Hij kreeg in vijftig jaar rijk en beroemd voor de camera

In beeld

Hij kreeg rijk en beroemd Amerika voor zijn lens maar in al die vijftig jaar exposeerde fotograaf Oscar Abolafia maar één keer. Nu is er een boek met een keuze uit zijn 300 duizend celebrity's.

Andy Warhol en de actrice Leigh Taylor Young in 1967. Beeld Oscar Abolafia

Zomaar de kleedkamer van een grote artiest binnenwandelen. Zonder door een beveiliger of assistent te worden tegengehouden. Dat is voor fotografen tegenwoordig ondenkbaar. Maar tijdens de carrière van de nu 80-jarige Amerikaanse celebrityfotograaf Oscar Abolafia was het doodnormaal. 'Na een uitzending van de populaire The Tonight Show liep ik de kleedkamer van zangeres Cass Eliot (zangeres van The Mama's en The Papa's, red.) binnen. Ik had haar nog nooit gezien, stelde mezelf voor, en fotografeerde haar breiend in haar kleedkamer', Abolafia lacht en benadrukt: 'Breiend!'

Abolafia - steevast in een groene legerjas met zijn cameraatje in een jaszak - werd op alle besloten feesten van New York en Hollywood uitgenodigd. Deze uitnodigingen ontving hij via zijn prestigieuze opdrachtgevers People Magazine, Life Magazine en Harper's Bazaar.

Hij maakte de popcultuur van dichtbij mee: 'Drugs, drank en romantiek, alles legde ik vast.'

Twiggy in haar kleedkamer bij The Tonight Show in 1967. Beeld Oscar Abolafia

Tegenpolen

Zo stond hij ook bij de ontmoeting tussen Elvis Presley en Frank Sinatra tijdens een feest in het International Hotel in Las Vegas. Niemand had de twee tegenpolen in de muziekwereld ooit eerder samen op de foto gehad. 'Het was een lucky shot', vertelt Abolafia via Skype vanuit zijn appartement in New York.

De fotograaf maakte niet alleen foto's van de sterren, hij bouwde ook innige vriendschappen met hen op. Zo fotografeerde hij de Kennedy's en spalkte hij de gekneusde vinger van Elizabeth Taylor. Hij maakt makkelijk vrienden, geeft hij zelf graag toe. 'Toen Audrey Hepburn na vele jaren weer met Sean Connery de filmset op ging voor opnamen van de film Robin and Marian wilde ik daar fotograferen. Dat werd me verboden. Maar ik zocht ik uit in welk hotel Hepburn verbleef en ging ernaartoe. Het hotelpersoneel stoorde zich aan al die paparazzi, maar Audrey kwam naar mij toe en stelde zich voor. Ik wist dat ze een Nederlandse moeder had, en ik zei: 'By the way, my wife is Dutch'. Ik won haar hart en vanaf dat moment kon ik altijd bellen als ik foto's nodig had.'

Vooral aan de jaren zestig denkt Abolafia met weemoed terug. Jaren waarin hij The Beatles en een onofficieel homohuwelijk vastlegde. 'Crazy good times', zo blikt hij zelf terug. Nee, dit soort foto's maken fotografen niet meer zo makkelijk.

Jack Nicholson in 1970. Beeld Oscar Abolafia

Bescheiden

Volgens zijn uit Leiden afkomstige vrouw Yoke is Abolafia bepaald bescheiden als het gaat om het laten zien van zijn collectie. Tot Yoke's achternichtje Ellis twee jaar geleden op bezoek kwam in New York. Dat was een van de weinige gelegenheden waarbij Abolafia op het puntje van zijn stoel ging zitten om zijn portfolio te laten zien en aan te vullen met prachtige anekdotes.

De hoogste tijd voor een expositie, dacht Ellis. En zo kwam Abolafia in Amsterdam terecht, waar hij vorig jaar voor het eerst in zijn vijftigjarige carrière exposeerde. Over de naam van de tentoonstelling hoefde hij niet lang na te denken: The Virgin Collection, omdat het zijn eerste expositie was. Die wordt nu opgevolgd door een ruim driehonderd pagina's tellend boek met een selectie uit de ruim driehonderdduizend foto's van Abolafia. Dat de foto van actrice Twiggy uit 1967 op de omslag terechtkwam, lag voor de hand. 'Ik maakte de foto in haar kleedkamer voor ze op moest voor The Tonight Show. Twiggy was hét mode-icoon van de jaren zestig. Ik gaf haar een roos en verwachtte dat ze die voor haar gezicht zou houden. Een beetje saai, dacht ik nog. Maar Twiggy trok haar eigen plan en hield de roos tussen haar neus en lippen. Fantastisch, toch?'

Op zijn 81-ste laat hij zich niet meer zien in het New Yorkse nachtleven. Hij richt zijn aandacht inmiddels op het schiereiland Coney Island in het zuiden van New York, waar hij vrij werk maakt. Doodgewone mensen staan tegenwoordig centraal: veteranen, straatmuzikanten en de grote Joodse gezinnen die er wonen. Het contrast kan niet groter zijn: van the rich and famous naar gewone mensen. Abolafia ziet het verschil niet: 'Iedereen is voor mij gelijk.' Inderdaad: hij wordt niet voor niets de 'gentleman-fotograaf' genoemd.

Michael Jackson in 1978. Beeld Oscar Abolafia
Mohammed Ali bij 'Het gevecht van de eeuw' tegen Joe Frazier in 1971. Beeld Oscar Abolafia
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.