Hier is het allemaal gebeurd

HAARLEM In het huis waar Harry Mulisch woonde, is niemand thuis, op de dag dat de schrijver is doodgegaan. Een koolmees pikt uit de notenbak, een rossige poes zit in de tuin. De duif op het dak vliegt razendsnel naar een lantaarnpaal, aan de overkant.

In dit huis aan de Anna van Burenlaan in Haarlem liggen naast de zitbank twee boeken - die geen van beide door Harry Mulisch (1927) zijn geschreven. Aan de overkant is het stil in de tandartsenpraktijk.


In dit huis is het allemaal gebeurd, zei Mulisch ooit. Daar beleefde hij de oorlog. Daar schreef hij zijn eerste verhalen en romans. Daar ging hij voor het eerst met een meisje naar bed.


Hij schreef De kamer in dit huis, en liet zichzelf ook literaire sterven, in dit huis, in dat verhaal. Als prof. Dir. Ir H.K. Mulisch had hij zijn kamer ingericht voor wetenschappelijke experimenten.


Het was een belangrijk huis, nummer 47, in zijn universum. Het was het huis waar hij zeventien werd, in 1944, en zeventien was Mulisch zijn hele leven, zo zei hij. Zeventien was zijn eeuwige leeftijd.


Het is ook een laan zonder Harry Mulisch. Je kunt er lang zoeken naar een deftige plaquette, of een literaire verwijzing naar de Grote Meester. Je kunt er zoeken naar mensen die De aanslag in de vingers hebben, die delen uit De ontdekking van de hemel kunnen citeren. Of naar een school die naar Harry Mulisch is genoemd.


Ene Harry

Wat je vindt, in de Anna van Burenlaan, is een mevrouw die de hond van haar zoon uitlaat. Een 18­jarige buurjongen die vaag iets had gehoord over ene Harry. Een vrouw die koekjes bakt met haar kinderen, en Mulisch voor het laatst op de middelbare school las.


Een oudere heer die in hetzelfde jaar als Mulisch is geboren, en al heel lang in deze Haarlemse buurt woont, las hem liever niet - te veel filosofisch gedoe om niks. Een Duitse oppas, een paar deuren verder, weet dat Mulisch een echte Haarlemmer was, die op een aantal adressen in Haarlem woonde.


Een buurman die zichzelf een ontevreden mens noemt, en die vindt dat Harry Mulisch ook een ontevreden mens had moeten zijn, omdat zijn werk in vergelijking met John Steinbeck niets voorstelde. En als persoon, ach, wat zal hij ervan zeggen? Mulisch was Mulisch. Elk mens heeft zijn eigen worsteling.


De Anna van Burenlaan ligt in de wijk Zuiderhout, waar ook de schrijver Godfried Bomans woonde. Nog niet zo lang geleden sneuvelde de wijkraad hier, op de mogelijke komst van een pontje over het Spaarne. Daarmee zouden deze chique jaren-dertighuizen in rechtstreekse verbinding komen met Schalkwijk, een nieuwbouwwijk. Wat zou dat wel niet met de prijzen van de huizen doen? Waren de huizen dan nog wel rond de negen ton euro waard?


Mulisch resideerde hier van 1941 tot 1955. Na de scheiding van zijn ouders woonde hij hier met zijn vader en de huishoudster Frieda. Zijn vader werd na de oorlog gearresteerd omdat hij bij een Duitse roofbank personeelsdirecteur was geweest.


Even verderop van het huis is het stadbos, de Haarlemmerhout, waar een lege sokkel is terug te vinden. In Het beeld en de klok (uit 1989), vertelde hij het verhaal van het beeld van Laurens Janszoon Coster dat daar eerst stond, maar van de Haarlemmerhout naar de Grote Markt was gelopen.


En weer iets verder is het Koepeltje Eindenhout, waar Mulisch vorig jaar zijn laatste Haarlemse optreden had gehad, met wapperende manen en zijn handen hoog geheven. Het Koepeltje Eindenhout was geheel gerestaureerd, en het kon alleen maar Harry zijn, meende men, die het mocht heropenen.


De Haarlemse stadsbouwmeester Max van Aerschot was erbij en hoorde Mulisch vertellen dat hij daar als jongeling al had voorgedragen, en het dus literair-historisch gezien een zéér belangrijke plaats was. De cirkel was rond: hij was er begonnen, en er - bijna - geëindigd.


Ja, Van Aerschot had hem de hand geschud. En hij was trots geweest, want het ging hier toch om de meest toonaangevende schrijver die Haarlem ooit had opgeleverd. Nou, ook weer niet, want Mulisch kon op indrukwekkende wijze azijnpissen op Haarlem. Maar dat is een teken van liefde, zegt Van Aerschot.


Dubbelhartigheid

Een van Haarlems grootste schrijvers, L.H. Wiener, van wie Mulisch ooit zei dat hij hem ontdekt had, kent de eeuwige dubbelhartigheid van de auteur jegens zijn geboortestad. Mulisch keek neer op Haarlem, en het grootste deel van zijn leven - al vijftig jaar - woonde hij er niet. Maar hij was nooit te beroerd om een prijs of een ereburgerschap op te halen, zoals in 1995. Wiener liep in het gezelschap van Mulisch door de binnenstad, net nadat hij die eretitel had gekregen. Hij declameerde: 'Dit is nu allemaal van mij.'


In de Anna van Burenlaan zijn de bladeren gevallen, en wordt het al vroeg donker. Een buurman die op Mulisch lijkt, opent zijn deur. Hij laat een foto zien van zijn overleden broer, die nog veel meer op Mulisch lijkt.


En het laatste woord in deze buurt is aan Frans Ingwersen, want hij woonde hier al toen Mulisch hier nog woonde. Die Plymouth waarover Mulisch altijd sprak, die auto was helemaal niet van vader Mulisch. Die was van de buren, wat hij ook erover zei.


Maar wat hij vooral nog weet over het huis van Harry Mulisch in de Anna van Burenlaan, is de hond des huizes. Hij heette Spattie, en was een valse vuilnisbakkenhond, een witte, met zwarte vlekken. Als je voorbij het huis liep, begon Spattie heel gemeen te blaffen. Hij zal die hond van Mulisch nooit meer vergeten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden