'Hier de Jodensterren, keurig omgezoomd door mijn grootmoeder'

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. Documentairemaker Michael Schaap keek als kind in een oude koffer en wilde weten: hoe kon dit gebeuren?

Michael Schaap. Beeld Marijn Scheeres

'Ik deed research, 's nachts tijdens de draaiperiode van De Hokjesman, zo'n twee jaar geleden, naar mijn grootste held: de verzetsman Gerrit Jan van der Veen. Maar in mijn archiefkast vond ik alleen een hagiografie uit 1948 en nog een heel dun boekje, dat was het. Ik verder zoeken, taptaptap op het toetsenbord: een documentaire? Niks. Een film dan? Niks.

'Dus ik twitter: 'Het is toch vreemd dat er over Nederlands grootste verzetsheld nooit een boek is verschenen.' Nou, wat er toen loskwam. Talloze antwoorden, waaronder een reactie van het NIOD (instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies) dat zei: 'Ja, ja, ja - en dat moet jij doen.' Toen had ik geen tijd, maar nu ga, nee, nu móét ik het doen. Een driedelige documentaireserie wordt het, over de verzetsgroepen die mijns inziens het dapperst geweest zijn in de oorlog. De groep rond Gerrit van der Veen, de groep rond Gijs en Wally van Hall en de groep CS-6 rond de familie Boissevain en Reina Prinsen.

Informatieachterstand

'Ik moet dat doen omdat er een informatieachterstand is in Nederland. De jeugd denkt: die Tweede Wereldoorlog, dat was iets met Anne Frank op zolder en de Soldaat van Oranje. Of dit: Mark Rutte werd in een interview geconfronteerd met de term 'De Hollandse Schouwburg'. Het zei hem niets. Hij wist niet wat het was. Een historicus nota bene, de premier van dit land.

'Overkoepelend gaat de serie over heldendom. En over lafheid, en hoe dat zit. Vergeet niet één: dat in Nederland het hoogste percentage verraad is gepleegd in Europa en twee: dat Nederland het grootste contingent vrijwillige Waffen-SS'ers leverde. En drie: dat er maar vijfenhalfduizend echte verzetsmensen waren op zeven miljoen inwoners - en dan heb ik het niet over het doorgeven van krantjes of een Duitser de verkeerde kant op sturen. Dat noem ik geen verzet maar burgerplicht. Himmler was heel enthousiast in februari 1943, Nederland was 'Judenfrei' en nergens was het zo soepel en snel verlopen als hier. Nou, dan mag jij nog eens nadenken over onze volksaard.

'Altijd weer die kutoorlog. Maar ik kom uit zo'n familie. Toen ik in 1968 werd geboren schreven mijn ouders in mijn babyboek: 'Een mooie Joodse baby is geboren.' Mijn vader, geboren in 1933, heeft door een mirakel de oorlog overleefd. Ik groeide op in een ernstig getraumatiseerd gezin.

'Van jongs af aan besefte ik dat mijn familie de dans is ontsprongen omdat ze tot een elite behoorden. En het bewijs daarvoor zit in een koffer die ik je zo ga laten zien. Mijn grootvader, die een hoge positie had als arts en geassimileerd was, dus ook veel niet-Joodse kennissen had, verzamelde bewijsmateriaal en zag kans dat te verstoppen. Ook toen ze werden verraden en op transport gesteld - hij heeft alles gedocumenteerd.

Filmmaker Schaap

Als een fictieve antropoloog, de Hokjesman, speurde documentairemaker Michael Schaap van 2013 tot 2016 de Nederlandse samenleving af naar subculturen: de Rotterdammers, de Mariniers, de Lesbiennes. Schaap (48), werkt sinds twintig jaar voor de VPRO en eerder voor de VARA. Hij studeerde politicologie aan de UvA en camera en regie aan de Filmacademie. Hij maakte afleveringen van Veldpost, Waskracht, Levy & Sadeghi en de rubriek 'De jakhalzen' in DWDD. In 2009 maakte hij de persoonlijke film De Viagraman. V sprak hem thuis in Amsterdam.

'Als kind, vanaf een jaar of 7, zat ik in een koffer te kijken die altijd onder de kast lag. Ik was nieuwsgierig en aan mijn vader kon ik alles vragen. Hij nam mij en mijn zusje als kinderen al mee naar Vught, het voormalige SS-kamp, waar wij de barak hebben gezien waar hij, z'n broer en mijn grootmoeder zaten opgesloten.

'Mijn vader woont hier beneden, je gaat hem even ontmoeten. Wacht even, zijn gehoorapparaat... 'Hé Otto... Otto, dit is de journalist van de Volkskrant. We nemen de koffer even mee. Naar boven, ja, ik heb hem even een paar dagen nodig.'

Oude koffer

'Als jij nou de deuren openhoudt dan til ik 'm. Het is een oude koffer. Hij moet gerestaureerd worden.

'Zo. Het is een beetje eng, ik heb 'm heel lang niet opengemaakt. Wacht, ik ben natuurlijk wel de regisseur hier. Eerst ga jij nog even zitten en naar deze muur kijken, boven mijn bureau. Daar hangen ze allemaal: Gerrit, Gijs, Wally (Walraven) van Hall, Suzy van Hall, de CS-6 groep, Truus Wijsmüller - die heeft meer dan tienduizend kinderen gered. Dat deed ze helemaal in haar uppie. Ze heeft nu één lullig standbeeldje.

'Goed, de koffer. Eens even kijken, wat is dit allemaal. In memoriam dokter Louis Schaap, foto's, de familie Andriessen, nog meer familie van vaderszijde, een afbeelding van de opperrabbijn Schaap uit Amersfoort. Dit zijn artikelen van na de oorlog... waar is nou dat plakboek, verdomme. Ha! Dit is 'm. Dit is het meest essentiële. De bron.

'Mijn grootvader had al snel door dat het de verkeerde kant op ging. In de jaren dertig begon hij dingen te bewaren, brieven, verordeningen, knipsels, hier, 1938, de ontmoeting tussen Hitler en Chamberlain: 'Peace for our time.' Jaja.

Doodenge periode

'Hier begint de ellende. Het begrip Jood wordt uitgelegd; Joodse artsen mogen hun vak niet meer uitoefenen; dan moeten ze natuurlijk geld en sieraden inleveren... En dit dan: een brief van de school van mijn vader en zijn broertje, de Cornelis Vrijschool in Amsterdam. Luister: 'Weledelzeergeleerde heer. Nu het tot een feit is geworden dat uw kind/-eren voor 1 oktober mijn school hebben moeten verlaten... stel ik voor om alleen maar over één maand schoolgeld in rekening te brengen.' Doei Joodse kinderen, dáhag! Maar wel eerst even betalen.

'Kun je je voorstellen hoe dat bij mij binnenkwam? Ik zat als kind zelf overigens heel kort op die Cornelis Vrijschool, en later mijn kinderen ook trouwens. Merkwaardig, eigenlijk.

'Het wordt steeds naarder. Hier de Jodensterren, keurig omgezoomd door mijn grootmoeder. De doodenge periode dat mijn familie steeds uitstel kreeg, biss weiteres von Transport abgestellt. Dan toch de deportatie. Aantekeningen van mijn grootvader: een plattegrond van Westerbork, insignes van SS-rangen in potlood getekend. Dat deed-ie omdat de ene je harder in elkaar sloeg dan de ander. Een kam uit Westerbork, het staat er op. Een plattegrond van Theresienstadt. Nepgeld uit het kamp, met Mozes erop, verschrikkelijk.

'Snap je het? Dat ik als kind in die koffer keek en dacht: hoe kon dit? Hoe kón dit gebeuren? Hoe werkt het in- en uitsluiten? Hoe werkt de macht? Wat maakt de mens tot zo'n beest? Waar zit het kwaad?

Het nieuwe fascisme

'Nu ga ik die serie maken terwijl ik het eigenlijk niet over de oorlog wil hebben, het is niet goed voor mijn geestelijke gezondheid. Maar ja. Deze verzetshelden waren veelal linkse, vrijzinnige mensen, kunstenaars, studenten, en die zijn in de loop der tijd weggedrukt uit de geschiedenis. De Engelandvaarders, die kent iedereen als de helden van Oranje, prins Bernhard heeft daar in de Koude Oorlog netjes voor gezorgd. Maar die communisten en die Februaristaking, dat moest allemaal maar vergeten worden. Terwijl de groepen die wij gaan verfilmen zo veel levens hebben gered, ze waren zó moedig. Zo woest, wóést om wat er gebeurde. En vrijwel allemaal verraden en vermoord.

'Ik vind het ook écht belangrijk. Want het nieuwe fascisme... mensen denken bij fascisme altijd aan soldatenlaarzen die door de straten stampen. Ik roep al sinds de opkomst van het Fortuynisme: jongens, de geschiedenis herhaalt zich nooit op dezelfde manier. Het fascisme komt dit keer in een pak, met een stropdas om en een keurig praatje. Dat zien we nu met Meneer Ezel, 'baudet' is mannetjesezel in het Frans, die weer een stukje slimmer is dan meneer Wilders. De bedreigingen die ik van zijn aanhangers krijg, zijn ook alweer wat beter geschreven. Daar zijn we nog lang niet van af. Het gaat me niet alleen om die geborneerde minkukels. De komende tien jaar zul je zien dat er steeds meer aanslagen komen, ik wacht op de eerste knal in Amsterdam. En dat leidt tot verrechtsing, de roep om meer controle en een nieuwe crypto-fascistische orde. Het komt vast wel weer goed, ooit. Maar ik ben niet bereid om lijdzaam toe te zien.'

Bron: de koffer

De Amsterdamse arts dr. Louis Schaap (1891-1962), zijn vrouw Hanna Schaap-Andriessen (verpleegkundige), hun zoons Otto en Dolf en hun grootmoeder konden op 5 februari 1945 met het eenmalige 'uitwisselingstransport' naar Zwitserland ontkomen uit concentratiekamp Theresienstadt. De familie was daar beland via kamp Vught en kamp Westerbork. In Westerbork konden grootmoeder, moeder en kinderen op 7 juni 1943 uit een van twee beruchte 'kindertransporten' worden gered door vader Louis, die als arts een uitzonderingspositie had. De Tsjechische koffer, met de naam 'Irmgard Kafka (Praag) erin geschreven, nam Louis Schaap vanuit Theresienstadt mee naar Zwitserland. Hij vulde hem na de oorlog met alle documenten die hij voor, tijdens en na de oorlog had verstopt en bewaard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden