Hij kwam het trauma nooit te boven

De Brit die ten onrechte vijftien jaar in de gevangenis zat voor een IRA-bomaanslag, is op 60-jarige leeftijd overleden. Na zijn vrijlating in 1989 lukte het hem niet een leven op te bouwen.

Hij werd beroemd als een van de Guildford Four en onsterfelijk gemaakt door Daniel Day-Lewis in de film In The Name of the Father. Maar ondanks de roem kwam Gerry Conlon nooit over de juridische dwaling heen waardoor hij ten onrechte vijftien jaar in de gevangenis zat vanwege een IRA-bomaanslag in 1974 in Guildford. Na zijn vrijlating in 1989 dacht hij veelvuldig aan het plegen van zelfmoord - 'iets wat ik in de gevangenis nooit heb overwogen'.


Zaterdag overleed Gerry Conlon op pas 60-jarige leeftijd in zijn huis in Falls Road, de katholieke wijk van Belfast. Hij leed al enige tijd aan kanker. Zijn dood werd op dramatische wijze bekend gemaakt door Gareth Pierce, zijn toenmalige raadsman wiens rol in In The Name of the Father werd gespeeld door actrice Emma Thompson. 'Vanmorgen hebben we Gerry verloren. Hij bracht leven, liefde, intelligentie, humor en vastberadenheid in onze familie tijdens de donkerste uren. (...) Zijn strijd hielp de wereld de ogen te openen voor ongerechtigheid.'


Gerry Conlon was in de zomer van 1974 vanuit Belfast naar Londen gereisd om een ander leven op te bouwen. Het was net op het moment dat de zogenoemde Troubles - de bloedige strijd van katholieken in Noord-Ierland tegen protestanten en het Britse leger - was verplaatst van Belfast en Derry naar Groot-Brittannië zelf. De provisonal IRA, zoals de militaire tak van de IRA werd genoemd, legde bommen in pubs en andere publieke plekken. Op 5 oktober 1974 ging een bom af in de pub Horse & Groom in Guildford ten zuiden van Londen, waar veel Britse militairen kwamen. Bij de aanslag kwamen vier Britse soldaten om maar ook een burger. Nog eens 65 mensen raakten gewond. Diezelfde avond ging nog een tweede bom af in de nabijgelegen pub Seven Stars, maar daarbij vielen geen doden. De woede was enorm. Binnen een maand had de Britse regering een nieuwe anti-terreurwet door beide Huizen gejaagd die de politie vergaande bevoegdheden gaf verdachten zonder enig bewijs op te pakken. Binnen een etmaal nadat de handtekening onder de wet stond werden vier mensen opgepakt: naast Gerry Conlon ook Paddy Armstrong, Paul Hill en Carole Richardson. Ze waren allemaal net 20 jaar oud. Tijdens de politieverhoren legde het viertal bekentenissen af die naar hun eigen zeggen tot stand waren gekomen na marteling van de politie. Later tijdens de rechtszaak trokken ze de bekentenissen weer in, maar dat kon niet voorkomen dat ze tot levenslang werden veroordeeld. Wraakzucht speelde daarbij een rol. De rechter zei bij het uitspreken van het vonnis: 'Als in dit land de doodstraf nog had bestaan, had ik jullie veroordeeld tot ophanging.' Een tweede groep van zeven, onder wie Conley's vader Patrick 'Giuseppe' Conlon, werd opgepakt in het huis van de familie Maguire. Zij werden veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen, omdat zij de bommen zouden hebben gemaakt.


Na lang onderzoek van een detective bleek in 1989 dat de politie van Guildford aantekeningen van de daders zelf had gefabriceerd en papieren had vervalst. Dat jaar werd het viertal vrijgelaten. Conlon, die toen 35 jaar oud was, zei bij de vrijlating: 'Ik heb in de gevangenis gezeten voor iets wat ik niet heb gedaan. Ik ben totaal onschuldig.' Hij keerde terug naar Belfast en schreef zijn autobiografie Proved Innocent: Gerry Conlon and The Guildford Four die later de inspiratie vormde voor de film.


Terwijl zijn medegevangene Paul Hill trouwde met Courtney Kennedy, de dochter van de vermoorde senator Robert Kennedy, en verhuisde naar Washington om een nieuw leven te beginnen, lukte dat Conlon niet. Hij raakte verslaafd aan drugs en alcohol. Conlon zei door de lange celstraf nooit de kans te hebben gehad zich als volwassene te ontwikkelen. Daarnaast kwam hij er niet overheen dat zijn vader in 1980 als lid van de Maguire Seven totaal onschuldig in de gevangenis was overleden. 'Het enige wat ik kon was huilen. Het trauma zat zo diep. Ik wilde zelfmoord plegen.'


Na zeven jaar lang in therapie te zijn geweest, werd hij een fanatiek actievoerder die opkwam voor andere mogelijk onschuldig veroordeelde IRA-terroristen zoals de Birmingham Six. Ook eiste hij een publieke verontschuldiging van de Britse regering. Die kregen hij en zijn medegevangenen uiteindelijk in 2005 van premier Tony Blair.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden