Analyse

Historisch klimaatakkoord gered door lidstaten met ‘cadeautjes’ binnenboord te halen

Na nachtelijk overleg sloten de EU-lidstaten woensdagmorgen een akkoord over een omvangrijk klimaatpakket. Met haken en ogen, zoals het ‘Ferrari- amendement’.

Marc Peeperkorn
Arbeiders van autofabrikant Ferrari duwen een Monza SP2 V12 sportwagen voort. Beeld ANP / AFP
Arbeiders van autofabrikant Ferrari duwen een Monza SP2 V12 sportwagen voort.Beeld ANP / AFP

Grote doelen worden meestal bereikt met kleine stapjes en in de EU doorgaans na lang nachtelijk beraad. Het akkoord over het omvangrijke klimaatpakket dat de EU-landen woensdag in de vroege uurtjes sloten, vormt geen uitzondering daarop. Noch de lof waarop de lidstaten vervolgens zichzelf trakteerden.

De Franse EU-voorzitter onder wiens leiding het compromis werd bereikt, sprak over een ‘grote overwinning’ en een ‘historisch akkoord’. Volgens Europees Commissaris Timmermans (Green Deal) toont de EU hiermee ‘wereldwijd leiderschap’. En hoewel vaak misbruikt, zijn deze woorden dit keer gepast: het is geen geringe prestatie dat de 27 EU-landen zich binnen een jaar scharen achter de ingrijpende klimaatmaatregelen die de CO2-uitstoot in 2030 met minstens 55 procent moeten verlagen. Wat nu rest, is het gevecht met het Europees Parlement dat op onderdelen meer ambitie wil.

Fit for 55 (verwijzend naar de 55 procent CO2-reductie) heette het voorstel dat Timmermans op 14 juli vorig jaar presenteerde. Aan dat hoofddoel morrelen de lidstaten niet in hun woensdagochtend bereikte akkoord. Dat kon ook moeilijk anders: dat doel, alsook de complete klimaatneutraliteit (netto geen CO2-uitstoot) in 2050, is immers in een speciale klimaatwet vastgelegd. De onvermijdelijke obstakels op het pad erheen zorgden voor de nachtelijke vergadersessie van de klimaatministers deze week.

Ferrari

Om EU-landen over de streep te trekken, is er geschoven met geld, met invoeringsdata en kwamen er uitzonderingen. ‘Het is goed dat er een akkoord is, maar de klimaaturgentie zat niet aan tafel’, concludeert GroenLinks-europarlementariër Eickhout. Betrokken diplomaten en Commissie-ambtenaren beamen dat er ‘cadeautjes’ nodig waren om landen binnenboord te halen. En dan nog protesteerden Polen, Letland en Litouwen tot het laatste moment.

Neem het Commissievoorstel om de productie van nieuwe benzine- en dieselwagens (en bestelbusjes) vanaf 2035 te verbieden. Die einddatum voor de traditionele verbrandingsmotor is gehandhaafd, maar onder druk van auto-producerende landen als Duitsland komt er een evaluatie in 2026. Dat zet de deur op een kiertje voor mogelijk uitstel.

Daarnaast is er (opnieuw onder Duitse druk) ruimte voor verbrandingsmotoren op schone toekomstige brandstoffen. Italië bedong één jaar extra productietijd voor kleine luxe automerken, in de wandelgangen het Ferrari-amendement genoemd. Nederland had de benzinewagen het liefst in 2030 begraven.

Wat goeddeels overeind bleef is de aanscherping van het systeem dat grote industriële sectoren verplicht te betalen voor hun CO2-uitstoot. Het aantal uitstootrechten wordt met 61 procent verlaagd in 2030, wat de prijs opdrijft en bedrijven dwingt schoner te werken. Ook voor bedrijven die niet onder dit emissiehandelssysteem (ETS) vallen, wordt de CO2-uitstoot aan banden gelegd. De hoeveelheid gebruikte hernieuwbare energie moet omhoog (van 32 naar 40 procent van het totale energieverbruik), alsook de doelen voor energiebesparing. Verder worden de gratis CO2-uitstootrechten voor bedrijven uitgefaseerd (ook voor de luchtvaart) en moet de scheepvaart straks betalen voor de CO2-uitstoot. Cyprus en Griekenland kregen hier wel uitzonderingen, onder meer voor de veerboten naar eilanden.

12 cent

Opvallend is dat de milieuministers het Commissievoorstel overnemen om vanaf 2027 ook de producenten van brandstof voor transport en de verwarming van gebouwen te laten betalen voor de CO2-uitstoot. Een controversieel voorstel, want het Europees Parlement wil de particuliere rijder, huurder en woningbezitter juist ontzien. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving leidt het Commissieplan tot extra stijging van de benzineprijs met 12 cent per liter.

De verhitste discussie tussen de milieuministers was over het nieuwe sociale klimaatfonds, bedoeld om energiearmoede te voorkomen. De Commissie stuurde aan op een fonds van 72 miljard euro voor de komende zeven jaar, gevoed uit de verkoop van CO2-rechten aan de brandstofproducenten. Veel te weinig volgens Polen en andere Oost-Europese landen, veel te veel voor de ‘spaarzame landen’ als Nederland en Oostenrijk. Uiteindelijk vonden de landen zich in een compromis van 59 miljard euro.

Dit najaar moeten de lidstaten en het parlement een definitief akkoord over het klimaatpakket bereiken. Dat worden geen eenvoudige onderhandelingen. Het parlement wil bijvoorbeeld het aantal CO2-rechten verder beperken. Maar de parlementariërs komen ook met scherpere eisen voor energiebesparing en hernieuwbare energie, die nodig zijn nu de EU heeft besloten zo snel mogelijk los te komen van Russische olie en gas. De milieuministers schoven die discussie bewust door tot het najaar, het was dinsdagnacht al laat genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden