'Hij was een groter saxofonist dan Charlie Parker'

Coleman Hawkins is minder beroemd geworden dan hij verdient, vindt tenorsaxofonist Bennie Wallace. Weinigen beseffen hoe innovatief hij was. 'Zo massief, vet en resonerend....

De harmonische vernieuwingen van de bebop: niet Charlie Parker legde de grondslag, maar Coleman Hawkins. De eerste onbegeleide saxofoonsolo is niet van Sonny Rollins, die er beroemd mee werd, maar van Coleman Hawkins. De eerste jazzmuzikant die complexe emoties uitdrukte in ballads: Coleman Hawkins. Degene die vanaf het begin invloeden uit klassieke muziek in zijn spel verwerkte: Coleman Hawkins.

'Hij is de vader van de jazzsaxofoon', vindt tenorsaxofonist Bennie Wallace, 'en dat is nog maar een klein gedeelte van wat hij heeft bereikt.' Vanavond speelt Wallace in het Bimhuis een ode aan de in 1969 overleden Hawkins, die deze maand honderd zou zijn geworden.

De 57-jarige Amerikaan Wallace is van de origineelste saxofonisten van dit moment. Zijn geluid is ruig en robuust, hij maakt opvallend grote sprongen en in zijn solo's keert hij de muziek op een aangenaam gekke manier binnenstebuiten.

Via een omweg kwam Wallace erachter dat Hawkins voor hem de belangrijkste saxofonist ooit is. 'Mijn eerste inspiratiebronnen waren eigenlijk zijn discipelen: Eddie 'Lockjaw' Davis en Sonny Rollins. Dat zijn altijd mijn favorieten geweest. Totdat ik een keer van Hans Dulfer die vanavond met zijn band de afterparty verzorgt een cd kreeg met opnamen van Hawkins uit de jaren dertig en veertig. Wat me het meest raakte was zijn waanzinnige geluid. Zo massief, vet en resonerend. Dat is echt een referentiepunt.'

Volgens Wallace is het opvallend dat iedereen Hawkins wel kent, maar dat weinigen beseffen hoe innovatief hij is geweest. 'Ik ken tenorsaxofonisten die geen enkele plaat van hem in de kast hebben staan. Dat komt door Lester Young. Hij speelde heel anders dan Hawkins, maar die werd beroemd en kreeg navolgers. Daarna zijn John Coltrane en Sonny Rollins gekomen en is iedereen Coleman Hawkins vergeten.'

Bennie Wallace is erachter gekomen dat zijn muzikale aanpak achteraf gezien veel overeenkomsten vertoont met die van Hawkins. 'Ik heb als kind klassiek klarinet gestudeerd, dus mijn eerste muzikale ideekomen van klassieke muziek. Ik deed dingen waarvan ik dacht dat ze nieuw waren, zoals het spelen van harmoniein arpeggio's. Maar Coleman Hawkins had dat allang gedaan. Ik denk dat we die manier van spelen allebei hebben afgekeken van de Cellosuites van Bach. Hawkins is begonnen op cello, dus hij moet ze gespeeld hebben.'

Tijdens de voorbereiding van het project heeft Bennie Wallace veel contact gehad met Colette Whitlock, de dochter van Hawkins. Volgens haar behoren zijn jaren in Nederland, van 1934 tot 1939, tot de gelukkigste van zijn leven. Wallace: 'Nederland was van de weinige Europese landen die hem een werkvisum wilden verlenen, ook na de Tweede Wereldoorlog. In Amerika was het als zwarte muzikant onmogelijk om met blanke musici te spelen. In Nederland trad hij onder meer op met The Ramblers en hij schreef er een tiental composities.'

Ook werkte Hawkins hier intensief samen met de Amerikaanse pianist Freddy Johnson. In 1939 voelde de saxofonist de sfeer in Europa verslechteren en ging hij terug naar de Verenigde Staten.

Freddy Johnson werd opgepakt door de Nazi's en bracht twee jaar door in een concentratiekamp. Coleman Hawkins nam twee maanden nadat hij uit Nederland was vertrokken de beroemdste en meest gecoverde hit op uit de jazzgeschiedenis: de ballad Body and Soul.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden