Hier rijpt den Duvel

RONDLEIDINGEN IN BELGISCHE BROUWERIJEN ZIJN RAZEND POPULAIR. ZEKER NU BELGIË HET BIERJAAR VIERT. NA DE RONDLEIDING VOLGT STEEVAST HET DEGUSTEREN, OFWEL DE 'PRODUCTCONFRONTATIE'....

Uit de groep stamgasten van café Den Hemel op Aarde uit Herk-de-Stad stijgt een bulderend gelach op. Zei gids Carine Reversé zojuist echt dat de gemiddelde Belg 99 liter bier per jaar drinkt? Zó weinig ?

'Per week 99 liter misschien', roept een van de cafégasten tegen Carine, die de groep een rondleiding geeft door de brouwerij Duvel-Moortgat. De gids laat zich niet imponeren en geeft ongevraagd nog wat adviezen.

'Drinken doe je met mate', wijst ze terecht. 'Wij adviseren drie glazen per dag voor de man en twee voor de vrouw. Maar u moet niet alles opsparen en dan op zaterdag drie keer zeven glazen drinken.'Nog een tip: van bier zelf word je niet dik. Wel als je er veel van drinkt.

Via een wenteltrap klautert het gezelschap omhoog voor een kijkje in de dampende roerkuipen en verzamelvaten. Even later tapt de gids plastic bekertjes Bel-pils, direct uit een tank van tweeduizend hectoliter. Het gerstenat smaakt nog te jong en te scherp, het alcoholpercentage zal nog oplopen door de wisselwerking van zuurstof en gistcellen.

Voor leken is de bottelarij met de etiketteermachine, spoelmachine, krattenwasser, vatenlijn en flessensorteermachine het meest spectaculair. Helaas staan de gevaarten net stil voor de schoonmaak.

'Pas op voor de heftrucs!', waarschuwt Carine als de groep naar de warme ruimten loopt waar 3,8 miljoen Duvels op de fles hergisten. 'Sssst* hier rijpt den Duvel', staat er aan de kant van de snelweg op deze loods.

Rondleidingen in Belgische brouwerijen zijn razend populair. Voor gemiddeld drie of vier euro per persoon voeren de geleide bezoeken langs rijpingskelders, brouwketels en bierleidingen, warmkamers en bottelarijen. Steevast volgt daarop een proeverij.

Zeker honderd Belgische brouwerijen heeft Casimir Elsen bezocht. 'Qua brouwproces is het overal, groot of klein, in hoofdlijnen hetzelfde', oordeelt het bestuurslid van Zythos, de bierconsumentenvereniging in België. Het probleem voor de leek is dat er vooral machtige installaties van roestvrij staal te zien zijn, en kilometers buizen. Maar fascinerend blijft het, juist bij kleinere brouwers.

'Ik heb eens gezien hoe de gekookte wort in het open koelschip wordt gepompt', vertelt Elsen enthousiast. 'In luttele seconden werd het een sauna. Niet om uit te houden, zo heet.'

En de verschillen tussen brouwerijen hebben met meer zaken te maken, aldus Elsen. Zoals de smaak, natuurlijk. De wereldwijde reputatie van het Belgische bier berust immers op de enorme variëteit: '65 procent van de bierconsumptie in België blijft pils, maar in stijlen vind je nergens anders ter wereld zoveel biersoorten.'

Die diversiteit is wel afgenomen. In 1945 telde België nog 750 brouwerijen, nu schommelt het aantal rond de 115. Veruit de grootste is Interbrew/Inbev (onder meer Leffe, Hoegaarden, Jupiler en Stella Artois, 65 procent van de Belgische markt). Dan volgt Alken/Maes (Maes, Grimbergen, Mort Subite, Ciney, 15 procent marktaandeel).

Op gepaste afstand volgen, op een gedeelde derde plaats, Duvel-Moortgat, Primus Haaght, De Koninck en Palm. De kleinste vakbroeders werken met slechts een of twee brouwmeesters.

Aan de schaalvergroting en het consolidatieproces is een einde gekomen, denkt Casimir Elsen. 'Er is voor de grote jongens niet meer zo veel interessants over om op te kopen en de binnenlandse bierconsumptie neemt af.' Meer zorgen maakt hij zich om de 'vervlakking' en 'verzoeting' van de smaak. Grote brouwerijen mikken op het grote publiek en maken hun bier veel minder bitter. 'Dat is een grote bekommernis van ons. Maar ja, ze moeten het ook verkocht krijgen.'

Tussen alle romantiek van het Belgische bier zit veel marketingretoriek. Abdijbieren zijn er eindeloos veel, maar de meeste komen niet echt uit een klooster. De bewering 'volgens eeuwenoud recept' dient met een korreltje zout te worden genomen. Gerst en mout zijn door veredeling heel andere ingrediënten dan vroeger. De originele recepten zijn meestal verloren gegaan en in de brouwtechniek is er veel veranderd.

Om orde in de chaos te scheppen zijn er twee keurmerken. Slechts zes bieren (in Vlaanderen Westmalle, Westvleteren en Achel, in Wallonië Chimay, Rochefort en Orval) zijn echte Trappisten. Een Trappist moet binnen de muren of in de directe omgeving van een Trappistenabij worden vervaardigd, en gebrouwen onder toezicht van de kloostergemeenschap. Het grootste deel van de winst moet naar 'sociale werken' gaan. Het rode logo moet de 'Cisterciënzerorde der Strikte Observantie' (ofwel de trappisten) hoeden voor namaak.

Een tweede officiële predikaat is 'Erkend Belgisch Abdijbier'. Het garandeert een formele band tussen brouwerij en klooster en er worden royalty's betaald aan de kerkelijke gemeenschap. Brouwen binnen de kloostermuren is echter geen voorwaarde.

'Het meeste abdijbier is nep', oordeelt Alain Pinckaers. 'Ze gebruiken die naam maar brouwen in moderne locaties. Neem Maredsous. Dat komt niet van de abdij, maar van de Duvel-brouwerij. Wij doen het wel echt, en zijn daardoor veel duurder uit.'

In 1997 sloot Pinckaers met zijn compagnon Benoît Humblet een contract met de pater-abt van de abdij van Val-Dieu, een magnifiek gelegen klooster bij Aubel in de Voerstreek. Ze bliezen daarmee een traditie van de kloosterlingen nieuw leven in, die tussen 1216 en 1900 zelf in Val-Dieu brouwden.

Ze waren net op tijd, want de laatste pater-abt stierf in 2001. Volgens de regels van de kloosterorde moesten de twee resterende kloosterlingen toen de abdij verlaten. 'Eentje woont nu in Frankrijk, de ander in Zwitserland', aldus Pinckaerts. 'Het klooster wordt nu bewoond en beheerd door een christelijke lekengemeenschap.'

Acht jaar geleden begon het avontuur met een tweedehandse brouwinstallatie die vlak over de grens bij Gulpener werd gekocht. Nieuwe installaties kunnen tienduizend hectoliter bier per jaar aan, de vier personeelsleden van Val-Dieu echter maar de helft.

Het zijn andere grootheden dan bij Duvel-Moortgat. Vult Duvel 55 duizend flesjes per uur, dag en nacht, bij Val-Dieu gebeurt dat slechts eens per week: vierduizend flesjes is topproductie. Het vullen van de kratten (die in België bakken heten) gebeurt handmatig.

Van de oorspronkelijke brouwerij liggen enkel nog wat fundamenten onder een weiland. Pinckaers en Humblet namen hun intrek in de voormalige abdijboerderij. Het is passen en meten op de schaarse vierkante meters. Zo zitten de warmkamers, waar het bier op de fles hergist, in een oude stal waar met moeite een pallet door de deur past. De schuur valt onder monumentenzorg: veranderingen zijn uit den boze.

Er is een blond bier van 6 procent, een bruin van 8 procent, een triple van 9 procent en enkel in december is er een speciaal kerstbier. Helemaal historisch verantwoord is de receptuur niet, erkent Pinckaers. 'Een historicus heeft in de kloosterbibliotheek helaas in geen van de twintigduizend boeken een recept gevonden. Wel beschrijvingen van hoe het gemaakt werd en hoe het smaakte.' Jaarlijks bezoeken duizenden bezoekers het brouwerijtje van Val-Dieu. Na afloop is er bier, kaas en worst. Ook bij Duvel-Moortgat bestaat de tweede helft van het geleid bezoek uit het proeven, of zoals ze het bij Duvel noemen, een 'productconfrontatie'. Op de eerste verdieping van een bedrijfspand is een café ingericht. Op de schouw staat 'Nunc est bibendum', nu wordt er gedronken.

Maar eerst volgt een college van kastelein Suzanne Van Den Broeck. Ze legt de stamgasten van café den Hemel op Aarde in HerkdeStad uit hoe ze moeten tappen en inschenken 'in een sierlijk vloeiende beweging'.

En ze krijgen wederom enkele tips. Bierglazen moet je afdrogen met een synthetisch zeemvel of anders met een linnen theedoek. 'Katoen pluist te veel.'

Drie uur en drie productconfrontaties later keren de stamgasten per touringcar terug naar Herk-de-Stad. Ongetwijfeld om daar nog een 'pintje te vatten' in Den Hemel op Aarde./P>

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden