Hillary, Chelsea, Monica en Osama bin Laden

Acht jaar in het Witte Huis: Bill Clinton doet er minutieus verslag van in zijn autobiografie Mijn leven (My Life)....

Op zaterdag 15 augustus maakte ik, met de getuigenis voor de grand jury voor de boeg en na een beroerde nacht, slapeloze Hillary 's ochtends wakker en vertelde haar wat er werkelijk tussen mij en Monica Lewinsky was voorgevallen. Ze keek me aan alsof ik haar een klap had gegeven en was bijna net zo kwaad om mijn leugens in januari als om wat ik had gedaan. Ik kon alleen maar zeggen dat ik er spijt van had en dat ik destijds meende dat ik niemand, zelfs haar niet, kon vertellen wat er was gebeurd. Ik zei dat ik van haar hield en haar en Chelsea geen pijn wilde doen, dat ik me schaamde voor wat ik had gedaan, en dat ik alles voor me had gehouden om mijn familie geen pijn te doen en te voorkomen dat het presidentschap erdoor werd ondermijnd. En na alle leugens en beledigingen die we vanaf het begin van mijn presidentschap over ons heen hadden gekregen, wilde ik in de stortvloed na mijn getuigenverklaring in januari niet uit mijn ambt gezet worden. Ik kon nog steeds niet begrijpen waarom ik zoiets verkeerds en doms had gedaan; in de daaropvolgende maanden waarin we aan onze relatie werkten zou ik dat langzaam gaan begrijpen.

Verder moest ik praten met Chelsea. In zekere zin was dat nog moeilijker. Vroeg of laat komt ieder kind erachter dat zijn of haar ouders niet volmaakt zijn, maar dit ging een stuk verder dan wat normaal is. Ik had mezelf altijd beschouwd als een goede vader. Chelsea's jaren op de middelbare school en haar eerste jaar op college waren al overschaduwd door vier jaar van felle persoonlijke aanvallen op haar ouders. Nu moest Chelsea daarbovenop nog eens vernemen dat haar vader iets verschrikkelijks had gedaan en haar en haar moeder daar niet de waarheid over had verteld. Ik was bang dat dit het einde van mijn huwelijk zou betekenen en dat ik daarbij ook nog de liefde en het respect van mijn dochter zou verliezen.

Het resterende deel van die afschuwelijke dag werd overheerst door opnieuw een terroristische aanslag. Een groep die zich had afgescheiden van de IRA en niet achter het Goede Vrijdag-akkoord stond had in een drukke winkelstraat in Omagh, Noord-Ierland, achtentwintig mensen vermoord met een autobom. De bloedige aanslag werd door alle partijen die deelnamen aan het vredesproces, waaronder ook Sinn Fn, veroordeeld. Ik deed een verklaring uitgaan waarin ik de actie scherp afkeurde, mijn medeleven betuigde aan de families van de slachtoffers en de vredespartijen opriep hun inspanningen te verdubbelen. De op eigen houtje opererende groep, die zich de Real IRA noemde, had ongeveer tweehonderd leden en aanhangers, genoeg om voor flink wat ellende te zorgen, maar te weinig om het vredesproces te dwarsbomen: de bomaanslag in Omagh liet zien dat het complete waanzin was de oude strijdmethode weer op te pakken.

Op maandag ging ik (...) naar de Map Room op de benedenverdieping om vier uur lang ondervraagd te worden. Starr had ermee ingestemd mij niet te dwingen naar de rechtbank te komen, waarschijnlijk vanwege de kritische reacties toen hij Hillary daartoe opdracht had gegeven. Hij wilde mijn getuigenis echter per se vastleggen op videotape, naar verluidt omdat een van de vierentwintig leden van de grand jury de zitting niet kon bijwonen. David Kendall (Clintons advocaat red.) zei dat het de grand jury toegestaan was naar het Witte Huis te komen als Starr mijn 'geheime' getuigenverklaring niet zou vastleggen op videotape. Hij wilde daar niet van weten, naar ik vermoedde omdat hij de videotape naar het Congres wilde sturen, waar de tape dan vertoond kon worden zonder dat hij er verder zijn vingers aan hoefde te branden.

De grand jury volgde het gebeuren via een gesloten tv-circuit in het gerechtsgebouw. Starr en zijn ondervragers deden hun best van de videotape een pornofilm te maken. Ze stelden me vragen met de bedoeling me te vernederen en de Congresleden en het Amerikaanse volk zo te doen walgen dat ze mijn aftreden zouden eisen, waarna voor hem de weg vrij zou zijn om mij aan te klagen.

Samuel Johnson heeft ooit gezegd dat je aandacht bij het vooruitzicht van je eigen ondergang

a het inleidende gedeelte vroeg ik een korte verklaring te mogen afleggen. Ik gaf toe dat ik me 'bij bepaalde gelegenheden in 1996 en keer in 1997' had ingelaten met incorrect gedrag, waaronder ongepast intiem contact met Monica Lewinsky; dat er, uitgaande van de definitie die rechter Wright op verzoek van de advocaten van Paula Jones had geaccepteerd, geen sprake was geweest van 'een seksuele relatie'; dat ik de volle verantwoordelijkheid nam voor mijn daden; en dat ik de vragen van het OIC (het bureau van speciale aanklager Kenneth Starr red.) ten aanzien van de rechtmatigheid van mijn daden naar beste vermogen zou beantwoorden, maar niets meer wenste te zeggen over wat er precies gebeurd was. De hoofdondervrager van het OIC legde me vervolgens een lange lijst van vragen voor betreffende de definitie van 'een seksuele relatie' zoals bepaald door rechter Wright. Ik gaf toe dat ik de advocaten van Jones niet behulpzaam scherper gefixeerd is dan ooit. Bovendien stond er naar mijn mening heel wat meer op het spel dan de vraag wat er met mij zou was geweest omdat ze, net als het OIC, bij herhaling wederrechtelijk dingen hadden laten uitlekken, en omdat ik vermoedde dat ze met de getuigenverklaring bezwarende nieuwe informatie van me wilden loskrijgen met het doel die te laten uitlekken, aangezien ze toen inmiddels wisten dat hun rechtszaak elke grond miste. (...) Toen de advocaat van het OIC voor de zoveelste keer klaagde over mijn antwoorden op de seksvragen tijdens mijn getuigenverklaring, herinnerde ik hem eraan dat mijn raadsman en ik de advocaten van Jones het verzoek hadden gedaan specifieke vervolgvragen te stellen, maar dat ze dat hadden geweigerd. Ik zei dat me nu duidelijk was dat ze dat hadden nagelaten omdat ze niet langer uit waren op een bezwarende bekentenis die ze konden laten uitlekken naar de pers. In plaats daarvan werkten ze voor Starr. Ze wilden met de getuigenverklaring een basis leggen om te kunnen aansturen op mijn aftreden of op een impeachmentprocedure of misschien zelfs een aanklacht.

(...) Ik bedigde mijn getuigenis om ongeveer half zeven, driealf uur voordat ik de natie zou toespreken. Ik was zichtbaar ontdaan toen ik naar het solarium ging om te praten met vrienden en stafmedewerkers die bijeen waren gekomen voor overleg over wat er zojuist was gebeurd. (...) Chelsea was er ook, en tot mijn opluchting voegde Hillary zich rond achten bij ons.

We bespraken wat ik het beste kon zeggen. Iedereen wist dat er voor mij niet aan te ontkomen viel toe te geven dat ik een vreselijke fout had gemaakt en had geprobeerd dat te verhullen. De vraag was of ik het onderzoek van Starr op de korrel moest nemen en moest zeggen dat het tijd was daar een punt achter te zetten. Vrijwel iedereen was van mening dat ik dat beter niet kon doen. De meeste mensen wisten al dat Starr zich door niets liet tegenhouden; ze wilden uit mijn eigen mond horen dat ik verkeerd had gehandeld en daar berouw over had. Sommigen van mijn vrienden adviseerden me wat ik in hun ogen het beste kon doen, anderen waren ontzet over wat ik gedaan had. Alleen Hillary weigerde haar mening te geven en spoorde in plaats daarvan iedereen aan me met rust te laten om mijn verklaring op papier te kunnen zetten.

Om tien uur vertelde ik het Amerikaanse volk over mijn getuigenis. Ik zei dat ik als enige volledig verantwoordelijk was voor mijn persoonlijk falen, en gaf toe iedereen misleid te hebben, 'zelfs mijn vrouw'. Ik zei dat ik mijzelf en mijn gezin had willen behoeden voor opdringerige vragen in een politiek gepireerde rechtszaak die niet ontvankelijk was verklaard. Verder zei ik dat het onderzoek van Starr te lang had geduurd, te veel had gekost en te veel mensen had geschaad, en dat in een ander, echt onafhankelijk onderzoek twee jaar eerder was gebleken dat Hillary en ik niets verkeerds hadden gedaan in Whitewater. Ten slotte sprak ik mijn voornemen uit mijn best te zullen gaan doen de aangerichte schade in mijn gezinsleven te herstellen, en zei ik te hopen dat we het weefsel van het leven van onze natie konden herstellen door een eind te maken aan het streven mensen kapot te maken en rond te snuffelen in hun priveven, en verder te gaan. Ik meende wat ik zei, maar ik was nog steeds zo kwaad dat ik me minder berouwvol toonde dan had gemoeten.

De volgende dag vertrokken we naar Martha's Vineyard voor onze jaarlijkse vakantie. Doorgaans keek ik al dagen van tevoren uit naar het moment waarop we weg konden om het samen gezellig te maken; dit jaar had ik, hoewel ik wist dat we het nodig hadden, liekunnenver gehad dat ik van 's morgens vroeg tot 's avonds laat had moeten werken. Toen we naar het zuidelijke gazon liepen om in de helikopter te stappen, waarbij Chelsea tussen Hillary en mij in liep en Buddy naast mij, schoten de fotografen plaatjes waarop duidelijk te zien was hoeveel leed ik had aangericht. Wanneer er geen camera's in de buurt waren, spraken mijn vrouw en dochter nauwelijks met me.

De eerste paar dagen was ik afwisselend bezig om vergiffenis te smeken en de luchtaanvallen op Al Qa'ida te plannen. Wanneer het tijd was te gaan slapen, ging Hillary boven naar bed en nam ik de bank.

Op mijn verjaardag kwam generaal Don Kerrick, de stafmedewerker van Sandy Berger (nationale veiligheidsadviseur red.), overgevlogen naar Martha's Vineyard om de door de CIA en de gezamenlijke chefs van staven geadviseerde doelwitten door te nemen de kampen van Al Qa'ida in Afghanistan en twee doelwitten in Sudan, een looierij waarin Osama bin Laden een financieel belang had en een chemische fabriek die volgens de CIA werd gebruikt voor de productie of opslag van een chemische stof die werd gebruikt bij de productie van VXzenuwgas. Ik schrapte de looierij van de lijst omdat die voor Al Qa'ida geen militaire waarde had en ik het aantal burgerslachtoffers zo klein mogelijk wilde houden. Het tijdstip van de aanval op de kampen zou samenvallen met het moment waarop Bin Laden en zijn belangrijkste medewerkers volgens de inlichtingendienst in vergadering bijeen zouden zijn.

Om drie uur 's nachts gaf ik Sandy Berger opdracht de operatie in gang te zetten, waarop torpedobootjagers van de Amerikaanse marine in het noorden van de Arabische Zee kruisraketten afvuurden op de doelwitten in Afghanistan en vanaf schepen in de Rode Zee raketten werden afgeschoten op de chemische fabriek in Sudan. De meeste raketten troffen doel, maar Bin Laden was niet in het kamp waar hij volgens de CIA had moeten zijn toen de raketten daar insloegen. Er waren berichten dat hij het kamp een paar uur daarvoor had verlaten, maar of dat werkelijk zo was, was voor ons niet na te gaan. (...) Na in Martha's Vineyard bekend te hebben gemaakt dat Amerika aanvallen had uitgevoerd, vloog ik terug naar Washington om het Amerikaanse volk voor de tweede keer in vier dagen toe te spreken. Ik vertelde dat ik opdracht had gegeven tot de aanvallen omdat Al Qa'ida verantwoordelijk was voor de bomaanslagen op de ambassades en omdat Bin Laden, die had gezworen de strijd aan te binden met Amerika zonder onderscheid te maken tussen militair personeel en burgers, 'vandaag de dag misschien de grootste organisator en financier van internationaal terrorisme in de wereld' was. Ik zei dat onze aanvallen niet gericht waren tegen de islam, 'maar tegen fanatici en moordenaars', en dat we hen al jaren op diverse fronten hadden bestreden en dat zouden blijven doen, omdat 'dit een langdurige, aanhoudende strijd zal zijn'.

Arafats nee: historische fout

We namen ook dit jaar niet deel aan het Renaissance Weekend opdat we het laatste nieuwjaar konden doorbrengen in Camp David. Ik hoorde nog maar steeds niets van Arafat. Op nieuwjaarsdag nodigde ik hem voor de volgende dag in het Witte Huis uit. Voordat hij kwam, ontving hij in zijn hotel prins Bandar en de Egyptische ambassadeur. Een van de jongere medewerkers van Arafat vertelde ons dat ze hem onder zware druk hadden gezet om ja te zeggen.

Tijdens zijn bezoek had Arafat veel vragen over mijn voorstel. Hij stemde ermee in dat Israde Klaagmuur zou houden op grond van de religieuze betekenis, maar eiste de volgende vijftien meter van de Westelijke Muur voor de Palestijnen op. Ik zei hem dat hij dat niet juist zag, dat Israde gehele muur zou moeten krijgen om zich te beschermen tegen mensen die de ingang van de tunnel die onder de muur doorliep zouden gebruiken om schade toe te brengen aan de overblijfselen van de tempels onder de Haram. De Oude Stad heeft vier wijken: joods, mohammedaans, christelijk en Armeens. Men nam aan dat de Palestijnen de mohammedaanse en christelijke wijken zouden krijgen en de andere twee naar Israzouden gaan. Arafat zei dat hij ook een paar blokken van de Armeense wijk moest hebben vanwege de christelijke kerken daar. Ik geloofde mijn oren niet.

Arafat probeerde ook te ontkomen aan het opgeven van het recht op terugkeer. Hij wist dat hij dit wel moest opgeven, maar hij was bang voor de kritiek die hij over zich heen zou krijgen. Ik herinnerde hem eraan dat Israhad beloofd een deel van de vluchtelingen uit Libanon op te nemen van wie de voorouders gedurende honderden jaren in wat nu Noord-Israis hadden gewoond, maar dat geen enkele Israsche leider bereid zou zijn zo veel Palestijnen binnen te laten dat het joodse karakter van de staat binnen enkele decennia in gevaar kon komen door het hogere Palestijnse geboortecijfer. Er zouden in het Heilige Land geen twee staten met een Arabische meerderheid bestaan. Arafat had dit al erkend door de vredesovereenkomst van 1993 met de impliciete oplossing van twee staten te tekenen. Verder zou de overeenkomst door de inwoners van Isradoor een referendum goedgekeurd moeten worden. Het recht op terugkeer zou alles op losse schroeven zetten. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht de Isra's te vragen daar voor te stemmen.

Aan de andere kant dacht ik dat de burgers van Isravoor een eindovereenkomst zouden stemmen binnen de parameters die ik had geschetst. Als de overeenkomst zou worden goedgekeurd, dacht ik zelfs dat Barak mogelijk zou kunnen terugkeren en de verkiezingen zou kunnen winnen, hoewel Sharon in de opiniepeilingen een forse voorsprong had, met een electoraat dat bang was van de Palestijnse opstand en dat kwaad was op Arafat omdat hij weigerde vrede te sluiten.

Soms leek het of Arafat in de war was, de feiten niet geheel onder controle had. Ik had enige tijd het idee dat hij mogelijk het spel niet langer beheerste, na jarenlang de nachten op steeds wisselende locaties te hebben doorgebracht om aan de kogels van mogelijke moordenaars te ontkomen, na talloos veel uren in vliegtuigen, na eindeloze stressvolle onderhandelingen. Misschien was hij eenvoudig niet in staat de emotionele stap van revolutionair naar staatsman te zetten. Hij was gewend geraakt om van hot naar her te vliegen, waarbij hij paarlemoeren giften van Palestijnse handwerkslieden aan wereldleiders cadeau deed en met hen op de televisie verscheen. Het zou heel anders zijn als met het einde van het geweld ook Palestina uit de krantenkoppen zou verdwijnen en hij zich in de plaats daarvan zorgen zou moeten maken over banen, scholen en basisvoorzieningen. De meeste jongere mensen in het team van Arafat waren ervoor dat hij de overeenkomst zou goedkeuren. Ik geloof dat Abu Ala en Abu Mazen het er ook mee eens waren, maar geen moeilijkheden met Arafat wilden.

Bij zijn vertrek had ik nog steeds geen idee wat Arafat zou besluiten. Zijn lichaamstaal zei nee, maar de overeenkomst was zo goed dat ik me niet kon voorstellen dat iemand zo dwaas zou zijn deze te laten lopen. Barak wilde dat ik naar de regio kwam, maar ik wilde dat Arafat eerst ja zou zeggen tegen de Isra's met betrekking tot de belangrijke kwestie die in mijn voorstel besloten lagen. In december hadden beide partijen op luchtmachtbasis Bolling onderhandelingen gevoerd die op niets waren uitgelopen omdat Arafat de voor hem problematische parameters niet wilde aanvaarden.Ten slotte stemde Arafat ermee in op de dertiende Shimon Peres te ontmoeten nadat deze eerst met Saeb Erekat had gesproken. Er kwam niets uit voort. Als steun in de rug trachtten de Isra's een brief op te stellen met zoveel mogelijk overeenstemming over de parameters, in de veronderstelling dat Barak de verkiezingen zou verliezen en dat beide partijen dan minstens gehouden zouden zijn aan een bepaald concept dat tot een overeenkomst zou

leiden. Arafat wilde zelfs dat niet, omdat hij eigenlijk in niets wilde toegeven. De partijen vervolgden hun onderhandelingen in het Egyptische Taba. Ze kwamen dichter tot elkaar, maar toch liep het op niets uit. Arafat had nooit ronduit nee gezegd, hij kon zich er eenvoudig niet toe zetten ja te zeggen. Hoogmoed komt voor de val.

Net voordat ik als president wegging, bedankte Arafat me in een van onze laatste gesprekken voor al mijn inspanningen en zei me wat een groot man ik was. 'Mijnheer de voorzitter', antwoordde ik, 'ik ben geen groot man. Ik ben een mislukkeling en dat hebt u van me gemaakt!' Ik waarschuwde Arafat dat hij met hand Sharon koos en dat hij storm zou oogsten.

In februari 2001 zou Ariel Sharon met een monsterzege tot premier worden gekozen. De Isra's waren van mening dat als Arafat mijn aanbod niet aannam, hij geen enkel aanbod zou aannemen, en dat als ze geen partner voor de vrede hadden, het dan maar beter was te worden geleid door de meest agressieve, onverzettelijke leider die voorhanden was.

Sharon koos voor de harde lijn tegen Arafat en zou hierin gesteund worden door Ehud Barak en de Verenigde Staten. Bijna een jaar nadat ik mijn ambt had neergelegd, zei Arafat dat hij bereid was op basis van de parameters die ik voorgesteld had te onderhandelen. Klaarblijkelijk dacht Arafat eindelijk dat het nu vijf voor twaalf was, tijd om te beslissen. Maar zijn horloge was allang stuk.

Arafats verwerping van mijn voorstel nadat Barak het al had aanvaard, was een fout van historische proporties. Niettemin zijn nog steeds veel Palestijnen en Isra's voor vrede. Eens zal vrede ook werkelijk komen en wanneer dat gebeurt, zal de uiteindelijke overeenkomst grote gelijkenis vertonen met de voorstellen die het resultaat waren van Camp David en de zes lange maanden die daarop volgden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden