Hij weet wat ik wil

Wind voelt anders als je hem zelf maakt...

Michel Maas

Je vouwt het dak van de auto open - voorzichtig, anders barst het plastic achterruitje - start de motor, voelt een aangename, bijna geile rilling door de auto gaan en glijdt weg zonder gas te geven, puur op de kracht van de sluimerende motor. Pas als hij rijdt, druk je langzaam het gaspedaal in. Niet verder dan de helft. De motor is nog koud en ook met half gas voel je al de aangename power in je rug. Je schiet vooruit zonder dat hij met zijn neus van de grond komt.

Dat doet hij bij vol gas. Dan steigert hij weg, en zwabberen de voorwielen even gevaarlijk los boven het asfalt.

Een Chevrolet Corvette, 350 pk en 5,7 liter.

Wat verbruikt dat wel niet.

Wie koopt er nu zo'n ding.

Je mag toch nergens harder dan 120.

Twee stoelen maar, en geen bagageruimte.

Waarom ik zo'n auto heb gekocht?

Waarom schreef ik ooit briefjes aan mijn meisje als ik net van haar vandaan kwam? Ik schreef de briefjes in de trein naar huis, en postte ze bij aankomst op het station. Zo waren ze de volgende dag bij haar, soms maar net voordat ik zelf weer op de stoep stond.

Had ik ze net zo goed zelf mee kunnen nemen.

Had ik haar net zo goed kunnen vertellen wat erin stond.

Trouwens het was toch allemaal onzin wat ik schreef.

Maar briefjes met onzin zijn niet hetzelfde als onzin zonder briefjes.

Het ging nergens over. Bijvoorbeeld over wat mensen in treinen aan elkaar vertellen. Ze praten maar en praten maar en praten maar en het gaat maar door op de cadans van de wielen op de rails. Door en door en door gaat het maar en er komt geen einde aan totdat ze even zwijgen als de trein stopt op een vreemd station. Alsof ze moeten bijvullen zodat er als de trein verder rijdt weer nieuwe woorden uit hun monden kunnen komen. Niets blijft hangen van wat ze zeggen. Ze spoelen woorden door, dat is wat ze doen - schreef ik op.

Daar tekende ik dan twee mensen bij met op hun nek geen hoofden maar stortbakken, en dat stuurde ik dan op naar haar.

Waarom?

Waarom niet.

We lagen op haar kamer op de grond en keken foto's. Foto's van de jongen van wie zij hield. Ik weet zijn naam, maar zeg hem niet. Ik was jaloers. En blij dat hij niet van haar hield zoals zij van hem, zodat ze nu en daar een beetje van mij was. Ze hield ook van mij, maar niet zo veel en nooit genoeg om te zeggen 'Ik hou van je.' Eén keer maar kwam ze daar heel erg dicht bij. Toen kwam zij naar mij, in plaats van ik naar haar. 'Ik weet niet wat mij bezielt', zei ze ongevraagd, alsof ze een excuus nodig had voor wat ze deed.

Alsof ík wist wat mij al die maanden bezielde. Wat viel er te weten? Niets, maar zij verlangde desondanks een antwoord op de vraag 'waarom'. Zij was zo koel, zo sterk, zo in alles anders dan ikzelf. Ik vroeg nooit waarom. Misschien was ik bang voor het antwoord.

Waarom ik mij met hart en ziel en lijf en leden in haar verloren had. Ik weet het nog steeds niet, en het is toch al zo'n twintig jaar geleden.

Zij zei nooit 'Ik hou van je.' Misschien omdat ze eerlijk was, maar ook omdat ze dat belachelijk vond, pathetisch. Het was iets dat mensen in goedkope films tegen elkaar zeiden, zei ze. Zij was van de avant-garde, de Franse, van vóór de oorlog. Dus zei ze niet 'Ik hou van jou', maar bekeek ze met mij, haar toevallige geliefde, foto's van haar echte geliefde, die ze niet krijgen kon.

Zij was het natuurlijk ook, en niet ik, die ten slotte besloot dat het afgelopen was. 'Wat wil je eigenlijk van mij?', was haar laatste vraag aan mij.

'Ik hou van je' was eruit gestameld voordat ik denken kon.

Dus kon ik gaan.

Ik liep door Amsterdam en vulde de grachten met tranen. Het was donker en het zou die dag niet meer licht worden.

Op de cadans van mijn stappen denderde het in mijn hoofd: Waarom waarom waarom waarom.

Maar er kwam geen antwoord.

Ik heb hem gekocht. Wij hebben elkaar gekocht. Het geld was er, en de auto was er - dertig jaar oud, maar schaamteloos mooi.

Waarom?

De Corvette brult uit twee uitlaten tegelijk en schiet vooruit. Als in een vliegtuig op de startbaan wordt je rug in de stoel gedrukt: binnen zes seconden naar de honderd kilometer per uur. De spitse neus splijt de lucht, die voorbij de voorruit probeert van achteren de auto weer in te halen. Al mijn haren waaien in de knoop. Het lawaai is oorverdovend. De losgelaten paardenkrachten brengen alles aan het trillen. Het stuur is nauwelijks te temmen.

De wereld om me heen bestaat niet meer. Alleen nog maar ikzelf en de auto - gekocht omdat ik het geld had. Hij vraagt niet: 'Wat wil je eigenlijk van mij?' Hij weet wat ik wil.

Iedereen vraagt: 'Waarom?'

Niemand krijgt antwoord. Het antwoord is de auto zelf. Maar wij zijn alweer weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden