Hier woont het laatste begijntje

Nog slechts zes vrome en hoogbejaarde vrouwen mogen zich met recht begijn noemen. De zusters, die meer vrijheid hebben dan nonnen in kloosters, wonen allen in Vlaanderen....

Rob Gollin

DE SCHAPRAAIEN met boven- en onderkast en uitschuifbaar plankje staan altijd nog keurig in het gelid tegen de muur van de refter. Langs de meubels in de eetzaal van het convent schuifelt grootjuffer Hermina Hoogewijs (86), de enige bewoonster.

Kijk, daar at ma soeurke Latour altijd haar boterham. Hier zat juffrouw D'hooghe. En daarnaast grootjuffer Boterdaele, of nee, was het toch zuster Mouton?

Soeurke Julia D'hooghe was de laatste die het begijnhof Ter Hoyen in Gent voorgoed verliet. Het was juni vorig jaar.

'Ge zijt moe, hè', had Hermina Hoogewijs gevraagd. Julia had net haar kamer opgeruimd en was in de refter op een stoel neergezegen. Ze zag witjes. 'Vandaag gaat ge beter niet naar de mis. Vandaag stopt ge met kuisen.'

Maar toen Hermina naar de keuken was gelopen, hoorde ze een doffe plof. Julia was van haar stoel gegleden en lag op de grond. Haar pols was gebroken. Die nacht was ze in het ziekenhuis niet meer bijgekomen uit de narcose.

Hermina: 'Ik wilde niemand meer bellen, niemand mocht mij bellen. Ik was zo getroffen. Alleen? Nee, ik voel me nooit alleen. Onze Lieve Heer is er altijd. Maar het was zwaar.'

JUFFROUW Marcella Pattyn (79) is zeker al een jaar niet meer op haar slaapkamertje geweest. Het vertrek ligt op de eerste verdieping van haar woninkje op het witgepleisterde begijnhof in Kortrijk. Ze is bijna blind, ze heeft botontkalking; ze komt geen trap meer op. Het bed staat in de kleine woonkamer, achter drie stoelen en een tuintafel. Op het kastje staat een oud tv-toestel. Zwart-wit nog.

Buiten verplaatst ze zich in een elektrische rolstoel, elke morgen hobbelt ze over de kasseien naar de Sint Maartenskerk om de hoek voor de vroege mis.

Zij is al acht jaar de enige oorspronkelijke bewoonster. Zuster Sourynckx overleed in het ziekenhuis na een zware verkoudheid, opgelopen bij de dagelijkse diensten in de koude kapel.

Ze hadden aan het stervensbed elkaars hand gepakt. 'Bent u geschikt om naar Onze Lieve Heer te vliegen', had ze gevraagd. 'Gelijk naardat hij zou willen', had juffrouw Sourynckx geantwoord. Ja, zo was ze. Dienstig. Maar sterk.

De ochtend daarop had haar nicht verzocht of ze naar het ziekenhuis wilde komen. 'Heeft ze naar me gevraagd, dan?' 'Nee, ze kan niet meer vragen.' Toen wist ze het.

Het was hard, zeer hard geweest daarna, bekent Marcella. Het is alsof je je ouders verliest. Slechts door gebed kon ze verder gaan.

DE TIJD tikt meedogenloos, in de sereniteit achter de omwallingen en binnenmuurtjes van de hofjes. Aan de vooravond van een studiedag over de begijnenbeweging, eerder deze maand in Sint-Amandsberg bij Gent, zijn ze precies geteld: nog slechts zes vrome en hoogbejaarde vrouwen mogen zich met recht begijn noemen. 'Gekleed' - na een jaar leven als novice mochten ze habijt en kap dragen, en 'gesteed' - de plechtige opname in de gemeenschap.

Ze wonen allen in Vlaanderen. Drie van hen verblijven nog daadwerkelijk op een begijnhof, waar de buitenwereld de leeggekomen huisjes aan het innemen is. De anderen zijn verhuisd naar een bejaarden- of verzorgingstehuis. Laat de talrijke nonnetjes op het vermaarde Begijnhof in Brugge geen verwarring zaaien: dat zijn Benedictines, kloosterzusters.

Begijnen gingen minder ver dan de orden in abdijen. Ook zij moesten de geloften van zuiverheid en gehoorzaamheid afleggen, maar niet die van armoede. Bezittingen hoefden ze niet af te staan. Ze voorzagen in hun eigen onderhoud. Een bestaan van 'kerken en werken': onder het bidden borduren, kantklossen, breien en buiten linnen bleken op de weide. Anderen verzorgden zieken.

De geloften hadden bovendien geen eeuwigheidswaarde. Een heemkundige, Roger Poelman, heeft het voor het hof in Sint Amandsberg, dat 125 jaar bestaat, nog onlangs in de archieven nagetrokken: zo'n 10 procent van de begijnen daar is 'uitgetreden'.

Gisteren heeft Hermina Hoogewijs voor het eerst in haar leven het middageten overgeslagen. Een nieuwsgierige voorbijganger had zomaar aangebeld bij het convent in Gent. Ze heeft het er niet zo op. Alsof ze een bezienswaardigheid is. Maar je kunt je niet doof houden. Nog steeds klopt er weleens iemand aan voor een gebed op aanvraag.

Ze voelde zich even wat ongemakkelijk. Ze is het ijzeren ritme van vroeger gewend. 's Morgens vroeg meditatie in de kerk, koffie, bedden opmaken, de tweede mis, bidden en werken, middagmaal, rust, bidden en werken, avondeten, nog wat meer werken, een extra gebed.

Zij borduurde. Hier, in dit vertrek zaten de begijntjes naast elkaar op de banken, met in de hoek op een verhoging de conventmeesteres. Ach, wel hónderden epauletten van de politie in West-Vlaanderen heeft ze voorzien van de Vlaamse leeuw met kroontje en rode tong, intussen het pater noster prevelend.

Nee, getwijfeld heeft ze nimmer. Nooit, nooit, nooit. Het was een roeping, ze is hier gelukkig geweest, zegt ze. Nee, naar verkering heeft ze niet getaald. Een ander ontmoet een jongen, haar leven was voor de Heer. Wie voortijdig afhaakt, zal niet goed hebben geluisterd.

Ze kwam uit een groot gezin, een boerenfamilie in Kalken. Moeder was zeer content dat ze voor de begijntjes koos. Die mochten tenminste thuis komen. Hermina is nog vier weken aaneen in Kalken geweest, toen vader zo slecht lag. Maar zus Rebecca, die zuster werd in een klooster, is ooit maar één keer 24 uur naar huis geweest, toen moeder de laatste sacramenten kreeg. De begrafenis mocht ze al niet meer bijwonen. Da's straf, vindt Hermina nog.

IN JUFFROUW Marcella in Kortrijk sluimert nog altijd een stil verdriet. Op de deur van het binnenplaatsje met haar rolstoel staat met onbedoelde wreedheid haar status vermeld: 'Hier woont het laatste begijntje'. Ze had liever dat het anders was gegaan.

Ze heeft zware kruisen moeten dragen, zegt ze. Het was vanwege haar blindheid dat haar vader en moeder terugkeerden uit Belgisch Congo waar ze was geboren. Op het internaat in Brussel wist ze het zeker: ze wilde het klooster in. Het gevoel kwam zo stilletjes aangeslopen, toen ze 16, 17 jaar was. De zusters van liefde gaven er les. Dat was bijzonder.

Overal heeft ze het geprobeerd. In Gent, in Heule, en nog veel meer kloosters in Vlaanderen. Maar telkens hetzelfde patroon. Met vader naar binnen, vervolgens de mededeling dat de raad erover moest beslissen, en dan veertien dagen later steevast de brief met de afwijzing. Een blinde non, dat zal niet gaan. Altijd, zegt Marcella, ging ze na zo'n brief naar haar kamer, om haar teleurstelling voor haar ouders te verbergen. 'Nu zegt men: toch eigenaardig voor het christendom dat ik nergens binnen mocht.'

Door tussenkomst van het bisdom kon ze nog in Kortrijk op het begijnhof terecht. Ze was 20, er woonden nog negen zusters, ooit waren er honderddertig. Het was, bekent ze, een beetje tegen haar goesting. 'Maar het was dát of niets.' In Kortrijk was begrip. Kleine gebeden, litanieën, boetpsalmen, die moest ze leren. Maar de officiën niet, 62 boeken in braille was te veel gevraagd.

En ze mocht de zieken verzorgen. Dan ging ze alleen op pad met de blindenstok. De dankbaarheid die ze ontmoette, heeft haar op de been gehouden. Nog breit en verkoopt ze wollen poppetjes en de opbrengst is voor de zieken; een bezinningsdag in de Ardennen, een ontspanningsdag in Kortrijk, met tombola.

Er zijn moeilijke momenten geweest. Zoals die dag in het ziekenhuis, waar de grootjuffer was overleden die haar jarenlang het leven zuur had gemaakt met kleine treiterijen. De familie wilde dat ze werd opgebaard met de grote witte begijnenkap van linnen op. Niemand wist nog hoe die moest worden vastgezet, de ingewikkelde kap was allang vervangen door het kleinere zwarte kleedje.

Hoe lang ze heeft geworsteld, alleen in de kamer met het stoffelijk overschot van haar kwelgeest, weet ze niet meer. Het ene gebed na het andere heeft ze opgezegd. Eén hand onder de kin om te voorkomen dat de mond openviel, de ander frutselend met bandjes en speldjes, het linnen plooiend tot de gewenste vorm. Uiteindelijk heeft een verpleegster het hoofd omhoog gehouden. 'Het was het ergste wat ik heb moeten doen.'

Het verdwijnen van de vaardigheid met de linnen kap illustreert het wegkwijnen van een oude beschaving. De beweging wortelt in het Noordwest-Europa van de twaalfde eeuw, toen door kruistochten en veldslagen een groot vrouwenoverschot was ontstaan. Vrome dames verkozen een godsvruchtig en deugdzaam leven boven de eeuwige beloften van het klooster of een toekomst als oude vrijster. Navolgers waren er tot in Marseille, tot aan de Poolse grens, tot bij Finland.

De kwalificatie 'begijn' getuigde al van weinig waardering - het woord stamt van het Franse bégayer, stamelen, stotteren. Maar het waren de gezagsdragers die de beweging in de geschiedenis de echte dolksteken toedienden. Vooral door de ketterverklaring van de paus, die had vernomen dat de vrouwen aan bijbelstudie deden, decimeerde het aantal. Alleen in Vlaanderen en Holland hielden begijnen stand, de bisschoppen daar ontpopten zich als hun verdedigers. Tijdens de reformatie stonden ze bloot aan vervolging. Aan het eind van de achttiende eeuw probeerden de Franse overheersers met wisselend succes begijnhoven geheel op te heffen. Het wegebbend godsdienstig bewustzijn maakt het karwei in de twintigste eeuw af.

Wat straks resteert, zijn pittoreske hofjes, vooral leuk voor de toerist en de stedeling die de stilte zoekt. De Unesco heeft er in Vlaanderen dertien op de beschermde lijst geplaatst.

Zuster Hermina: 'Er is niks aan te doen. Mensen geloven niet meer. Dan is het gedaan.'

Zuster Marcella: 'Het is jammer. Al die waarden van vroeger worden niet meer gerespecteerd. Ze hebben veel goed gedaan, de begijntjes.'

De pastoor had het pas nog tegen Hermina gezegd: 'Juffrouw Hoogewijs, ge moogt niet sterven. U bent de laatste.'

'Maar meneer pastoor', had ze geantwoord, 'u moet toch weten: hier is maar één de baas.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden