Hij had de joden lief

Paus Pius XII (1939-1958) heeft een slechte naam. Hem wordt verweten dat hij nooit zijn stem verhief tegen de jodenvervolging....

GROENLO, kerst 1942. Het gezin Jansen is naar de overkant van de straat gegaan, naar grootmoeder, om er te luisteren naar de kerstboodschap van paus Pius XII. De joodse gemeenschap in het stadje is in de herfst weggevoerd, op boerenkarren. Na afloop van de radiotoespraak verzucht de vader van Hans Jansen: 'Gelukkig is er tenminste een die protesteert tegen het weghalen van de joden!'

Jansen (1931) haalt de herinnering op in de inleiding van zijn boek De zwijgende paus? Het protest van Pius XII en zijn medewerkers tegen de jodenvervolging in Europa. In het boek betoogt hij dat het zwijgen van Pius XII tegen de Endlösung een mythe is. 'Het is bekend', schrijft Jansen, 'dat in de oorlogsjaren velen luisterden naar de kerstboodschappen van Pius XII en ik kan me nauwelijks voorstellen dat mijn ouders behoorden tot een kleine groep van luisteraars, die het protest van de paus goed had begrepen.'

Pius XII (1876-1958) heeft een buitengewoon slechte reputatie. Eugenio Pacelli, briljant diplomaat, nuntius in Duitsland, staatssecretaris (minister van Buitenlandse Zaken) onder Pius XI, werd de paus die weigerde zijn stem te verheffen tegen de barbarij van het nazisme. Hij was de paus die in de nationaal-socialisten bondgenoten zag tegen het bolsjewisme. Hij was de paus die onder zijn raam duizend joden zag wegvoeren uit Rome, terwijl hij muisstil bleef zitten op zijn troon. Hij was de paus in wie eeuwen van kerkelijke jodenhaat culmineerden. Hij was Hitlers paus.

Zegt men.

Prof. dr. Hans Jansen weet als geen ander van de moeizame verhouding tussen het christendom en het jodendom. In 1981 verscheen zijn boek Christelijke theologie na Auschwitz over tweeduizend jaar kerkelijk antisemitisme. Hij toont aan dat het nazisme geen monsterlijk exces was, maar zijn bedding vond in honderden jaren theologie- en kerkgeschiedenis. Het antisemitisme van Hitler kwam mede voort uit het anti-judaïsme van de christelijke kerk. De kerk heeft daar nooit vergeving voor gevraagd. Over het zwijgen van Johannes Paulus II daarover bij een bezoek aan Auschwitz schreef Jansen: 'Dit zwijgen van paus Wojtyla is na alles wat we nu weten, nog verbijs terender dan het zwijgen van Pius XII in de Tweede Wereldoorlog!'

Diezelfde Hans Jansen neemt het nu, in een boek van 857 pagina's, op voor Pius XII. Hij was geen zwijgende paus, zegt Jansen, dat hebben anderen van hem gemaakt. Integendeel, in encyclieken, boodschappen, toespraken, gesprekken en brieven heeft hij 'metterdaad' geprotesteerd. Hij riep bisschoppen, priesters en gewone gelovigen in heel Europa op de joden waar mogelijk te helpen, zelfs al kon het hun leven in gevaar brengen. In zijn boek geeft Jansen veertig voorbeelden van situaties waarin de paus dit deed. Hij baseert zich daarbij onder andere op nog nauwelijks bestudeerde archieven in kloosters. Aan de oproepen van Pius XII werd gehoor gegeven door talrijke katholieken.

Maar waarom dan toch 'de zwijgende paus'?

Der Stellvertreter, 'De Plaatsbekleder', heette het toneelstuk over Pius XII waarmee de jonge Duitse schrijver Rolf Hochhuth in 1963 in een klap naam maakte. De plaatsvervanger van God op aarde zou niets hebben gedaan tegen Hitler omdat protest de, vooral financiële, belangen van het Vaticaan zou hebben geschaad. Als de paus zijn stem luid en duidelijk had verheven, was de achterliggende these van Hochhuth, hadden honderdduizenden joden gered kunnen worden.

Het stuk zette de toon. Historici gingen onderzoek doen naar de rol van Pius XII, en een aantal van hen kwam tot de conclusie dat hij inderdaad weinig tot niets had gedaan. Anderen verdedigden hem en wezen erop dat hij zich dan weliswaar niet en plein public had gekeerd tegen de nazi's, maar dat hij wel degelijk in verzet was gekomen. De Britse publicist John Cornwell deed vorig jaar een felle aanval op Pacelli. In zijn boek Hitlers paus. De verborgen geschiedenis van Pius XII, schrijft hij: 'Door na te laten iets oprechts te zeggen over de op dat moment woedende Endlösung, liet de stedehouder van Christus de wereld merken dat de genocide hem onverschillig liet en niet zijn woede en medelijden opwekte. Vanuit dat perspectief was Pacelli de ideale paus voor Hitlers duivelse plannen. Hij werd gebruikt als pion. Hij was Hitlers paus.'

John Cornwell, zegt Hans Jansen, heeft zijn huiswerk slecht gedaan. Had hij meer bronnenonderzoek verricht, dan had hij nooit en te nimmer zo'n karikatuur geschetst van Pius XII. Had Cornwell de Actes et Documents du Saint Siege relatifs à la Seconde Guerre mondiale maar echt gelezen. In die documenten, al jaren geleden vrijgegeven door het Vaticaan, is op tal van plaatsen te vinden hoe Pius XII in de bres sprong voor de joden. Jansen: 'Die documenten hebben mij de ogen geopend.'

Maar als die documenten er zijn, hoe kunnen Cornwell en anderen zich dan zo hard uitlaten? 'Ach', zegt Jansen, 'het is ook een monnikenwerk, dat lezen van al die encyclieken en brieven en toespraken. Ik kan me voorstellen dat niet al mijn collega's die moeite doen. Bovendien schrijft Pacelli niet gemakkelijk. Je moet zijn woorden wel weten te interpreteren.'

Interpretatie, daar lijkt het inderdaad om te gaan. In de strijd tussen aanklagers en advocaten van Pacelli wordt ieder woord, iedere zin die Pacelli ooit heeft uitgesproken of opgeschreven meegewogen. In zijn kersttoespraak van 1942 spreekt Pius XII over 'een droevige reeks van daden, die in tegenspraak zijn met de geest van menselijkheid en christendom'. En hij heeft het over 'de honderden tot duizenden personen, die zonder enige eigen schuld, alleen om redenen van nationaliteit of ras, tot de dood of tot een geleidelijk uitsterven bestemd zijn'.

Cornwell ziet er een impliciete ontkenning en trivialisering van de genocide in. Volgens Cornwell was 'de kloof tussen de massamoord op het joodse volk en deze vage, ontwijkende verklaring' schokkend. 'Zijn woorden hadden net zo goed op de ontelbare andere oorlogsslachtoffers kunnen slaan. Het dubbelzinnige taalgebruik was duidelijk bedoeld om zowel degenen die bij hem op een protest aandrongen tevreden te stellen, als het nazi-regime te vriend te houden.'

Jansen noemt de toespraak juist een voorbeeld van de scherpe veroordeling van Hitler, zoals die 'bijna als een refrein' terugkeert in alle toespraken van Pius XII. Zo werd de radioboodschap in ieder geval ook geïnterpreteerd door een van de belangrijkste nazi's, Reinhardt Heydrich, die wordt aangehaald door Jansen. 'In feite beschuldigt Pius XII het Duitse volk van het plegen van onrecht tegenover de joden', zei Heydrich. 'Het is duidelijk dat Pius XII de woordvoerder is van de joodse misdadigers die nu oorlog voeren.'

Sowieso, toont Jansen aan, hadden de nazi's en fascisten een grote hekel aan Pacelli en de katholieke geestelijkheid. 'De obstructie van de r.-k. kerk tegen de praktische oplossing van het joodse vraagstuk betekent een misdaad tegen het nieuwe Europa', schreef de hoofdredacteur van Regime Fascista naar aanleiding van Pius' kerstboodschap van 1941. Al voor de benoeming van Pacelli tot paus haalde het nazi-blad Das Reich uit: 'Paus Pius XI was een half-jood, want zijn moeder was een Nederlandse jodin, maar zijn staatssecretaris, kardinaal Eugenio Pacelli, is een volle jood.' Hitler zelf zei in 1943: 'Hij is de enige man die mij nooit heeft gehoorzaamd.'

Toch blijft de vraag waarom Pius XII nooit het woord jood heeft gebruikt in zijn uitspraken. Waarom stelde hij in zijn encycliek Mystici Corporis dat de naastenliefde van christenen zich ook moet uitstrekken naar 'de broeders van Christus naar het vlees', in plaats van gewoon joden te zeggen, zoals hij volgens Jansen bedoelde. Waarom sprak hij van 'ijdele dwaalwegen' als hij volgens Jansen het felle antisemitisme van de nazi's wilde veroordelen?

'Ter wille van het reddingswerk voor de joden heeft hij zich nooit hardop uitgesproken', zegt Jansen. 'Hij wist dat Hitler een pathologische jodenhater was. Als hij het woord jood in het openbaar had gebruikt, had dat juist averechts gewerkt. Maar des te meer heeft hij er bij de geestelijkheid, van hoog tot laag, op aangedrongen de joden te helpen.' In het openbaar legde Pius de nadruk op katholieke waarheden als de plicht op het naleven van de Tien Geboden. Een 'meesterlijke tactiek' volgens Jansen, omdat tegen deze 'krachtige indirecte bestrijding' van het antisemitisme 'geen uitvlucht mogelijk was'.

Een van de ernstigste verwijten die Pius XII zijn gemaakt, is dat hij niets heeft ondernomen toen de Duitsers na de inname van Rome begonnen met het wegvoeren van joden. Een openlijk protest kwam er niet, onder meer omdat Pius wist dat zelfs een inval van de Duitsers in het Vaticaan mogelijk was. Al sinds 1940 werd in Berlijn nagedacht over Operatie Pontifex, een plan om de paus te ontvoeren. Dat ging uiteindelijk niet door, omdat Hitler terugschrok voor de ophef die zo'n actie zou veroorzaken.

Achter de schermen deed Pius XII volgens Jansen des te meer. Hij schakelde tal van mensen in om bij de Duitsers te protesteren. Historici verschillen van mening over de vraag of het aan hem te danken was dat de razzia's stopten, of aan de Duitse ambassadeur, die er bij zijn superieuren op had aangedrongen te stoppen. Feit is dat van de 8000 Romeinse joden er 7000 de oorlog overleefden. Meer dan 4000 joden vonden onderdak in kloosters en ordehuizen, enkele tientallen in het Vaticaan zelf.

Pius XII realiseerde zich heel goed dat zijn zwijgen verkeerd uitgelegd kon worden. Begin september moest een Italiaanse aalmoezenier een brief van de paus mee smokkelen in de voering van zijn jas. Hij was bestemd voor de priesters in Polen, het land dat zo zwaar getroffen werd door de Duitse bezetting.

De paus schrijft: 'Vanwege uw lijden staat de paus doodsangsten uit. Wij hebben dikwijls gedacht dat wij het nazisme in het openbaar fel zouden moeten bekritiseren en hun leiders excommuniceren. Wij waren vaak van oordeel dat wij de misdaad van de vernietiging van de joden voor de beschaafde wereld aan de kaak moesten stellen. Wij hebben gehoord dat wij het dreigen met vergeldingsmaatregelen zeer ernstig moeten nemen. Niet wij zouden het gelag moeten betalen maar onze in ellende verkerende zonen, die onder het regime van de nazi's leven.

(. . .) 'Wij hebben veel gehuild en veel gebeden. (. . .) Met een openbaar protest zou ik misschien de lof van de openbare wereld hebben geoogst, maar de joden zouden aan nog zwaardere vervolgingen worden blootgesteld. (. . .) Ik heb de joden lief.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden