Hier woont de rugstreeppad, even

Volspuiten met gif en vier keer per jaar omploegen: zo voorkomen ondernemers dat braakliggend terrein beschermd natuurgebied wordt. Zou ‘Tijdelijke Natuur’ een oplossing zijn?...

Aanvankelijk moest Jaap Dirkmaat van Das en Boom ongelooflijk lachen. ‘Tijdelijke natuur? Wat is dat voor armoe, waar zijn we mee bezig in dit land.’ Maar gaandeweg sloeg zijn stemming om en na een halve dag workshop noemt de voorman van de natuurbeschermingsorganisatie het een ‘heel interessant idee’. Wat maakt Dirkmaat tot bekeerling?

In Nederland ligt jaarlijks 40duizend hectare grond braak; vaak vijf tot tien jaar. Het is grond waar woningen en bedrijven verrijzen. Doorgaans gaan er jaren overheen voordat het werk in uitvoering komt, omdat er nog wat schort aan de financiering of de juiste invulling van het plan of omdat de grond moet zetten. Intussen moeten projectontwikkelaars en (haven)bedrijven zien te voorkomen dat er zeldzame planten of dieren neerstrijken, want dan zijn ze de klos. Bewoners of natuurorganisatie komen in het geweer voor het zeldzame spul en kloppen aan bij de rechter. Dat kan veel vertraging van het project opleveren.

Zo streek een visdievenkolonie neer rond IJburg, bevolkten rugstreeppadden de Betuwelijn en ontkiemden orchideeën op de Maasvlakte.

Als door een magneet worden deze soorten aangetrokken door bouwterreinen, tijdelijke zanddepots en andere gebieden die de mens overhoop haalt. Dat zijn biotopen waar deze pioniers zich thuis voelen. Als ze er eenmaal zijn, mogen deze beschermde soorten niet zomaar wegggerist worden, omdat ze onder Nederlandse en Europese natuurbeschermingsregels vallen.

Projectontwikkelaars en bouwers houden het gebied daarom ‘natuurvrij’: ze spuiten met gif de opkomende planten dood en ploegen de grond vier keer per jaar om.

‘Dit kan toch niet de bedoeling zijn van de natuurbeschermingswetten’, zegt ir. Wim Braakhekke van bureau Stroming. ‘Het kan toch niet dat er in Nederland ieder jaar een hoeveelheid grond braak ligt van een omvang van zeven keer de Hoge Veluwe of twee maal Texel’, zegt ir. Nico Beun van InnovatieNetwerk, een organisatie die prikkelende en dwarse vernieuwingen in gang zet.

Bulldozer

Ze polsten de invloedrijke natuurbeschermingsorganisaties in een workshop, sloegen ook de dierenbescherming en het bedrijfsleven niet over en wonnen juridisch advies in over de voor- en nadelen van hun plan voor Tijdelijke Natuur. Niet onbelangrijk puntje: hoe wint men de eigenaar van de grond voor het idee. Tijdelijke natuur jawel, maar daar moet dan de garantie tegenover staan dat niemand hem wat in de weg legt als hij het werk gaat uitvoeren, zegt Beun. In ruil voor tijdelijke natuur krijgt het bedrijfsleven toestemming - in jargon een ontheffing - om te zijner tijd met de bulldozer planten en dieren te pletten.

Afgelopen dinsdag staan de bedenkers van de oprolnatuur in het Rotterdamse havengebied temidden van duizendguldenkruid en kleverig ogentroost. In een zogeheten leidingstraat in Europoort gaan geregeld nieuwe pijpen en buizen de grond in, dus het gebied van tien hectare zal nimmer bebouwd worden. Het zou zich goed lenen voor tijdelijke natuur. ‘Vorig jaar brak er een waterleidingbuis, waarna miljoenen liters water het gebied in stroomden. Muizen verdronken. Zwermen met buizerds hingen boven het gebied om de dode muizen uit het onder water staande land te plukken, een onverwacht feestmaal midden in de winter’, schetst ecoloog Leo Linnartz dit proces van eten en gegeten worden. Want dat hoort ook bij de natuur.

Linnartz is van Stichting Ark die natuurprojecten bedenkt en uitvoert en mede aan de wieg stond van tijdelijke natuur. Voor InnovatieNetwerk zocht Linnartz uit wat de ecologische waarde is van tijdelijke natuur. Hij raadpleegde de boeken en gaf zijn ogen goed de kost op de Maasvlakte en de Grensmaas, plekken waar hij regelmatig komt om te controleren of de Schotse hooglanders zich goed gedragen.

In de leidingstraat heeft de natuuronderzoeker zeldzame blauwvleugelsprinkhanen gezien, afkomstig uit Voornes duin dat eraan grenst. Vanuit het buurgebied rukt het duinriet op. ‘Duinriet, dat zijn de Tokkies onder de planten’, legt Linnartz uit ter verklaring van de inzet van vier Schotse hooglanders, die het duinriet te lijf gaan.

Het Rotterdams havenbedrijf is warm voorstander van tijdelijke natuur, maar wil de risico’s eerst nog eens goed bekijken. ‘We willen namelijk niet dat dit zich als een boemerang tegen ons gaat keren’, zegt woordvoerder Sjaak Poppe.

Veel bouwlocaties zijn uitgelezen plekken voor pioniersnatuur met vogelsoorten als strandplevieren, bontbekplevieren, kleine plevieren, dwergsterns en visdief, maar ook de rugstreeppad en planten als smal vlieszaad en kandelaar. Harm Piek van Natuurmonumenten, een van de deelnemers van de workshop over tijdelijke natuur, ziet hierin de grote winst. Hij wil de tijdelijke natuur niet ophemelen, maar ziet wel dat bij Natuurmonumenten die pionierssoorten niet meer voorkomen. Simpel omdat die soorten leven van dynamiek zoals erosie, overstroming en verstuiving en dat is grotendeels verdwenen uit Nederland.

‘Met tijdelijke natuur krijgen die soorten weer een flinke opkikker en dat kan een uitstralingseffect hebben op de bestaande natuurgebieden’, zegt Piek. Jonge vogels zoeken elders terrein, duizenden bloemzaden reizen mee met de wind en insecten vliegen naar de volgende stek.

Dit is de theorie dat planten en dieren andere terreinen kunnen koloniseren, als er maar stepping stones zijn om zich te kunnen verspreiden. Braakhekke verwacht dat er aldus een rondreizend circus ontstaat van tijdelijke natuur. Steeds op andere plekken.

Voor ondernemers zit er een risico aan. Zullen bewoners niet ten strijde trekken als ze gewend zijn aan de natuur en de rechter inschakelen als de bulldozers komen? Van hun groene reputatie blijft dan weinig over.

Beun en Braakhekke vrezen dat tijdelijke natuur de illusie van iets blijvends kan wekken. Voor het grote publiek is duidelijkheid geboden. ‘Zet er een bord bij, desnoods met de tekst, hier kunt u nog vier jaar en drie maanden van genieten. Daarna gaat deze natuur op de schop’, zegt Beun.

Actieve steun wordt ook van de natuurorganisaties verwacht. Sterker nog, zegt Beun, ‘we hopen dat de natuurbeschermingsorganisaties geen stoere taal in de microfoon van SBS6 gaan roepen om hun achterban te behagen en daarmee de voordelen van tijdelijke natuur teniet doen.’ Ondernemers kunnen beter niet tijdelijke natuur aanprijzen. Zij zijn niet de goede afzender van zo’n boodschap, maar als natuurorganisaties zich er positief over uitlaten, komt het uit onverdachte hoek.

Majken van Dijk, woordvoerder van in het wild levende dieren bij de Dierenbescherming, slijpt alvast de messen. ‘Dat mochten ze willen’, zegt ze op de vraag of de Dierenbescherming geen roet in het eten gaat gooien en de blijde boodschap van tijdelijke natuur mede wil uitdragen. ‘Allemaal leuk en aardig, maar wij staan voor individuele dieren en we maken ons bezorgd dat de bulldozer er straks overheen gaat zonder dat de dieren kunnen vluchten naar een naastgelegen terrein of gevangen en verplaatst kunnen worden. We zullen een oproep doen er eerst nog eens goed over na te denken en in het uiterste geval gaan we naar de rechter.’

Tijdelijke natuur lijkt ook een juridische twistappel. Mr. Chris Backes, hoogleraar aan de universiteit van Utrecht, acht een proefproces nuttig om jurisprudentie uit te lokken over tijdelijke natuur. Een bedrijf zou een ontheffing moeten aanvragen bij het ministerie van LNV om de tijdelijke natuur op te ruimen als het werk begint.

Tijdens de workshop liet een vertegenwoordiger van het ministerie weten dat dit een doodlopende weg is. ‘We kunnen geen open ontheffing geven voor alles wat zich mogelijk gaat vestigen. Dat is een vergunning afgeven in het luchtledige, strijdig met de rechtstaat. Bovendien vereist de wet dat de soorten die later opgeruimd worden met name genoemd worden. Daar wringt de schoen, want dat weet men niet op voorhand. De minister zal om die reden de ontheffingsaanvraag afwijzen en de rechter zal de minister in het gelijk stellen. Dan ben je weer terug bij af.’

Backes weet daar wel een mouw aan te passen. ‘Dan noemen we gewoon alle Europese beschermde soorten om ons in te dekken.’

Marcel Brand van Niba Projecten, dat zand, grind en klei wint, heeft wel oren naar tijdelijke natuur, op voorwaarde dat de overheid en natuurorganisaties erachter staan. ‘Op een terrein van 10 hectare zijn we nooit overal tegelijk bezig. Het deel met de machines en zandbergen zouden we kunnen afschermen en op het resterende deel kunnen rugstreeppadden, libellen, zandhagedissen en oeverzwaluwen bezit nemen van de tijdelijke natuur.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden