Hier, in deze trieste, waardeloze cel ga ik dood

Levenslang is in Nederland echt levenslang. Dat gaat misschien veranderen. Drie levenslanggestraften doen hun verhaal over het uitzichtloze celleven. Met toch een beetje hoop.

Willem komt, nog gekleed in zijn voetbaltenue, van het voetbalveld gerend. Daar trapte hij met twaalf gedetineerden een balletje op het kunstgras naast de gevangenismuur met prikkeldraad en camera's. Beeld null
Willem komt, nog gekleed in zijn voetbaltenue, van het voetbalveld gerend. Daar trapte hij met twaalf gedetineerden een balletje op het kunstgras naast de gevangenismuur met prikkeldraad en camera's.

De dag van Abdel begint altijd met dezelfde gedachte: hier, in deze trieste, waardeloze cel, ga ik dood. Het is kwart over zes als hij dit denkt. Vlak nadat zijn biologische klok hem heeft gewekt. Een echte klok heeft deze gedetineerde niet. Dat zou zinloos zijn: Abdel hoeft nergens meer naartoe.

Al bijna vijftien jaar woont de veertiger in een ruimte van zo'n 12 vierkante meter. Eén uur per dag mag hij naar buiten, de overige 23 uur zit hij in zijn cel of loopt hij over de afdeling. Al die tijd ruikt hij de bedompte gevangenisgeur. Zijn getraliede raampje kan niet ver genoeg open om de lucht te verfrissen. Naar buiten kijken, doet hij niet. Zinloos.

'Gevangenschap ontneemt je veel', zegt hij. 'Bijna alles.' Zelfs simpele dingen. Zo heeft hij sinds zijn arrestatie, meer dan vijfduizend dagen geleden, niet meer ontspannen op de wc gezeten. Altijd beducht voor de rinkelende sleutelbos van de bewaarder. 'Ze kunnen elk moment je cel binnenkomen.'

Hij is geen passant zoals de rest van de gedetineerden. 'Hier, tussen deze vier muren, woon ik. Leef ik.' Dat is niet het ergste. 'Elke dag hetzelfde ritme. Dag in, dag uit, dag in, dag uit. Morgen zal hetzelfde zijn als vandaag. De maatschappij heeft me afgeschreven. Voor de rest van mijn leven.'

Zwaarste categorie

Verspreid over gevangenissen door heel het land leven 40 gedetineerden zoals Abdel. 33 van hen zijn onherroepelijk veroordeeld. Zelden mogen ze praten van het ministerie van Veiligheid en Justitie, ze behoren immers tot de zwaarste categorie criminelen. Toch mogen er nu drie hun verhaal doen: over hun leven, de uitzichtloosheid en hoop op een toekomst. Want die is er plotseling weer door nieuwe plannen van staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie).

Na 25 jaar gevangenschap komt er een 'evaluatiemoment' voor levenslanggestraften. Dan wordt beoordeeld of de criminelen zich mogen voorbereiden op een leven buiten de gevangenismuren. Dijkhoff moet wel. Want, stellen Nederlandse en Europese rechters, de manier waarop er nu met levenslanggestraften wordt omgegaan, is niet humaan. Ze zitten vast zonder sprankje hoop. Wat moet deze misdadigers dan motiveren hun gedrag te veranderen? En heeft vergelding na 20 of 30 jaar straf nog zin?

Levenslang werd in 1870 geïntroduceerd als vervanging van de doodstraf. Toch betekende de zwaarste straf aanvankelijk niet levenslang. Dankzij de gratieregeling - een besluit dat de minister van Veiligheid en Justitie neemt - konden de gedetineerden altijd de hoop koesteren ooit weer vrij te komen. Maar dat is sinds 1986 nauwelijks meer gebeurd: toen mocht seriemoordenaar Hans van Z. na bijna twintig jaar de gevangenis verlaten. Alleen in 2009 werd nog gratie verleend: aan een gedetineerde die op sterven lag.

null Beeld null

Menswaardig

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 2013 dat er altijd een mogelijkheid moet zijn weer vrij te komen. En ook Nederlandse rechters zijn sinds kort terughoudender - en dat terwijl sinds de eeuwwisseling de zwaarste straf juist vaker werd opgelegd. Zo kregen eind 2015 twee broers geen levenslange straf voor het plegen van roofmoorden, maar een celstraf van dertig jaar. Zolang gratie geen reële optie is, is levenslang geen 'menswaardige' straf, oordeelden de rechters. Deze zomer sloot de Hoge Raad zich hierbij aan: zonder een perspectief is het huidige systeem in strijd met de Europese mensenrechtenverdragen.

De voorwaarde van het ministerie voor de gesprekken is dat de gedetineerden onherkenbaar op de foto gaan, en dat hun namen worden gefingeerd. Om slachtoffers en nabestaanden niet onnodig te grieven. Alle drie de gedetineerden zijn veroordeeld voor moord - al ontkennen sommigen datgene waarvoor ze zijn gestraft. Twee hebben, volgens het vonnis, meerdere doden op hun naam staan. De derde zit 'voor maar één moord, waarom geeft de rechter mij dan levenslang?'. Hij verzuimt daarbij te vermelden dat hij eerder werd veroordeeld, onder meer voor gruweldaden.

De gesprekken geven een zeldzaam inkijkje in het leven van langgestraften. Zo voelt Abdel zich 'levend begraven', maar strijdt hij bij de Hoge Raad in de hoop dat zijn zaak heropend wordt en dat hij herenigd wordt met zijn gezin. Dat houdt hem op de been.

Willem daarentegen verveelt zich na ruim 20 jaar 'nog geen minuut'. 'Ik kan doen en laten wat ik wil: biljarten, badmintonnen, kaarten, ouwehoeren. Nee, echt, het is hier niet saai', zegt de veertiger. Sterker nog: hij geniet inmiddels van de 'vrijheid' in deze gevangenis. Willem - die het stempel 'vluchtgevaarlijk' heeft - zat jarenlang in de zwaarste strafregimes. 'In de vorige gevangenis knipten ze drie keer per nacht het licht aan om te controleren of ik er nog was.'

Maar Edward staart na bijna 25 jaar geregeld een uur gedachteloos uit het raam. 'Hij bakent zijn wereld af, maakt die heel klein', zegt Vera over hem. Zij is het afdelingshoofd van de gevangenis en kent hem al jaren. Tijdens het gesprek in de sobere gevangeniskeuken schuift ze aan om Edwards geheugen zo nu en dan wat op te frissen.

Gevangenis in Arnhem. Beeld null
Gevangenis in Arnhem.

Tandpasta

'Als je geen verwachtingen meer hebt, heb je ook geen teleurstellingen meer', zegt Vera. 'Zeg ik het zo goed, Edward?', vraagt ze aan de vriendelijk lachende zestiger die gekleed is in een oude joggingbroek en T-shirt met hier en daar een gaatje.

Toen Vera enkele jaren geleden Edward op haar afdeling kreeg, was een van de eerste dingen die ze deed: nieuwe kleding regelen. 'Zijn zolen hingen los aan zijn sportschoenen.' Want wie niet zelf om tandpasta, sokken of een nieuwe onderbroek vraagt, kan zomaar 'vergeten worden door het systeem'. 'En Edward is niet het type dat ergens zelf om vraagt.'

'Als ik wil, bel ik mijn zus en stuurt ze kleren op', zegt Edward ter verdediging. Niet dat hij dat doet. Hij wil niemand meer lastigvallen. En bovendien: bellen vanuit de gevangenis is duur. Edward moet leven van 27 euro in de week die hij verdient met het inpakken van tegels, beugels voor verwarmingen of andere werkzaamheden in de arbeidszaal. Daar gaat 3 euro per week vanaf voor de huur van een tv, en de rest maakt hij op in de gevangeniswinkel aan pindakaas, suiker of cream crackers. En hij probeert wat te sparen. 'Ik heb al honderd gulden', zegt hij. 'Euro', verbetert Vera.

In tegenstelling tot veel andere gevangenen krijgt Edward geen geld meer van familieleden of vrienden, en ook bezoek heeft hij al 'een tijdje' niet meer gehad. 'Maar als ik zou bellen, zouden ze geld sturen of op bezoek komen', zegt hij opnieuw. 'En een tijdje geleden heeft mijn zus een hele stapel nieuwe kleren opgestuurd. Weet je nog, Vera?'

'Hoelang geleden is een 'tijdje'?', vraagt Vera.

'Gewoon, een tijdje', antwoordt Edward.

'Zo'n vijftien jaar', zegt Vera.

De gedetineerden staan onherkenbaar op de foto en hun namen zijn gefingeerd. Beeld null
De gedetineerden staan onherkenbaar op de foto en hun namen zijn gefingeerd.

Voetbalveld

Ook Willem ziet na meer dan twee decennia gevangenschap minder bezoek. Maar hij is dan ook 'niet zo'n bezoekman. Je zit dan maar tegenover elkaar.' Praten doet hij graag, maar dat kan ook over de telefoon.

Hij is zojuist bezweet de kamer binnengekomen. Zo van het voetbalveld gerend, waar hij met twaalf gedetineerden een balletje trapte op het kunstgras naast de gevangenismuur met prikkeldraad en camera's. Nog gekleed in zijn voetbaltenue.

In tegenstelling tot Edward heeft Willem het 'goed voor elkaar'. In ieder geval financieel. Nog altijd stort een vriend geld op zijn gevangenisrekening, geld dat afkomstig is uit zijn criminele hoogtijdagen. Dat mag: tot 100 euro per week. 'Ik wist altijd: ik kom ooit vast te zitten, daar heb ik altijd geld voor opzij gezet', zegt hij. 'Dat was in de tijd dat ik nog een jonge god was.'

Met het gestorte geld koopt hij eten in de winkel. 'Het eten in de gevangenis is rotzooi. Ik kook zelf. Straks maak ik met de jongens lekker lasagne.'

Niet dat hij altijd zo vrolijk was: de eerste tijd zat hij in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI), afgezonderd van anderen. 'Toen ging de tijd zo langzaam. Gruwelijk. Telkens keek ik op de tv, op teletekst hoe laat het was. Dan waren er nog maar twintig minuten voorbij.' Het duurde meer dan vier jaar voordat hij daar mocht vertrekken.

Willem diende destijds een record aan klachten in, had toch niks beters te doen. 'Het is geen grapje: ik ben zo'n 7.600 keer naar de beklagcommissie gestapt. Ik klaagde als ik mijn tandpasta niet had gekregen. Als ik een minuut te laat ging luchten, of een minuut te vroeg.' Maar, zegt hij. 'de beklagcommissie is de grootste onzin die er bestaat. Van justitie kan je toch niet winnen.'

Hij is ouder en rustiger geworden. En, concludeert hij, 'ik ben een van de weinigen die een beetje normaal met levenslang om kan gaan.' Hij zag afgelopen jaren vele gevangenissen, en sprak menigeen. 'Jezus, wat hebben die anderen een rare instelling. Ik heb ook wel eens een slechte dag, maar ik laat me niet verpesten. Dat gun ik de staat niet.'

Kasplantje

Een bubbel waarin je je terugtrekt, een vacuüm waarin niet veel meer van je overblijft dan een kasplantje. Dat is het grootste gevaar, zeggen de gedetineerden.

Om te voorkomen dat dit ook hem overkomt, stelt Abdel zich elke dag na het ontbijt de vraag: 'Wat ga ik vandaag doen?' Samen met een andere gedetineerde is hij 'reiniger' van zijn afdeling: een hal met drie lagen en 78 gedetineerden. Het beste baantje dat je kunt hebben, zegt hij, 'want dan heb je nog een beetje vrijheid: meer bewegingsruimte en de mogelijkheid om samen te bepalen hoe je de taken verdeelt.' Ook al betekent het dat hij soms de poep van anderen uit de douche moet halen. 'Mensen die bolletjes drugs naar binnen smokkelen, poepen die uit in de douche.'

Voor de rest 'is alle controle over je leven verdwenen'. 'Mijn brieven worden gelezen, mijn telefoongesprekken afgeluisterd, mijn bezoek wordt gepland en de gevangenis bepaalt hoe vaak ik intiem mag zijn met mijn vrouw: twaalf keer per jaar, twee uur per keer.' In een ijzeren bed, op een plastic groen matras, met in de hoek een stapel condooms en aan de muur een kitscherige schildering van een paarse bloem. 'Vooraf wordt mijn vrouw vaak gefouilleerd, en nadien word ik gevisiteerd.'

Wie niet zelf om tandpasta, sokken of een onderbroek vraagt, kan zomaar vergeten worden. Beeld null
Wie niet zelf om tandpasta, sokken of een onderbroek vraagt, kan zomaar vergeten worden.

Kleinkinderen

'Als je niet mentaal sterk bent, pleeg je zelfmoord', erkent Edward. Hij kent een jongen die er een einde aan maakte. Zelf zou hij het niet doen. 'Want ik heb kinderen en kleinkinderen.' Al weet hij niet hoeveel.

Om zijn gevangenschap te overleven, houdt Edward zich aan een strak dagprogramma. 'Als ik dat niet doe, zou ik gek worden.' 's Ochtends vroeg, voordat hij gaat werken, begint hij met opdrukken. Op vier vingers, zes vingers, zijn vuisten. 'Ik red het makkelijk honderd keer', zegt de zestiger. Enthousiast doet hij voor hoe hij zijn pezige lichaam van de grond drukt. Sporten houdt hem op de been. Hij leeft van sportevenement naar sportevenement op tv. 'Het is 6, 7, 8 of 9 september, want Badr Hari vecht binnenkort.'

Praten met anderen doet hij weinig. Gedetineerden die hem benaderen, kunnen meestal rekenen op twee woorden: 'kanker op'. Want, zeggen de bewakers, Edward wil geen problemen. Als je bevriend raakt met elkaar, word je geacht elkaar te helpen als er gedoe is. En daar wil Edward verre van blijven, zegt Vera. 'Ik had onlangs wel een vriend: Lou. Ik kende zijn vader nog van vroeger', zegt Edward. 'Maar nu is Lou weer vrij. Ik heb een hele voorraad onderbroeken van hem gekregen toen hij wegging. En slippers. Hij zit in de drugs, misschien komt hij nog eens terug.'

Het resultaat is dat Edward oogt als een eenzame verschijning op zijn afdeling. Hij zegt ervan uit te gaan dat hij ooit een keer vrijkomt, maar tegelijk 'ziet hij wel wat het wordt' met de plannen van Dijkhoff. Hij behoort inmiddels tot de oudste gevangenen. Levenslang heeft in bepaalde kringen status, zegt een gevangenismedewerker. Maar hoe ouder de gedetineerden worden, hoe minder daarvan overblijft. 'Misschien was een gevangene in het begin nog een bekende crimineel, maar op termijn vergeet men je naam. En respect voor ouderdom, daar blinken de jonge criminelen niet in uit.'

Met zijn geld koopt Willem eten in de winkel. 'Het eten in de gevangenis is rotzooi. Ik kook zelf. Straks maak ik met de jongens lekker lasagne.' Beeld null
Met zijn geld koopt Willem eten in de winkel. 'Het eten in de gevangenis is rotzooi. Ik kook zelf. Straks maak ik met de jongens lekker lasagne.'

Gouden armband

De dag dat Willem het vonnis levenslang te horen kreeg, was hij niet zenuwachtig. Nog voordat hij gepakt werd door de politie, was hij langs een advocaat gegaan om te informeren met welke straf criminelen zoals hij rekening moesten houden. Een jaar of 15, had de advocaat geantwoord. Een risico van het vak, had Willem toen gedacht. Dat was het waard, vindt hij. Nog altijd.

Want zijn criminele jaren, al waren het er maar een paar, waren de beste van zijn leven. 'We leefden als koningen, ik kon overal naartoe met mijn meisje. Ik heb in die paar jaar een vol leven geleid.' Hij begint te stralen, en wijst naar zijn gouden armband. 'Zie je dit deukje. Dat is ontstaan toen ik bij een actie mijn wapen moest trekken, en het pistool bleef achter mijn armband haken.'

Toen hij, nu ruim twintig jaar geleden, zijn straf hoorde dacht hij wel 'oei, oei, oei'. Hij beende zelfs 'in trance' de rechtszaal uit. 'Maar ik heb nooit geloofd dat levenslang echt levenslang zou betekenen. Altijd heb ik gedacht: ooit kom ik vrij.'

Wat hij dan gaat doen? 'Ik weet het niet. Mijn familie opzoeken, een roomijsje halen, een curryworst eten.' Hij denkt er niet veel over na, zelfs niet met de 'evaluatie' in het vooruitzicht. 'Je moet niet dromen. Gevaarlijk. Dromen doen je hier de das om. Stel: een levenslanggestrafte komt vrij en begaat een misdrijf. Dat gaat gebeuren. Voor je het weet draaien ze alles weer terug.'

En weet je, zegt hij, 'hoe langer je zit, hoe sneller de tijd gaat. Over drie maanden is het alweer Kerst. Vorig jaar kregen we Chinees. Dat voelt als gisteren.'

Liefde

'Dit is mijn leven tot ik doodga', zegt Abdel. Hij leeft van bezoekuur tot bezoekuur. Dan ziet hij zijn vrouw, houdt hij zijn dochter vast, maken ze samen een tekening en koopt hij een snoepje uit de automaat. 'Dat is alles wat ik haar aan liefde kan geven.'

Veel contact met andere gevangenen heeft hij niet, een paar noemt hij 'kennissen'. 'Het heeft geen zin om vrienden te maken, sommigen willen een handeltje beginnen. Dat wil ik niet.'

Soms waarschuwt hij zelfs. 'Het zit hier vol met criminelen die denken dat ze een gangster kunnen zijn. Het is slechts weinig mensen gegund te genieten van het gangsterleven. Ik heb jaren gedacht dat de wereld waarin ik leefde goed voor me was. Ik was een drugscrimineel, had veel geld en beschouwde mijn vrienden als familie. Maar mijn wereld was nep.'

Elke dag om half zes wordt hij ingesloten. Tot de volgende ochtend. Voor het slapen gaan, tijdens het tandenpoetsen, kijkt hij in de spiegel en ziet hij 'zijn beste metgezel. Ik praat tegen hem en zeg: weer een dag voorbij. Morgen wordt hetzelfde.'

null Beeld null
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden