Hier in Oud-Zuid is het prettig

Op de hoek van de Cornelis Schuytstraat staat een dame. Met verse lippenstift en een glimmend zwartleren tasje. Ze leest even snel de affiches van de buurtmakelaar....

Dus klemt ze het tasje tegen haar buik en dribbelt ermee weg, de dure winkelstraat in. Misschien gaat ze ingevlogen papaja's halen bij de groenteboer, die hier geen groenteboer heet, maar groentejuwelier. Of dagverse canelloni voor de hond bij de Dog- and Catshop, bloemen per steel bij Menno Kroon, die z'n klanten juist heeft uitgenodigd voor een uurtje oesters en champagne, of gewoon een bieflapje bij de vleesboetiek. Even wachten nog met oversteken. Makelaar Martin Straathof rijdt voorbij in een stadse variant van de Chevrolet terreinwagen. Ze zwaait naar de wijkagent, die geen wijkagent heet, maar wijkregisseur, en even neerknielt bij een kind dat op z'n kin is gevallen. En die jongen die brasserie De Joffers binnenloopt, is dat geen presentator van RTL4-programma's?

Hier, in Amsterdam Oud-Zuid, is het prettig. De straten zijn breed, de scholen wit, de detaillisten behoren tot de rijkst gesorteerden van het land, en als je de weg vraagt, krijg je alles wat je van een antwoord mag verwachten. Er is rust en vrede, cultuur en goede horeca, en nergens afval, criminaliteit of allochtonen. Wel een zwerver trouwens, onder de brug van het park. Onderweg naar de eendjes laten buurtbewoners er soms een zakje witte puntjes achter.

Voorbij het Vondelpark, in de Van Baerlestraat, met links eerst de P.C.Hooftstraat, het Stedelijk Museum, het Conservatorium en het Museumplein, en rechts het Concertgebouw, lijkt het of de mensen rechterop gaan lopen. Ze dragen bont en winkeltasjes van papier. Als de tram verder gaat, via het Roelof Hartplein naar de Ceintuurbaan, zie je weer gewoon de stad. Drie Turkse vrouwen staan te giechelen bij een winkel en op de stoep van eetcorner Vork bijt iemand een stuk uit een kippenvleugel.

Maar wat gebeurt er met mooie dingen: je houdt ze niet geheim. Iedereen wil met z'n winkel in de Cornelis Schuytstraat, iedereen wil een kantoor in de Van Eeghenstraat, een huis in de Johannes Verhulst straat, en de kinderen op het Vossiusgymnasium. Daarom zijn de huizen zo duur geworden, moeten scholen hele brugklassen geschikte leerlingen naar andere delen van de stad verwijzen.

En dan kun je proberen om vriendje te worden met een makelaar in café Gruter of restaurant Vakzuid in het Olympisch Stadion; misschien een docent aanklampen in de kantine van voetbalclub AFC, waar de vaders met een International Herald Tribune onder de arm over meer dan voetbal praten. Je kunt vrienden laten bellen, balletjes opgooien en financiële signalen afgeven. Dan heet het beschaafd invechten. Gemakkelijk gaat het niet, maar je doet wat je kunt.

Oud-Zuid is gebouwd voor mensen die het goed voor elkaar hebben. Nu zijn dat de managers van de Zuidas, en fitte dertigers die geld hebben verdiend met aandelen, informatietechnologie of acteren in een soapserie. Honderd jaar geleden, toen de buurt werd gebouwd, waren het heren die profiteerden van het Amsterdam Noordzee kanaal, de handel via het spoor en de mensen die dat weer financierden.

Rond het Concertgebouw kwamen grote huizen met sanitair. Brede straten ertussen, zodat er zonlicht naar binnen kon en de tbc-bacillen buiten bleven. Geen schreeuwende handelaren op straat en ook geen wapperende was op de balkons. En dan gezellig onder elkaar met mensen die ertoe doen. Dan hoor je nog eens wat. Hoe je in de oorlog voedsel de buurt in kon krijgen bijvoorbeeld, of wanneer de invasie in Normandië begon. In Amsterdam Oud-Zuid hebben ze zich met hamsteren niet hoeven haasten.

Alleen in de jaren zeventig sijpelde een nieuw slag mensen de buurt in: schrijvers, kunstenaars, muzikanten en journalisten. Misschien had dat iets te maken met het Concertgebouw of de aanwezigheid van uitgeverij de Bezige Bij, toen de beste van allemaal. Misschien had het met dichter Gerrit Kouwenaar te maken, die een etage huurde boven café Welling, en 's avonds met zijn vrienden een borrel kwam drinken. In ieder geval was er plaats genoeg in de wijk: Almere en Purmerend hadden de gezinnen weggelokt.

In café Welling hebben ze geen last van de rijkdom om zich heen. Het is een bruin praatcafé, met veel stoelen en banken, en muziek is verboden. Aan het einde van de middag schuifelen mannen met fluwelen jassen en oude boodschappentassen binnen. Ze drinken jenever uit een colaglas en hebben een gesprek over het filmfestival van Zaïre. Een gepensioneerde violiste van het Concertgebouworkest leest het avondblad. Een heerlijke buurt, vindt ze het. 'Er zijn hier nooit straatruzies.'

Soms komt ook cafébaas en uitgever Bas Lubberhuizen beneden voor een drankje. 'De buurt verburgerlijkt', zegt hij. 'Er zijn nog maar een paar kruideniers die de appels niet stuk voor stuk oppoetsen.' En om 'te behouden wat goed is, in deze tijd van vluchtigheid', schreef hij het boek Naar de Noordpool, over het ontstaan van de Concert ge bouw buurt. Misschien dat andere middenstanders dan dezelfde houding als hij aannemen tegen de speculanten. Tegen dat soort mensen zegt hij: 'Net als de Eiffeltoren is café Welling niet te koop. Dat vinden ze heel moeilijk om te accepteren.'

Jan van Dooren is zo'n cultureel iemand die ruim twintig jaar geleden in de buurt kwam wonen. Samen met vriend en dirigent Kenneth Mont gomery, de klavecimbels en de piano's. In je eigen Valeriusstraat, maar ook daarbuiten, kwam je mensen tegen uit je eigen circuit: van de radio, de orkesten, de televisie of het Holland Festival. Je bracht elkaar bij gelegenheid een bloemetje en lette op elkaars huizen. Als de bejaarde onderbuurvrouw nu iemand vraagt of hij wil ophouden met het opstapelen van afval voor haar raam, zegt de nieuwe buurman: 'Als je je bek nog een keer opdoet, ouwe, flikker ik het door je ruit.'

Vijf maanden geleden vertrokken Jan en Kenneth naar het operafestival van Santa Fe, om via Toronto, Praag en Parijs weer terug te komen. De koffers zijn nog niet uitgepakt, maar Jan heeft al wel gehoord dat er weer nieuwe Ierse en Engelse gezinnen in de straat zijn komen wonen, werknemers van de bedrijven op de Zuidas. En in de Cornelis Schuytstraat kwam vanmorgen een man uit een dubbelgeparkeerde Bent ley de bloemenwinkel ingerend met het verzoek: 'Maak voor anderhalve meier bloemen!'

Binnen is het prettig roddelen over de buurt met koffie, Bossche bollen en voorzichtige pianomuziek uit de werkkamer van Kenneth. Als er in de straat een huis te koop staat, kijkt Jan naar het rijtje be lang stellenden voor de deur. 'Dan wemelt het hier van de soap sterren, RTL-presentatoren en Katja Schuurmannen. Dan zeg ik tegen Kenneth: ''We zijn naar de commerciëlen verhuisd".'

'Je betaalt geen anderhalf miljoen voor een huis waarin je de buurvrouw kunt horen niezen', zegt Jan. 'Je koopt een plek in het luxe-reservaat.' Als ze dat hebben gedaan, lopen ze 's zaterdagmiddags in de Cor nelis Schuytstraat. 'Dan koopt het een kaasje, een pateetje of een truitje van 1400 gulden.'

Toch blijven Jan en Kenneth hier nog even wonen. 'De patsers in hun Porsches en de Moszkowiczen die voor 45 gulden zuurkool komen halen, kunnen doodvallen.' Misschien dat ze hun huis bij een volgend operafestival gaan verhuren aan een Engelse manager. Per maand levert dat gemakkelijk 7000 gulden op.

Het rechterbeen van Jan Okx trekt een beetje. In zijn functie, wijkregisseur, en in deze buurt, is dat niet zo erg. Jan heeft zijn pistool nog nooit gebruikt in het echt. In Amsterdam Oud-Zuid zijn de problemen daar niet naar. 'Leefbaarheid en verkeersveiligheid, dat zijn de items waarmee ik werk.'

Het was gezellig in de kantine van het politiebureau aan de Koninginneweg. Er waren grapjes, tomatensoep en broodjes van thuis, en er werd maar één agent van zijn lunch weggeroepen voor een opdracht. In de Van Baerlestraat is een blikje naar de tram gegooid.

Nu loopt Jan Okx door de Johannes Verhulststraat. Uit een raam op de tweede verdieping waait klassieke muziek, een meisje vervoert een harp in een karretje achter de fiets. Bij een defecte parkeermeter op de hoek staat een ongeduldige mevrouw. Die staat Jan vriendelijk te woord. 'Doet u maar een briefje achter het raam.' Dan wijst Jan naar de stoepranden rond de bomen. Kortgeleden zijn ze geel geverfd, waarmee het grootste probleem uit de buurt voorlopig is opgelost.

Eerst waren de stoepranden nog niet geel en zetten buurtbewoners er hun auto neer. Op een paar weken van waarschuwen, volgde een schrijfperiode. Het gekke was: hoe rijk ze hier ook mogen zijn, niemand had zin om de boete te betalen. Overal in de buurt werden comités opgericht, boordevol juridische expertise, die de bekeuringen lieten voorkomen. Toen dat een paar keer met succes was afgelopen, hingen er posters bij de stomerij: 'Boete gekregen? Vecht het aan!'

Collega-agent Van Gessel heeft een hekel aan de mondigheid van de burgers hier. Aan het gemak waarmee ze dezelfde overtreding de volgende dag opnieuw maken. En aan de spottende blik waarmee hij aangekeken wordt als hij zich ergens druk om maakt. Maar Jan Okx denkt in processen en mechanismen. Hij zegt: 'De mensen leren elkaar kennen in die comités. Dat maakt de buurt sterker.'

Het rondje gaat verder: over de Van Baerlestraat, stukje P.C. Hooft straat, rechtsaf de Van de Veldestraat in naar het Museumplein, waar op honderden schoolkinderen speelkwartier hebben. Een jaar geleden hadden de scholen in de omgeving nog een probleem. Kinderen uit mindere buurten kwamen deze kinderen beroven. Met steunpunten op de scholen verbeterde Jan de informatiepositie van de politie. In tus sen heeft hij zijn handen vol aan de cooperatieve houding van leraren, ouders en kinderen. Het plan heeft gewerkt. Nu hoeft hij alleen nog maar te genieten van de voetballende kinderen. 'Zo hoort een stad eruit te zien', zegt Jan als hij het plein overziet, 'en zo moet het blijven.'

Nu kun je in de Cornelis Schuytstraat alles nog kopen. Precies gestapelde gele kiwi's bij de groentewinkel, topwijnen, speelgoed zonder stekkers of batterijen en gezondheid bij The Health Company - voor een paar honderd gulden 'blije kruiden' helpen ze je daar af van hoofdpijn, maagklacht of drukke kinderen. Maar de vraag is hoe lang het nog zo blijft. Winkeliers worden uitgekocht en vervangen door luxe kledingwinkels. Buurtbewoners en winkeliers vragen zich angstig af: wordt dit een tweede P.C.Hooftstraat?

In 'de Schuyt' doe je boodschappen, in de P.C. wordt gefunshopt. Daar zitten de ketens: Gucci, Versace, Boss en Douglas. Je koopt een Ar ma ni-sjawltje van 2000 gulden bij Oger, de duurste kledingzaak van Ne der land. Daar komt in Italië geschoold personeel je minzaam tegemoet om te zeggen 'dat je baas heel goed weet op welk niveau zijn ondergeschikte een kostuum koopt'. Daarna is het uitpuffen met een glaasje 'vitamientjes' in koffieshop Het Buffet, waar dozen Cubaanse sigaren over tafel gaan en drie gelakte vrouwen in leren broeken zakjes mayonaise over elkaars 'crabje' uitknijpen. '2000 gulden voor een tasje - dat doe je toch niet?' 'Of je gaat naar een feestje. Dat je helemaal mooi moet. Dan is het wel leuk.' 'Ja, dan wel.'

Ook de Dog- and Catshop van Ans en Stanley van Loggem wordt vervangen door een kledingwinkel. Een heel luxe en mooie van een vriendelijke man, dat wel, maar in de buurt zijn ze niet blij met het vertrek van Ans en Stanley. Alleen hier kun je zwemvesten en zonnebrillen kopen voor als de hond meegaat in de boot of de cabrio. Geen andere winkel heeft ook zulk mooi leerwerk; ingelegd met Swarovski-kristal en, op verzoek, passend bij de kleding van de baas. Het is jammer, maar Ans en Stanley hebben geen opvolger. 14 november ging het laatste Burberry-dekje voor 250 gulden over de toonbank.

De laatste dagen voor de sluiting loopt Ans overspannen door de winkel. Veel klanten, telefoontjes en dingen te regelen. Voordat een dekje wordt verkocht, loopt ze er even mee naar de keuken en legt haar hoofd te rusten tegen een kastje. Het is de laatste uit de collectie, het verkopen valt haar zwaar, zodat Stanley moet zeggen: 'Haal even adem, Ans.' Als even later een mevrouw in een versleten ski-jack komt vragen wat een deken kost, geldt de korting niet meer. Ans haat koopjesjagers.

Natuurlijk is er met hen gepraat door de andere winkeliers. Van: zouden jullie dat wel doen, verhuren aan een kledingzaak? Maar dat bepaalden ze dus wel zelf. Het is hun geluk, na 25 jaar zeventig uur per week te hebben gewerkt, dat ze het pand zo duur kunnen verhuren. Ans zegt ook: 'Alles verandert. De straat verandert mee.'

De sportieve Chrevolet staat even stil in de Van Breestraat. Make laar Mar tin Straathof zet zijn hand aan de kin. Hij ziet een huis van drie verdiepingen, zo'n 280 vierkante meter, met enkel glas. En taxeert. 'Bruto, bruto, bruto', zegt hij. 'De erker zakt weg, ik schat twee punt zes.' Dan gaat de pols weer op het stuur en geeft hij gas.

Net terug van een duikvakantie in Egypte, televisie kijken onder water is dat, vandaag de eerste werkdag: rondkijken, informatie verzamelen en praten. Dat je morgen voorbereid met de klanten aan de slag kunt. Er gaat nogal wat om bij Straathof Makelaars. Martin heeft het goed gedaan. Vroeger vond je een Jaguar fantastisch. Nu is dat niet meer nodig. Net als het gedoe in het café. Er is ook nog zoiets als een thuissituatie met ukkepukken.

Even wat ontwikkelingen: er is een 'heel eenvoudige woning' in de Valeriusstraat aan een Amerikaans gezin verhuurd voor 10.000 gulden per maand. Aan een jongen van Philips is voor 3,9 miljoen een woning verkocht in de Sophialaan. En er is een probleempje in de Nicolaas Maes straat. Het huis heeft twee verdiepingen, maar noem je dat wat eronder zit nu een souterrain of een kelder? 'Ik zou zeggen: uitgraven, vloer omhoog en lichtval erin: derde verdieping. Doet iedereen hier. Betaalt zich wel uit.'

De laatste acht jaar is er een trek van de grachtengordel naar Zuid. Dat komt: hier heb je nog een kleine kans op een parkeervergunning, ben je snel bij de snelweg, kom je elkaar tegen in leuke gelegenheden en kun je volop genieten van de stad: dichtbij alles wat je nodig hebt. 'Dat er hier bijna geen huurwoningen zijn, vinden de mensen ook aantrekkelijk', zegt Martin. 'Huurwoningen trekken toch een bepaald slag mensen aan.'

En dan heb je de laatste drie jaar ook nog eens de jonge mensen, 'meestal blond of gesjeesd', die heel snel veel geld hebben verdiend op de beurs of in de ict en die het niets uitmaakt of ze te veel betalen. Om dat ook van de Zuidas steeds meer vraag naar woningen komt, krijg je wat je nu hebt: een heleboel mensen met een heleboel geld die allemaal dezelfde paar huizen willen kopen. En makelaars zijn ook mensen. 'Ik doe het liefst zaken met aardige mensen', zegt Philip Kuy ven hoven van Willemspark o.g.. En Martin Straathof: 'Je hebt zo je voorkeuren.'

Het is gemakkelijker om een rotklant te worden. Een of twee telefoontjes te veel en je staat onderaan de lijst. Maar mensen proberen het natuurlijk wel. Dan vragen ze je of je niet een nieuwe printer nodig hebt, of ze dat leuke duikhorloge zullen achterlaten, kennen ze iemand die je jaarrekening wil doen of bieden ze je gewoon heel veel geld in een envelop. Makelaars trappen daar niet in. Die zeggen: 'Dingen die je verborgen wilt houden, komen altijd uit.'

Het geritsel en gedoe is gewoon inherent aan een overspannen markt. Als makelaar moet je dat accepteren en proberen je voordeel ermee te doen. Martin zegt: 'Ik wil toch de hoogste prijs maken? Laat de mensen dan maar een beetje over elkaar heen rollebollen.'

Het enige wat je kunt doen is veel geld betalen en een goede makelaar nemen. Deze rijdt snel terug naar het kantoor met de rode baniers in de Jacob Obrechtstraat. Er staan nog een paar dossiers tussen hem en zijn thuissituatie. Precies voor kantoor is een mooie parkeerplaats vrij. 'Het is een heerlijke wereld.'

In zijn werkkamer ontvouwt de conrector van het Hervormd Lyceum Zuid zijn kijk op de zaak. Die is niet negatief, maar realistisch. Dingen zijn niet vervelend, maar gegevens waarop een school antwoord moet geven. Als ouders het bijvoorbeeld te druk hebben met hun topbaan, bemoeder je de leerlingen op school. Hoe belangrijk Ron Camphuy sen het gezin vindt, zie je in een zilveren lijst op z'n bureau: de hele club in skikleding bij elkaar.

Niet alles in Oud-Zuid is te koop. Voorlopig is onderwijs daarvan een goed voorbeeld. De ouders hier zijn rijk en goed opgeleid. Ook de ouders van de 55 kinderen die de school vorig jaar niet kon aannemen. Die houden er niet van hun kinderen een paar jaar op een zwarte school in Amsterdam-Oost te parkeren. Hun gedachten gaan dan naar een privé-school. Er zijn ontevreden ouders genoeg: het Vossius gymnasium heeft vorig jaar ook al 69 leerlingen moeten afwijzen.

Het ligt niet aan de hoeveelheid scholen. Het ligt eraan dat ze allemaal naar dezelfde in Zuid willen. In andere delen van de stad worden gebouwen verkocht of afgebroken, hier worden nieuwe vleugels aangebouwd. En het wordt erger: bespreekgevallen komen niet meer op de beste gymnasia terecht. Zodat de scholen nog beter, witter en aantrekkelijker worden. En dus moeilijker bereikbaar.

Ouders worden daar paniekerig van. Die struinen hun netwerk af. Zodat Ron Camphuysen iedere avond wordt gebeld door leerkrachten van basisscholen, of door mensen met belangrijke posities. 'Ik heb vernomen dat x niet is toegelaten', zeggen ze. 'Ik wil een dringend beroep op u doen om dat te heroverwegen.' Maar hoe gaat dat met onderwijsinstellingen: die hebben van die heldere procedures en objectieve maatstaven. Daar krijg je geen vinger achter, ook geen peu terende - bij het Vossiusgymnasium loten ze met getuigen en een computer.

Regelende ouders worden de laatste twee jaar ook tegengewerkt door wat zij van de gemeente 'de kernprocedure' noemen. Die regelt dat niemand de uitslag van de Cito-toets nog omhoog kan praten, zodat rijke kinderen minder gaan uitvallen, en ook dat een kind zich maar op één school kan inschrijven. Voor scholen is dat overzichtelijk, ouders schieten nog harder in paniek. Het enige wat ze kunnen doen is zorgen dat hun kinderen hoog scoren op de Cito-toets. 'Dat is niet goed voor de kinderen', zeggen ze bij de Montessori-basisschool bij de Apollolaan.

Een oproepvader schenkt koffie, een moeder zegt: 'Ik heb gisteren voor het eerst, geheel tegen mijn principes, een stapel boeken weggegooid.' Ze zucht. 'Ik heb er zo verschrikkelijk véél.' Het is donderdagavond en in de Amsterdamse Montessori School worden ouders ingelicht over de kernprocedure. Om vijf voor acht de laatste contacten met de oppas. Dan moeten de mobieltjes uit.

Om op deze witte school te worden toegelaten is niet gemakkelijk. Moeders komen hun kinderen niet zwanger aanmelden, wel een week na de bevalling. De wachtlijsten zijn lang, toch glundert de directrice als ze de kinderen bijschrijft. 'Dan hebben de ouders nog van die zach te gezichten.' Om op een mooie vervolgschool te komen, is nog moeilijker.

De ouders zijn een kwartiertje stil. Dan is de directrice klaar met de uitleg en schiet de spanning in de groep. 'Dat wordt stressen na de Cito -toets', zegt een moeder. 'In Amstelveen krijgen ze twee inschrijfformulieren', heeft een ander gehoord. 'Die schrijven zich daar in én in Zuid!' 'Het is een ratrace!'

Gelukkig is ook Hella aanwezig. Zij hoort bij het Montessori Ly ce um, heeft rustige ogen en een warme stem. Ze zegt: 'We gaan een spannende tijd tegemoet. Ik merk nu al hoe het ingrijpt bij jullie.' Om die reden is ook Kiki meegekomen. Zij vertelt hoe gelukkig ze is op het Lyceum. Hoeveel je er leert en op welke manier dat gaat. 'Het mooie is', zegt Hella, 'kinderen van Montessori-scholen krijgen voorrang.'

Dat stelt de ouders voldoende gerust om weer snel naar huis te willen. Maar er is vaak een moeder die nog een paar vragen heeft. Vana vond is dat een moeder met een Rietveld-achtergrond. Tegen haar zin is het woord 'eliteschool' gevallen. Ze zegt: 'Elite heeft een negatieve klank. Alsof wij ons verheven zouden voelen.'

Het is een hoop gedoe, dat wel, maar eenmaal binnen is het volop genieten. Lekker lunchen in café Lexington in de Emmastraat, waar Isa Hoes en Antonie Kamerling een vakantie uitzoeken in een glanzende brochure. Of een Bordeauxtje drinken met een collega in restaurant Oud Zuid. Dan gooi je je colbertje over een stoel en zeg je tegen een man in hetzelfde blauwe overhemd: 'Ik heb net wat gekocht.' 'Joh.' 'Het is op een tip van m'n vader.' 'Leuk!'

Of je neemt tussen twee kledingwinkels door een kopje koffie verkeerd in Brasserie De Joffers, waar Reinout Oerlemans een espresso bestelt, voor een paar belletjes met vriendinnen. 'Het was heel leuk in het hotel, echt heel leuke mensen ontmoet', zegt een gebruind meisje met sieraden. 'En ook momenten dat je denkt: ''Wat doe ik hier?'' ' Ze geeft het muntje dat ze hier gisteren als wisselgeld kreeg, terug aan een serveerster omdat het zojuist bij de parkeermeter dus helemaal geen kwartje bleek, maar integendeel: een buitenlands muntje. Met een nieuw kwartje in de hand, wendt ze zich weer tot haar vriendin aan de telefoon. 'Maar vertel, hoe was het weer in New York?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden