interview Nevzet Altay

Hij zat waarschijnlijk acht jaar onterecht vast: ‘Je hele wereld zakt in elkaar’

Portret van Nevzet Altay. Beeld Jiri Buller

In 2000 werd Nevzet Altay veroordeeld tot twaalf jaar cel voor de roofmoord op Geke de Goede, ook wel de Arnhemse villamoord genoemd. Dinsdag concludeerde de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken na vier jaar onderzoek echter dat dit waarschijnlijk onterecht is, wat het de grootste gerechtelijke dwaling uit de Nederlandse rechtsgeschiedenis zou maken. Altay vertelt zijn kant van het verhaal in dit interview.

‘Ik ben moe. Moe. Moe. Moe. Ik ben hier al zo’n lange tijd mee bezig.’ Al sinds 1999 zegt Nevzet Altay (53) tegen alles en iedereen die het horen wil: ‘Ik ben onschuldig. Ik heb die moord niet gepleegd.’

Hij schreef brieven. Heel veel brieven. ‘Aan toenmalig koningin Beatrix, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, de Ombudsman en misdaadjournalist Peter R. de Vries.’ Zelfs de raadsheer die hem veroordeeld had, kreeg na het arrest een brief van hem. ‘U heeft mij ten onrechte veroordeeld, schreef ik. Hij liet me weten dat ik dan naar de Hoge Raad moest stappen’, zegt de Turkse Nederlander die op zijn 14de naar Nederland kwam.

Aanvankelijk zag de Hoge Raad geen reden om de zaak van Altay te herzien. Dinsdag werd echter bekend dat de Acas, de Adviescommissie Afgesloten Strafzaken die de Hoge Raad adviseert, na vier jaar onderzoek concludeert dat de veroordeling van Altay en acht anderen wel degelijk mogelijk ten onrechte is. Als dat klopt, betekent dit dat de zogenoemde Arnhemse villamoord de grootste gerechtelijke dwaling uit de Nederlandse rechtsgeschiedenis is.

‘Toen ik dit nieuws van de Acas hoorde, zat ik bij mijn advocaat. Hij liet me de documenten zien. Ik was samen met mijn kinderen. Eindelijk een begin van erkenning’, zegt Altay. Hij is blij. Eindelijk heeft hij het gevoel van ‘zie je wel’. Maar de boosheid die hij sinds zijn veroordeling voelt, laat hem ondanks het positieve nieuws nog niet los.

In 2000 oordeelde het gerechtshof dat Nevzet Altay het brein zou zijn achter de koelbloedige roofmoord op Geke de Goede. Hij werd met 12 jaar gevangenisstraf het zwaarst gestraft van alle verdachten. ‘Ik werd aangehouden in 1999. Op straat. Ik stond bij het stoplicht. Meteen nadat ik gearresteerd was, zei ik: dit is onzin. Jullie maken een geintje. Ik weet niets van deze zaak. Maar de politie zei: nee, jij hebt dit en dit gedaan. Ze waren heel dreigend.’

Nijmegen. Portret van Nevzet Altay. Beeld Jiri Buller

Kort daarvoor had de politie haar oor te luisteren gelegd in de Arnhemse en Nijmeegse onderwereld. En daar was Altay een bekende: hij hield zich destijds bezig met de handel in drugs. Op zijn strafblad staan eveneens overvallen en geweldpleging. ‘Ieder mens maakt fouten in zijn leven. Ik ook’, zegt hij daar nu over. ‘Maar met die roofmoord had ik niks te maken. Dat heb ik ook altijd tegen de politie gezegd. En ik kende een deel van de andere verdachten ook helemaal niet.’

Toch werd hij veroordeeld. En dat terwijl er een paar rare kanten aan de zaak zitten: tijdens de roofmoord overleefde een van de twee slachtoffers de schietpartij. Zij sprak over één dader én niet over meerdere daders. De dader zou bovendien goed Nederlands spreken. Altay en de veronderstelde schutter spreken gebrekkig Nederlands. Toen hij het oordeel van het gerechtshof hoorde in 2000, knapte er iets in zijn hoofd. Altay zei dat de raadsheren erger waren dan Hitler. ‘Ik was zo boos. Ik wist niet meer wat ik zeggen moest. Je hele wereld zakt in elkaar. Ik vertrouwde niemand meer.’

Doorslaggevend bewijs waren twee bekentenissen van andere verdachten. Volgens de Acas zijn ze zeer waarschijnlijk vals. ‘Ik ben niet boos op hen’, zegt Altay over de twee bekennende verdachten. Ze bekenden onder hoge druk. Een van hen werd zelfs bedreigd door de politie: voor elke leugen die deze verdachte vertelde, zou een vinger worden afgehakt. ‘Hen verwijt ik niks, maar ik ben wel boos. Ik heb zolang het gevoel gehad dat de hele wereld tegen me was. Niemand wilde horen wat ik te zeggen had.’

In 2007 kwam Altay vrij. ‘De eerste vier jaar zat ik alleen maar in een kamertje. Ik had thuis ook wel een woonkamer, maar ik wilde eigenlijk alleen maar in het kleine kamertje zitten. Ik wilde niemand zien. Mijn omgeving geloofde maar deels in mijn onschuld. Mijn familie wist dat ik het niet gedaan had, maar anderen dachten van wel.’

In 2014 krijgt hij steun van onderzoeksproject Gerede Twijfel van de Universiteit Maastricht. De onderzoekers concluderen dat er sprake is van een gerechtelijke dwaling. ‘Daarna kwamen er mensen, bijvoorbeeld oude buren, hun excuses aanbieden.’

Hij is blij. Maar hij weet ook dat hij er nog niet is: het advies van de Acas is nog maar een begin. De Hoge Raad moet zich er ook nog over buigen. ‘Ik hoop op rechtvaardigheid.’ Maar hij durft er nog niet op te vertrouwen dat het goed komt. ‘En weet je welke vraag me ook nog altijd bezighoudt: waarom ik? Waarom is mij dit overkomen? Die vraag zit constant in mijn hoofd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden