BESCHOUWING

Hiphop, de soundtrack van de jaren negentig

Dé sound van de jaren 90: hiphop, het genre dat in die jaren zo'n bloei doormaakte dat het nog altijd als de oertijd van die muziek geldt.

NWA in 1990. Beeld Janette Beckman/Getty Images

Er gebeurt iets op feestjes als er een hiphopplaat uit de jaren negentig wordt opgezet. En dan hebben we het niet per se over de rare bewegingen die mensen maken als Gettin'Jiggy With It of Ice Ice Baby voorbijkomen. Nee, we hebben het over de bijna tastbare verandering in de sfeer, de lichte fronsen die in de voorhoofden komen, de lippen die ietwat worden getuit en het goedkeurende knikken dat onherroepelijk gepaard gaan met nummers als C.R.E.A.M. van de Wu-Tang Clan, Who Am I? van Snoop Dogg, of Buggin' Out van A Tribe Called Quest.

Het zijn platen die net zo tijdloos en salonfähig zijn als The Godfather-trilogie. Platen waardoor je je voorneemt om morgen een playlist op Spotify te maken. Platen die je doen verzuchten dat ze tegenwoordig niet meer zo worden gemaakt. Platen waarbij je tante een fakkel van een joint opsteekt en jij alleen maar verbaasd kunt toekijken. En zonder uitzondering stammen die platen uit de vroege jaren negentig. Met een beetje goede wil kun je zeggen dat wat de jaren zestig waren voor rock-'n-roll en de jaren zeventig voor soul, de eerste helft van de jaren negentig waren voor hiphop.

Jaren 70

Niet dat het toen pas ontstond: de hiphopcultuur sloeg ongeveer aan het eind van de jaren zeventig (het inmiddels buurthuiskantinefähige Rappers Delight stamt uit 1979) zijn vleugels uit en kende halverwege tot eind jaren tachtig zijn eerste gloriejaren onder leiding van onder andere Grandmaster Flash, Afrika Bambaataa, Run DMC en Public Enemy.

Het was muziek met een positieve boodschap, maar tegelijkertijd ook geëngageerd en rassenbewust. En hier en daar simpelweg woedend: 'Elvis was a hero to most/ But he never meant shit to me you see/ Straight up racist that sucker was/ Simple and plain/ Motherfuck him and John Wayne/ Cause I'm black and I'm proud' (uit Fight The Power van Public Enemy).

Gangsta-rap

De gangsta-rap, die rond de decenniumwisseling zijn intrede deed en al snel het grootste deel van het hiphoplandschap bepaalde, brak met die traditie van engagement. Artiesten als Schoolly D, Ice T. en N.W.A (Niggaz Wit Attitudes, dat bestond uit onder andere Ice Cube en Dr. Dre) hadden het in hun teksten vooral over drugs, bendegeweld, wapens en bitches.

Het nummer Fuck tha Police kwam N.W.A. zelfs op een waarschuwing van de FBI te staan (wat wonderen deed voor hun populariteit). Zowel de Amerikaanse president George Bush sr. als toenmalig presidentskandidaat Bill Clinton waren openlijk kritisch over bepaalde nummers.

Dr. Dre

Maar toen kwam 1992. Een jaar eerder was de zwarte taxichauffeur Rodney King bij zijn arrestatie in elkaar geslagen door politieagenten. Nadat in 1992 een voornamelijk blanke jury vier politieagenten had vrijgsproken, braken er in Los Angeles gigantische rellen uit die aan vijftig mensen het leven kostten. Terwijl Los Angeles nog bijkwam van die rellen en de stad onder hoogspanning stond, verscheen The Chronic, het debuutalbum van Dr. Dre.

De Amerikaanse journalist Jeff Chang noemt het album in zijn boek Can't Stop Won't Stop: A History Of The Hip Hop Generation een geschenk uit de hemel. Volgens Chang hadden de rellen in Los Angeles de kijk op hiphop veranderd. Voor die tijd, stelt Chang, hadden mensen zich waarschijnlijk druk gemaakt over de controversiële teksten op The Chronic. 'In plaats daarvan lag de focus op Dre's muzikale ambacht, niet op zijn sociologie.'

Dr. Dre had zich flink laten inspireren door de funk van George Clinton en zijn Parliament-Funkadelic en introduceerde op The Chronic de zogenaamde G-funk (gangsta-funk): gitaarrifjes, obese beats, soulvolle achtergrondkoortjes en rollende baslijnen. Het gaf het genre een nieuwe warmte, lome ontspannenheid en vooral een enorme dosis cool mee die massaal werden omarmd door het grote publiek.

Nuthin' but a G Thang en Let Me Ride werden monsterhits. The Chronic groeide uit tot de hoeksteen van de hiphoprenaissance met als abc de iconische woorden 'One, two, three and to the four/ Snoop Doggy Dogg and Dr. Dre is at the door'. 'The Chronic is nog steeds het hiphopequivalent van Stevie Wonders Songs in the Key of Life' zei Kanye West eens in muziektijdschrift Rolling Stone, 'het is de meetlat waarlangs je jouw eigen album legt.'

Snoop Dogg

In de paar jaar erna kwam het ene na het andere legendarische hiphopalbum uit, dat elk op hun zijn eigen manier voortborduurde op die revolutionaire muzikaliteit van The Chronic. Snoop Doggy Dogg door Dr. Dre geïntroduceerd op The Chronic debuteerde in 1993 met Doggystyle, dat het eerste debuutalbum ooit werd dat in één keer op nummer 1 binnen kwam. Bijna tegelijkertijd lanceerde hiphopcollectief Wu-Tang Clan zijn eerste album: Enter The Wu-Tang (36 Chambers) dat even succesvol als vernieuwend was. Producer RZA maakte gebruik van samples uit martial-artsfilms en soulmuziek, die hij naadloos liet aansluiten op de dikke beats, op hun beurt virtuoos aan elkaar gerapt door de leden van Wu-Tang.

Neem Protect Ya Neck: het ritme, het meeslepende tempo, de dan weer kalme, dan weer agressieve toon, de vlijmscherpe timing van Method Man, de vuurspuwende rap van Ol' Dirty Bastard, tot en met de vloeiende afsluiter van GZA: een muzikale estafette tot in perfectie uitgevoerd.

Nas

De piek van de hiphoprenaissance werd in 1994 bereikt. Dat schrijft tenminste het Amerikaanse hiphoptijdschrift The Source, dat het jaar 'de invloedrijkste periode uit onze cultuur' noemt. Het was het jaar waarin Ready to Die van Notorious B.I.G uitkwam, Regulate... G Funk Era van Warren G, Southernplayalisticadillacmuzik van Outkast, maar vooral: Illmatic van Nas.

Twintig jaar later staat Nas opnieuw in het centrum van de hiphopwereld. Niet per se vanwege de T-shirts met zijn portret erop die worden verkocht door H&M en ook niet zozeer door zijn Illmatic-tour waarmee hij in juli ook Utrecht aandeed. Vorige week kwam in de Verenigde Staten de documentaire Time Is Illmatic uit, dat de twintigste verjaardag van Nas' debuut viert. De film blikt terug op de totstandkoming, wat Nas inspireerde, wat Illmatic zo'n ijkpunt voor hiphop maakt en waarom het door velen wordt gezien als het beste hiphopalbum ooit.

Dat is niet alleen te danken aan het productiewerk van onder anderen DJ Premier (die begin jaren negentig zo ongeveer elke beat in goud veranderde en ook met zijn eigen groep Gangstarr staat gebeiteld in de annalen van de hiphop-cultuur), Q-Tip (het meesterbrein van A Tribe Called Quest) en Pete Rock (een van de belangrijkste hiphop-producers). Illmatic vertelt boven alles een verhaal; hoe Nas opgroeide tussen armoede, geweld en drugshandelaars. En de manier waarop Nas dat verhaal vertelt in nummers als N.Y. State of Mind, Life's A Bitch of One Love, valt niet anders te omschrijven dan als poëzie.

Geld

Het ging Nas niet zozeer om het geld, vertelde hij in 2002 aan The Source. 'Niggas uit New York gingen niet platina, laat staan goud. Zelfs Kool G Rap ging niet eens goud, en hij was een van de grootste ooit. Dus het gevoel van goud gaan, ging erover dat iedereen jouw shit goed vond, dat jij de straten vertegenwoordigde, puur daarom en dat je daarnaast je geld verdiende.'

In de slipstream van Illmatic braken de financiële hoogtijdagen aan in de hiphop. De artiesten waren niet te beroerd dat te laten horen en zien in hun albums en videoclips. Dat was misschien eventjes leuk en Puff Daddy toonde zich een meester in het balanceren op het randje tussen opschepperij en ironie maar het ging snel ten koste van de kwaliteit en integriteit van de muziek.

Kritiek

Questlove, de drummer van hiphopband The Roots, schreef voor het New York Magazine het zesdelige essay How Hip Hop Failed Black America. In deel twee levert hij kritiek op het consumentisme van de contemporaine hiphopcultuur. Hij maakt onder meer een vergelijking tussen My Adidas van Run DMC uit 1986 ('My Adidas/walked through concert doors/and roamed all over coliseum floors/I stepped on stage, at Live Aid/All the people gave and poor got paid') en Picasso Baby van Jay-Z uit 2013 ('I just want a Picasso, in my casa/No, my castle').

'Hiphop', zo schrijft Questlove, 'is medeplichtig geworden aan het proces waarbij winnaars steeds meer geïsoleerd raken van de bevolkingsgroepen die ze zouden moeten inspireren en engageren. [...] Dat is een belangrijke wending en aftakeling voor de muziek die, nog maar een tijdje geleden, was gewijd aan het reflecteren van de ervaringen van echte mensen. En, door die reflectie, de strijd aan ging met de machtsstructuur die ongelijkheid en rechteloosheid voortbrengt.'

Op zijn minst een interessant citaat om uit het hoofd te leren en op te dreunen, de volgende keer als Jump Around voorbijkomt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden