Hij waarschuwde als één van de eersten voor klimaatverandering en nu omarmt hij kernenergie

'Kernenergie is de volgende logische stap in onze energievoorziening, het verzet ertegen is krankzinnig'

Klimaatconferenties zoals die in Bonn hebben geen enkele zin, zegt James Hansen, ex-Nasa-topman en prominent klimaatwetenschapper. Tenminste, niet zolang we blijven geloven dat wind- en zonne-energie de oplossing zijn.

Foto Hollandse Hoogte

Hij behoorde tot de de eerste wetenschappers die waarschuwden voor klimaatverandering. Zijn verklaring voor het Amerikaanse Congres in 1988 zette het onderwerp op de politieke agenda. Legendarisch werd zijn ongeduldige reactie op verslaggevers destijds: 'We moeten eens stoppen met al dat geouwehoer.' Als hoofd van het Goddard Institute for Space Studies, de afdeling van Nasa die zich bezighoudt met atmosferische veranderingen, schreef hij talloze studies en rapporten. Ze kregen aanzien én kritiek van vakgenoten. Enkele van zijn voorspellingen bleken akelig accuraat, van andere moet dat nog blijken.

Maar terwijl James E. Hansen de bewijzen en aandacht voor de mondiale opwarming zag toenemen, raakte hij gedesillusioneerd over het falende klimaatbeleid. Hij ontpopte zich steeds meer tot een activist. Diverse malen liet hij zich arresteren bij protesten tegen fossiele brandstoffen. Zo steeg hij in aanzien bij de activisten. Toch geldt hij ook in deze kringen als omstreden. De reden: zijn omarming van kernenergie in de strijd tegen CO2-uitstoot.

Om de urgentie van een pragmatische aanpak te benadrukken, was Hansen (76) deze maand aanwezig bij de klimaatconferentie in Bonn. Hij is net klaar met een persconferentie als we gaan zitten voor een gesprek.

Wat verwacht u van klimaatconferenties zoals deze in Bonn?

'Verdomd weinig. Politieke leiders zeggen wel dat we catastrofale veranderingen in het klimaat moeten voorkomen, maar al die woorden, al dat gepraat: het is bullshit. De mondiale uitstoot van CO2 stijgt nog steeds.'

Misschien was die stijging zonder verdragen nog groter geweest?

'Welnee, al sinds het Kyoto-protocol in 1992 heeft ieder klimaatverdrag een verwaarloosbaar effect. Nog steeds leveren fossiele brandstoffen minstens 85 procent van de wereldwijd verbruikte energie, simpelweg omdat steenkool, aardolie en aardgas zo goedkoop zijn. Politici durven niet toe te geven dat de échte oplossing is om fossiele brandstoffen duurder te maken. Ze laten hun beleid bepalen door de belangen van de industrie.'

U wilt een belasting op fossiele brandstoffen. Hoe zou dat moeten werken?

'Het is niet een belasting die in de schatkist van de staat verdwijnt, want dat zouden de conservatieven nooit goedkeuren. Ik bepleit een dividenduitkering, waarbij een geldbedrag wordt opgehaald bij de fossiele bedrijven, dat rechtstreeks en gelijk over alle burgers wordt verdeeld. Zo krijg je een eerlijk speelveld, waarop verschillende energievormen met elkaar kunnen concurreren. Bovendien komt de uitkering vooral de lagere en middeninkomens ten goede, zodat de economie een impuls krijgt. Er is geen reden om het niet in te voeren, behalve dat het sterk wordt tegengewerkt door de fossiele industrie.'

Duitsland, gastheer van de klimaatconferentie, probeert tot een energietransitie te komen door volop in te zetten op zon en wind. Wat vindt u daarvan?

'Het is goed dat er een land is waar zo'n grootschalig experiment wordt uitgevoerd. De resultaten geven alleen geen indicatie dat het werkt of ooit zal werken.'

Hoezo? Duitsland behoort toch tot de internationale koplopers bij het opwekken van elektriciteit uit zon en wind?

'Ja, dat is waar, maar deze energie kunnen we nog niet langdurig en betaalbaar opslaan. Wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait vallen de Duitsers terug op grote centrales die draaien op aardgas, steenkool en zelfs bruinkool. Daardoor neemt de Duitse CO2-uitstoot niet af, maar toe. Dit is geen goede strategie.'

Duitsland is volgens u niet het inspirerende voorbeeld waarvoor organisaties als Greenpeace en GroenLinks het houden?

'Absoluut niet. Zon en wind leveren nog altijd maar een klein percentage van alle energie. Ik ben niet tegen zon en wind. Maar ik ben blij dat ze bij de overheden in landen als India en China doorgaans technisch veel beter zijn onderlegd dan in het Westen en dus niet alleen beseffen dat schone energie belangrijk is, maar ook dat je er met zon en wind lang niet zult komen. Wij hebben te maken met een noodtoestand. Als we niet snel komen met een haalbare en schaalbare oplossing voor veilige CO2-vrije energie, zullen onze kinderen en kleinkinderen dat moeten doen - en zij zullen nóg minder tijd hebben om de schade die wij veroorzaken te repareren.'

De oplossing waarop James Hansen doelt, ligt gevoelig. Hij bepleit kernenergie. Want, zegt hij, kerncentrales leveren veel en constant energie zonder broeikasgassen uit te stoten. Dat standpunt - gedeeld door gerenommeerde wetenschappers als Ken Caldeira, Kerry Emanuel en James Lovelock en groene denkers als Stewart Brand, Jeffrey Sachs en George Monbiot - wordt hem niet in dank afgenomen. Tijdens de persconferentie in Bonn schudden enkele aanwezige activisten opzichtig hun hoofd en volgen er kritische vragen.

Waarom bent u voor kernenergie?

'Kernenergie is de volgende logische stap in onze energievoorziening. We begonnen met hout dat we gingen opbranden. Toen vonden we steenkool: dat was zo gecondenseerd dat je er veel minder van nodig had om veel meer energie te verkrijgen. Daarna kwam aardolie en daarna aardgas: telkens een stapje verder, met telkens minder CO2-uitstoot. En toen kwam het veel schonere kernenergie met nóg weer een hogere energiedichtheid: één bolletje uranium ter grootte van een pingpongbal is genoeg om honderd jaar lang te voorzien in alle energiebehoeften bij een gemiddelde Amerikaanse levensstijl - en dan zijn wij Amerikanen nog lang niet zo zuinig en slim als jullie in Europa! Intussen is er in de aarde meer dan genoeg uranium aanwezig en anders is er nog thorium, een alomtegenwoordige grondstof die eveneens kan worden gebruikt als we kerncentrales verder ontwikkelen.'

Maar er kleven toch allerlei zwaarwegende nadelen aan kernenergie?

'Stel, je hebt twee energiebronnen. De één vereist weliswaar mijnbouw, maar je hebt er niet heel veel van nodig om energie te produceren. Het levert slechts een kleine hoeveelheid afval op, die overzichtelijk is en keurig netjes kan worden opgeborgen. Deze energiebron heeft een aantal roemruchte ongelukken gehad, maar volgens de beste studies van de Verenigde Naties hebben die bijgedragen aan de dood van hooguit een paar honderd mensen in de afgelopen vijftig jaar. Dit is kernenergie.

'Vergelijk dat met een andere energiebron. Deze vereist smerige mijnbouw en grote volumes. Het afval is immens en wordt de atmosfeer in gespuwd, waar het zulke luchtverontreiniging veroorzaakt, dat de Wereldgezondheidsorganisatie het aantal doden schat op tienduizend per dag - en dat al tientallen jaren achtereen. Deze energie komt van fossiele brandstoffen. Welnu, waarom zouden klimaatactivisten dan in hemelsnaam de eerste van deze twee energiebronnen weg willen doen?'

Klimaatactivisten zien liever dat u kernenergie vergelijkt met groene energie uit zon en wind.

'Zolang er geen goede opslag is voor deze energie, kun je zon en wind niet serieus vergelijken met kernenergie: noch in de opbrengst, noch in de prijs. Het verzet tegen kernenergie is echt krankzinnig.'

Hoe verklaart u dat verzet? Straling, de onzekerheid rondom kernafval, het risico van een ramp: dat zijn toch geen loze bezwaren?

'Al deze angsten hebben geen basis in de wetenschap. Ze zijn irrationeel en quasireligieus, vooral aangewakkerd en verspreid door grote milieugroeperingen.'

Waarom bent u zo kritisch op grote milieugroeperingen?

'Omdat ze uiterst willekeurig zijn in het omarmen van de wetenschap. Als ze rationeel zouden zijn, hadden ze kernenergie allang geaccepteerd. Ze weigeren hun standpunt daarover bij te stellen, omdat ze dan donaties en contributiegeld zullen mislopen.'

Maar ze hebben tenminste wel goede bedoelingen. Moet u uw pijlen niet richten op grote bedrijven?

'Hun goede bedoelingen zijn niets waard als zij met hun irrationaliteit de toekomst van onze planeet en onze kinderen bedreigen. Klimaatverandering is het grootste probleem waar de mensheid voor staat. Juist deze groene organisaties zouden voorop moeten lopen bij het afzweren van fossiele brandstoffen en het ondersteunen van realistische alternatieven. Ze doen alsof ze het beste voor hebben met de planeet, maar hun eigen voortbestaan vinden ze uiteindelijk net iets belangrijker.'

De planeet die het eerst kon rekenen op zijn interesse was niet de aarde. Als student bestudeerde James Hansen Venus. De obscure stofwolken rondom de avondster fascineerden hem. Hansen, een boerenzoon die zich had ontpopt tot een studiebol, was net afgestudeerd toen hij kwam werken bij de Nasa. In 1969 ging hij er voor een halfjaar tussenuit om te studeren aan de Sterrewacht in Leiden. De hippies rookten hun jointjes op de Dam, studenten bezetten het Maagdenhuis en Lenny Kuhr won het Eurovisiesongfestival, maar Hansen merkte er niets van. Hij was altijd aan het werk. (Wel ontmoette hij in Nederland zijn vrouw Anniek, maar ook romantiek heeft zo zijn grenzen; de huwelijksreis bracht hen naar een vliegbasis in Florida, zodat Hansen een lancering van het Apolloproject kon bijwonen.)

Na zijn terugkeer in Manhattan werkte Hansen op 's werelds grootste computer. Langzaam verschoof zijn aandacht. Drijfgassen uit spuitbussen en koelkasten hadden de ozonlaag aangetast, zodat een broeikaseffect ontstond. Toen realiseerde Hansen zich dat er een planeet 'onder onze snufferd' was die veel interessantere veranderingen doormaakte dan Venus. In 1973 begon hij te sleutelen aan een computerprogramma dat het weer kon voorspellen om te zien of hij het klimaat op de langere termijn kon voorzien. Tijdens zijn lange dagen in het Nasa-lab - enkele etages boven Tom's Restaurant, bekend van het eettentje in de sitcom Seinfeld - bouwde hij een van de eerste klimaatmodellen. Na een onderzoek dat in 1981 in Science werd gepubliceerd, kreeg hij het onderwerp van de opwarming van de aarde voor het eerst op de voorpagina van The New York Times.

Vindt u het niet bezwaarlijk wanneer wetenschappers zich zo sterk inlaten met de politiek?

'Integendeel. Ik vind dat wetenschappers een verantwoordelijkheid dragen om de resultaten en implicaties van de wetenschap helder over te brengen naar het publiek. Dat zie ik als een verplichting.'

Voelt u zich meer op uw gemak als activist nu u niet langer werkt voor de Nasa?

'Absoluut. Ik voelde me steeds ongemakkelijker en dat was geheel wederzijds. Even voordat ik ontslag nam, was de leiding van plan tegenover mijn kamer een camera te plaatsen. Dat was zogenaamd voor mijn eigen veiligheid, maar ze wilden natuurlijk weten wanneer ik wegging, mogelijk op weg naar een protest. Een collega had al eens gedaan alsof hij ook een activist was, dus moest ik hem op de hoogte houden als ik weer eens actie ging voeren. Dat was hem natuurlijk opgedragen door de baas, haha!'

Geniet u er stiekem van om gearresteerd te worden tijdens protesten?

'Nee, bepaald niet. Ze binden je handen vast en dat snijdt flink in je huid. Ze zorgen ervoor dat je je heel ongemakkelijk voelt. Ik moest een keer een boete betalen, maar dat weigerde ik uit principe. De mogelijke straf zou een jaar celstraf kunnen zijn, maar ik dacht: een jaar kan ik nog wel aan. Op mijn leeftijd is een strafblad niet iets om me nog veel zorgen over te maken, maar ik was toch opgelucht dat het niet zover is gekomen.'

Hansen koos er lang voor om in de luwte te blijven. Hij is van nature schuchter en aanvragen voor interviews speelde hij graag door aan collega's. Maar toen de Amerikaanse regering onder George W. Bush geen enkele interesse toonde in het klimaat besloot hij niet langer stil te blijven. Meer dan eens zei hij dat topmannen van oliebedrijven moeten worden aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid en de natuur. Het kolentransport vergeleek hij met de treinen naar concentratiekampen.

Kritiek pareert hij meestal door de aanval te kiezen. Als hij wordt gevraagd naar de bedenkingen van vermaarde wetenschappers die vinden dat Hansen te voorbarig en te alarmistisch is geweest in zijn studie uit 2012 over hittegolven, zegt hij: 'Dat was een van onze beste, meest geciteerde studies, gebaseerd op innovatieve data!' Als hij word gewezen op een achteraf foutieve voorspelling uit 2008, volgens een bericht in een van Amerika's grootste kranten, dat de Noordpool binnen tien jaar ijsvrij zou zijn in de zomer, reageert hij: 'Wauw! Het lijkt erop dat iemand iets te veel nepnieuws van de klimaatsceptici heeft gevolgd.'

De 'verplichting' om duidelijk te maken wat de wetenschap precies van ons verlangt, woog nog zwaarder toen de kleinkinderen zich aandienden. In zijn boek, Storms of My Grandchildren, schrijft Hansen over dat inzicht. 'Ik wilde niet dat mijn kleinkinderen zouden zeggen: 'Opa wist wat er aan de hand was, maar hij maakte dat niet duidelijk.'

Heeft iets in uw werk van de afgelopen decennia u trots gemaakt?

(Lange stilte) 'Het probleem is dat we niet succesvol zijn geweest in het stoppen van de klimaatverandering. Het is allemaal nog steeds één grote mislukking. Er moet nu snel verstandig beleid komen, zodat we het omslagpunt kunnen afwenden waarop de veranderingen onomkeerbaar zijn. Pas wanneer blijkt dat we nog niet te laat zijn, kunnen we bepalen of we iets hebben gedaan waar we trots op kunnen zijn. De komende twintig jaar zullen interessant worden. Ik blijf graag nog even gezond om het mee te maken.'

Meer over