'Hij zei: ik ben Joris. Hij wilde seks'

Voormalig jongensprostitué Bart zegt Joris Demmink, de oud-topambtenaar die wordt verdacht van kindermisbruik, twee keer te hebben ontmoet. 'Voor mijn gevoel honderd procent zeker.'

UTRECHT - Was het Joris? En welke Joris was het? En hoe weet u dat het Joris was?


Elk woord is belangrijk, dinsdag in de rechtbank van Utrecht, waar voor het eerst een getuige onder ede en in het openbaar wordt verhoord over de beschuldigingen aan het adres van Joris Demmink, de inmiddels gepensioneerde topambtenaar van Justitie die verdacht wordt van kindermisbruik. Het is een civiele zaak; de verhoren zijn aangevraagd door stichting De Roestige Spijker die zegt naar de waarheid te zoeken. Er volgt geen vonnis. Maar alles wat vandaag ter sprake komt, is van belang - want áls er in deze rechtszaal bewijs boven tafel komt, dan heeft dat grote gevolgen.


'In de rechtszaal mag niet gelogen worden. Anders maakt u zich schuldig aan een misdrijf', zegt de rechter-commissaris streng. Getuige Bart knikt. Hij is een forse, maar breekbare man van 40, in pak, die door zijn jeugd is getekend. Hij was algemeen directeur. Nu zit hij, vader van drie dochters, 'in de schuldsanering'.


Vandaag gaat hij vertellen hoe dat is gekomen en wat Joris Demmink ermee te maken heeft. Bart was 14 toen hij tot prostitutie werd gedwongen in Amsterdam. En daar heeft hij Joris ontmoet, in 1988, op de achterbank van een auto.


Eerste vraag van de rechter-commissaris: 'Bent u zenuwachtig?'


Antwoord: 'Ik heb een gezonde spanning.'


Bart vertelt over zijn ruziënde ouders in het Limburgse dorp Stramproy, over de scheiding, zijn drinkende vader: 'Ik ken de hulpverlening sinds mijn 6de'. Op zijn 14de vlucht hij weg van huis, naar Amsterdam, waar hij naar de Kleinkunstacademie wil om cabaretier te worden. Maar hij komt terecht in de kinderprostitutie. Drieënhalf jaar doet hij - 'ik zag eruit als een leuk manneke, lief en onschuldig'- gedwongen dit werk.


Nu zit hij hier, gebracht en bewaakt door een beveiligingsbedrijf.


Hij getuigde eerder anoniem in de documentaire Dutch Injustice, die op YouTube is te zien. Klopt het wat Bart daarin vertelde, wil de rechter-commissaris weten. Ja, zegt hij. 'Maar ik was in een andere gemoedstoestand. Ik heb een bipolaire stoornis en ernstige ptss. Ik heb periodes dat het goed gaat en dat het slecht gaat.'


'Voelt u zich op dit moment goed?'


'Niet top. Af en toe laat mijn geheugen mij in de steek.'


Hij slaat zich manmoedig door de minutieuze vragen van de rechter en van de advocaten. Veegt af en toe de tranen uit zijn ogen en vraagt om een schorsing. Soms is Bart opvallend gedetailleerd over zijn verleden, soms vaag of tegenstrijdig. De dag dat hij wegliep van huis, zegt Bart, nam hij bus 73 van Stramproy naar Weert, met in zijn groene sporttasje een pot chocopasta, een mes, een half brood en een spijkerbroek. 'Ik was op z'n Hollands gezegd helemaal naar de klote.'


'Welk merk chocopasta?', wil de rechter-commissaris weten.


In Amsterdam loopt hij in de armen van een man die hem onderdak en eten belooft, hem drogeert en naaktfoto's van hem maakt. 'Ik was bang, ik voelde me bedreigd en gechanteerd.'


Bart schetst een beeld van de jongensprostitutie in de jaren tachtig in 'het Bangkok van Europa', waar de inmiddels veroordeelde pooier Alexander van M. hem onder meer laat werken in een jongensbordeel in Amsterdam-Oost. 'Het huis had twee slaapkamers. Daar kwamen pedofielen kijken wat er op de bank zat en die wezen je dan aan.' Soms vervoerden de chauffeurs de jongens naar andere bordelen, privéfeestjes en de sets van kinderpornofilms - hij vertelt over jongens die verdwenen, snuffmovies. 'Sorry, ik word een beetje misselijk, kunnen we schorsen?'


De naam Joris komt pas na vier uur ter sprake. Bart vertelt het kalm. Hij was in de Festival Bar, in 1988, en er was een afspraak voor hem gemaakt met een man in een auto. Het enige dat hij van de man wist, was dat hij 'belangrijk' was. 'Hij zat in een donkere wagen met chauffeur. Ik zei: ik ben Bart. Hij zei: ik ben Joris. Toen begon hij aan mij te zitten. Hij wilde seks. Ik kreeg 250 gulden, een paars briefje.'


De tweede en laatste keer dat hij Joris ontmoette, kregen ze ruzie.


Hoe zag Joris eruit, vraagt de rechter. Bart zoekt naar beelden, aarzelt. 'Hij had een donker pak aan en had donker haar. Hij was normaal groot.' Over de kenmerkende lengte van Demmink, en zijn kenmerkende bril zegt hij niets. Bart vertelt ook dat hij in de jaren negentig is gehoord door zedenrechercheurs over een netwerk van 'hooggeplaatste pedofielen'. Maar in die gesprekken is de naam Demmink nooit gevallen. En zijn foto stond niet in de fotoboeken die de rechercheurs hem lieten zien.


Rechter-commissaris: 'Weet u zeker dat het Joris Demmink was?'


Bart: 'Daar kwam ik achter in 2003, toen ik een artikel in de Panorama las over het Anne Frankplantsoen in Eindhoven en wat daar gebeurde. Ik had toen last van mijn eerste burn-out, ik had herbelevingen.'


'Waardoor dacht u na het lezen van dat stuk: hé, ik heb vijftien jaar eerder bij Joris Demmink in de auto gezeten?'


'Dat weet ik niet. Ik weet niet of Demmink in dat stuk genoemd werd. Misschien stond er een foto bij met een balkje voor zijn ogen. Dat kan ik me niet meer herinneren.'


'U kunt dus niet goed aangeven waardoor u die link legde?'


'Nee, sorry.'


'Neem even een slokje water', zegt de rechter-commissaris, 'want dit is wel heel belangrijk.'


Bart neemt een slokje water, kijkt voor zich uit. Even lijkt het erop dat hij geen antwoord gaat geven. Dan zegt hij: 'Ik weet honderd procent zeker dat ik voor mijn gevoel twee keer bij Joris Demmink in de auto heb gezeten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.