Reportage

Hippies floreren in Spaanse ruïnes

Tronceda stond twee decennia lang leeg. Nu trekken hippies uit heel Europa naar het gehucht in Galicië. Voor 2.000 euro heb je al een stukje grond met wat afgebrokkelde muren.

Andres en zijn vrouw Maria trokken vanuit Frankrijk naar Tronceda en bouwden daar een hutje. Ze houden geiten en in de winter maken ze spullen die ze in het hoogseizoen verkopen op de markt van Santiago de Compostella.Beeld Julius Schrank

Het geblaf van de twee jonge honden echoot door het dal. Verschrikt komt Lydia van Everdingen (57) vanuit de bosjes aangelopen richting het pad. Wat moet dat hier ineens, lijkt de kleine, bijna dwergachtige verschijning te denken. Argwanend monstert ze haar vreemde bezoek. Er is zelden een levende ziel die lang genoeg slingert over de brokkelige kronkelweggetjes door de Galicische heuvels om hier uit te komen. Op haar oprit.

Maar even later serveert ze gerustgesteld kruidenthee in haar in aanbouw zijnde huisje, waarvan een zijkant volledig uit glas bestaat en uitkijkt over een zee van bomen. Ze vertelt hoe ze zes jaar geleden Den Haag verliet, na een moeilijke scheiding. Weer later plopt ze opgewekt een blikje bier open, blij dat er weer eens iemand is om Nederlands tegen te praten. 'Maar ik voel me niet eenzaam hier hoor. Ik woon al zo lang alleen, ik zou niet meer met iemand kunnen samenleven. Ik praat met de mensen in het dorp en dat is genoeg.'

(Tekst gaat verder onder foto)

Beeld De Volkskrant
Lydia van EverdingenBeeld Julius Schrank

Het dorp, dat is Tronceda, een afgelegen verzameling ruïnes in Galicië, Noord-Spanje. Het is één van de naar schatting 1.400 dorpen in de regio die in de jaren zeventig door haar oorspronkelijke bewoners leeg is achtergelaten. Op zoek naar werk en een beter leven verruilden de arme paisanos hun geïsoleerde gehuchten voor de grotere steden in het dal, of voor een boerderijtje in Argentinië, Mexico of de Verenigde Staten.

Rijdend door het ruige landschap stuit je in Galicië op gehuchten waarvan niet veel meer rest dan met onkruid begroeide ruïnes en begraafplaatsen met scheefhangende zerken die een perfect decor vormen voor een griezelfilm. Op de website Aldeas Abandonadas (verlaten gehuchten) staan sommige te koop: een heel dorp van vier stenen huisjes uit de 18de eeuw mag weg voor 70.000 euro.

Tronceda zag in 1978 zijn laatste oorspronkelijke bewoner vertrekken en stond twee decennia leeg. Maar inmiddels is hier een omgekeerde beweging gaande. Hippies uit heel Europa nemen bezit van het dorp. Types die op zoek zijn naar een alternatief soort leven, geïsoleerd in de natuur, niet dat materialistische, niet dat jachtige. En nu worden er geiten gefokt, huisjes opgeknapt, groenten geteeld en soms klinkt er zelfs muziek in de straten.

(Tekst gaat verder onder foto)

De afgelegen plaats Tronceda is een vervallen dorp dat stuk voor stuk door alternatieve mensen uit heel Europa weer opgeknapt wordtBeeld Julius Schrank

Neusring

De brokstukken oefenden veertien jaar geleden een enorme aantrekkingskracht uit op veertigers Javier en Pilar - hij een enkele dreadlock aan een kortgeschoren schedel, zij met neusring en in een rok die alle kleuren van de regenboog vertegenwoordigt. Toen ze begonnen met het opknappen van hun ruïne, woonde er slechts één andere hippie in Tronceda.

Het stel komt oorspronkelijk uit een dorp 80 kilometer van Madrid. Pilar wijst op een plaatje op een pak melk, van een boer met een hooivork en een geruite zakdoek om zijn hals. 'Dit waren onze buren daar. Wij wilden liever leven zonder buren, of in elk geval zonder conventionele buren.'

Dus toen ze via via hoorden van Tronceda, pakten ze hun spullen. 'Hier kon je alles doen wat je wilde. Je liep naakt rond buiten, als je daar zin in had.' Jarenlang leefden ze vrijwel geïsoleerd met hun drie kinderen. 'Maar inmiddels is het niet meer zo stil als vroeger', zegt Pilar. 'Er komen muzikanten hier naartoe, ambachtslui, het wordt steeds drukker.'

Economische crisis

Dat is deels te danken aan de economische crisis. Niet dat Tronceda vol zit met gedesillusioneerde bankiers. Maar de mogelijkheden om een ruïne en grond te kopen, namen de afgelopen jaren toe. 'Galiciërs zijn heel trots', zegt Pilar. 'Dus ook al was opa al vijftig jaar overleden en lag er alleen nog een berg stenen, toch wilde de familie dan vaak het bezit niet verkopen. Door de crisis is dat veranderd. Kleinkinderen van de oorspronkelijke bewoners hebben hypotheken die moeten worden afgelost, dat soort argumenten telt nu zwaarder.'

Voor een bedrag tussen de 2.000 en 5.000 euro koop je hier al een stukje grond met wat afgebrokkelde muren. Zo slaagden Andres uit Frankrijk en zijn vriendin Maria erin een klein hutje te bouwen in Tronceda, dat ze trots laten zien. Maria serveert walnoten en koffie met geitenmelk. Haar vriend steekt een enorme joint op. 'In de wintermaanden maken we hier spullen die we in het hoogseizoen op de markt in Santiago de Compostela verkopen', vertelt Maria. De hut puilt uit van zelf gevlochten tasjes en kunstwerken van bewerkt hout. Ze gebruiken alleen maar natuurlijke materialen, zegt Andres, terwijl hij een decoratief bedoelde geitenschedel laat zien.

Lydia van Everdingen kocht een paar jaren geleden een ruin die zij nog steeds aan het opknappen is.Beeld Julius Schrank

Inmiddels telt Tronceda tegen de vijftig inwoners, onder wie negen kinderen. Maar niet iedereen is blij met die opleving. Een zonderlinge Nederlander met lang grijs haar die hier tien jaar geleden neerstreek, klaagt over de feesttypes die Tronceda tegenwoordig bevolken. Hij wil niet met zijn naam in de krant, 'dan komen er straks alleen nog maar meer'. Vroeger kon hij hier doen en laten wat hem goeddunkte. 'Ik hoefde niet om me heen te kijken als ik moest schijten of pissen. Varkens kon ik laten lopen waar ik wilde.'

Nu ziet hij zijn rust bedreigd en denkt hij na over het opknappen van een huisje dat nóg geïsoleerder ligt. 'Je kunt niet zo goed tegen prikkels, hè', zegt zijn vrouw. Dat beaamt de man. 'Ze komen hier drinken en roken marihuana die ze zelf hier achter verbouwen. En voortdurend dat hondengeblaf hè, verschrikkelijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden