Hier speelt zich, geheel los van tijd, een drama af

In de garderobe en het hoge holle trappenhuis galmt een hartslag, die vertraagt en tot stilstand komt. Achter een gordijn suggereren zingende vogels, ruisende bladeren en klaterende beekjes de nabijheid van het paradijs....

Die dode, dat moet Anna zijn, over wie de Amerikaanse sterregisseur/kunstenaar/ontwerper Robert Wilson (Waco, Texas) de expositie Anna didn't come home that night samenstelde in het Kunstnijverheidsmuseum in de Deense Hoofdstad Kopenhagen. Hij nam daartoe geen halve maatregelen. Het hele museum, dat zich vlijt in de nabije aanwezigheid van het koninklijk paleis, liet Wilson leeghalen.

Weg met de muffe inrichting en de thematische of chronologische opstelling van objecten - vazen, kasten, schalen, serviezen, stoelen, tapijten. Het museum moest volgens Wilson 'een zuivering' ondergaan, alvorens hij een nieuw begin kon maken en de arme Anna haar entree kon doen.

Hoewel, arm? Wie de op het tapijt geprojecteerde beeltenis van Anna beter bekijkt, ziet dat zij niet helemaal dood is. Ze slaat haar ogen op, haar hand rilt. Dan vallen de oogleden weer toe. Ze is, met dat sijpelende bloed, een spookachtige verschijning. Wilson heeft de ondode ingeschakeld om de bezoekers te begeleiden bij hun tocht door het museum. Anna is de legende die door de zalen waart, haar aanwezigheid is steeds voelbaar.

Zij is Wilsons vondst waarmee hij een kunstnijverheidsmuseum dat wilde breken met de traditionele manier van exposeren, transformeert in een zinsbegoochelend gebouw. De ontastbare Anna lokt de bezoekers van zaal naar zaal, waar alle objecten in dienst staan van het verhaal over de vrouw die op die bewuste avond niet thuiskwam.

Het Kunstnijverheidsmuseum is sinds 1917 gehuisvest in een langgerekt gebouw dat voordien een ziekenhuis was. Wilson verplaatst de bezoekers van het museum door de tijd. Het is 1917, we wandelen door het hospitaal en zoeken Anna, die iedereen met haar verdwijning dodelijk bezorgd heeft gemaakt. Wilson geeft aanwijzingen - de ondode, een ziekenhuisbed met een dagboek (van Anna?), een berg glinsterend kristalgruis in de vorm van een liggende vrouw - en daar blijft het bij. Wordt het raadsel opgelost?

Het rusteloze zoeken waartoe Wilson ons dwingt, dat is maar één manier om ons door het gebouw te jagen. De zalen bevatten ook verwijzingen naar Anna's leven, en dat vergroot alleen maar onze nieuwsgierigheid. Er klinkt een mannenstem in het zaaltje met het ziekenhuisbed, dat wordt omringd door grote keramische vazen. 'I will be there - her eyes are made of pearls', klinkt het raadselachtig.

In de aangrenzende ruimte met de allure van een erezaal, klinkt het geroezemoes van een diner met een groot gezelschap. Glazen klinken, vorken en messen tikken tegen borden, op gedempte toon wordt geconverseerd.

Maar de lange feesttafel is leeg. De troon aan het hoofd van de tafel, ongetwijfeld de zetel van Anna's heerszuchtige vader, ziet de flonkering van wijnglazen en karaffen van kristal, het glinsteren van tafelzilver en de glans van het duurste porselein. Hier speelt zich, los van tijd en lijflijke aanwezigheid der aanwezigen, een drama af waarbij vermoedelijk zowel Ibsen, Munch en Lars von Trier de regie hebben gevoerd. De gloeilampen boven de tafel hebben zich, als slangenkoppen, in de wijnglazen laten zakken. Op elk bord liggen een capsule en een ronde pil.

Gewend als we intussen zijn geraakt aan de hallucinaties die Wilson ons bezorgt, verbazen we ons er geenszins meer over dat sommige bestekken van laat twintigste-eeuws design zijn. Zoals ook moderne stoelen van metaal en kunststof, vele ontworpen door Wilson zelf, zich mengen met hun houten, fraai gekrulde voorgangers uit lang voorbije eeuwen.

En zo brengt Wilson ons, met dank aan Anna, tot wat toch gezien moet worden als het bestaansrecht van dit museum: de collectie. Listig en met theatrale effecten dwingt Wilson ons het oog te laten glijden langs fruitschalen in de vorm van eenden, Tibetaanse kommen, chaises longues en servieskasten. En verdomd, in al die voorwerpen blijkt zich een onvermoede schoonheid te hebben schuilgehouden. Nergens worden we lastiggevallen met namen van ontwerpers of bouwjaren. Het kijken zelf, het genieten van vorm, textuur, beeldrijm en kleur - daar is het Wilson om begonnen.

Onder het motto 'minder is meer' heeft de gastcurator een zaal ingericht met gemakkelijke stoelen en salontafels. Het zijn er veel, zeker twintig, maar ze zijn allemaal voor het grootste gedeelte afgedekt met witte lakens. Alleen details, één poot of een stukje leuning, worden onthuld. Zo accentueert Wilson de rijkheid aan details en roept en passant de sfeer op van een leegstaand huis, verlatenheid - Anna!

Smartelijk klinkt intussen een duet van Maria Callas en Tom Waits, wier stemmen voor de gelegenheid door Wilson zijn samengebracht op een geluidsband die in een eeuwige loop draait. Een reusachtige boomstam, letterlijk naar binnen komen vallen door de ramen van het ziekenhuis, doet vermoeden dat ook natuurgeweld een rol gespeeld heeft in Anna's verdwijning.

Na een paradijselijk tafereel, Adam, Eva, boom, slang, bereiken we een plexiglas trap, waaronder een uit Eden ontsnapte wurgslang loert op voorbijgangers. We betreden een dertig meter lange corridor, opgetrokken uit houten panelen. De tunnel is op Wilsons aanwijzing aangelegd door de middellijn van de binnentuin. De kou van een sanatorium hangt er, maar vergeefs is het luisterend zoeken naar Anna's tuberculeuze hoest.

Halverwege de lange gang bieden ramen uitzicht op de tuin, de knoestige, kale bomen, de hoge vensters van het hospitaal, de mist en de vroege duisternis die over Kopenhagen valt. En dan weet je: we vinden haar nooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden