Hij was míjn man

Na de dood van hun geliefde worden minnaressen pijnlijk hard geconfronteerd met hun positie: zij zijn niet de wettige vrouw....

Op het moment dat haar grote liefde werd begraven, zat Petra op een kilometer afstand in een restaurant van McDonald's. Op de tafel lag dit keer geen cheeseburger, maar een bloemstuk met een lint, waarop ze haar koosnaam had geschreven.

Buiten gingen de auto's over de snelweg, binnen begonnen kinderen aan een Happy Meal. Misschien was de omgeving te vrolijk voor het moment, maar zo was ze tenminste nog een beetje bij hem in de buurt.

Het leven was toch al niet mild voor haar geweest: eerst gingen haar ouders scheiden, daarna stierf haar vader en tussendoor mislukten al haar relaties. Maar toen kwam Richard. Met zijn bruine ogen. Hij leek best bereid om zijn huwelijk op te geven. Maar een paar dagen voordat de scheiding zou worden bekrachtigd, schoot hij zich door het hoofd. Nu kwam natuurlijk uit dat hij die laatste maanden helemaal niet bij een hospita had gewoond. Via via liet de wettige weduwe dan ook weten dat Petra, als zij zich op de begraafplaats zou begeven, daar hardhandig vanaf zou worden gewerkt.

Tegen vijven, toen alle gasten waren vertrokken, reed ze naar het graf. Het bloemstuk kreeg een mooi plekje tussen de kransen. Ze hield het afscheid kort, bang als ze was om alsnog door argwanende familieleden te worden opgemerkt. Twee dagen later stond op haar zelfgemaakte site op Condoleance.nl - 'dan had ik toch nog iets' - de mededeling: 'Mooie bloemen op het graf. Maar die rotte appel hebben we er maar even afgeflikkerd.'

Boom

De mensen blijven de 'schaduwweduwe' associëren met een kortgerokte blondine die, met pruik en zonnebril, de begrafenis vanachter een boom gadeslaat; het droefst nog om de geldkraan die nu definitief is dichtgedraaid. Terwijl: het zijn doodgewone vrouwen, die vaak een jarenlange relatie met de betreurde hebben gehad. Na het overlijden mogen ze niet eens even afscheid komen nemen. Voor het verwerkingsproces van de gemiddelde schaduwweduwe is dat niet goed.

Sinds kort is er een uitvaartonderneemster die zich het lot van deze vrouwen aantrekt - mannen hebben zich nog niet gemeld. Carolien Harrems onderhoudt de website Schaduw weduwe.nl. In september komt er een landelijke contactdag met thematisch ingedeelde workshops, sprekers en een gezamenlijk herdenkingsritueel. Tijdens haar werk wordt ze vaak gebeld door vrouwen, die zeggen: 'Ik ben niet uitgenodigd, maar ik zou toch graag even langs willen komen.' Ook moet ze op het laatste moment nog weleens kaartjes weg moffelen waarop staat: 'Voor eeuwig, je Ellie.'

Thuis in Amstelveen rennen vier kinderen door de kamers en hangen er doorlopend wanhopige vrouwen aan de lijn.

We spreken af in een café. De website is nog maar net in de lucht, zegt ze, maar de vrouwen stromen toe. Tien tallen verdrietige verhalen heeft ze aangehoord, en er komen steeds weer nieuwe bij. Ook heeft ze een hoop boeken gelezen, zodat ze meer te weten komt van het fenomeen dat zij, in het belang van de rouwenden, zo graag wat in het licht wil zetten.

Zo weet ze dat 80 procent van de mannen zegt dat hij zijn vrouw zal verlaten en dat maar 1,5 procent gevolg geeft aan die woorden. En als ze het na een paar maanden niet doen, zegt ze, gebeurt het nooit. Bijna altijd komt overspel uit. Meest al bij leven, maar ook weleens vlak daar na. Zoals bij de vrouw die aan het sterfbed van haar echtgenoot zat; de man gaf de geest, maar zijn mobieltje piepte nog wat door.

Meestal belooft de man beterschap aan zijn vrouw en verbreekt hij de relatie met zijn vriendin. Maar na een paar maanden houdt ie het al niet meer en begint alles opnieuw - nu nog veel geheimer dan voorheen. Over het algemeen zijn ze jarenlang gelukkig. Maar na het overlijden van de man wordt de vriendin op een vervelende manier geconfronteerd met 'de gevolgen van dat geheime'. Ze mag of kan niet bij de begrafenis zijn. Vaak ook weet ze niet eens dat er een uitvaart was.

Voor jaloerse echtgenoten is het eigenlijk gemakkelijk zoeken: de geheime liefdes bevinden zich meestal, zoals Carolien het uitdrukt, 'in de periferie van het gezin'. Petra (37) leerde Richard kennen bij het handballen. Als er in Apeldoorn iets gedaan werd dat op vrijwilligerswerk leek, zat Tilly (68) vlak naast Albert op de eerste rij. En Tineke (53) is, net als haar vriend was, belangrijk in het bedrijfsleven. En ook de belangrijke mensen komen elkaar voortdurend tegen.

Stoken

Overdag zit Tineke graag in haar mooie keuken, aan het raam van de tuin, ergens in een dure wijk van Den Haag. Ze rept van concertbezoek, haalt films aan en het boek Mijn beter ik, waarin Renate Rubinstein haar relatie met de getrouwde Simon Carmiggelt beschrijft. Soms waarschuwt ze: 'Ik trek het even filosofisch.' En dan volgt bijvoorbeeld: 'Na de midlifecrisis komt een man vaak een vrouw tegen die iets anders in hem bovenhaalt; iets zachters.' Ook stuurt ze gedichten rond waarin wordt uitgelegd dat 'ware liefde geen vorm nodig heeft'. In haar geval betekende dat: ze zag hem bijna nooit. Dat was helemaal niet erg. 'Zijn gezin was hem lief, maar ik kwam op nummer één.'

Briefje

Tineke gaat even verzitten. 'Ik kon ermee leven dat hij getrouwd was. Hij moest zelf beslissen of hij zoiets stiekems in zijn leven wilde. Ik weet niet zeker of ik wel logisch praat. Er wordt nogal heilig gedacht over dat je niet in een goed huwelijk mag stoken, maar als je verliefd bent, verschuiven je waarden en normen. Het enige vervelende was dat zijn vrouw het niet wist. Zij had geen keuze. Maar op een gegeven moment moet je ophouden met alles in het leven zuiver proberen te maken.'

Vijf vette jaren volgden, waarin ze leefden 'als een god in Frankrijk', soms zelfs in Frankrijk zelf. Toen vond zijn vrouw een briefje dat niet aan haar was gericht. 'Dat was verschrikkelijk', zegt ze. 'Opeens zit er een derde in je intimiteitszone te rommelen.' Ze besloten elkaar voortaan eens per drie maanden te bellen, maar omdat dit al snel zes keer per dag werd, ontstond het idee van 'het perfecte geheim'. Ze veranderde haar telefoonnummers, ze gingen nooit meer op reis, zagen elkaar heel kort, en altijd bij haar thuis. Maar ook daar viel mee te leven, zegt ze met lachje: 'Je doet gewoon in een uur wat je normaal gesproken in een etmaal doet.'

Het perfecte geheim wordt tot in het oneindige doorgevoerd. Toen hij ziek werd, zochten ze samen de plek uit waar zijn as moest worden uitgestrooid, zodat zij weet waar de hare straks naartoe moet. Vlak voor zijn dood nam hij iemand in vertrouwen, die haar het nieuws zou vertellen. En de verplegers in het ziekenhuis deden helemaal niet moeilijk toen zij hem na het bezoekuur voor de laatste keer kwam opzoeken. 'Die weten ook veel meer dan ze laten zien.'

De avond voor de crematie wierp ze twee rozen in de zee. Daar wil ze een ritueel van maken, jaarlijks op hetzelfde tijdstip. Op de dag zelf ging ze gewoon naar kantoor. De collega's vonden het niet vervelend om samen kaarsjes aan te steken. 'Er ontstond een heel bijzondere sfeer. Zij gingen opeens ook allemaal persoonlijke verhalen vertellen.'

Anderhalf jaar is ze 'weggeweest'. 'Maar dat merk je pas als je weer terugbent.' Nu komt ze weer langzaam bij haar positieven. Ge lukkig bemoeit hij zich nog intensief met haar leven. Als ze met een vriend over straat wandelt, spuugt hij zijn jaloezie via de duiven op de tegels. En als ze in haar auto stapt, komt hij soms zomaar even naast haar zitten. 'Hè, leuk', zegt ze dan. 'Lekker dat je er weer even bent.'

Roosje

Als Tilly 's ochtends in de keuken staat te morrelen met de koffie - die speciale Senseo-kopjes zijn eigenlijk te klein voor het apparaat - denkt ze nog altijd dat Albert even zijn hoofd door het raam komt steken. Maar als het kopje op een schoteltje op een servetje op een dienblaadje op een kleedje op de glazen plaat op de eettafel staat, weet ze ook wel dat hij nooit meer zal zeggen: 'Goeiemorgen Til ly, ik kom even een kusje halen!'

Na een paar uur pakt ze een zakdoekje en zal ze zeggen: 'Ik zit al de hele ochtend aan dezelfde koek. Maar ik ben niet zielig, hoor.' Dan heeft ze uitgelegd wat ze het allerergste vond: dat ze er niet bij kon zijn toen op haar Albert euthanasie werd toegepast. Ze zat alleen in haar voorzichtig ingerichte seniorenwoning in een buitenwijk van Apeldoorn. Omdat de vorige wat moeilijk startte, had ze vooraf nog snel een nieuwe auto gekocht. Maar ja: waar rijd je heen als de echtgenote aan het sterfbed zit?

Vijftien jaar was het vooral vrolijkheid. 'Hij was een heel romantische man.'

Vanwege zijn vrijwilligerswerk had Albert altijd een alibi om het huis uit te gaan. Bijna wekelijks gingen ze een dagje uit - heel Ne der land heb ben ze gezien. Aan zijn dashboard was een kleine vaas bevestigd. Als hij Tilly kwam ophalen, stak hij daar een roosje in. 'En als je ons dan zo zag wegrijden', zegt ze, 'nou, dan wist je het wel: dat wordt een leuke trip!'

Maar hij mocht van zijn vrouw niet bij Tilly komen wonen. Die vrouw had namelijk een wankele persoonlijkheid. Soms rende ze 's nachts alleen op straat, soms was ze plotseling bang dat er iets op haar hoofd zou vallen. Een maand of vijf hebben ze het toch gedaan. Maar toen begon de echtgenote met zelfmoord te dreigen. 'En ze woonde op tienhoog.' Nee, toen moest Albert wel terug, schoorvoetend. Dat waren geen leuke tijden. Soms werd de echtgenote fysiek en kwam Albert de volgende ochtend licht beschadigd om een kusje vragen.

Er zaten maar zes maanden tussen de diagnose en de mededeling dat hij was uitbehandeld. Zijn vrouw kon hem die laatste weken niet verzorgen. En Tilly mocht het niet. In het ziekenhuis hadden ze Albert daarom een folder gegeven waarin stond uitgelegd wat een hospice eigenlijk inhield. Even houdt Tilly de rondo voor haar mond. Dan legt ze hem terug op het bordje: 'Toen drong pas tot hem door dat hij ging sterven.'

Om Tilly weg te houden, zat de echtgenote van 's ochtends tien tot 's avonds tien aan het bed in het hospice. Zij maakte puzzels, hij hield zich slapend. Omdat hij iedere avond, meteen na tienen, de telefoon greep om Tilly te vertellen dat hij haar zo graag bij zich wilde hebben, heeft ze de leiding erbij betrokken. Gelukkig had die ook wel in de gaten dat dat huwelijk niet deugde. Ze mocht hem twee keer bezoeken. Eén keer 's avonds laat, en een keer 's middags toen zijn vrouw naar de tandarts moest. 'Die gesprekken zijn nog heel belangrijk geweest voor hem.'

Rouwkaart

Tilly is wel naar de begrafenis gegaan. Incognito, zoals zij het zelf noemt, als collega van het vrijwilligerswerk. Ze zat helemaal op de achterste rij, terwijl 'die vrouw' gewoon vooraan zat. Er waren genoeg familieleden die elkaar aanstootten en naar haar wezen. 'Maar daar heb ik me niets van aangetrokken.' Sterker: na afloop is ze op de weduwe afgestapt, heeft haar een hand gegeven en gewoon gezegd: 'Gecondoleerd.' De weduwe zei 'dankjewel' en condoleerde niet terug. 'Toen werd ik verschrikkelijk boos', zegt ze. 'Ze had mij toch ook wel gewoon even kunnen condoleren? De overledene was van mij!'

Ze kan het iedereen dan ook aanraden: na het overlijden heeft ze een eigen rouwkaart rondgestuurd. Daarna duurde het maar even en het huis zat vol. Toen kon ze zich eindelijk een echte weduwe voelen. Ook kwam er een plakboek vol warme reacties. Dat boek ligt altijd binnen handbereik, voor de moeilijke momenten. Als ze bijvoorbeeld terugdenkt aan zijn laatste telefoontje. Door de morfine was hij moeilijk te verstaan. Het enige dat ze eruit kon opmaken, was: 'Mor gen gaat het gebeuren.'

Horrorfilm

De laatste woorden van Richard waren: 'Zorg goed voor Petra'. Daarna haalde hij de trekker over, naast zijn auto, vlakbij het huis van zijn beste vriend. 'Daaraan kun je zien dat het een opwelling was', zegt Petra's moeder. 'Ja', zegt een vriendin. 'Want die jongen had dat al eens eerder meegemaakt.' En Pe tra: 'Ik schreeuw vaak: ”Ik wou dat ie het in mijn tuin had gedaan!” Dan had ik het tenminste gezien. Nu moet ik maar aannemen dat hij nooit meer thuiskomt.'

Petra heeft zich van de steun verzekerd van haar naasten, want het zelfmoordverhaal is nog vers. Net als de ruzie met de familie en de vrienden van de echte weduwe. Ze zitten in een huis in Almere, rond een glazen tafel, die door porseleinen vrouwenlichamen op de goede hoogte wordt gehouden. Af en toe krijgt Petra het te kwaad en slaat de moeder de armen om haar heen: 'Dit is verschrikkelijk', zegt moeder dan. 'Dit is toch net een horrorfilm?'

Richard was een spontane vent - 'als hij binnenkwam, begon het hele huis te zingen'. Soms ging hij daarin te ver en moest je hem wat corrigeren. Hij kwam weleens terecht in wat Petra 'een vechtpartijtje' noemt. En hij had iets met de dood, dat was gewoon zo. Zeker sinds de dag, zo'n acht jaar geleden, dat zijn toenmalige vriendin, ook een politieagent, werd doodgeschoten. Eén keer stop te hij zijn pistool in zijn mond en moesten de collega's op het bureau ingrijpen.

De enige smet op het liefdesgeluk was Richards 'dubbele gevoel'. 'Hij was een sport man, een bink, hij faalde nooit.' Dat ie nu ging scheiden, viel hem zwaar. 'Zijn vrouw had hem erdoorheen gesleept toen zijn vriendin was doodgeschoten. En nu moest hij haar teleurstellen.' Avondenlang zaten Petra en Richard over dit probleem te praten. Soms rende Richard even naar buiten. Maar dat was niets bijzonders, dat deed Petra zelf ook weleens. Die laatste keer had hij zijn dienstpistool bij zich. Dat had niet moeten gebeuren, maar wat doe je in tijden van crisis, na de schietbaan direct naar huis: 'Verder praten.'

Die eerste avond moest het lichaam worden onderzocht en kon niemand het zien. De volgende dag werd de weduwe over Petra ingelicht. 'Toen werd ze boos', zegt ze. 'Toen werd er met modder gegooid.' Want hoe was Richard tot zijn daad gekomen? Wat had Petra die laatste maanden allemaal met hem uitgespookt? De weduwe eiste meteen al zijn spullen terug. Als dat niet gebeurde, zouden de consequenties voor haar zijn. 'Ze zeiden: ”Anders komen we ze wel even halen.”

'Normaal ga je elke dag naar je man', zegt Petra. 'Je zoekt kaartjes uit en een kist. Je houdt zijn hand vast. Zo neem je afscheid, zo verwerk je het.' Maar Petra mocht niets. Niet naar het rouwcentrum, niet naar de begrafenis. Voor werkelijk iedereen werd de kist even opengemaakt, maar voor haar bleef die dicht. Ze heeft nog vrienden ingeschakeld om te bemiddelen, maar ook dat hielp niet. 'Het was al voldoende geweest als ik een schoen of een vinger had mogen zien. Ik zei: ”Geef mij anders maar een plukje van zijn haar.”'

Graf

Na de condoleance is ze toch even naar het rouwcentrum gegaan. Overal stonden lege kopjes en schoteltjes. Een vervelende ervaring was dat. 'Want ik had daar natuurlijk moeten zitten met koffie en cake.' Op de begraafplaats, toen iedereen was verdwenen, gebeurde hetzelfde. 'Het was mijn man. Het had mijn begrafenis moeten zijn. Ik wist welke kleding hij wilde dragen, ik wist welke muziek er gedraaid had moeten worden.'

's Avonds heeft ze zijn spullen ingepakt en door een vriend naar de weduwe laten brengen. Nu heeft ze niks meer. Ja, een paar foto's. Graag zou ze eens naar de weduwe willen gaan om te zeggen: 'Juridisch snap ik dit wel, maar waarom moest dit nu zo?' Van de andere kant: 'Het is te laat, dit kun je niet meer overdoen.'

Daarom gaat ze zo vaak mogelijk naar het graf. Ook vandaag - het kan nog net voordat het donker wordt. 'Ik hoop dat er nog iets gebeurt', zegt ze, terwijl ze in haar jas wordt geholpen. 'Dat er nog een teken komt, contact, íets.' Maar de moeder schudt het hoofd: 'Dit komt nooit meer goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden