenland zijn winkels weer open. Als dit nog langer duurt, komen 50 tot 60 duizend banen op de tocht te staan.’

De vertegenwoordiging van marktkooplieden, de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, ging INretail al voor en eist voor de rechtbank dat de Staat beter uitlegt waarom verkopers van vis of noten wel open mogen, maar kramen met bijvoorbeeld ijzerwaren of kleding niet. Volgens de marktkooplieden is het besmettingsgevaar in de buitenlucht gering.

De winkeliersvereniging in het Drentse Klazienaveen kondigde deze week aan dat al haar 140 leden op 3 maart hoe dan ook de deuren openen.

Koninklijke Horeca Nederland probeert via een kortgeding heropening van de terrassen per 3 maart af te dwingen. Daarnaast spant de branchevereniging een bodemprocedure aan tegen de Staat, om ‘de onderste steen boven’ te krijgen wat betreft het horecabeleid tot nu toe. De branche is van mening dat de langdurige sluitingen niet goed zijn gemotiveerd, en horecabedrijven daardoor onnodig schade hebben geleden.

De voltallige Tweede Kamer steunde deze week een motie van fractieleiders Pieter Heerma (CDA) en Klaas Dijkhoff (VVD) die het kabinet opriep om samen met de horecabranche te kijken hoe terrassen per 15 maart weer open kunnen. Een groep van 65 afdelingen van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) wil daar niet op wachten, en dreigt vanaf 3 maart de terrassen te openen, verbod of geen verbod.

‘De motie zou op 15 maart effectief worden’, zei KHN-directeur Dirk Beljaarts eerder tegen de Volkskrant. Ik kan je verzekeren dat tegen die tijd alle terrassen al open zijn, met alle handhavingsproblemen van dien.’ Beljaarts verwacht de komende weken een grote burgerlijke ongehoorzaamheid van horeca-ondernemers. ‘Dat zullen er echt duizenden zijn. Wij kunnen dat niet meer in de hand houden.’

Justitieminister Ferd Grapperhaus benadrukte vrijdagmiddag dat alle horecaondernemers die volgende week tegen de regels opengaan een boete kunnen verwachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden