‘Hij krijgt me weer plat’

Veel kunstenaars worden geïnspireerd door andere kunstenaars. Vandaag: animatiefilmer Børge Ring over de films van Charlie Chaplin...

Beeld voor beeld bestudeerde de animatiefilmer Børge Ring de films van Charlie Chaplin, als hij even niets te doen had bij de Toonder Studio’s. Met behulp van een kleine filmviewer draaide hij 8-millimeter kopieën van Chaplinfilms om te zien hoe hij stond, hoe hij keek, hoe hij gebaarde. Hoe zijn timing was. Hoe hij van houding veranderde.

‘Ik heb ook zijn autobiografie gelezen, in de hoop dat ik iets van hem kon jatten, kon leren. Alles is body language in zijn films. Hij vertelde in de biografie die zijn zoon Sydney over hem schreef, dat hij een scène opbouwde uit een aantal houdingen, bij voorkeur melodramatische. En hij zei dat hoe automatischer hij van de ene houding kon overstappen naar de andere, hoe sterker het eindresultaat was. Chaplin ging zitten, bedacht een aantal houdingen die de scène moesten dragen, en zette die op papier. Hij dacht als een animator. Hoe vertel ik het verhaal met behulp van een aantal gebaren en lichaamshoudingen.’

Ring gebruikte wat hij leerde van, onder anderen, Chaplin in zijn werk voor de Toonder Studio’s en andere producenten in Nederland, België, Frankrijk, Denemarken en Groot-Brittannië. Hij werkte mee aan films als Asterix en Obelix, Lucky Luke en Als je begrijpt wat ik bedoel.

Maar ook wie Rings ‘eigen’ films Oh, My Darling, Anna & Bella en Run of the Mill bekijkt in de wetenschap dat Chaplin een van de inspiratiebronnen is van de Deens-Nederlandse animatiefilmer, ziet de overeenkomsten. Oh, My Darling en Anna & Bella zijn even lichtvoetige als ontroerende werken over knellende familiebanden en hoe daar mee om te gaan. Run of the Mill behandelt de tragedie van ouders die hun zoon kwijtraken aan drugs, zoals Ring en zijn vrouw Joanika ook echt is overkomen. Net als Chaplin kiest Ring ervoor het tragische op een komische manier te vertellen. Oh, My Darling (1978) werd voor een Oscar genomineerd, Anna & Bella (1984) kreeg er een.

Børge Ring woont met zijn vrouw in een oer-Hollandse boerderij onder aan de dijk in het Brabantse Overlangel bij Ravenstein (gemeente Oss). Op de vraag van een verslaggever, onlangs tijdens de opening in Den Bosch van een tentoonstelling over animatiefilms, wanneer hij stopte met het maken van films, kon hij geen antwoord geven. ‘In mijn hoofd maak ik ze nog altijd.’ Bij het vertellen over zijn leven in de wereld van de animatiefilm schuddebuikt hij soms letterlijk van het lachen, net als de twee zussen in Anna & Bella, die terugkijken op hun leven. In de hoek van de woonkamer, een voormalige stal, staat een enorme contrabas, op de piano muziek van de Beatles. Ring is ook altijd een begenadigd musicus geweest; hij trad een paar keer op tijdens het North Sea Jazz Festival.

Het was indirect de muziek waardoor Ring bij de Marten Toonder Studio’s terecht kwam. Hij was vlak na de oorlog, als twintiger, lid van een Deense jazzgroep die pauzemuziek speelde in de Amsterdamse City-bioscoop. Maar hij wilde dolgraag tekenfilms maken. Aan iedereen vroeg hij of er in Nederland niet iets te doen was voor hem. De musicus Cor Steyn bracht hem in contact met Marten Toonder, de schepper van Ollie B. Bommel en Tom Poes. Toch koos Ring ervoor terug te gaan naar Denemarken om eerst het vak in de vingers te krijgen. In 1952 kwam hij daadwerkelijk bij Toonder werken.

Ring was tien jaar toen hij zijn eerste Mickey Mouse-film zag, Pioneer Days, en hij was ‘voor eeuwig getekend’. Dat wil ik ook, wist hij vanaf dat moment. Een paar jaar eerder al zag hij de zwijgende films van Charlie Chaplin en Laurel en Hardy. Zijn zus begeleidde ze op de piano in de bioscoop in zijn geboorteplaats Ribe in Denemarken, en in de orkestbak keek haar kleine broertje mee. Op zijn veertiende ging hij in de schoolvakantie van het platteland naar de grote stad Kopenhagen, om daar bij een reclamebureau te zien hoe het maken van animatiefilms in zijn werk ging. ‘Prachtig vonden ze dat, zo’n klein ventje die alles wat ze hem vertelden in zich op zoog.’

Het is de manier waarop hij zijn hele leven naar andere kunstenaars heeft gekeken. Chaplin is een grote inspiratiebron, maar ook de pantomimespeler Marcel Marceau, zijn leerling Rob van Rijn, de komiek Stan Laurel (hij begeleidde Laurel en Hardy op gitaar in 1948, toen ze optraden in Kopenhagen) en de regisseur Orson Welles. Maar ook van John Dowland, de 17de-eeuwse componist van prachtige luitmuziek, leerde hij. ‘Zijn muziek is eenvoudig, hij probeert niet te veel tegelijkertijd te vertellen. Dat moet je in een animatiefilm ook niet doen. Er mag veel gebeuren, het mag bliksemsnel, maar doe het achter elkaar, niet samen in een keer.’

Er zijn twee soorten animatiefilms, zegt Ring. ‘In de ene gaat het om de beweging, om het grafische. In de andere wordt animatie gebruikt om een verhaal te vertellen. Ik hou zeer van beide soorten, maar ik zie animatie als een middel, niet als doel.’ Toch noemt Ring ook Tom & Jerry als voorbeeld, juist bij uitstek animatiefilms waarin de beweging alles is. ‘Als je naar Tom & Jerry kijkt, leer je alles over timing en over metaforen. In Anna & Bella valt een van de zussen in stukjes glas uiteen, zo verdrietig is ze dat haar zus er met haar liefde vandoor gaat. Van de films van Disney heb ik alles geleerd over montage. Ik heb het geluk gehad dat ik les kon krijgen van een van de heel grote Disney-mannen, David Hand. Hij was de supervising director van Sneeuwwitje en Bambi. Hij heeft me na de oorlog in Londen in drie weken tijd genoeg verteld om mijn hele leven op te studeren.’

Rings eigen films hebben een totaal andere stijl dan die van Disney. Ze zijn duidelijk met potlood gemaakt. De bijna schetsmatige aanpak geeft ze een grote lichtheid. Het lijkt bijna logisch dat zijn karakters bij verliefdheden en andere heftige gemoedstoestanden hoog naar de hemel vliegen. ‘Het is een symbool van vrijheid.’

Zijn vrouw Joanika huldigt de theorie dat iedere kunstenaar probeert moeilijke ervaringen uit zijn kindertijd of jeugd te ‘repareren’. Of Ring het daarmee eens is laat hij in het midden, maar dat zijn ouders probeerden hem te dwingen te doen wat zij belangrijk vonden, heeft wel een grote rol gespeeld. ‘Ik studeerde Latijn en Scandinavische literatuur, van mijn ouders had ik leraar moeten worden in een of ander gat in Jutland. Mijn vader wilde zichzelf terugzien in mij, maar dan in een verbeterde versie. Gelukkig was ik economisch onafhankelijk van hen, omdat ik met gitaarspelen mijn brood kon verdienen. Daar heb ik een zeer obstinate liefde voor vrijheid aan overgehouden.’

Is Charlie Chaplin ook als persoon voor hem een voorbeeld? ‘Op geen enkele manier. Ik ben nooit arm geweest in Zuid-Londen, ik ben nooit acht keer getrouwd geweest. Maar als kunstenaar ben ik hem weer gaan bestuderen. Ik ben nu bijna 90, en opnieuw kijk ik naar zijn films, beeld voor beeld. Met dvd’s kan dat ook, net als met de filmviewer. Ik zag Modern Times, en hij krijgt me weer plat. Het verschil met toen ik jong was, is dat ik zijn kunst nu nog beter begrijp.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden