Hip in Frankrijk: de historische romanfiguur

Na Laurent Binet (HhhH) duiken Franse romanciers steeds dieper in de geschiedenis. Nu zijn Michelangelo en het tijdvak van de Terreur na de Franse Revolutie aan de beurt.

Zelda Fitzgerald, Emil Zatopek, Reinhard Heydrich: flapper girl, hardloper, nazi-kopstuk. Drie totaal verschillende personen, drie uiteenlopende levens die tot de verbeelding spreken. En alle drie vereeuwigd in recent verschenen romans uit Frankrijk.

Het lijkt wel een trend. Onlangs zijn er weer twee romans uit het Frans vertaald waarin historische personen een hoofdrol spelen. De eerste is Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten van Mathias Enard (1972), een schrijver die in 2008 internationaal doorbrak met Zone, een vuistdikke roman bestaande uit één zin en die stukken experimenteler is dan Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten dat daarmee vergeleken hooguit een tussendoortje genoemd kan worden.

Een aangenaam tussendoortje, daar niet van: Enard schrijft over een tamelijk onbekende episode uit het leven van een alom bekende kunstenaar, Michelangelo. In mei 1506 ontvangt deze een bijzondere opdracht van de sultan van het Ottomaanse Rijk. Hij mag een brug bouwen over de Bosporus, om de twee oevers waarlangs Istanbul zich uitstrekt met elkaar te verbinden. Michelangelo, ternauwernood ontsnapt aan de toorn van paus Julius II, neemt de opdracht aan en raakt evenzeer betoverd als in de war van die mooie, heidense stad.

Enard heeft weinig aanknopingspunten en zet zijn fantasie in voor de belevenissen van de beeldhouwer. Hij suggereert een intrige waarvan Michelangelo het slachtoffer wordt en waardoor hij de stad zes weken later - er is juist met de bouw van zijn brug begonnen - halsoverkop moet verlaten. Enard gebruikt voor zijn interessante gegeven jammer genoeg een wat behaagziek proza dat op den duur gaat ergeren.

Nee, dan de taal in de andere roman, De Elf van Pierre Michon (1945). Ronkende en bezwerende lange zinnen, maar niet zonder kwinkslagen en ironie. Een taal die klinkt alsof hij er al was, alsof Michon hem alleen nog maar hoefde uit te beitelen uit het blok graniet waarin hij zijn kunstwerk al zag voor hij het tot leven riep.

Zo'n taal vereist langzaam lezen, hardop lezen, een inspanning die wordt beloond met een intense literaire sensatie. En literatuur is één en ondeelbaar, het beroep van de mens, schrijft Michon, de enige weg naar zuivere roem. Het boek staat vol met dit soort apodictische uitspraken, die het verhaal een haast oudtestamentisch gewicht verlenen, maar het ook onweerstaanbaar grappig maken.

De Elf is een roman waarin alles zit waarvoor Pierre Michon zich sinds zijn debuut Roemloze levens uit 1984 (in 2001 vertaald door Rokus Hofstede, Michons vaste vertaler die ook dit werk weer in gloedvol Nederlands heeft omgezet) interesseert: de kleine luiden die worden ondergeschoffeld door, maar desondanks ook deel uitmaken van de Grote Geschiedenis, de schilderkunst met zijn schilders en modellen, en vooral de vermenging van feiten en verbeelding.

Hoofdpersoon is zonder twijfel het schilderij De Elf, geschilderd in 1794 door François-Élie Corentin. Het verbeeldt de elf leden van het Comité du salut public (Comité tot heil van het algemeen), die na de Franse Revolutie aan het hoofd stonden van de Eerste Franse Republiek en een waar schrikbewind voerden - de periode is de geschiedenisboeken ingegaan als de Terreur.

Michon geeft het schilderij een uitvoerige sociale context en de schilder een biografie. Maar wie naar Corentin en zijn beroemde Elf gaat zoeken, komt bedrogen uit. En hoewel de historische documentatie (Michon citeert veelvuldig een van Frankrijks bekendste geschiedschrijvers, Jules Michelet) betrouwbaar lijkt, neemt Michon zelfs dáár een loopje met de lezer. Wat een feest is het om door zo'n schrijver te worden beetgenomen.

'Omdat de Geschiedenis aan haar ceintuur een buidel geluk draagt, een speciale beurs voor de bekostiging van onmogelijke dingen.' Eén van die dingen is De Elf, het doek dat schrijver Michon eigenhandig in dit boek heeft gecreëerd. Geluk is ook het lezen van dat boek, en beseffen dat Michon gelijk heeft, dat er iets uit die buidel aan jou is toegevallen.

Mathias Enard: Vertel hun over veldslagen, koningen en olifanten.

Uit het Frans vertaald door Katrien Vandenberghe.

De Arbeiderspers; 152 pagina's; € 18,50.

ISBN 978 90 2957 839 4.

Pierre Michon: De Elf.

Uit het Frans vertaald door Rokus Hofstede.

Van Oorschot; 113 pagina's; € 15,-.

ISBN 978 90 2825 088 8.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden