Hillary Clinton even erg als Donald Trump?

Uit angst partijdig te lijken, presenteren Amerikaanse media misdragingen van Clinton als gelijkwaardig aan die van Trump.

'Normaal gesproken werkt politieke verslaggeving zo: je hebt appels en peren, ze zijn verschillend, maar allebei fruit. Deze verkiezingen hebben we te maken met een appel en ranzig vlees.' Jacob Weisberg, CEO van Slate Media Group op CNN. Beeld Gees Voorhees

Iets klopte er niet. 'Trump en Clinton waren wreed tegen elkaar', stond in het pushbericht van The Washington Post na het tweede verkiezingsdebat. 'Hij dreigde haar gevangen te zetten. Zij viel hem aan op zijn behandeling van vrouwen.' Wacht. Nog een keer. Dus zij confronteerde hem in het debat met zijn uitspraken over vrouwen. 'Grab 'm by the pussy' - we hebben het allemaal kunnen horen. Zo is hij, sprak Clinton geserreerd. En daarom, zo concludeerde ze, 'is hij ongeschikt voor het presidentschap'. Trump achtte zijn opponent niet alleen ongeschikt, ook vond hij dat ze in de gevangenis thuishoort omdat ze als minister van Buitenlandse Zaken een eigen mailserver gebruikte. Als hij op 8 november tot president wordt verkozen, zou hij er persoonlijk voor zorgen dat ze achter de tralies belandt, daarbij geheel voorbijgaand aan iets als de scheiding der machten in een rechtsstaat.

Stel dat je beide uitlatingen op de Weegschaal Der Wreedheden zou plaatsen, met aan de linkerkant Clinton over de vrouwonvriendelijke uitlatingen en aan de rechterkant Trumps ongeëvenaarde dreigement, zou de schaal zo hard doorslaan dat Clinton gelanceerd zou worden. Toch doen media graag of het even erg is. Allebei meedogenloos, oordeelde The Washington Post blijkbaar, en drukte op 'verzenden'.

Het pushbericht staat niet op zichzelf. Ook Politico kopte: 'Naarste debat ooit: Clinton zegt dat Trumps campagne ineenstort. Trump noemt Clinton de duivel' - alsof het hier om gelijkwaardige uitspraken zou gaan. Politiek verslaggevers beschuldigden in juli beide presidentskandidaten ervan de vrije pers te bedreigen. Trump verbiedt onwelgevallige media de toegang tot bijeenkomsten én hitst zijn fans op tegen de pers én richt zijn pijlen op individuele journalisten. En Clinton? Nou ja, die had al een tijdje geen persconferentie gegeven.

Kinderachtig gedrag

Eind oktober plaatste The Daily Commercial een opvallende 'brief aan de lezer'. Het krantje uit Florida maakte excuses nadat 'een ongemakkelijk groot aantal lezers' had geklaagd. De krant zou zich te veel hebben laten meeslepen door het anti-Trumpsentiment in andere media. Nee, de redactie sprak zich niet uit voor Trump, haastte de hoofdredacteur zich te zeggen. Hij had zijn achterstand in de peilingen helemaal aan zijn eigen kinderachtige gedrag te wijten. Maar vanwege de balans hadden ze toch maar wat artikelen aangepast, omdat die sturend taalgebruik over Trump zouden bevatten. De lezer verdiende immers 'een evenwichtigere benadering'.

Het zijn voorbeelden van false equivalence (ook wel false balance), 'een van de belangrijkste mediakwesties van de afgelopen jaren', aldus de ombudsvrouw van The New York Times in september. De term refereert aan berichtgeving waarin, uit angst partijdig te lijken, beide kanten van een verhaal even zwaar wegen, zelfs als het gaat om leugens versus feiten. Je zou het ook zo kunnen omschrijven: hij zegt dit, zij zegt dat, zoek het maar uit lezer.

Het gebeurt als ontkenners van klimaatverandering in talkshows tegenover klimaatwetenschappers worden geplaatst - ieder zijn mening, niet?

En het gebeurt dus ook in berichtgeving over verkiezingscampagnes. In 2000 kwam George W. Bush al weg met dermate veel leugens dat Paul Krugman, columnist van The New York Times, schreef: 'Als een presidentskandidaat zou beweren dat de aarde plat is, zouden er zeker nieuwsanalyses verschijnen met de kop: 'Vorm van de planeet: beide partijen hebben een punt'.' Traditionele media zijn bang voor het verwijt Democraten voor te trekken en kijken daarom minder kritisch naar de voorstellen van de Republikeinse presidentskandidaat, vond de columnist.

Maar dat was 2000. Het jaar waarin de wat doordeweekse George W. Bush het opnam tegen de eveneens doordeweekse Al Gore. Althans, in vergelijking met nu. Want inmiddels is het 2016 en moet de wereld wennen aan de uitzonderlijkste presidentskandidaat aller tijden. En dat heeft ook de traditionele journalistiek voor het blok gezet.

Lange tijd fungeerden media onder het mom van objectiviteit vooral als doorgeefluik - don't shoot the messenger! Dat was destijds ook al problematisch, want als je dingen doorgeeft die niet kloppen, maak je je rol als journalist dan wel waar? Inmiddels is deze positie onhoudbaar. Media zien zich nu geconfronteerd met iemand die zichzelf buiten elke orde plaatst. Een presidentskandidaat die complottheorieën aanhangt, meer leugens dan waarheden verkondigt, met trots racistische en seksistische uitlatingen doet en de verkiezingen omtovert tot de platste reality-tv die ooit is geproduceerd.

'Normaal gesproken werkt politieke verslaggeving zo: je hebt appels en peren, ze zijn verschillend, maar allebei fruit', zei Jacob Weisberg, CEO van Slate Media Group, op CNN. 'Deze verkiezingen hebben we te maken met een appel en ranzig vlees.'

Lees ook

Stammenstrijd in de VS: het zal blijven botsen (+)
Amerika is tot op het bot verdeeld. Rijk tegen arm, wit tegen zwart. Wie er ook wint, die ontwikkeling lijkt voorlopig niet te keren.

VS en Europa missen gezamenlijke vijand (+)
Trump gaat weer een stap verder in zijn isolationisme, maar er zit al langer sleet op het bondgenootschap tussen de Verenigde Staten en Europa.

Hoe God verdween uit de Amerikaanse verkiezingen (+)
Religie speelt in de VS nog steeds een grote rol, maar ook daar begint het rechtse christelijke blok uit elkaar te vallen.

Rechtse politiek correctheid bepaalt wat je mag zeggen (+)
Donald Trump wordt regelmatig een racist genoemd. Waarom hoor je deze kwalificatie zelden over Geert Wilders?

Dus wat moeten media doen? Gewoon maar berichten over de uitlatingen van Trump, in de hoop dat de lezers en kijkers zelf wel begrijpen hoe verschrikkelijk ze zijn? Of steeds expliciet benadrukken wat het track record is van de man die wordt geciteerd?

Tot dat laatste besloot The Huffington Post begin dit jaar. Inmiddels staat onder al het nieuws over de presidentskandidaat een 'bericht aan de lezer': 'Donald Trump is een serieleugenaar, ongebreidelde xenofoob, racist, vrouwenonderdrukker, birther (iemand die betwijfelt of Obama in Amerika is geboren, red.) en bullebak die herhaaldelijk heeft gezworen alle moslims - de 1,6 miljard gelovigen van een complete religie - te verbieden om de VS binnen te komen.' Eerder had The Huffington Post al het nieuws over Trump naar de entertainmentsectie verbannen, omdat zijn ambitie om president te worden niet serieus te nemen was. Maar toen het erop ging lijken dat hij de kandidaat voor de Republikeinen zou kunnen worden, moest de site iets anders verzinnen.

En wat te doen met Trumps voorstellen, zoals het plan om een muur bij de grens van Mexico te bouwen en die door de Mexicanen te laten betalen? 'Als je zo'n voorstel serieus neemt, ben jij het lachertje', schreef mediacriticus Jay Rosen op de site van The Washington Post. 'Als je dat niet doet, laat je hem wegkomen met een absurd voorstel.' Er is geen goed antwoord op dit dilemma, stelt Rosen. 'Trump is crashing the system'.

Publicitaire klap

Factchecking, roept u nu misschien, dat leek immers een redelijk probaat middel tegen liegende politici. Niemand wil bekend staan als een leugenaar, toch? Helaas, ook dat slaat dood tegen de Mexicaanse muur van gekte die Trump rond zichzelf heeft opgetrokken. Factcheckende journalisten controleren zich een burn-out op de speeches en debatten van de presidentskandidaat, maar het beklijft niet. Hij trekt zich er niets van aan, zijn fans interesseert het niet - journalisten zijn toch niet te vertrouwen. Bovendien komt de check altijd ná de eerste publicitaire klap en krijgt die dus veel minder aandacht.

Het dilemma waarvoor Amerikaanse nieuwsmedia zich gesteld zien, komt niet helemaal als een verrassing. Al in 2012 waarschuwden de politicologen Norman J. Ornstein en Thomas E. Mann voor scheefgroei in de Amerikaanse politiek en journalistiek. Traditionele media waren zo bezig met evenwichtige berichtgeving dat ze het grote verhaal hadden gemist, stelden de twee. Dat verhaal was: de Republikeinse partij is verworden tot een 'apocalyptische sekte', een club van ideologische extremisten. 'We begrijpen dat media verslag willen doen van beide kanten', schreven ze. 'Maar evenwichtige berichtgeving van een onevenwichtig fenomeen vertekent de werkelijkheid.' Houd je niet bezig met het weergeven van tegengestelde meningen, maar ga op zoek naar de waarheid, luidde het advies.

Het pleidooi was opvallend. Beide politicologen staan niet bekend als progressief - Ornstein werkt zelfs voor het American Enterprise Institute, een conservatieve denktank. Maar er gebeurde weinig met hun advies. Het boek dat ze erover schreven, werd grotendeels genegeerd door traditionele media, zelf werden ze veel minder als deskundige uitgenodigd in talkshows. Hun kritiek is niet verstomd. In tegendeel. Al in augustus 2015 voorspelde diezelfde Ornstein in een opiniestuk op The Atlantic dat Trump weleens presidentskandidaat zou kunnen worden. Niet in de laatste plaats vanwege 'een aanbiddende pers' die al zijn spectaculaire manoeuvres live uitzond en zijn uitspraken nauwelijks in twijfel trok. Heerlijk entertainment, zo leek de pers te denken.

Dat laatste is veranderd. Inmiddels durft ook een chique krant als The New York Times de uitlatingen van de presidentskandidaat in nieuwsanalyses leugens te noemen. De druppel was de leugen dat Obama niet in de VS zou zijn geboren. Toen Trump in september eindelijk toegaf dat hij fout zat en direct de schuld doorschoof naar Clinton ('zij is ermee begonnen') plaatste de krant een scherp stuk. Hoe gevoelig zo'n kwalificatie ligt voor Amerikaanse traditionele media bleek uit het feit dat de krant zich er op de publieke radiozender NPR voor moest verantwoorden. 'Vertellen jullie wat mensen moeten denken?', wilde de interviewer weten.

Geen bewijs

Hoewel media langzaamaan het beestje bij de naam noemen, zoemt het verwijt van false equivalence nog steeds rond. Het komt, niet verrassend, vooral uit de hoek van Clinton-aanhangers. Die vinden dat de tv-zenders en kranten veel te streng zijn voor Clinton en onevenredig veel aandacht besteden aan haar mogelijke misstappen.

Zo pakte The New York Times uit met de mogelijke belangenverstrengeling van Clinton in de tijd dat ze minister van Buitenlandse Zaken was. De kwestie: konden buitenlandse staatshoofden - van het kaliber Qatar - invloed uitoefenen via donaties aan de Clinton Foundation? Als dat zou zijn gebeurd, zou het een groot politiek schandaal zijn. Maar de krant vond geen bewijs en schreef er desalniettemin een aantal prominente stukken over.

'Sommige verhalen onthulden weinig, maar waren geschreven alsof dat wel het geval was', reageerde de ombudsvrouw van The New York Times. Slechte journalistiek, erkende ze, maar het had volgens haar weinig te maken met false equivalence. 'Eerder met verslaggevers die het perspectief verliezen bij een verhaal waarin ze veel tijd hebben geïnvesteerd.'

Ze hoopte dat haar collega's zich weinig zouden aantrekken van het verwijt. 'De angst voor false balance is een bedreiging voor media omdat die journalisten ontmoedigt te doen waarvoor ze verantwoordelijk zijn: de macht ter verantwoording roepen.'

Normaliter leiden haar oordelen een ietwat sluimerend bestaan in een hoekje op de site. Dan reageren er vijftig lezers. Nu besloten meer dan duizend mensen een reactie achter te laten. En bijna allemaal waren ze heel kritisch. De krant houdt zich krampachtig vast aan het evenwicht, zo blijkt ook uit instructie voor socialmediagebruik van individuele verslaggevers. Ten aanzien van de presidentsverkiezingen mogen ze linken naar andere bronnen, maar ze moeten dan wel 'diverse standpunten' laten zien. 'Steeds maar linken naar een kant van een verhaal kan de indruk wekken dat ook jij een kant kiest.'

Het is ironisch dat in het Amerikaanse gepolariseerde medialandschap juist de media onder vuur liggen die zich positioneren als objectief. Ornstein bestookt kranten als The New York Times en The Washington Post dagelijks met kritische mails en tweets. 'Ik heb jullie hoog zitten, maar...', schrijft hij dan. Het uitgesproken rechtse Fox News of losgeslagen sites als Breitbart zijn blijkbaar verspilde moeite.

Geconfronteerd met een straatvechter als Trump valt het niet mee om het braafste jongetje van de klas te zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden