Hij denkt dat hij een product van God is Dinsdagprofiel De Nederlander

Wie ‘we’ zijn en wat ‘we’ doen wordt wekelijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek verteld. En anders door het Sociaal Cultureel Planbureau....

Wij hebben 31 duizend euro spaargeld op de bank. Eén op de negen van ons gaat wekelijks naar een gebedshuis. Wij drinken 100 liter alcoholhoudende drank per jaar.

Wat ‘we’ vinden wordt ons door Maurice de Hond verteld. En anders door Standpunt.nl. 49 procent van ons vindt dat de koningin alleen ceremoniële handelingen moet verrichten. 51 procent van ons denkt dat we bij het EK voetbal meer succes hebben met Foppe de Haan dan met Marco van Basten.

Maar wat ‘eigen’ is, ons verbindt en wat tot de Nederlandse identiteit behoort, laat zich lastiger in staatjes vangen. Waar staat dé Nederlander voor en wat is dé identiteit? Toen prinses Máxima drie maanden geleden zei dat beide niet bestaan, schoten velen in een kramp. Wat zegt dát dan over ‘ons’?

Christophe de Voogd (49, Fransman), voormalig directeur Maison Descartes:

‘De vraag wat Nederlanders verbindt komt op in tijden van internationale onzekerheid. Bijvoorbeeld in het tweede deel van de negentiende eeuw: Nederland vreesde door Duitsland te worden geabsorbeerd.

‘In het grotere Europa kan Nederland moeilijk zijn plaats bepalen. Onderzoek de motivatie van nee-stemmers tijdens het Europese referendum en je stuit op angst. Nederlanders beklemtonen de openheid, maar het land is gesloten, behalve op economisch gebied. Ik moet denken aan een grapje van Seth Gaaikema: wij zijn grenzeloos... onszelf.

‘Of aan ‘Oost, west, thuis best.

‘Europa was met zes landen nog een onderonsje. Nu overheerst het gevoel verloren te gaan in een oceaan. Dat klemt als je vindt dat het thuis best is.

‘Nationale identiteit was zelden een onderwerp: men was tenslotte wereldburger. Na 2001 en Pim Fortuyn is het land dolende. Dan kan rechts en links populisme groeien. Voorheen werd met afstandelijkheid over de volksaard gesproken.

‘Nederland heeft weinig oog voor het eigene, de visies zijn op anderen gericht. Dat komt voort uit dat morele meerderwaardigheidsgevoel. Daar staat dan weer een minderwaardigheidsgevoel op het gebied van cultuur tegenover.

‘Een zeker vaderlandsgevoel is goed. Net als de opkomst van canons. Nederlanders weten te weinig van hun eigen geschiedenis. Ze schreeuwen ‘Oranje, Oranje!’ tijdens voetbal en op Koninginnedag, maar dat is handel. Ze weten niet dat die kleur gelieerd is aan het Prinsdom van Orange (in Frankrijk). Er is verschil tussen kennis van het nationale verleden en nationalisering van het verleden. Veel Nederlanders denken écht dat ze een rechtstreeks product van God zijn.’

Malgorzata Bos-Karczewska (48, Poolse), hoofdredacteur van Polonia.nl, webportaal van de Poolse gemeenschap in Nederland:

‘Toen ik in 1980 uit Polen kwam, was het land van aankomst voor mij een paradijs op aarde: een welvarend en stabiel land en een open samenleving, met veel sympathie voor de vakbond Solidariteit.

‘Nederland is de laatste jaren in een identiteitscrisis beland. De moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en het nee in het EU-referendum in 2005 veroorzaakten schokgolven.

‘De mediahype rondom het ‘Polenprobleem’ heeft mij overdonderd. De Poolse arbeidsmigranten lijken een nieuw doelwit voor frustraties van autochtone Nederlanders.

‘Men verlangt terecht van Polen dat ze zich netjes aanpassen: de taal leren en geen overlast veroorzaken. Maar dat werkgevers zich niet aan de regels houden, lijkt bijzaak. Malafide uitzendbureaus zijn al jaren gedoogd. Polen krijgen de schuld van het verstoren van de openbare orde en van woonoverlast.

‘Besef of waardering dat Polen de welvaart op peil houden, is er niet. Liefst ziet men Polen hier werken maar elders wonen. Wel klagen over Polen, maar niet praten met Polen. Dat schrikt vooral hoog opgeleide migranten af. Zoals mijn kennis Agnieszka, die na drie jaar Nederland hoogzwanger naar Polen terugkeert omdat zij haar kind niet hier wil laten opgroeien.

‘De geschiedenis dreigt zich te herhalen. Wie weet nog dat begin jaren zeventig de ruiten van de pensions van Turken en Marokkanen sneuvelden? Een Nederlandse kennis zei onlangs: die Polen hebben toch een andere cultuur, net als Marokkanen. Mensen uit Midden-Europa worden kennelijk niet als mede-Europeanen ervaren! Het IJzeren Gordijn is bijna 20 jaar geleden gevallen. Maar in de hoofden van vele Nederlanders is die mentale barrière blijven staan.’

James Kennedy (44, Amerikaan), hoogleraar Nederlandse Geschiedenis:

‘Er is een gevoel dat Nederland onder druk staat. Dat komt door demografische ontwikkelingen en globalisering. De politieke en bestuurlijke elite wordt gewantrouwd want die moet voor de bescherming zorgen. Dat verklaart de heftige reactie op Máxima.

‘We wisten altijd zo ongeveer wel waar Nederland voor stond. Tolerant, open, niet-nationalistisch. Dat hoefden we niet de expliciteren, vond het denkende deel der natie. Daar sprak cultuuroptimisme uit dat zich uitte in gevoelens als: wij zijn gelukkig niet Belgisch, gelukkig niet Amerikaans, gelukkig niet Duits.

‘Er is nu een meerderheidscultuur ontstaan met kenmerken als liberaal, blank, seculier. Omdat het bij deze mensen niet tot hun eigen belevingswereld behoort kunnen ze zich maar moeilijk voorstellen waarom bepaalde minderheden respect zouden moeten krijgen. Want wij zijn zus of zo. Maar dat is moeilijk te benoemen. Ik zie er veel pathos in. Het zoeken naar nationale eenheid en identiteit is een soort wederopbouwproject geworden.

‘Als ik als Amerikaan opmerkingen maak over het vermogen van Amerika om patriottisme te ontwikkelen, dan krijg ik ook vaak kritiek. Wat in mijn ogen Nederlanders bindt is dat het hier rustig moet zijn, er moet orde zijn. De veelgeroemde tolerantie is te definiëren als: je gunt de ander de ruimte, als je er maar geen last van hebt. De gelijkheidscultuur is zo sterk ontwikkeld dat anti-autoritaire opvattingen zich wel eens uiten in botheid en onhoffelijkheid.’

Helga Fassbinder (60, Duitse), hoogleraar stedebouwkundige planning:

‘Kan ik na meer dan 30 jaar Nederland de Nederlanders nog wel met buitenlandse ogen zien? Als ik uit Frankrijk, België, Oostenrijk of Duitsland terugkeer naar Nederland valt het me weer op: er zit wel iets specifieks in die lui hier.

‘Maar: dé Nederlander kan ik moeilijk op één noemer krijgen. Zelfs als ik heel grof te werk wil gaan en alle etnische en sociale differentiaties weglaat, moet ik van dé Nederlander er tenminste twee van maken: een zuidelijke en een noordelijke.

‘Ik heb decennia lang in het zuiden gewerkt en in Amsterdam gewoond. Levensgroot verschil en volstrekt langs de lijn van het cliché. De Brabanders gemoedelijk, gezellig; de Amsterdammers, zakelijk, zeer op de centen. Überhaupt: als me iets stoort in dit ooit zo prachtig landje, dan is het de uitgegroeide neiging om werkelijk alles op de leest van geld en geld maken te schoeien. Zelfs vanuit zijn graf zal dé Nederlander nog roepen wat het oplevert.

‘Ik heb meegemaakt dat aan het einde van een straatfeestje waarvoor ieder bewoner wat lekkers had meegebracht, de restjes aan langslopende passanten werden verkocht. Dat vind je alleen maar bij de species Nederlander, de noordelijke variant ervan...

‘Toch: je vindt in Nederland mensen van een onvoorstelbare zuiverheid, mensen die juist het tegenovergestelde belichamen van die extreme homo economicus. Mensen die het om de puur ethische en esthetische dimensie gaat. Als zij er niet waren, was ik misschien al lang dit land ontvlucht.

‘Wat me ook is opgevallen en wat weer zo’n bevestiging is van een cliché: veel Nederlanders hebben de neiging overtrokken zelfverzekerd en luidruchtig zeer direct op anderen af te gaan. Dit heeft positieve kanten: je komt hier gemakkelijk in contact, het suggereert openheid. Maar het betekent ook dat het vaak aan terughoudendheid, bescheidenheid en stilte ontbreekt. Alles wordt gauw in het praktisch oplosbare getrokken. Helaas, niet alles is praktisch oplosbaar.’

James Stokes (31, Brit) freelance-fotograaf in Amsterdam:

‘Om de Nederlandse identiteit te kunnen begrijpen, moet je er over nadenken hoe je Nederlanders kunt identificeren. Hier ligt de sleutel: de Nederlander wenst zich namelijk eenvoudig niet te laten identificeren.

‘Door een diepgewortelde mentaliteit van ‘doe maar normaal’, gebaseerd op een calvinistische geschiedenis, is een meerderheid van de bevolking dan ook precies zo geworden: normaal.

‘Het ontbreken van extreme karaktertrekken maakt het moeilijk te generaliseren. Mede omdat extreem gedrag hier al snel ook wordt gezien als ‘normaal’.

‘ Om de identiteit te ontdekken kom je dus niet ver met grove karakterschetsen, zoals dat gebruikelijk is met dé Italiaan of dé Duitser. Je moet het zoeken in de subtiliteiten.

‘Taal is een middel om deze zo lastige identiteit te ontdekken. Nederlanders zijn direct, vanaf de kennismaking tot aan het tot ziens. Ze zullen niet per se zeggen wat ze denken of voelen, ze zeggen wat hun op dat moment voor de mond komt. Dat kan overkomen als onbeleefd, maar na verloop van tijd is het prettig om exact te weten wat voor vlees je in de kuip hebt.

‘Nederlanders zijn uitzonderlijk gastvrij, tot aan hun voordeur. Daarna kiezen ze voor enige afstand, hetgeen past bij hun tot op zekere hoogte onhandige manier van feestjes organiseren.

‘Ook gemeenschappelijke karaktertrekjes vormen delen van de puzzel die ‘Dutchness’ heet. Bovenmatig zelfvertrouwen, tot een niveau dat arrogant kan worden genoemd, zie je regelmatig bij mannen, terwijl vrouwen je al na de eerste ontmoeting hun intiemste dingen toevertrouwen.

‘Ondanks wat er de afgelopen jaren is gebeurd, zijn Nederlanders in het algemeen nog steeds liberaal. Een eigenschap waarmee zij zich onderscheiden van de rest van Europa en waarop ze buitengewoon trots mogen zijn’.

Fouad Laroui (49, Marokkaan), schrijver:

‘Ik verkeer in een luxepositie, in die zin dat ik zelf kan kiezen met welke Nederlander ik om ga. Als ik in een fabriek of in een kantoor werkte, dan zou dat onmogelijk zijn en zou ik alle soorten Nederlanders noodgedwongen meemaken. Dat is niet zo: ik ben schrijver, ik hoef dus nergens te zijn; en op de universiteit, waar ik een paar uur per week werk, kan ik ook die collega’s kiezen met wie ik graag wil omgaan.

‘Als gevolg hiervan heb ik alleen maar goede berichten te melden over dé Nederlander: stuk voor stuk aardige en open mensen; mensen die graag en vaak reizen en dus niet bang zijn voor buitenlanders; mensen die elke maand geld geven aan liefdadigheid, voor de weesjes in Afrika of om de aarde te redden; mensen die de meeste serieuze kranten lezen in de wereld (alleen door Japanners en Hongaren geëvenaard); tolerante en gematigde mensen.

‘Dus aan mij hebt u niets: ik ben geen Dutch-basher. Integendeel: ik ben heel blij dat ik in dit land mag wonen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.